The church of Recz, Gothic bricked St. Catharine Church Summary
In the summer of 1992 48 members of the JNM studied for one week biology at Recz, 60 km SE of Scezcin. After this summercamp this report was written. Recz is a small town on the hill, at left bank of Ina river. Around there are 3 remains of Wends castles. In the place there are remains of fortified walls built in Middle Ages as well as two gates: Choszczynska and Drawska – all are in good shape. There is also worth to see Gothic bricked St. Catharine Church.

Voorwoord

Zomer 1992 heeft een groep van 48 leden van de Jeugdbond voor Na­tuur- en Milieustudie (Nederland) in Polen een zomerkamp gehouden. Dit boekwerkje is een verslag van de biologi­sche activiteiten op dat kamp, nu al weer bijna drie jaar geleden.
Dit verslag heeft dan ook al een interessant en bloemrijk verleden.
In de nazomer van 1992 is een begin gemaakt met de verslaglegging van het zoog­dierenonderzoek dat heeft plaatsgevon­den op dit kamp. Oor­spronkelijk zou dit verslag namelijk verschij­nen in de vorm van een special van de Bos­muis, het biologisch blad van de Zoog­dieren­werkgroep (ZWG) van de bond. Op het Kerstkon­gres 1992 werd verzocht of ook waar­nemingen en verslagen van andere natuur­studie-onderwerpen geplaatst konden wor­den. De ZWG had hier geen bezwaar tegen. In de loop van 1993 kwamen langzaam steeds meer verslagen en soortenlijsten binnen. Ook begin 1995 kwam nog een verslag binnen. De verslagen over andere onder­werpen bleken echter zo uitgebreid, dat het niet passend zou zijn om het verslag een Bosmuis te noemen: het is 'gewoon' het Polen ver­slag geworden. Hoe mooi het ook is dat er zo veel verslagen kwamen, helaas leverden alle ijverige auteurs hun kopij handge­schreven of getypt in, zodat alles eerst ingetypt moest worden om op de computer verder te kunnen worden verwerkt. Dat overtikken van andermans (onleesbare) handschriften geen leuke maar wel een tijdrovende bezigheid is hoef ik waarschijn­lijk niemand te vertellen. De toen­malige redac­teur heeft helaas weinig tijd aan het Polen-verslag kunnen bes­teden. In de loop van 1994 heb ik zijn taak officieus overgenomen en al een groot deel van het typewerk verricht. Als officieel ZWG-redacteur maak ik nu af waar ik toen aan begonnen ben, zodat ik mijn aandacht vanaf nu weer volledig op het werkgroepsblad kan richten.

Hierbij bedank ik iedereen die aan dit Polen-verslag heeft meegewerkt: de auteurs, die zo netjes mogelijk hebben geschreven, Rene Kreeften­berg die een deel van het type-werk heeft gedaan en Martijn de Vries die met de kaarten en illustraties heeft geholpen. En diegenen die uiteindelijk de vermenigvuldiging en verspreiding van dit verslag op zich zullen nemen.



Hopelijk brengt dit verslag goede herin­neringen boven bij de toenmalige Polen-gangers en geeft anderen inspiratie Polen ook eens aan te doen. Ik wens de lezer veel leesgenot. Flag of the city of Recz, Pommeren  (In German it was called Reetz and part of Brandenburg)




Riemke Bitter

Deventer, mei 1995




Inhoudsopgave


Voorwoord.......................................................... 1

Inhoudsopgave................................................... 2

Inleiding .............................................................. 4

1 Ligging en gebiedsbeschrijving....................... 5
1.1 Ontstaansgeschiedenis..................................................................... 5
1.2 Hoofd excursiegebieden.................................................................. 5
1.3 Overige excursiegebieden ................................................................ 6
1.4 Kaart omgeving Recz ..............................................6

2 Vogels (Birds) ............................................................... 10
2.1 Inleiding en methode........................................................................... 10
2.2 Soortbespreking........................................................................... 12
2.3 De waarneming van een Steppenvorkstaartplevier( Glareola nordmanni ) ................................ 26
2.3.1 Toedracht..................................................................................... 26
2.3.2 Gegevens waarneming..................................................................... 26
2.3.3 Beschrijving................................................................................... 27

3 Libellen, Dragonflies ( Odonata) ............................................ 28
3.1 Inleiding ................................................................................................................. 28
3.2 De vangplaatsen....................................................................................................... 28
3.3 Bespreking vangsten................................................................................................. 28

4 Insekten ......................................................................... 31
4.1 Inleiding............................................................................................................... 31
4.2 Dagvlinders ......................................................................................................... 31
4.3 Zweefvliegen .......................................................................................................... 32
4.4 Overige vliegen/Insecten ............................................................................................................ 33

5 Waterbeestjes ................................................................ 34
5.1 Inleiding, vraagstelling en methode.................................................................... 34
5.2 Resultaten................................................................................................................ 34

6 Amfibieën en reptielen .......................................... 35
6.1 Inleiding...................................................................................... 35
6.2 Soortbespreking amfibieën.................................................................... 35
6.2.1 Salamanders................................................................................ 35
6.2.2 Padden........................................................................................ 35
6.2.3 Kikkers........................................................................................ 36
6.3 Soortbespreking reptielen...................................................... 38
6.3.1 Hagedissen.................................................................................. 38
6.3.2 Slangen........................................................................................ 38

7 Zoogdieren .............................................................. 39
7.1 Inleiding....................................................................................................... 39
7.2 Losse waarnemingen............................................................................... 41
7.2.1 Methode...................................................................................... 41
7.2.2 Resultaten.................................................................................... 42
7.2.3 Soortbespreking......................................................................... 44
7.3 Batdetectoronderzoek ............................................................................... 47
7.3.1 Methode...................................................................................... 47
7.3.2 Resultaten.................................................................................... 47
7.3.3 Soortbespreking......................................................................... 49
7.4 Vallenonderzoek ........................................................................................... 50
7.4.1 Methode...................................................................................... 50
7.4.2 Vegetatiebeschrijvingen.............................................................. 52
7.4.3 Resultaten.................................................................................... 56
7.4.3.1 Indi­viduen...................................................................... 56
7.4.3.2 Verplaatsingen............................................................. 57
7.4.3.3 Doodvangsten............................................................. 58
7.4.3.4 Nacht en dagactief....................................................... 60
7.4.3.5 Biotoopvoorkeuren..................................................... 60
7.4.4 Soortbespreking......................................................................... 63
7.5 Aandachtsgebieden...................................................................... 66
7.6 Conclusie ......................................................................................... 68
7.7 Dankwoord................................................................................. 69

Deelnemerslijst en KC......................................................................... 70
This photo shows the fish ponds and the camping site. It was a good place for birding and the camp area was
        owned by the owner from the fish pond. The fish pond was created in 1986 Inleiding

Dit verslag is een bundeling van een aantal verslagen, ge­schreven door diverse deelnemers aan het zomerkamp van de Jeugdbond voor Natuur- en Milieustudie (Nederland) in 1992 in Recz, Polen. Een waarschuwing vooraf voor de lezer is zeker niet overbodig: door verschillen in schrijfstijl van de auteurs zal niet elk deelverslag even gemakkelijk lezen. Soms is er ook niet veel te lezen: sommige verslagen zijn nauwelijks meer dan soortenlijsten. De interesse van de deelnemers ging kennelijk ook vooral uit naar beesten en beestjes; aan planten wordt weinig aandacht besteed.

Het eerste hoofdstuk is een algemene beschrijving van de omgeving en de bezochte excur­siegebiedjes. Hoofdstuk 2 is een vrij uitgebreid verslag van de vogelwaar­nemingen, met een korte bespreking van elk van de 154 waargenomen soorten en een meer gedetailleerd verslag van een bijzondere waar­neming, de steppen­vorkstaart­plevier. Hoofdstukken 3,4 en 5 zijn enkele meer beknopte verslagen over libellen, overige 'land'­insecten en een hibi-excursie. Hoofdstuk 6 is weer wat uitgebreider en bespreekt de waar­genomen amfibieën en reptielen. Het laatste, langste en meest ingewikkelde deel van dit verslag is Hoofdstuk 7, een zeer uit­gebreid verslag over zoogdieren. Dit deel is, voor het overzicht, uitgesplitst in losse waar­nemin­gen, vleermuizen en vallenonderzoek naar muizen. In de be­schrijving van het vallen-onderzoek naar muizen wordt ook op vegetatie-ken­merken ingegaan, de enige keer in dit verslag dat de planten aandacht krijgen. In het zoogdierenhoofdstuk worden ook nog enkele gedachten aan de (bescher­mings)­waarde van de natuur van Recz gewijd.

1 Ligging en gebiedsbeschrijving

Het Polen-kamp werd gehouden van 29 juli tot 12 augustus 1992 op een Karperkweke­rij ten zuidoosten van Recz. Recz ligt in de provincie Pommeren aan de grote weg Szczecin - Bydgoszcz ongeveer 35 km ten oosten van Stargard (zie kaart 1.1).

1 Ontstaansgeschiedenis

De naam Pommeren komt van het woord Pomorze dat letterlijk 'langs de zee' betekent, in dit geval de Oostzee. Pommeren bestaat uit een gordel van laagvlakten en het hoger gelegen Pojezienze Pomorskie, het Poolse grote meren gebied. Dit meren gebied is weer onder te verdelen in verschillende deelgebieden en het kamp werd gehouden in het gedeelte met de hoogste concentratie meren.

De eerder genoemde laagvlakten worden van elkaar gescheiden door, in de omgeving van het kamp vrij lage, stuwwallen met een hoogte variërend van 92 tot 180 meter bij Inskó. Dit kan omschreven worden als een zwak golvend landschap met wat heuvels ongeveer als Midden-Limburg. Toch is er een groot verschil tussen de Nederlandse en de poolse situatie, de Poolse stuwwallen zijn in de laatste ijstijd gevormd en de Nederlandse in de voorlaatste. Hierdoor zijn veel gevolgen van de ijstijd in het veld beter te herkennen, de stuwwallen met hun vooruitge­schoven morenen afgewisseld met smeltwater­vlaktes. Deze waren met name ter hoogte van Suliborz nog goed te zien en natuurlijk ook in het Inskó landschapspark. Een ander resultaat zijn de vele meren; door de stuwwallen afgedamde rivieren. In een oud stuwwallen­gebied zijn de wallen al lang door een deel van de rivieren doorbroken. Een ander voor ons belangrijk gevolg is de geringe erosie omdat ze nog maar relatief kort aan de elementen blootgesteld zijn. Hier kan men nog 'onge­repte' hellingbossen vinden met vele bronnetjes en stroompjes.

1.2 Hoofd-excursiegebieden

Het kampterrein, tevens het belangrijkste excursiegebied, lag aan het begin van een 2 km brede en zo'n 3 km lange vallei. De vallei zelf was vrij natuurlijk met uitzondering van enkele graanakkers, extensief gebruikte hooilanden en een deel van een uitgestrekt militair oefenter­rein. Het grootste deel van de hellingen is bebost met vochtige loofbossen. deze zijn zo vochtig door de vele bomen die her en der in de bossen ontspringen. Ze gaan verder als stroompjes die uitkomen in enkele van de visvijvers en andere voeden doorstroomvenen met hun ruige randvegetatie voor ze op hun beurt weer uitmonden in beken.

De bossen bestaan voor het grootste deel uit elzen, berken, essen en andere vochtminnende loofbomen. Dit zijn over het algemeen vrij lage bomen die zeer dichte bossen kunnen vormen, hierdoor waren de bossen plaatselijk vrij eenvormig maar zodra er een open plek o.i.d.gevonden werd was meteen een grote variatie aan andere struiken en planten te vinden met bijvoorbeeld veel moerasooievaarsbek, moesdistel en vele zeggesoorten. Rijk aan planten waren ook de oeverzones van stroompjes en beken met beide soorten goudveil, eenbes en dotters. De stroompjes en beken zelf waren opvallend arm aan planten maar de meren die ze voedden waren vaak wel weer rijk begroeid met veel riet, lisdodde en gele lis vegetatie en in het water fonteinkruiden en veenworteltapijten. Dit zijn over het algemeen planten van wat voedselrijker milieus, mogelijk veroorzaakt door het voederen voor de viskwekerij?

Naast viskwekerij werden deze meren nergens voor gebruikt al was het tijdens het kamp vaak erg luidruchtig bij één van de meren en werden daar vele kampdeelnemers in verregaande staat van ontkleding aangetrof­fen. Vast om de onderwaterflora en - fauna te bestuderen...

Buiten de vallei, richting Recz, lag een uitgebreid zwak golvend landbouw­gebied met enkele meer of minder grote viskweekvijvers, enkele kleine bosjes en een grote, al enkele jaren braakliggende akker.

Landbouw kun je hier lezen als graanteelt. Pommeren is (was) de graanschuur van Polen en tot recent ook van het G.O.S.

De graanakkers zijn veel armer aan onkruiden dan we gehoopt hadden maar toch nog veel rijker dan in Nederland. Enkele leuke soorten waren Rid­derspoor, Klokjes en Wilde Nigelle.

De meeste visvijvers waren te vergelij­ken met de al eerder genoemde meren al hadden ze wel een gevarieerder oever-begroeiing met els-wilgenstruweel (buidel­meer!). Een uitzondering was de grootste vijver, door ons de Karpervijver genoemd. Deze was aan drie zijden omringd door een hoge kade en liep aan de andere zijde uit tegen een heuvel, ons uitkijkpunt. Aan de binnenzijde van de kade en plaatselijk in het moerassige stuk onder aan de heuvel waren rietvelden te vinden die erg vogelrijk waren. In de vijver lagen ook enkele rieteilanden die door de grote droogte in '92 (van maart tot minstens in augustus geen regen en tot 35 °C) omringd werden door grote moddervlaktes. Geen wonder dat deze vijver ons iedere dag weer verraste met leuke vogels.

De bosjes waren niet echt bijzonder al is het feit dat in een ervan wat menselijke invloed in de vorm van naaldbomen aanwezig was het vermelden waard.

De braakliggende akker was zeer interessant. Deze was na de omwen­teling door onze kampboer aangekocht en deze beste man had er al 3 of 4 jaar niets meer op verbouwd zodat er nu een zeer fraaie steppe-achtige vegetatie a la Hongarije of Midden-Spanje te vinden was. Ook enkele zeer zeldzame en typerende soorten vonden het steppe-achtig genoeg en showden zich aan ons: Strobloem, wilde Averuit, wilde Nigelle en de fraaie veder­grassen. Dit zijn enkele soorten die nog te herkennen waren, door het zeer extreme klimaat op zo'n steppe/akker verdorren de meeste planten al in het begin van de zomer. Insekten en andere dieren, m.u.v. bijvoorbeeld zandha­gedissen, worden hier dan ook compleet weggeschroeid in de zomer of maken alleen gebruik van het gebied bij bewolkt weer of 's morgens vroeg. De enkele specialisten die het hier dan ook in de zomer volhouden waren voor ons allemaal superzeldzame soorten.

1.3 Overige excursiegebieden

- Bossen en meren gebied ten westen van Recz. Hier lagen uitgestrekte produktiebossen met vooral veel dennen en sparren. In het eerste deel van het gebied lagen ook enkele meren en hooilanden. Er zijn hier maar weinig excursies naar toe geweest maar deze leverden toch hele leuke waarnemingen op: broedende visarenden, kraanvogels en regelmatig ringslangen. bij een eventueel volgend bezoek is het aan te raden dit gebied beter te onder­zoeken met de nadruk op de eerste 3-5 km vanaf Recz.

- Veen bij Netkowo. Dit gebied ligt ong. 1,5 km ten zuidoosten van Netkowo wat weer 4 km ten oosten van Recz ligt. Het is een voormalig veen dat al lange tijd geleden afgegraven is en dit jaar een sterk verdroogde aanblik bood. Het is een zeer rijk gebied met leuke vogels als Kraanvogel, Rode wouw en Wielewaal, veel vossen, ruige planten zoals bijv. Engelse alant maar het is vooral van belang voor insekten. In de jonge berkenbosjes die op de vochtigere veenres­tanten zijn aangeplant waren vele soorten zweef­vliegen en andere diptera te vangen maar het is vooral goed voor vlinders: koninginnepage, minstens zes soorten parelmoervlinders (waaronder de Pallas parelmoer ofwel de Litauwse Keizersmantel) en rouwmantels. Een erg belangrijk gebied dat in mijn ogen gisteren al natuurgebied had moeten zijn.

- Rivierdal van de Drawno ten zuiden van Drawno.
Dit gebied is een van de beroemdste landschapsreservaten van Polen. De rivier wordt hier begeleid door een veelvoud aan bossen van allerlei types: bronnetjesbossen, broek­bossen, een soort ooibos met open stukken, veel populieren en weinig ondergroei, en op de hellingen een mengsel van eiken, beuken, haag­beuken en iepen. Kortom een zeer rijk en afwisselend gebied maar het bleek in de zomer voor flora en fauna niet echt interessant. De planten waren groten­deels uitgebloeid, de vogels zongen niet meer en de otters en bevers waren allang verstoord door andere dagjesmensen voor wij eens kwamen aankakken na een kolere eind fietsen. Beter geschikt voor een april/mei bezoek.

- Beekdal ten zuiden van Krepa. Eén van de mooiste gebieden die we op het kamp gezien hebben. Het ligt ± 40 km ten OZO van Recz aan de spoorlijn naar Walcz. Vanaf het station is het eerst een stuk door saaie grove den aanplant maar deze wordt al snel vergeten na aankomst bij het stuwmeer. Dit meer is het eindpunt van een ongelooflijk mooie beek met zeer afwis­selende vegetatietypen aan zijn oevers variërend van vochtig elzenbroekbos met kwelbronnetjes tot heischraal grasland met als bosvormer de jeneverbes met daartussenin andere bossen, moerassen en graslanden. Door deze veelvoud aan biotopen is het gebied natuurlijk ook zeer rijk aan flora en fauna. Enkele blikvangers waren Parnassia en Paardehaarzegge en bij de beestjes Grote vuurvlinder, 'gewone' en kleine tanglibelle, bever enz. enz. (en voor de insiders niet te vergeten wilde zwijnen).

- Mogelijk vergeet ik nu enkele goede gebieden maar de hiervoor genoemde waren wel de betere. Natuurlijk is in zo'n oostelijk gebied voor ons veel te zien en lijkt ieder berm, sloot of bosje wel iets leuks op te leveren met nog veel leukere dingen in de natuurgebieden die iedereen dan weer gaat bezoeken na tips van eerdere excursies. Misschien is het beter om op een volgend kamp met een inventarisatie-doelstelling een betere verdeling van de te bezoeken gebieden te maken zodat er van meer gebieden wat bekend raakt en niet zoals nu van slechts enkele zeer goede gebieden. Op die manier kunnen we dan misschien volledige gegevens leveren. Een andere, laatste aanbeveling is het maken van de gebiedsbeschrijving op kamp zodat de BL niet 6 maanden later avonden moet ploeteren en vechten met zijn geheugen.

Kaart 1.1 Ligging Recz in Polen


Recz is 60 SE from Szczecin

Kaart 1.2 Omgeving Recz en Kampterrein


Recz is situated in former 
        Brandenburg, currently Pommeren/Pomerze

Kaart 1.2 Locatie van de uitkijkposten in de omgeving Recz en Kampterrein


This map shows localities (A, B, C) near the fish ponds, that was  good place for birding

Pierre vd Wielen

Deelnemers Polen JNM Recz juli 1993



Bram Aarts
Stefan Barendse
Rutger Barendse (Balen, Belgie)
Sytze Bernardus (Friesland)
Jan Bisschop
Matthijs de Boer (Groningen)
Mieke Bon (Texel)
Bas van de Boogaard (Haarlem)
Matthijs Borst
Tineke Bosma (Nijmwegen)
Roel Brienen (Brazilie)
Addo van der Eijk (Groningen)
Angelique Geuze (kook)
Annet de Groot (Balen, Belgie)
Ellen Heersink (TL) (Groningen)
Marcel Hospers (Houten)
Andre Hospers (Groningen)
Hans Inberg (BL) (Groningen)
Martijn de Jong (BL) (Groningen)
Hein van Kleef (Nijmwegen)
Eline Kunst (Den Haag)
Arnt de Lange
Alma Leegwater (Heerhugowaard)
Kees van Lent
Waiwah Man
Yves Martens
Annemieke Memelink
Elsbeth Memelink
Heleen de Mul (Amsterdam)
Roef Mulder (Groningen)
Arthur Neggers
Niels Nijsingh
Maarten Onneweer (Den Haag)
John Reichwein (ping, University of Texax)
Egbert van Rijzingen (Utrecht)
Ewout Sala (Assen)
Katja Schaap (Groningen)
Ernest Smeets
Bert Storm (Groningen)
Chris van Turnhout (Nijmwegen)
Martijn Vogels (Nijmwegen)
Ellen Weide (TL) (Dieren)
Janneke Wessels
Pierre van der Wielen (BL)(Alkmaar)
Frank Willems ((Nijmwegen)
Anna Willemsen
Nienke van Willigenburg (Utrecht)
Ryette Zandt