Summary
Inleiding
Dit verslag is een bundeling van een aantal verslagen, geschreven door diverse deelnemers aan
het zomerkamp van de Jeugdbond voor Natuur- en Milieustudie (Nederland) in 1992
in Recz, Polen. Een waarschuwing vooraf voor de lezer is zeker niet overbodig:
door verschillen in schrijfstijl van de auteurs zal niet elk deelverslag even
gemakkelijk lezen. Soms is er ook niet veel te lezen: sommige verslagen zijn
nauwelijks meer dan soortenlijsten. De interesse van de deelnemers ging
kennelijk ook vooral uit naar beesten en beestjes; aan planten wordt weinig
aandacht besteed.
De naam Pommeren komt van het woord Pomorze dat letterlijk 'langs de zee' betekent, in dit geval de Oostzee. Pommeren bestaat uit een gordel van laagvlakten en het hoger gelegen Pojezienze Pomorskie, het Poolse grote meren gebied. Dit meren gebied is weer onder te verdelen in verschillende deelgebieden en het kamp werd gehouden in het gedeelte met de hoogste concentratie meren.
De eerder genoemde laagvlakten worden van elkaar gescheiden door, in de omgeving van het kamp vrij lage, stuwwallen met een hoogte variërend van 92 tot 180 meter bij Inskó. Dit kan omschreven worden als een zwak golvend landschap met wat heuvels ongeveer als Midden-Limburg. Toch is er een groot verschil tussen de Nederlandse en de poolse situatie, de Poolse stuwwallen zijn in de laatste ijstijd gevormd en de Nederlandse in de voorlaatste. Hierdoor zijn veel gevolgen van de ijstijd in het veld beter te herkennen, de stuwwallen met hun vooruitgeschoven morenen afgewisseld met smeltwatervlaktes. Deze waren met name ter hoogte van Suliborz nog goed te zien en natuurlijk ook in het Inskó landschapspark. Een ander resultaat zijn de vele meren; door de stuwwallen afgedamde rivieren. In een oud stuwwallengebied zijn de wallen al lang door een deel van de rivieren doorbroken. Een ander voor ons belangrijk gevolg is de geringe erosie omdat ze nog maar relatief kort aan de elementen blootgesteld zijn. Hier kan men nog 'ongerepte' hellingbossen vinden met vele bronnetjes en stroompjes.
De bossen bestaan voor het grootste deel uit elzen, berken, essen en andere vochtminnende loofbomen. Dit zijn over het algemeen vrij lage bomen die zeer dichte bossen kunnen vormen, hierdoor waren de bossen plaatselijk vrij eenvormig maar zodra er een open plek o.i.d.gevonden werd was meteen een grote variatie aan andere struiken en planten te vinden met bijvoorbeeld veel moerasooievaarsbek, moesdistel en vele zeggesoorten. Rijk aan planten waren ook de oeverzones van stroompjes en beken met beide soorten goudveil, eenbes en dotters. De stroompjes en beken zelf waren opvallend arm aan planten maar de meren die ze voedden waren vaak wel weer rijk begroeid met veel riet, lisdodde en gele lis vegetatie en in het water fonteinkruiden en veenworteltapijten. Dit zijn over het algemeen planten van wat voedselrijker milieus, mogelijk veroorzaakt door het voederen voor de viskwekerij?
Naast viskwekerij werden deze meren nergens voor gebruikt al was het tijdens het kamp vaak erg luidruchtig bij één van de meren en werden daar vele kampdeelnemers in verregaande staat van ontkleding aangetroffen. Vast om de onderwaterflora en - fauna te bestuderen...
Buiten de vallei, richting Recz, lag een uitgebreid zwak golvend landbouwgebied met enkele meer of minder grote viskweekvijvers, enkele kleine bosjes en een grote, al enkele jaren braakliggende akker.
Landbouw kun je hier lezen als graanteelt. Pommeren is (was) de graanschuur van Polen en tot recent ook van het G.O.S.
De graanakkers zijn veel armer aan onkruiden dan we gehoopt hadden maar toch nog veel rijker dan in Nederland. Enkele leuke soorten waren Ridderspoor, Klokjes en Wilde Nigelle.
De meeste visvijvers waren te vergelijken met de al eerder genoemde meren al hadden ze wel een gevarieerder oever-begroeiing met els-wilgenstruweel (buidelmeer!). Een uitzondering was de grootste vijver, door ons de Karpervijver genoemd. Deze was aan drie zijden omringd door een hoge kade en liep aan de andere zijde uit tegen een heuvel, ons uitkijkpunt. Aan de binnenzijde van de kade en plaatselijk in het moerassige stuk onder aan de heuvel waren rietvelden te vinden die erg vogelrijk waren. In de vijver lagen ook enkele rieteilanden die door de grote droogte in '92 (van maart tot minstens in augustus geen regen en tot 35 °C) omringd werden door grote moddervlaktes. Geen wonder dat deze vijver ons iedere dag weer verraste met leuke vogels.
De bosjes waren niet echt bijzonder al is het feit dat in een ervan wat menselijke invloed in de vorm van naaldbomen aanwezig was het vermelden waard.
De braakliggende akker was zeer interessant. Deze was na de omwenteling door onze kampboer aangekocht en deze beste man had er al 3 of 4 jaar niets meer op verbouwd zodat er nu een zeer fraaie steppe-achtige vegetatie a la Hongarije of Midden-Spanje te vinden was. Ook enkele zeer zeldzame en typerende soorten vonden het steppe-achtig genoeg en showden zich aan ons: Strobloem, wilde Averuit, wilde Nigelle en de fraaie vedergrassen. Dit zijn enkele soorten die nog te herkennen waren, door het zeer extreme klimaat op zo'n steppe/akker verdorren de meeste planten al in het begin van de zomer. Insekten en andere dieren, m.u.v. bijvoorbeeld zandhagedissen, worden hier dan ook compleet weggeschroeid in de zomer of maken alleen gebruik van het gebied bij bewolkt weer of 's morgens vroeg. De enkele specialisten die het hier dan ook in de zomer volhouden waren voor ons allemaal superzeldzame soorten.
1.3 Overige excursiegebieden- Veen bij Netkowo. Dit gebied ligt ong. 1,5 km ten zuidoosten van Netkowo wat weer 4 km ten oosten van Recz ligt. Het is een voormalig veen dat al lange tijd geleden afgegraven is en dit jaar een sterk verdroogde aanblik bood. Het is een zeer rijk gebied met leuke vogels als Kraanvogel, Rode wouw en Wielewaal, veel vossen, ruige planten zoals bijv. Engelse alant maar het is vooral van belang voor insekten. In de jonge berkenbosjes die op de vochtigere veenrestanten zijn aangeplant waren vele soorten zweefvliegen en andere diptera te vangen maar het is vooral goed voor vlinders: koninginnepage, minstens zes soorten parelmoervlinders (waaronder de Pallas parelmoer ofwel de Litauwse Keizersmantel) en rouwmantels. Een erg belangrijk gebied dat in mijn ogen gisteren al natuurgebied had moeten zijn.
- Rivierdal van de Drawno ten zuiden van Drawno.
Dit gebied is een van de beroemdste
landschapsreservaten van Polen. De rivier wordt hier begeleid door een veelvoud
aan bossen van allerlei types: bronnetjesbossen, broekbossen, een soort ooibos
met open stukken, veel populieren en weinig ondergroei, en op de hellingen een
mengsel van eiken, beuken, haagbeuken en iepen. Kortom een zeer rijk en
afwisselend gebied maar het bleek in de zomer voor flora en fauna niet echt
interessant. De planten waren grotendeels uitgebloeid, de vogels zongen niet
meer en de otters en bevers waren allang verstoord door andere dagjesmensen
voor wij eens kwamen aankakken na een kolere eind fietsen. Beter geschikt voor
een april/mei bezoek.
- Beekdal ten zuiden van Krepa. Eén van de mooiste gebieden die we op het kamp gezien hebben. Het ligt ± 40 km ten OZO van Recz aan de spoorlijn naar Walcz. Vanaf het station is het eerst een stuk door saaie grove den aanplant maar deze wordt al snel vergeten na aankomst bij het stuwmeer. Dit meer is het eindpunt van een ongelooflijk mooie beek met zeer afwisselende vegetatietypen aan zijn oevers variërend van vochtig elzenbroekbos met kwelbronnetjes tot heischraal grasland met als bosvormer de jeneverbes met daartussenin andere bossen, moerassen en graslanden. Door deze veelvoud aan biotopen is het gebied natuurlijk ook zeer rijk aan flora en fauna. Enkele blikvangers waren Parnassia en Paardehaarzegge en bij de beestjes Grote vuurvlinder, 'gewone' en kleine tanglibelle, bever enz. enz. (en voor de insiders niet te vergeten wilde zwijnen).
- Mogelijk vergeet ik nu enkele goede gebieden maar de hiervoor genoemde waren wel de betere. Natuurlijk is in zo'n oostelijk gebied voor ons veel te zien en lijkt ieder berm, sloot of bosje wel iets leuks op te leveren met nog veel leukere dingen in de natuurgebieden die iedereen dan weer gaat bezoeken na tips van eerdere excursies. Misschien is het beter om op een volgend kamp met een inventarisatie-doelstelling een betere verdeling van de te bezoeken gebieden te maken zodat er van meer gebieden wat bekend raakt en niet zoals nu van slechts enkele zeer goede gebieden. Op die manier kunnen we dan misschien volledige gegevens leveren. Een andere, laatste aanbeveling is het maken van de gebiedsbeschrijving op kamp zodat de BL niet 6 maanden later avonden moet ploeteren en vechten met zijn geheugen.
Kaart 1.1 Ligging Recz in Polen
Kaart 1.2 Omgeving Recz en Kampterrein
Kaart 1.2 Locatie van de uitkijkposten in de omgeving Recz en Kampterrein
Pierre vd Wielen