Vogelwaarnemingen
in Biebrza en Bialowieza
11 juli - 26 juli 1998

Inleiding
In dit verslag zal ik van de gebieden die
wij in Polen bezocht hebben, degene met de
grootste ornithologische waarde bespreken. De meeste van deze zeven
gebieden liggen in één van de twee nationale parken die
in de afgelopen jaren in Polen opgericht zijn; die rond de rivier
de Biebrza, en het "oerbospark" rond Bialowieza. Deze zijn meestal
door meerdere excursies bezocht. Misschien zal blijken dat ik af en
toe voor de volledigheid ook een beschrijving van de vegetatie e.d.
geef, maar dat soort gegevens staat beter vermeld in andere
onderdelen van dit verslag. Een
complete
soortenlijst, met bij de bijzondere waarnemingen een specificering,
is aan het eind van het verslag te vinden.
Wanneer alle "interessante" vogelwaarnemingen die
we per gebied deden, genoteerd zou hebben, zou dit verslag gelukkig
wel eens erg lang kunnen zijn. Het is uiteindelijk echter een
globaal overzicht geworden. Volledigheid biedt dit verslag dus
niet.
De directe omgeving van de kampplaats in Wolka
Karwowska.
De kamplaats was ingesloten tussen enkele vrij
kleine meren in een cultuurgebied met traditionele landbouw. In.
dit gebied waren verschillende gewassen te vinden, bijvoorbeeld
tabak, aardappelen, gerst en haver. Tarwe kwam het meest voor op de
glooiende akkers. Net ten zuidwesten van het
kampterrein lagen wat (broek)bosjes. In deze bosjes waren Hop
(± 3 ex.) en grijskopspecht te vinden. Kenmerkende soorten
voor deze bosjes waren: boomklever, (taiga)boomkruiper, wielewaal
en verschillende mezen. Aan de randen kwamen geelgors voor
(veel!!), draaihals (schaars), grasmus, ooievaar. (vrij veel), af
en toe kraanvogels (niet meer dan tien) en grauwe klauwieren (naar
schatting zo'n 4 paar per 100 ha). Waarschijnlijk zullen hier in
het voorjaar ook veel loofzangers broeden als Noordse nachtegaal,
fitis, tjiftjaf, fluiter (er was aardig wat ondergroei) en afgaande
op waarnemingen elders naar alle waarschijnlijkheid ook grauwe
fitis en krekelzanger.
In het agrarische gebied kon je om de paar
honderd meter een paartje paapjes tegenkomen, een echt utopia dus
voor Nederlandse begrippen.
De meren in de buurt van de kampplaats waren ook
redelijk vogelrijk. Hier werden onder andere alle "gewone" meeuwen
geturfd (kok- storm- zilvermeeuw) en rond het meer 5 km, westelijk
van het kampterrein waren op één dag vijf (!) zeearenden
aanwezig en werden ook 2 bastaardarenden gezien, een soort die met
vijftien paar in heel Polen en 11 paar in het Biebrza-gebied
behoorlijk schaars te noemen is
Op het meer bij Barzce (6 km. noordelijk van het
kampterrein) werden ook nog enkele witoogeenden
waargenomen.
Bij het naaldbos zuidelijk van dit meer werden enkele
notenkrakers gezien en langs de rand van het meer zaten buidelmezen
en roodmussen, die we toch in totaal niet zoveel gezien hebben als
we verwacht hadden (vooral buidelmees viel tegen).
Een echte scoorsoort voor het gebied was de 4e
kj. steenarend die over het "arendenveld" tien km. ZO van Wolka
Karwowska vloog bij de grens van het nationaal park. Boven dit
gebied met akkertjes werden in een uur tijd zo’n twaalf
roofvogelsoorten waargenomen, waaronder1bastaardarend en meerdere schreeuwarenden. Hier in
de buurt was ook een hop aanwezig, en in een vochtige bosrand hier
vlakbij waren twee zingende krekeIzangers te horen
De Czerwone Bagno (rode
moerassen)
Dit gebied ligt net ten zuiden van de kampplaats en bestaat uit
enkele vrij grootschalige (boreale) bossen met vooral els, berk,
spar en grove dennen, afgewisseld door vrij uitgestrekte
moerasgebiedjes met zegges en her en der opslag van berk en ander
loofhout. Het gebied is vrij toegankelijk, mits er van tevoren
kaartjes gekocht worden bij de opzichter in L. Grzedy. Hiervandaan
zijn enkele wandelroutes van verschillende lengte uitgezet. De
langste van ongeveer 15 kin werd door onze excursie gelopen op 14
juli. Deze rood gemarkeerd route, voerde eerst door het bos naar
OZO.'
Tijdens dit eerste gedeelte van de wandeling werden soorten als
(taiga)boomkruiper, grauwe vliegenvanger, wielewaal, en allerlei
mezen (bijv. zwarte mees, glanskop en matkop) gezien. De soorten
die we overvliegend zagen, waren wat spectaculairder, nl. zeearend
(subad.) en zwarte ooievaar. Na het eerste gedeelte van de
wandeling die alleen door het bos voerde kwamen we aan bij een open
vlakte die ingesloten lag tussen de bossen. Deze vlakte was
begroeid met verschillende rietsoorten en wat jonge berkenboompjes.
Er vielen echter, ondanks intensief speuren, op één
onbestemde arendsoort na, geen leuke vogelsoorten te scoren, zodat
velen van ons nog steeds zochten naar de eerste zwarte ooievaar,
aangezien de eerste vandaag maar door een enkeling gezien was. Wel
waren er veel libelles en vlinders, wat met belette, dat we aan de
tweede etappe begonnen naar het zuidoosten, waar enkele mooie
uitkijkpunten zouden zijn. Op de weg daar naartoe viel er weinig te
noteren, alleen wat grauwe klauwieren.
Toen we op het eerste uitkijkpunt aangekomen waren (een scheve,
gammele, zeven meter hoge toren) kwam een hijgende autochtoon ons
vertellen dat bij de andere toren verderop een "elk" te zien was.
Na enkele benauwde minuten zagen we de eland hier inderdaad, maar
wat de vogels betreft moesten we toch onze hoop vestigen op het
laatste gedeelte van de tocht, die langs struikachtig terrein
voerde. Helaas voor een groot gedeelte van onze excursie hebben
alleen Hans V., Peter L. en Hans J. (vanwege hun lage looptempo),
de volgende soorten als "nieuw" kunnen noteren: sperwergrasmus,
waterrietzanger, een witrugspecht en een grauwe fitis.
De rest van de excursie zag echter nog wel mooi enkele
kraanvogels en een op klaarlichte dag baltsende houtsnip.
Naast deze excursie, hebben andere excursies in dit gebied nog
de volgende soorten opgeleverd: bastaardarend, schreeuwarenden (3)
een zwarte ooievaar en een onv. zeearend, allen bij de gedeeltelijk
gemaalde zeggenvlakte aan het eind van de route. Ook vlogen hier
regelmatig kraanvogels over.
De omgeving van Budy en Barwick (centrale gedeelte van
het nationaal park, tien km. ten oosten van de rivier de
Biebrza)
Dit gebied was duidelijk één van de mooiere die we
bezocht hebben. De "camping" waar we twee nachten sliepen (17-19
juli) leverde al meteen enkele soms mooi zichtbare grauwe fitissen
op, en op enkele honderden meters afstand was aan de rand van een
gemengd bos een paartje kleine vliegenvanger goed te zien. lets
verderop begon een grote vlakte met zegge en struiken en opslag van
verschillende loofbomen. Dit gebied strekt zich uit tot aan de
rivier de Biebrza.
Hier werden o.a. waargenomen: enkele zeearenden (1 juv. + 1
ad.), twee slechtvalken (hier een zeldzaamheid), roerdomp,
blauwborst, kraanvogels, meerdere zwarte ooievaars, houtsnip,
± 7 grote zilverreigers, waterrietzanger (in een gebied iets
zuidelijker zongen nog ± 10 ex.) en vrij veel moeilijk te
determineren arenden, waarvan enkele als "bastaard" bestempeld
werden. Verder vielen hier vooral 's avonds enorm hoge dichtheden
sprinkhaanrietzanger te noteren, en was er nog een enkele roodmus
en een duinpieper te zien rond onze vaste uitkijkstek, een houten
toren in het open veld, twee kilometer van de camping. Langs het
pad naar de toren lag de beroemde poelsnippen "lek" lek die,
doordat we veel te laat in het seizoen waren, helaas geen baltsende
poelsnippen meer opleverde.
De rivier De Biebrza
Over dit gebied weet ik niet bijzonder veel te vertellen omdat
ik zelf met meegedaan heb aan de kanoexcursies die op de rivier
zelf gehouden zijn. Soorten die hier waargenomen zijn: ijsvogel,
grote karekiet, roerdomp en natuurlijk zwarte sterns, hoewel de
meeste moerassterns al, waar al voor gevreesd was, half juli
verdwenen waren (zie stuwmeer van Symianowka).
Het oerbos van Bialowieza
Het meest westelijk gelegen laagland-oerbos van Europa bleef
voor ons ornithologen ondanks meerdere bezoeken een raadsel en
1. Het was geen voorjaar, en dus doodstil in het bos.
2. De Baptistenpastoor die als gids fungeerde voerde ons alleen
langs de "platgetreden paden" die ons als toeristen voorgeschreven
waren.
Ondanks deze ellende zijn toch aardig wat excursies erin
geslaagd om respectabele soorten waar te nemen als: 1. 1 1.
bastaardarend,
2. hop,
3. witrugspecht en ook
4. hazelhoen, de soorten van het oerbos waren vaak ook te zien in
het productiebos dat Bialowieza omsluit en zo'n 300 km2 groot
is.
De produktiebossen rond Bialowieza
Onder dit kopje versta ik ook de plaats Bialowieza (zo'n 8000
inwoners) dat enkele kilometers van de (met van gevaren ontblote)
grens met Wit-Rusland ligt. Het bos dat rond deze plaats ligt: heet
weliswaar productiebos, maar heeft absoluut niets weg van een
monocultuur, is zodoende erg gevarieerd en heeft op veel plaatsen
een rijke, soms vochtige ondergroei (vooral varens en bosbessen).
De belangrijkste
boomsoorten zijn grove
den, douglas, Amerikaanse eik, etc.
Bijna elke excursie is er hier in geslaagd hazelhoenders te
zien, een soort die vrij karakteristiek is voor dit bos en ook
redelijk talrijk. Andere soorten die in en rond deze bossen gezien
zijn gedurende de ("fiets")excursies zijn: schreeuwarend (vrij
talrijk), hop, witrugspecht, drieteenspecht, en een roepende
dwerguil bij de camping.
Grauwe fitissen (ook zingend) waren ook in de buurt van onze
tenten te vinden.
Het stuwmeer van Siemianowka
Dit ± 1500 ha grote meer dat in verbinding staat tot de
Narew-rivier, is een van de vogelrijkste gebieden in
oost-Polen.
Over de heenreis, die ondernomen werd over slechte, meestal
onverharde wegen, op zo mogelijk nog slechtere, fietsen zal ik maar
niet al te erg uitweiden (om intensivering van trauma's te
voorkomen). We deden in ieder geval vijf uur over een kilometer of
dertig, en dat zegt genoeg, lijkt me.
Aangekomen bij het meer was het uitkijken naar de ons in
reisverslagen beloofde soorten als citroenkwikstaart en poelruiter.
Deze soorten komen hier echter pas sinds kort tot broeden, en dan
alleen in zeer lage dichtheden (voor zover je bij ± 2 paar
over dichtheden spreken kunt) Deze soorten waren dus al vertrokken
of hadden zich goed verstopt, maar er was verder nog genoeg te
zien. Vooral een prachtige in een sloot foeragerende zwarte
ooievaar deed sommigen hun fotorolletje volschieten en ook een vlak
boven ons ("boomtophoogte") vliegende schreeuwarend was het
bekijken waard.
Aangezien de voornamelijk in winterkleed aanwezige moerasstems
massaal de overkant van het meer als foerageerplaats gekozen
hadden, was het niet eenvoudig er enkele witwang- en
witvleugelstems uit te halen. Ook werden hier een paar dwergstems
gezien, een soort die in Polen (in tegenstelling tot Nederland) ook
in het binnenland broedt.
In de slootjes rond het stuwmeer waren al aardig wat (± 10)
oeverlopers en enkele witgatjes te vinden. De waarneming van een
patrijs, enkele roepende kwartelkoningen (± 5) en een
(waarschijnlijke?) kleine klapekster net ten zuiden van Siemianowka
maakten de lange terugtocht wat draaglijker.
Besluit
Omdat we ons van tevoren redelijk goed georiënteerd hadden
aan de hand van reisverslagen en inventarisatieartikelen, wisten we
wel ongeveer in welke gebieden we bijzondere soorten konden
verwachten. Soorten die wel "getipt" waren, maar niet gevonden
werden, waren alleen Poelsnip (te laat en te droog) en verder
alleen nog wat zeer schaarse soorten als Dwergarend, Slangenarend,
Citroenkwikstaart, Struikrietzanger, Syrische bonte specht en
Poelruiter.
De waarnemingen uit dit verslag zijn voornamelijk bijeen
gesprokkeld door een harde kern van ± 10 vogelaars, te weten
Hans Verdaat, Hans van Oudheusden, Hans Wytema, ondergetekende,
Steven Wytema, Jasper Schut, Peter Lindenburg, Thor Veen, Maarten
de Groot en ("de Sloveniërs'). Zij waren vooral naar Polen
gekomen om te vogelen, en zoals jullie nu gelezen hebben ben je
daarvoor in de besproken gebieden aart het juiste adres. Ook
anderen waren natuurlijk flink
vogel-"minded" tijdens de
vaak "gemengde" excursies. Ik wil daarom tenslotte allen die
waarnemingen gedaan hebben, mogelijk gemaakt hebben (vnl. Thor en
Jesse) of doorgegeven hebben, hartelijk bedanken.
Dan volgt hier tenslotte nog een zo compleet mogelijke
soortenlijst van alle door ons in Polen waargenomen vogelsoorten.
Bij bijzondere of spectaculaire waarnemingen worden af en toe nog
wat details en/ of op- en aanmerkingen vermeld.
Hans Jansen
Oude Rijksstraatweg 83
941 BR Doom
- Fuut (Podiceps cristatus)
- Dodaars (Podiceps nigricollis)
- Aalscholver (Phalacrocorax carbo)
- Roerdomp (Botaurus stellarus)
- Grote zilverreiger (Egretta alba)
- Blauwe reiger (Ardea cinerea)
- Ooievaar (Ciconia ciconia)
- Zwarte ooievaar (Ciconia nigra)
- KnobbeIzwaan (Cygnus olor)
- Wilde eend (Anas platyrhynchos)
- Krakeend (Anas strepera)
- Pijlstaart (Anas acuta)
- Slobeend (Anas clypeata)
- Wintertaling (Anas crecca)
- Zomertaling (Anas querquedula)
- Tafeleend (Aythiaferina)
- Witoogeend (Aythia pyroca)
- Kuifeend (Aythiafuligula)
- Zwarte wouw (Milvus migrans)
- Rode Wouw (Milvus milvus) alleen onderweg in Duitsland
gezien.
- Grauwe kiekendief (Circus pygargus)
- Blauwe kiekendief (Circus cyaneus)

- Bruine kiekendief (Circus aeruginosus)
- Sperwer (Accipiter nisus)
- Havik (Accipiter gentilis)
- Wespendief (Pernis apivorus)
- Buizerd (Buteo buteo)
- Zeearend (Haliaeetus albicilla) NW van Wolka en bij
Budy.
- Steenarend (Aquila chrysaetos) ZW van Wolka bij
"arendenplek"
- Bastaardarend (Aquila clanga) Bij meer NW van Wolka en
verder nog wat minder duidelijke exemplaren bij Budy, Bialowieza en
de "arendenplek".
- Schrecuwarend (Aquila pomarina) praktisch overal, een in
Polen wijdverspreide en vrij algemene soort.
- Torenvalk (Falco tinninculus) schaarser dan in
Nederland. Boomvalk (Falco subbuteo)
- Slechtvalk (Falco peregrinus) Bij Budy twee exemplaren
op vrij grote afstand gezien op 18-7'98.
- Hazelhoen (Bonasa bonasia) in de bossen rond Bialowieza
geen ongewone soort. Door vrijwel alle excursies in week 2 gezien.
Patrijs (Perdixperdix)
- Kwartel (coturnix coturnix)
- Kwartelkoning (Crex crex) bij mijn weten in totaal zo'n
10 exemplaren gehoord. Bij Bialowieza (rand dorp) en bij de akkers
ten zulden van Slemyanowka.
- Klein waterhoen (Porzana parva) 1 ex. gehoord bij de
brug over de Biebrza bij Goniadz.
- Porseleinhoen (Porzana porzana)
- Waterhoen (Gallinula chloropus)
- Meerkoet (Fulica atra)
- Kraanvogel (Grus grus) een vrij algemene broedvogel in
het Biebrza-gebied.
- Kievit (Vanellus vanellus)
- Wulp (Numenius arquata)

- Regenwulp (Numeniusphaeopus)
- Oeverloper (Actitis hypoleucos)
- Witgatje (Tringa ochropus)
- Houtsnip (Scolopax rusticola)
- Watersnip (Gallinago gallinago)
- Kokmeeuw (Larus ridibundus)
- Stormmeeuw (Larus canus)
- Zilvermeeuw (Larus argentatus)
- Visdief (Sterna hirundo)
- Dwergstem (Sterna albifrons)
- Zwarte stem (Chlidonias mger)
- Houtduif (Columba palumbus)
- Holenduif (Columba oenas)
- Turkse tortel (Streptopelia decaocto)
- Zomertortel (Streptopelia turtur)
- Koekoek (Cuculus canorus)
- Velduil (Asioflammeus)
- Ransuil (Asio otus)
- Bosuil (Strix aluco)
- Dwerguil (Glaucudium passerinum) Dit betreft een claim
van een in de top van een spar
- roepend exemplaar bij Bialowieza op 22-7298.
- Gierzwaluw (Apus apus)
- IJsvogel (Alcedo atthis)
- Hop (Pupa epops)
- Draaihals (Jynx torquilla)
- Zwarte specht (Dryocopus martius)
- Grijskopspecht (Picus canus)
- Groene specht (Picus viridis)
- Middelste bonte specht (Dendrocops medius)
- Grote bonte specht (Dendrocops major)
- Witrugspecht (Dendrocops leucotos)
- Kleine bonte specht (Dendrocops minor)
- Drieteenspecht (Picoides tridactulus)
- Veldleeuwerik (Alauda arvensis)
- Boomleeuwerik (Lullula arborea)
- Oeverzwaluw (Riparia riparia)
- Boerenzwaluw (Hirundo rustica)
- Huiszwaluw (Delichon urbica)
- Boompieper (Anthus trivialis)
- Graspieper (Anthus pratensis)
- Duinpieper (Anthus campestris) Bij de toren bij Budy en
bij "de arendenplaats" ZO van de
- kampplaats telkens 1 ex..
- Witte kwikstaart (Motacilla alba)
- Gele kwikstaart (Motacilla flava)
- Winterkoning (Troglodytes troglodytes)
- Heggemus (Prunella modulares)
- Noordse nachtegaal (Luscinia luscinia) Bij het poeltje
bij de kampplaats is een zingend
- exemplaar gehoord's nachts aan het begin van week 1.
- Blauwborst (Luscinia svecica)
- Gekraagde roodstaart (Phoenicurusphoenicurus)
- Zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros)
- Paap (Saxicola rubetra)
- Tapuit (Oenanthe oenanthe) Een soort die hier onverwacht
niet algemeen is. Zelf heb 1k alleen
- een paartje op een akker bij Siemianowka gezien.

- Merel (Turdus merula)
- Kramsvogel (Turduspilaris)
- Zanglijster (Turdus philomelos)
- Grote lijster (Turdus viscivorus)
- Snor (Locustella luscinioides)
- Krekelzanger (Locustellafluviatilis)
- Sprinkhaanrietzanger (Lucustella naevia)
- Grote karekiet (Acrocephalus arundinaceus) o.a. bij de
vIakte net ten noorden van de ingang van
- de Czerwone Bagno.
- Rietzanger (Acrocephalus schoenobaenus)
- Waterrietzanger (Acrocephalus paludicola)
- Bosrietzanger (Acrocephalus palustris)
- Kleine karekiet (Acrocephalus scirpaceus)
- Spotvogel (Hippolais icterina)
- Tuinfluiter (Sylvia borin)
- Braamsluiper (Sylvia curruca)
- Grasmus (Sylvia communis)
- Zwartkop (Sy,lll,ia atricapifla)
- Sperwergrasmus (Sylvia nisoria) Van deze soort werden
verschillende "dubieuze"
- gehoorwaarnemingen gedaan. Alleen bij de Czerwone Bagno en bij
Bialowieza een paar zekere
- waarnemingen.
- Fluiter (Phylloscopus sibilatrix)
- Fitis (Phylloscopus trochilis)
- Grauwe fitis (Phylloscopus trochiloides) Bij Budy en
Bialowieza meerdere (zingende)
- exemplaren)
- Tjiftjaf (Phylloscopus collybita)
- Goudhaan (Regulus regulus)
- Vuurgoudhaan (Regulus ignicapillus)
- Bonte vliegenvanger (Fidecula hypoleuca)
- Withalsvliegenvanger (Fidecula albicollis) Bij het
parkje voor de ingang van Hotel IWA (bij het
- oerbos) werd op 22-7-'98 cen I e kj. gezien.
- Grauwe vliegenvanger (Muscicapa striata)
- Kleine vliegenvanger (Ficedula parva) BiJ Budy werd op
19-7-'98 cen paartje waargenomen.
- Buidelmees (Remizpendulinus)
- Glanskop (Parus palustris)
- Matkop (Parus montanus)
- Kuifmees (Parus cristatus)
- Pimpelmees (Parus caeruleus)
- Koolmees (Parus major)
- Zwarte mees (Parus ater)
- Staartmees (Aegithalos caudatus)
- Boomklever (Sitta europaea)

- Boomkruiper (Certhia brachydactyla)
- Taigaboomkruiper (Certhiafamilaris)
- Grauwe klauwier (Lanius collurio)
- Kleine klapekster (Lanius minor) Bij Slernianowka werd
gedurende korte tijd hoogst waarschijnlijk een adult wijfje
gezien.
- Klapekster (Lanius excubitor) o.a. een exemplaar bij de
brug over de Biebrza (bij Goniadz).
- Spreeuw (Sturnus vulgaris)
- Wielewaal (Oriolus oriolus)
- Gaai (garrulus glandarius)
- Notenkraker (Nucifraga caryocatactes) o.a. bij Barcze
enkele exx.
- Ekster (Pica pica)
- Kauw (Corvus monedula)
- Raaf (Corvus corax)
- Kraai (Corvus corone)
- Bonte kraai (Corvus cornix)
- Roek (Corvusfrugilegus)
- Ringmus (Passer montanus)
- Huismus (Passer domesticus)
- Vink (Fringilla coelebs)
- Appelvink (Coccothraustes coccothraustes)
- Europese kanarie (Serinus serinus) In oost-Duitsland
iets algemener dan in Polen, vooral voorkomend bij
treinstations.
- Sijs (Carduelis spinus)
- Groenling (Carduelis chloris)
- Putter (Carduelis carduelis)
- Goudvink (Pyrrhulapyrrhula)
- Kneu (carduelis cannabina)
- Roodmus (Carpodacus erythrinus)
- Kruisbek (Loxia curvirostra)
- Grauwe gors (Miliaria calandra)
- Ortolaan (Emberiza hortulana) enkele exx., helaas geen
ad. mannetje, werden gezien in het agrarisch gebied ± 5 km. W
van de kampplaats.
totaal aantal soorten: 161
Literatuur:
- Reisverslagen van
Stichting Wolka
- Libellen
van Biebrza en Bialowieza zoka JNM 1998
- Vogels van
Biebrza en Bialowieza zoka JNM 1998
- Vlinders
van Biebrza en Bialowieza zoka JNM 1998
-
Vogels van Biebrza en Bialowieza Avifauna Groningen mei 2001
.
-
Ecotourist services Biebrza en Bialowieza 10 t/m 18 mei
2003.
-
Ecotourist services Biebrza en Bialowieza 1 t/m 5 oktober
2003.
-
Stichting Wolka Reisverslag Polen 27 april – 6 mei
2001.
-
Stichting Wolka Plantenlijst 27 april – 6 mei 2001.
|
|