Gierzwaluwen (Apus apus ) in Stad
Gierzwaluwenwerkgroep Groningen bijeenkomst Avifauna Groningen

English Summary by Michael J. Seago
During cold and windy weather parent swifts can spend long periods sitting on nests close together, or on top of each other with bodies hunched and feathers ruffled. In abnormally cold weather swifts may throw out complete clutches of eggs before themselves congregating in clusters on walls. Swifts will take shelter in their nests in heavy rain, even staying in for much of the day. Swifts use the same nest year after year, merely adding fresh material. This is caught in the air. As a result, building is erratic being most frequent when there is sufficient wind to sweep suitable material into the air. Dry grasses, straw, dead and green leaves, flower petals, winged seeds, feathers and scraps of paper have all been found in nests. Fresh poppy petals are sometimes used. The material is stuck to the nest with saliva.
Intruding swifts which attempt occupying a nest-site cause frequent and, on occasions, lengthy fights. These struggles are accompanied with violent screaming.
In early August when the first swifts are migrating south, strangers may be found roosting within a colony. None stay longer than a single night and it appears these strangers merely join resident swifts to pass the night.
Swifts drink, bathe, http://members.lycos.nl/biology/library/en, collect food and nesting material all without alighting. The night is spent on the wing and they are the only bird known to mate on the wing.
Literature
http://www.birdsofbritain.co.uk/bird-guide/swift.htm (birds of Britain)

Lezing over
Gierzwaluwen (Apus apus ) in de stad Groningen (Common Swift).
door Rob LindeboomOp 2 april 2002 werd door de Gierzwaluwenwerkgroep Groningen een bijeenkomst gehouden. Naast een algemeen verhaal ondersteund door een Powerpoint presentatie werd ook een documentaire vertoond over de Gierzwaluw. Tenslotte werd nog het toetje gepresenteerd: de resultaten van alle tellingen die verricht zijn door de waarnemers in 2001.
Presentatie
De Powerpoint presentatie zal voor de doorgewinterde gierzwaluw teller niet zoveel nieuwe gegevens hebben bevat. Ik denk dat veel van de aanwezige tellers al behoorlijk ingewijd waren in het leven van de gierzwaluw. Hier wat feiten: de gierzwaluw is wereldwijd recordhouder 'doorvliegen'. Hij kan van alle vogels het langst in de lucht blijven. Gierzwaluwen paren in de lucht, ze eten in de lucht. Nog aparter is hun slaapgedrag : 's Avonds stijgen gierzwaluwen in groepen naar hoogten van drie tot vijf kilometer, waar ze met trage vleugelslag in een soort half slaap blijven rondzweven tot het weer licht wordt. Jonge gierzwaluwen slapen in de lucht, maar broedvogels slapen veelal op het nest.
Verder vangt een gierzwaluwgezin dagelijks zo'n 20.000 insecten. Wanneer de jongen uit moeten vliegen wordt gestopt met voeren. Hierdoor worden de jongen tot vliegen gedwongen en bereiken ze ook het goede vlieggewicht. De door Rob gemaakte en getoonde powerpoint presentatie zal van veel nut zijn bij bezoek aan eigenaren van de gebouwen waar kolonies van gierzwaluwen gevestigd zijn. Ook geeft Rob presentaties bij architecten bureaus en woningbouwverenigingen. Hopelijk zal het ook het nodige begrip voor deze bijzondere stadsvogels kweken.

Methodiek van tellen van gierzwaluwen (Apus apus) in Groningen
Afgelopen jaar was veel aandacht voor deze schreeuwende vogel; ze werden namelijk door een groep vogelaars geteld. Het valt echter niet mee om deze snelle vogels (na de slechtvalk een van de snelst vliegende vogels) te tellen. De gierzwaluw kan namelijk vliegsnelheden van 120 km/h halen. Tijdens de presentatie werden dan ook de nodige vragen over telmethoden gesteld. Hieronder een kort overzicht.
Verschillende methoden om te inventariseren:
- Laagvliegende vogels
In 2001 zijn de laagvliegende gierende vogels geteld. Aangezien de laagvliegende gierende vogels veelal jonge vogels zijn, die binnen de kolonie nog op zoek zijn naar een nestplaats, geeft deze telling geen eenduidige weergave van het aantal broedparen. Toch is deze methode beter uitvoerbaar dan het tellen van invliegende exemplaren (zie hieronder), omdat dit laatste heel veel tijd en veel ervaring van de teller vergt. In de literatuur wordt het aantal broedparen vastgesteld door het aantal laagvliegende dieren te delen door een factor 1,5 of 2.
-Invliegende vogels

Een andere methode is het tellen van invliegers, ‘zekere‘ broedplaatsen. Bij het tellen van de invliegers kwam hier ook nog een extra probleem: Ze schieten zo snel (zo naderen de vogels het nest met een snelheid van 70 km/uur) onder de dankpannen dat de teller dit snel mist. Vaak werden door de tellers uren bij een pand doorgebracht zonder dat voedende vogels gezien werden. Vol bewondering werd dan ook een monitor plot besproken waarin 47 invliegers geteld waren. Het blijkt nu dat juist het invliegen heel snel gaat maar juist het uitvliegen heel langzaam, ze laten zich dan vallen. Je kunt dan ook beter de laatste manier toepassen. Vaak werd dan ook door de betrokken teller uren gewacht op het langskomen van gierzwaluwen. De frequentie verschilde sterk. Hoewel bij het ene broedpaar de vogels elk uur langs kwamen, moest bij sommige paren tot 8 uur gewacht worden voordat de ouders weer langskwamen om te voeren.
Een ander probleem is dat vogels vaak slapen onder dakpannen of op oude nesten zonder dat het echt een broedpaar betreft. Soms gebruiken verschillende broedparen dezelfde ingang waardoor weer broedvogelparen gemist worden.
Nestkasten en geschikte broedlocaties in Groningen
Over de nestgelegenheid van gierzwaluwen in het algemeen en in Groningen bleek weinig verschil te zitten. Vaak zitten bestaande kolonies in Mansarde daken. In Groningen zijn nog weinig kunstmatige broedlocaties aanwezig.

Mansarde daken
Huizen die in het begin van de 20ste eeuw zijn gebouwd, zijn veelal voorzien van daken die ideaal bleken voor de gierzwaluw ( Apus apus). Het zijn de zogenaamde 'mansarde-daken', platte daken met aan elke zijde een steil schuin pannendeel (mansarde betekent eigenlijk zolderkamer). De steile helling maakt een vrije val van de uitvliegende vogel mogelijk waardoor de vogel tijd heeft om te kunnen gaan vliegen. Het blijkt dat Groningen, vooral in de wijken die in deze periode gebouwd zijn, aanzienlijke gierzwaluwkolonies bezit. Zie bijgevoegd overzicht.
Helaas vinden steeds meer renovaties in Groningen plaats. Alleen al in Groningen verdwenen afgelopen paar jaar al enkele kolonies en komend jaar worden ook bij een aantal gierzwaluwen kolonies renovaties verwacht. Voorzover mij bekend zijn in alle gevallen de kolonies verdwenen.
Gierzwaluw in Groningen
Na een verhaal over de broedgewoonten en een video over de gierzwaluw werd een overzicht gepresenteerd van de telresultaten in 2001. Eerdere tellingen van gierzwaluwen waren in 1986/87 met ca. 1200 broedpaar (Andries Berghuis, Jan Doevendans en Jans Sikkens) en 1995 door Roland Jalving met 900 paar. In 2001 werd het aantal gierzwaluwenbroedparen op 600-800 geschat. Ter vergelijking, Amsterdam bezit ongeveer zesduizend gierzwaluwparen. De cijfers van Groningen komen bijvoorbeeld overeen met Oost Duitsland waar het aantal gierzwaluwen met 57% is afgenomen in 10 jaar tijd. In Drenthe is de vogel afgelopen jaren uit tal van dorpen (vaak na renovatie van de kerk die de enige kolonie bevatte) verdwenen. Niet alle wijken zijn in 2001 geteld, Vinkhuizen, Selwerd en Beijum zijn zulke nieuwe wijken (jaren 70) dat de kans op succes te gering geacht werd. De Schilderswijk en Oranjebuurt zullen nog in 2002 meegenomen worden. Algemene conclusies:
- Nieuwe wijken bevatten weinig goede locaties
- Jaren 20 wijken lijken (nog) meer dan voldoende broedgelegenheid te hebben
- Honkvastheid en het koloniale gedrag van de gierzwaluw lijken een probleem
- In Groningen is het aantal kolonies meer dan gehalveerd terwijl amper nieuwe kolonies gevormd lijken te worden.
- In Groningen is ook in groene woonwijken (CIBOGA) niet altijd ruimte voor gierzwaluw vriendelijk beleid ook al is wel ruim voldoende budget voor natuur.

Op internet waren nog wel de nodige gegevens te vinden over gegevens van gierzwaluwen in de verschillende steden. Zie ook Literatuur.
Aantal buurten met Gierzwaluwtellingen in Groningen 2001
|
Geschatte paar |
Aantal invliegers |
|
|
Hoogte/Concordia buurt |
19-25 paar |
5 |
|
Korrewegwijk |
84-112 |
18 |
|
Oosterparkwijk |
58-77 |
4 |
|
AZG |
22-29 |
1 |
|
Noorderplantsoenbuurt |
41-54 |
14 |
|
Zeeheldenbuurt |
30-39 |
12 |
|
Centrum Noord |
46-61 |
17 |
|
Oosterpoort |
28-37 |
7 |
|
Helpman |
36-47 |
47 |
Bescherming
Nu de stand zo achteruitgegaan is, is bescherming en voorlichting nodig. Verscheidene partijen hebben hieral medewerking aan verleend. Sociale woningbouw voor de gierzwaluw is echt noodzakelijk. Vreemd genoeg werd ook al in de middeleeuwen woningbouw voor de gierzwaluw gemaakt, waarschijnlijk niet om de zwaluwen op te eten zoals bij spreeuwen maar door het ecologisch inzicht: Zwaluwen eten insecten.

Een groot probleem van de gierzwaluw is zijn honkvastheid. De gierzwaluw is zo honkvast, dat hij het liefst levenslang terugkeert naar hetzelfde nest. Maar dat kan hij in Nederland wel vergeten. Vandaar dat zwaluwpaartjes aan vervangende woonruimte geholpen moeten worden vlakbij de oude locatie. Er gaan nog altijd meer nestplaatsen weg dan er nieuwe bijkomen. In nieuwe woonwijken (Vinkhuizen, Beijum had hoogstens 6 broedparen) en steden als Almere zul je ze nauwlijks tegen komen. Vaak komen de zwaluwen het volgende jaar voor niks terug bij hun verdwenen broedgelegenheid... Ze nemen dan elke dag een kijkje en blijven telkens even rondcirkelen. Ze snappen het gewoon niet. Dit schrijnende tafereeltje deed zich ook voor na de restauratie van Perrysport aan de Vismarkt. Maar ook als nestkastjes vakkundig bevestigd zijn, vindt de gierzwaluw ze in de meeste gevallen niet: met het ontdekken van nieuwe mogelijkheden om te nestelen heeft hij veel moeite. Waarschijnlijk willen de vogels zich bij een reeds bestaande kolonie aansluiten.
Daar is echter niet altijd ruimte en gierzwaluwen gaan niet alleen broeden. Veel vogels zijn drie, vier of vijf jaar oud wanneer zij voor de eerste keer broeden. Het lokken van gierzwaluwen naar nieuwe nestkasten is daarom noodzakelijk. Dit kan door het afspelen van geluiden die broedende vogels op het nest maken. Hiervoor zijn met name gierzwaluwen gevoelig die nog niet broeden. Zij vliegen vaak schreeuwend om de kolonie heen, wachtend op de roep van broedende vogels. Leuk detail is dat aan de roep het vrouwtje, dat hoger roept, onderscheiden kan worden van het mannetje.
Met dank aan Rob Lindeboom en collega tellers voor de gegevens.
Andre Hospers
Groningen

Informatie
http://www.pz.nl/gierzwaluw/
http://www.nd.nl/archief/2000/04/18/nieuws26.htm
http://www.parool.nl/print/993115975877.html
http://www.gierzwaluw.com/gierzwaluw.htm
http://www.ample.de/gierzwaluw.html
http://swift.utigges.il.eu.org/attracting_dutch.html
http://swift.utigges.il.eu.org/latest_dutch.html
http://clubs.castel.nl/ivn-gron-haren/gierzw.htm
