Met de rug tegen de Muur
Muurplanteninventarisatie van de Diepen Ring
Een onderzoek naar het voorkomen van muurplanten in het centrum van de stad Groningen in 1998
Werkgroep Stadsinventarisatie Groningen
Plantenwerkgroep KNNV Groningen

Muurplanteninventarisatie van de Diepen Ring
Index
Samenvatting
Inleiding
Onderzoeksgebied
Wat is muurvegetatie ?
Methode
Soortbeschrijvingen
Tongvaren (Asplenium scolopendrium)
Steenbreekvaren (Asplenieum trichomanes)
Vijg (Ficus carica)
Gele helmbloem (Pseudofumaria lutea)
Muurvaren (Asplenium ruta-muraria)
Muurleeuwebek (Cymbalria muralis)

Colofon
Redactie :
Andre Hospers
Waarnemers
Jenny Hendriks
Willem Stouthamer
Roel Douwes
Edwin Dijkhuis
Roland Jalving
Andre Hospers, Edwin Dijkhuis, Roland Jalving e.a. Met de rug tegen de muur, Muurinventarisatie van de Diepen Ring, 1999, Gemeente Groningen
Trefwoorden : Muurplanten, Muurvegetatie, Urbaan district, Binnenstad, Groen, Groningen, Diepenring, Tongvaren, Vijg, Planteninventarisatie, Grachtengordel, Natuur in de Stad
Samenvatting
In dit rapport wordt een overzicht gegeven van
de muurvegetatie die in de stad Groningen op de diepenring -de
grachtengordel in de binnenstad- aangetroffen is. Ook worden oude
vondsten en de aanwezigheid van muurflora in de provincie
behandeld. Daarnaast wordt uitgelegd wat muurplanten zijn, welke
waarden ze vertegenwoordigen en waarom ze van belang zijn. Ook
wordt beschreven hoe ze bewaard en beschermd kunnen worden.
Tijdens onze inventarisatie is gebleken dat veel woonbootbewoners
de vegetatie een warm hart toe dragen. In de compacte binnenstad
is weinig ruimte voor natuur. Naast de belangrijke rol die de
diepenring speelt in de waterhuishouding is ook voor de
diepenring een belangrijke rol weggelegd voor de muurvegetatie. 
De stad Groningen is om meerdere redenen uniek, het is een apart urbaan eiland op een zandrug omringd met klei. De gebruiksdruk van de stad is hoog en de omgeving hard en stenig met weinig groenstructuur waarvan de singels met beplanting de belangrijkste is. Door het toegenomen onderhoud en het gebruik van harder cement bij het restaureren van muren en kaden gaat deze vegetatie helaas achteruit.
Verder lijdt de vegetatie van de regelmatig terugkerende strenge winters en komt de vegetatie vaak maar langzaam tot ontwikkeling. Door ondersteunende maatregelen kan de muurvegetatie verbeterd worden. Voorgesteld wordt om binnen de unieke diepenring de Noorderhaven, Museumbrug en Winschoterdiep aan te wijzen als natuurgebied en door aangepaste beheersmaatregelen te beschermen. Door bepaalde steensoorten te gebruiken en in plaats van het harde Portland cement het zachtere kalkcement te gebruiken kunnen ook in de toekomst bij restauratie nieuwe vestigingsplaatsen worden gecreerd.
Tijdens de in 1998 uitgevoerde inventarisatie werd een redelijk uitgebreide vegetatie van Muurvaren, Steenbreekvaren, Tongvaren, Muurleeuwebekje en Vijg samen met begeleidende soorten als Muurpeper, Stekelvarens en Plat beemdgras aangetroffen. Gele helmbloem werd niet op de diepenring aangetroffen maar werd wel meerdere malen in de binnenstad waargenomen. De muurvegetatie van de diepenring is in vergelijking met andere steden als Utrecht, Amsterdam en Maastricht matig ontwikkeld. Waarschijnlijk zijn het de kleine oppervlakte kleine geschikte gebied, de noordelijke ligging van Groningen en de strengere winters nadelig voor een optimale muurflora. Ook ontbreken een aantal soorten, die elders in de provincie wel aangetroffen worden (Zwartsteel in Kiel-Windeweer, Groensteel in Musselkanaal). Hoewel echt zeldzame soorten niet aangetroffen zijn was de muurflora zeker niet onder verwachting.
Groningen
Met de rug tegen de muur
Dit verslag gaat over natuur dichtbij, op de muur vlakbij uw auto. Bij alle gevonden vindplaatsen van muurplanten was het mogelijk om de klok op een van de kerktorens te zien. Het zal u dan ook niet verbazen dat we altijd op tijd konden beginnen en nooit te laat thuis waren. Ook de goede bereikbaarheid van het onderzoeksgebied, bijna hartje centrum, maakte dit mogelijk. Niet alleen de Drentse Aa, het Reitdiep gebied, het Zuidlaardermeer of de Eelder en Peizermaden bevatten interessante flora, ook de stad Groningen is een Natuurgebied - inderdaad, met hoofdletter - van formaat. Mocht u ooit nog weer door de stad lopen, kijk dan rond en weet dat u niet de enige stadsbewoner bent en dat de natuur ook bij uw deur kan beginnen. Wij hebben vooral gekeken naar vegetatie op de grachtengordel van Groningen, de diepenring. Dit natuurgebied is ontstaan uit de verdedigingswallen en de daarbijhoorende greppels van de 12e-14e eeuw. In de 18e eeuw zijn door de toegenomen havenactiviteiten de wallen langs de diepen verstevigd en verstenigd. Zo zijn uit de walletjes van toen de muren van tegenwoordig ontstaan, met hun typische flora.
Helaas worden deze bijzondere planten bedreigd. Bij restauratie, gebruik van harder cement en herstelwerkzaamheden wordt weinig aandacht besteed aan deze planten, waardoor ze verdwijnen. De -vaak beschermde !- muurflora staat soms letterlijk met de rug tegen de muur.
Index
Met de rug tegen de muur
Muurplanteninventarisatie van de Diepen Ring
Index
Met de rug tegen de muur
Samenvatting
Inleiding
Onderzoeksgebied
Wat is een urbaan district en wat is muurvegetatie ?
Methode
Soortbeschrijvingen

Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes) beschermd
Vijg (Ficus carica)
Gele helmbloem (Pseudofumaria lutea) beschermd
Muurvaren (Asplenium ruta-muraria) beschermd
Muurleeuwebek (Cymbalria muralis)
Part 2 Bomen
Part 3 Mossen
Conclusie
Beschermingsplan/Hoe muurplanten van de Stad Groningen te beschermen
Literatuur
Bijlage
Tabel 2 Karakteristieke Nederlandse muurflora
Tabel 3 Varens bij Musselkanaal, in de provincie Groningen
Tabel 4 Muurplanten op waterkerende muren van Utrecht, Amersfoort, Haarlem, Groningen en Amsterdam
Bijlage : Op de drie rijkste vindplaatsen zijn opnamen gemaakt van mossen en korstmossen.
Opname 1 Noorderhaven - Oost, bakstenen muur met grote basalten hoekstenen. Noordkant van Spilsluizen bij de tongvaren, expositie op het zuiden.
Bijlage Vegetaties in
Musselkanaal toen en nu 
Bijlage Karakteristieke muurmossen
Tabel 7 Enkele veel voorkomende plantesoorten op muren met standplaatsfactor
Bijlage .. Gunstige mortels volgens Gorteria 23 (1997)
Groningen is niet bepaald bekend is om zijn muurvegetatie. Een reden hiervoor is de slecht mate waarin de muren in Groningen onderzocht zijn. Aan de hoeveelheid kerken kan het niet liggen, het Noorden en Oosten van de provincie staan er vol mee. Ook de stad Groningen heeft veel oude muren en kaden. Toen we aan dit onderzoek begonnen was hier nog weinig van bekend.
Een groep floristen heeft in 1998 besloten om de stad Groningen op planten te inventariseren. Naast een volledige inventarisatie van de stad is ook een tweetal dagen specifiek gekeken naar de muurflora in de Stad Groningen, en met name de diepenring kreeg de volledige aandacht. Wat is nu een diep(enring) ? Wat in de rest van Nederland een gracht heet, heet in het Noorden een diep zodat de Amsterdamse grachtengordel een synoniem is met de Groninger diepenring. Voorbeelden in de naamgeving zijn Hoendiep, Reitdiep (Het Groningse gedeelte van de Hunze), Schuitendiep, Damsterdiep, Lopende diep en Winschoterdiep.
Deze stadsinventarisatie is vergeleken met andere stadsinventarisaties - Eindhoven, Amsterdam, Amersfoort, Maastricht en Utrecht - in Nederland. Hoewel de (muur) flora van de stad Groningen niet eerder in de literatuur beschreven is bleek bij de locale floristen wel een aantal plaatsen bekend te zijn met muurvegetatie. Een goed voorbeeld is de Groensteel in Musselkanaal en de tongvaren bij het Groninger museum/NS-station.
We wilden door dit onderzoek de aanwezigheid en de kwaliteit van de muurflora van Groningen onderzoeken, zodat dit kan bijdragen aan een betere bescherming en instandhouding van de muurvegetatie. Hieronder wordt in het kort ingegaan op de begrippen urbaan district en muurplanten.
Het urbaan district
Het onderzoeksgebied, de stad Groningen en dan
met name de diepenring, wordt straks itgebreid besproken. Maar
wat is nu een kenmerkende vegetatie voor een stad gelegen op een
zandrug ? Speelt de oorspronkelijke bodem en het klimaat dat van
nature voor kwam nog wel een rol in een door mensenhanden
gecreerde omgeving ? Sinds kort wordt aangenomen dat in een stad
een specifieke flora aangetroffen kan worden, zo specifiek dat
dit door Vreeken e.a. (1994) als een specifiek plantendistrict
word aangemerkt. Planten tonen onderling verschillen in
geografische verspreiding. Op grond van onderlinge overeenkomsten
tussen de verspreidingpatronen van de verschillende
plantensoorten worden gebieden - die floradistricten heten -
onderscheiden zoals voor de stedelijke omgeving het Urbane
district. Volgens deze specificatie (zie kader) valt ook de
stad Groningen onder dit district. Een onderdeel van dit
stedelijk gebied zijn natuurlijk de muren, een substraat waar de
grond niet horizontaal maar verticaal ligt.
| Het Urbaan district |
| Het urbaan district wordt gekarakteriseerd door
vreemde soorten (adventieven), een aparte bodem (stenen
substraat) en een afwijkend warmer klimaat waardoor
warmteminnende en vorstmijdende soorten een betere
overlevingskans wordt geboden. Kenmerkende soorten : Groot glaskruid, Stijve windhalm, Tenger vetmuur, Vijg, Vlinderstruik Muurplanten : Muurleeuwebekje, Varens, Klein glaskruid, diverse amaranten, Liefde grassen Verder ook Bosrank, Stinkende ballote, Hartgespan en IJzerhard. |
De Gemeente Groningen
Ontstaan
De stad Groningen is al vrij oud, al sinds de jaartelling woonden mensen op de plek aan het einde van de Hondsrug, begrensd aan weerszijden door moerasvlakten van de Hunze en de Drentse Aa.
Groningen wordt voor het eerst genoemd in 1040 en in de 13e eeuw werd een zelfstandig stadsbestuur gevormd.
De diepenring dateert nog uit de Middeleeuwen en heeft honderden jaren (1300-1700) de grens van de stad bepaald. De 15e eeuw was voor Groningen de Gouden Eeuw voor met name de graan en bier handel. De Korenbeurs aan de Vismarkt was destijds het belangrijkste centrum voor het verhandelen van graan in Nederland. In het begin van de 17e eeuw begon een nieuwe bloeitijd van de stad Groningen. De stad werd van nieuwe vestingwerken voorzien -Het restant is het huidige Noorderplantsoen- waarbij haar oppervlak bijna verdubbelde. Dit gebeurde mede vanwege de dreiging van de 80 jarige oorlog. In 1672 hebben de nieuwe verdedigingswallen, samen met de grachten, nog een belangrijke rol gespeeld. In de oudste stadsplattegrond van Groningen (1567) is reeds een dichtbebouwde stad te zien binnen de diepenring.
Zie figuur 1 De stad Groningen in 1567.
Westelijk deel van de diepenring (Hoge en Lage der Aa, Pottebakkersrijge).
In de 12e eeuw werd de Drentse Aa omgeleid zodat de Aa tussen de huidige Lage en Hoge der Aa stroomde. Hier ontstond toen het handelscentrum van Groningen. Bij laag water werd aan de lage kade gelost en bij hoog water aan de Hoge der Aa. Alle huizen stonden ook op de hoge oostzijde zodat bij hoog water de huizen droog bleven. We zagen bij de inventarisatie dan ook hoge stoepen bij de ingangen van deze herenhuizen zodat het water niet via de voordeur naar binnen kon stromen. Aan de Lage der Aa waren 400 jaar geleden veel bierbrouwerijen die het water uit de Aa haalden, maar een recente poging de brouwerijen nieuw leven in te blazen slaagde niet.
Noordelijk deel van de diepenring (Noorderhaven, Spilsluizen)
De verbinding tussen Oost en West werd in de 15e eeuw aangelegd waarbij Spilsluizen en Noorderhaven ontstonden.
Noorderhaven was vroeger veel in gebruik ...... daarna werd het vooral een graanhaven, veel pakhuizen waren dan ook graansilos. Hier is nog het aandeel dat de stad Groningen met Middelburg en Amsterdam in de West Indische Compagnie(WIC) had te zien. Op sommige gebouwen is nog te lezen dat ze aan de WIC behoorden. Tot 100 jaar geleden was de Noorderhaven de belangrijkste haven maar na de opening van de Oosterhaven (1900) raakte de haven in verval. In 1860 had zelfs de meerderheid van de Nederlandse zeeschepen de provincie Groningen als thuishaven.
Een deel van de kaden, bijvoorbeeld het Lopende diep en de Spilsluizen, bestaat uit een eb-kade en een 2 meter hoger gelegen vloedkade. Vaak was ook de vloedkade niet hoog genoeg en liep dit gedeelte van Groningen onder. Doordat Groningen via het Reitdiep tot 1877 in open verbinding met de Zee stond werden hier speciale eb en vloed kades aangelegd om het laden en lossen van de schepen bij verschillende waterstanden mogelijk te maken. De veren naar Ameland en Schiermonnikoog vertrokken bij Noorderhaven. Toen de sluizen bij Zoutkamp klaar waren verdween het tijverschil en moest vanaf Zoutkamp vertrokken worden.
Zuidelijk deel van de diepenring
Dit is het bekendste gedeelte van de stad
Groningen, ook al is het Groninger museum nog zeer jong,
gezichtsbepalend is het in de afgelopen paar jaar wel geweest.
Niet alleen het Groninger museum is jong, dit is het geval voor
alle zuidelijke delen van de diepenring. Het sinds eind 18e eeuw
gedempte Zuiderdiep en Kattendiep waren ook de laatst gegraven
grachten van de diepenring en werden het eerst gedempt om plaats
te maken voor het brede Verbindingskanaal voor het Centraal
Station Groningen langs. Het verbindingskanaal dateert uit 1870
en is ontstaan door de hier liggende oude vestinggrachten te
kanaliseren. Het nieuwe kanaal zou de vervanger worden voor het
verdwijnen van het Zuider- en Kattendiep. Dit verbond het
Eemskanaal en de Oosterhaven met de Wester- en Noorderhaven. Het
Verbindingskanaal bleek al snel te smal en heeft nooit een grote
economische betekenis gekregen. Nog steeds is Groningen een stad
aan het water, alleen vervullen de Hoornse plas en het
Paterswoldse meer deze functie en is het vooral voor recreatie.
Samen met het Hoendiep is de kade bij het Groninger museum de
enige basalten kade van Groningen. Dit was bij locale floristen
altijd al een bekend en zeer goed te bereiken vindplaats voor de
Tongvaren en Muurleeuwebek.
Oostzijde van de kaden (Schuitendiep)
Ook aan de oostkant werd in de 14e eeuw de stroom, de Hunze, afgetapt en langs het Schuitendiep geleid. Pas in de 15e eeuw werd een verbinding , de Spilsluizen gemaakt. Uitbreiding van de stad vond vooral op de Hondsrug (Noordwest -Zuid oost richting) plaats.
De bakstenen muren die onderzocht zijn dateren uit midden van de vorige eeuw. Hierna is nog veel onderhoud gepleegd. Een vijftiental jaar geleden is Spilsluizen nog grootschalig gerestaureerd.
Muurtypen
Doordat het regenwater van het dak via regenpijpen afgevoerd wordt zijn muren van gebouwen vaak zo droog dat de zaden en sporen geen kans hebben om te ontkiemen. Hierdoor komt muurbegroeiing vaak alleen voor op muren grenzend aan water (kademuren) of muren die door achterliggend water gevoed worden (lekkende regenpijpen of door water dat afkomstig is van het achterliggende gronddek.
De meest aangetroffen muurtypen in Groningen vallen onder de bakstenen muren. (Zie tabel 1) Deze dateren uit midden van de vorige eeuw. Hierna is op ad hoc en soms grootschalige projecten nogal wat aan de diepenring veranderd. Hierdoor is de huidige ouderdom van de diepenring een lappendeken van recent tot zeer oud. In de Noorderhaven kan de kademuur opgedeeld worden in muren aan het water (ebkade) en de hoger gelegen vloedkade die niet aan het water gelegen is. Echt hoge kaden van meer dan anderhalf, twee meter zijn in Groningen niet aanwezig.
In de stad Groningen is weinig basalten kademuur aanwezig, de belangrijkste ligt tussen het Groninger museum en Centraal station Groningen, bij het fietsbruggetje. Het is slechts 40 m lang. De andere plaats is het Hoendiep.
Basaltglooingen zijn aanwezig in o.a. het Stadpark (muurleeuwebek) en langs van Starkenborgh kanaal. Meestal is een voedselrijke ruderale begroeing aanwezig. Lage muurtjes zijn voornamelijk rijk aan muurvarens en komen de provincie voor
Tabel 1 Typologie van muren die begroeid kunnen raken met muurvegetatie
| Ligging | Materiaalsoort | Subtypen | Lengte (m) in Stad | |
| a1 | verticaal | bakstenen | wel of niet aan water en | |
| a2 | verticaal | bakstenen | wel of niet groter dan 1m | |
| b | verticaal | basalt stenen | classificatie
op leeftijd/ hoogte/waterkerend ja/nee |
|
| c | schuin | basaltglooiingen | Van Starkenborghkanaal | |
| d | overig | betonnen muren | Oosterkade? | |
| e | horizontaal | Bovenste van lage muurtjes | kerkhoven, perons, oude gebouwen | |
ref 1
Op alle andere typen muren kan eigenlijk alleen muurleeuwebekje zich handhaven. De zogenaamde stapelmuren uit Ierland en Frankrijk zonder voegmiddel spelen in Nederland geen rol van betekenis. Van oorsprong waren de kaden beschoeid en later, zoals Tabel 2 laat zien, werden allerlei verschillende soorten cement gebruikt.
Tabel 2 Opbouw van de Groningse kaden en muren in de tijd
| Tijdsperiode | Opbouw oevers | |
| a | tot 1600 | Houten beschoeiingen |
| b | 1600 tot 1870 | Muren met kalkspecie |
| c | 1870 tot 1910 | Muren met basterdportlandspecie I |
| d | 1900 tot 1930 | Muren met basterdportlandspecie II |
| e | 1930 tot heden | Muren met portlandspecie |
| Basaltstenen muren |
ref 1 p 31
Opvallend is dat kadewanden die uit
basaltstenen bestaan vaak goede vegetaties bevatten. Dit komt
doordat tussen de grote basaltstenen met hun grillige vormen vaak
grotere voegen -dus meer vestigingsmogelijkheden- hebben en deze
muren door hun grote stenen vaak steviger zijn. Hierdoor is
restauratie minder vaak nodig. Doordat minder vaak restauratie
plaatsvindt hebben muurplanten meer tijd om een goede vegetatie
te ontwikkelen.
De in ons land voorkomende muurplanten zijn vaak van nature rotsplanten die in de muren een alternatieve groeiplaats vonden. In beide gevallen heeft het microklimaat sterk wisselende temperaturen en is het vaak droog wanneer het op de zon geëxponeerd staat, is de standplaats juist op het noorden dan is het vaak licht arm, vochtig en schommelt de temperatuur juist relatief weinig. Het leven op een muur is dan ook slechts voor een twintigtal soorten weggelegd. Daarnaast zijn er natuurlijk ook muurbegeleidende soorten. Droge muren (van gebouwen) bevatten vaak geen planten omdat de zaden door de droogte niet tot ontkieming kunnen komen. De rijkste vegetaties worden daarom vaak aangetroffen bij waterkerende muren of zandkerende muren waar water via de grond kan komen. Andere standplaatsen zijn stadswallen, werfmuren, waterputten, kerkhofmuren en ruïnes. Ook het cement is van doorslag gevende invloed : Het huidige Portland cement (1930) is harder dan al zijn voorgangers (kalkcement, basterdportlandcement). Het zachtere witte kalkcement biedt veel betere mogelijkheden .Vandaar dat op de oude diepenring (1500) nog zoveel soorten aangetroffen zijn. - alle kaden stammen toch uit die periode?; wat is dan de oudere diepenring?
Tabel 2 Karakteristieke Nederlandse muurflora
| Echte muurplanten | Karakteristiek begeleiders |
| Blaasvaren* | Brede eikvaren |
| Genaalde streepvaren | Gebogen driehoeksvaren |
| Muurvaren | Gewone eikvaren |
| Rechte driehoeksvaren* | Mannetjesvaren |
| Schubvaren* | Moerasvaren |
| Steenbreekvaren* | Smalle stekelvaren |
| Tongvaren* | Stijve naaldvaren |
| Zwartsteel* | Wijfjesvaren |
| Groensteel | |
| Gele helmbloem* | Blauw glidkruid |
| Grote leeuwebek | Koningskaars |
| Klein glaskruid* | Liggend vetmuur |
| Muurleeuwebek | Moederkruid |
| Plat beemdgras | Muurpeper |
| Vijg | Muursla |
| Pijlscheefkelk | Steenkruidkers |
| Muurbloem | Knolsteenbreek |
| Klein glaskruid | Stinkende gouwe |
| Stijf hardgras | Wolfspoot |
| Plat beemdgras | |
| Stengelomvattend havikskruid | |
| Vlinderstruik | |
| Muurhavikskruid | |
| * = beschermd |
Kenmerkende soorten zijn vooral Aspleniacea en Dryopteridaceae : Zwartsteel, Steenbreekvaren, Blaasvaren, Rechte driehoeksvaren, Tongvaren, Muurvaren. Karakteristieke muurmossen zijn volgens vegetaties van Nederland Muursterretje, Zijdemos en Muursnavelmos. Deze soorten zijn aangepast aan grote schommelingen van temperatuur en water. Bovendien zijn ze ook in staat deze moeilijke plekken te bereiken doordat hun sporen licht zijn. Kenmerkende vaatplanten zijn Gele Helmbloem, Muurbloem en Stengelomvattend Havikskruid. Opvallend is dat de vaak aangetroffen bloemplanten meestal sierplanten zijn die doorgaans ver van hun natuurlijke oorsprong verwilderd zijn.
Verder heb je nog classificatie van Muurplanten
: droogte minners (Muurvaren,Tripmadam, Muurpeper, Smalle
stekelvaren, Steenbreekvaren) ten opzichte van de verliezende
vochtminnaars (m.n. Moerasvaren, Wijfjesvaren, Gebogen
driehoeksvaren, Blaasvaren en ook de Tongvaren, die vooral in een
jong stadium hier erg afhankelijk van is en Gele helmbloem).
Schubvaren, Muurvaren, Steenbreekvaren, Tongvaren en Muurleeuwebek zijn gebonden aan een humusarme muur terwijl op de meer humus rijke en vaak niet horizontale muur Muurbloem, Gele helmbloem en Platbeemdgras kan worden aangetroffen. Op plaatsen waar veel humus en voedingsstoffen (voedsel rijk regen of straatwater, denk aan honde poep) zich verzamelen ontkiemen de begeleidende soorten.
Begeleidende soorten (geen echte muurplanten):
Robertskruid, Moederkruid, Muursla, Reukloze kamille, Zwart tandzaad, Blauw glidkruid, Wolfspoot.
Successie
Het ontstaan van een goede muurvegetatie is een zaak van lange adem, van decennia tot eeuwen. De verwering begint met wind, regen, temperatuurschommelingen en vorst die scheuren in de muur doet ontstaan. Hier vestigen de bacterien en schimmels zich. Na de bacteriën en schimmels verschijnt vaak binnen een jaar Muurmos op de kade, gevolgd na een paar jaar door Zilvermos en Purpersteeltje. Al die tijd spoelen voedingsstoffen in of worden door de bestaande flora vastgelegd. Na een decennium volgen planten als Liggend vetmuur, Straatgras, Muurleeuwebekje en Muurvaren. De laatste twee kunnen vrij goed tegen een basisch milieu en verbeteren langzamerhand hun eigen milieu door invang van zand, humus met humuszuren en dieper wortelen. van de plant en afscheiden van zuren.
Na vijftig jaar is de succesie afgerond wanneer
varens als Tong-, Muur-, Steenbreekvaren verschijnen. Onder
vochtige omstandigheden gaan moerasplanten domineren terwijl op
droge muren of bovenaan een muur een gemeenschap van droog
grasland ontstaat. De best ontwikkelde vegetaties komt op muren
voor van 100-150 jaar oud. De pH (zuurgraad) van de voegen is dan
vaak neutraal tot licht basisch.
Wanneer de scheuren groot zijn komen ook bomen voor als Gewone vlier, Ruwe berk, Iep, Vlinderstruik en Vijg. Op droge plaatsen zal Betula pendula overheersen, op vochtige Alnus en Ulmus soorten (Els en Iep).
Andere bomen en struiken die vaak aangetroffen worden op muren naast Vlier zijn Es, Lijsterbes, Esdoorn en vooral op kademuren de (Hartbladige) Els. En alle in Nederland verwilderde Vijgen zijn uitsluitend op muren gevonden.
Soorten
Voor de aanvang van de kartering is, op basis van al aanwezige kennis en verwachtingen een aandachtsoortenlijst opgesteld. Van deze soorten is tijdens de inventarisatie altijd het voorkomen op lokatie genoteerd. Het betreft de karakteristieke muurplanten (zie voorgaande) en landelijk of regionaal zeldzame en/of bedreigde soorten. Uiteindelijk kon van XX soorten een nauwkeurig verspreidingsbeeld gegeven worden: Steenbreekvaren, Muurvaren, Tongvaren, Mannetjesvaren, Muurpeper, Muurleeuwebek, Wit vetkruid, Tripmadam, Vijg, Brede en Smalle stekelvaren, Plat beemdgras, ..
Op de muren bleek een keur aan landelijk algemene plantensoorten te staan die zeker niet tot de typische muurvegetatie behoren. Van deze soorten is de verspreiding niet exact verzameld, maar alleen op kilometerhok-niveau. Voorbeelden hiervan zijn Ruw beemdgras, Straatgras, Veldbeemdgras, Grote weegbree en Zwart tandzaad.
((Enkele meer interessante soorten die karakteristiek zijn voor voedselarmere omstandigheden, als Vroegeling en bleken dermate algemeen te zijn dat de verspreiding ervan eveneens niet op lokatie is verzameld. ))
Inventarisatie
Tijdens twee inventarisatieronden (26 april en XX juli) zijn door 4-5 personen de grachtmuren van de diepenring systematisch onder handen genomen (KAART X). Alleen de verticale grachtmuren en de aangrenzende horizontale bovenzijde tot ca. 1 meter viel onder de onderzochte muren. Bij de Noorderhaven (noordzijde stadsgracht tussen ca. Kijk in t Jatbrug en Noorderplantsoen) is hiervan afgeweken, door de gecompliceerde bouw (is eb- en vloedkaden!!) van de grachtmuren. Hier is het gehele historische muurgedeelte gekarteerd. De totle lengte van de op deze wijze onderzochte grachtmuren bedraagt ca. X km.
Van enkele soorten (Wit vetkruid, stekelvarens) zijn enkele aanvullende waarnemingen verzameld tijdens toevallige bezoekjes aan de stad door de inventariseerders. De genoemde aandachtsoorten zijn op lokatie op kaarten ca. 1: 10.000 ingetekend. Voor het vastleggen van het voorkomen op een bepaalde lokatie is de volgende methode gebruikt (FLORON 19XX):
A: 2-5 exemplaren
B: 5-25 exx.
C: 25-50 exx.
* Moet dit ook meer gedetailleerd??
- Resultaten
Hier soortbesprekingen, aan de hand van de verspreidingskaarten.
2.1. Algemeen
- soortenrijke plaatsen
- kenmerken daarvan (substraat, ligging, hoogte t.ov. waterlijn, expositie,
- soortenarme plaatsen; link met recente restauraties e.d
Tongvaren (Asplenium
scolopendrium) beschermd
De Tongvaren is een lage tot middelhoge plant die s winters groen blijft. De Tongvaren vertoond een typisch urbaan patroon in Nederland door vnl op natte, vochtige muren te groeien. Alleen in de duinen en Zuidlimbrug komt ze buiten de steden voor. Voor de soort lijken vochtige omstandigheden, met name bij de ontkieming, het belangrijkst. In Amsterdam zijn kademuren die op het noorden en noordwesten wijzen veruit favoriet en in Groningen is dit het noorden en noordoosten. De populatie in Groningen bestaat voornamelijk uit jonge vrije kleine planten die zelden -alleen bij het spoorwegviaduct van de Hereweg- tot wasdom komen. Mogelijk dat enkele natte seizoen vestiging mogelijk maakt maar een droge zomer al funest is. Landelijke verspreidingskaartjes laten een algemene soort zien. Is niet terecht omdat sprake is van een ook in Groningen gevonden sommatieeffect. En Tongvaren verschijnt namelijk vrij makkelijk als muurplant - en is daar ook goed waarneembaar- maar verdwijnt ook weer snel. De algemene tendens lijkt een toename van de soort. Mogelijk ook is de nadelinge ligging vang Groningen in het sub-Atlantisch deel ipv het Eu-Atlantisch deel zoals het westen van Nederland (S.Segal)
De Tongvaren is in 1998 op drie lokaties aangetroffen. In alledrie de gevallen betrof het een (vrij klein) exemplaar. Bij het station (correcte naam svp) groeit de soort op een noord-geexponeerde basalten muur, ca 2 m. boven de waterlijn. Dit betreft een soortenrijke lokatie, met onder andere massaal Muurleeuwebek, Mannetjesvaren, . en . Zowel bij de Noorderhaven als op het Winschoterdiep zijn de groeiplaatsen op bakstenen kademuren die noord-oost geexposeerd zijn. Beide groeiplaatsen zijn betrekkelijk soortenarm. Als begeleidende karakyteristieke muurplanten valt vooral Muurvaren op.
(Verspeiding in de provincie en elders in de stad)
- op basis van FLORON - verspreidingsgegevens eventueel.
(bv. Electra) October 1995 Hasbruch ecsursie pag 90
Eerdere waarnemingen
In 1997 groeiden op de basalten muur t.o. het station op dezelfde plaats twee exemplaren van de soort. In 1996 werd een exemplaar ontdekt onder de Hereweg-brug over het spoor.
Nog meer?
Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes) beschermd
De steenbreekvaren is een kleine plant dies
winters groen blijft. Het is een kosmopoliet die overal in de
gematigde streken voorkomt. In Nederland is de soort zeldzaam en
wordt meestal gevonden op oude op het noorden gerichte oude
vochtige muren. De naam is gewelddadiger dan deze ondiep
wortelende plant doet vermoeden. 
De vijg is een oorspronkelijk oost-mediterrane soort die via cultuur over het gehele mediterrane gebied verspreid is. De natuurlijke standplaats is muren en rotsspleten waar bij de soort maar een paar meter hoog wordt. In Frankrijk en Zuid Engeland verwilderd, naar het noorden toe neemt de vitaliteit af. Groningen is waarschijnlijk de noordelijkste vindplaats. Dit is mogelijk door de woonboten die een goed klimaat hiervoor scheppen. Stimuleren van woonboten in de grachten. Meeste standplaatsen ten zuiden van de grote rivieren.
Gele helmbloem (Pseudofumaria lutea) beschermd
De Gele Helmbloem is een lage, vertakte,
donkergroene overblijvende plant met vertakte wortelstok. De
goudgele bloemen staan horizontaal of schuin omhoog op rechte
steeltjes. De zaden zijn enigzins glanzend en dragen een afstaand,
getand wit aanhangsel waarop mieren verzot zijn (een zgn
mierenbroodje). De zaden worden door insecten verspreid. Het is
een sierplant die oorspronkelijk uit het zuidelijke gedeelte van
de Alpen komt die sinds de 19e eeuw als standhouder op muren
bekend is. Het is een soort die langs muren, op kade muren,
kerkhofmuren en op lage tuinmuurtjes groeit. Komt vooral samen
voor met Muurleeuwebekje, Steenbreekvaren en Stinkende gouwe. In
Groningen dook hij al een aantal malen in de stad op, o.a. aan de
Westersingel. Na herbestrating is de plant wel teruggekomen zodat
de soort vrij goed bestand lijkt tegen een dynamische omgeving.
Muurvaren (Asplenium ruta-muraria) beschermd
De Muurvaren is een zeer kleine, donkergroene plant. Bij strenge vorst sneuvelen veel van deze groenblijvende varen. De varen is de enige aan muren gebonden varen die in vrij veel streken in Nederland algemeen is. De standplaats is vaak droog en op het zuiden gericht. Muurvaren is bij uitstek een pionierssoort die zich als een van de eerste vestigt op muren, dit mogen ook (droge) vrijstaande muren zijn. Op de diepen groeit ze vaak hoog boven het natte en voedselrijke water.
In Groningen is deze varen nog wijd verspreid op oude muren als het Pepergasthuis, graf op de Hereweg, spoorbrug bij Hoogkerk, de muurtjes om het AZG en het farmaciegebouw aan de Anton Deusinglaan, sluismuur uit 1879 en bij oude kerkjes op het Ommeland. Het kaartje van de provincie Groningen laat zien dat de soort vaak aanwezig is op de kerkhoven van oude dorpjes.
- Verspreiding in de stad.
1998
Het overgrote deel van de Muurvarens in de stad is aangetroffen op de kademuren van de Noorderhaven, zowel op de noord- als zuidmuren. Vooral aan de noordzijde van de Noorderhaven komt de soort massaal (ca. 25 m2) voor van vlak boven de waterlijn tot aan de bovenzijde van de kade. Hetzelfde geldt voor vlak bij de Kijk int Jatbrug. Op de overige plaatsen groeien de planten vooral op de bovenste zone van de kaden. Elders is de soort op 4 lokaties aangetroffen: Nieuwewegbrug (4 exx), Stationsmuur (5 exx.), en op de kademuur t.o. het Natuurmuseum (ca. 15 exx.).
Behalve de lokatie bij het station (basalt) groeien alle planten op bakstenen kademuren. De soort is weinig kieskeurig in groeiplaats. De meeste planten zijn aangetroffen op het loodrechte deel van de kademuren, maar daarnaast regelmatig op richeltjes en nisjes bij bruggen e.d. Daarnaast zijn de planten zijn weinig kieskeurig in expositie van de groeiplaatsen, de groeiplaatsen kunnen naar alle windrichtingen toe gericht zijn.
(Verspeiding in de provincie en elders in de stad)
In het onderzoeksjaar zijn 5 planten
aangetroffen op lage muurtjes rondom Tandheelkunde.
Muurleeuwebek (Cymbalria muralis)
De Muurleeuwebek is een zeer lage kruipende overblijvende plant met klimopachtige bladeren. Dit is een Mediterrane soort die dor de mensen over Europa is verspreid. In het rivierengebied is de soort algemeen op permanent vochtige tamelijk zonnige plaatsen. Vaak samen met Muurvaren, hoewel de laatste aanzienlijk beter tegen droogte bestand is.
In Groningen groeit deze soort algemeen op de toegangspoort naar de begraafplaats van Feerwerd, de poort van Middelstum en de vijvermuren van het Stadspark.
In dit onderdeel worden de bomen behandeld. De aangetroffen soorten - Buddleia,Vlier, Berk, Els, Iep, Vijg - zijn bomen die (ecologie van zwarte els en ....els nietdroogte houden ? Door vogels gegeten worden en zo op de kaden tercht komen ? Van kalken, hoge pH bodem houden ? ) ....De bomen komen zelden boven de kade uit en vaak worden ze zeer drastisch gesnoeid om mogelijke verdere schade aan de kade te beperken.
De aangetroffen mossen hadden helaas als kenmerk dat ze van vochtige voedselrijke situaties houden. De hoop dat soorten van droge voedselarme biotopen aanwezig zou zijn werd al snel de bodem in geslagen. Tijdens de opnamen in januari 1999 spoelde het regenwater het huisvuil en de ontlasting van huisdieren over de muren zodat de muren verrijkt werden met dit afvalwater.
Conclusie
Uiteindelijk werde geen zeldzame, beschermde of Rode lijst soorten van mossen aangetroffen. Voor beleid hoeft niet hier opgelet te worden.
Tabel 8 Mossen op de diepenring van Groningen
| Ceratodon purpureus | Purpersteeltje |
| Tortula muralis | Muursterretje |
| Bryum argenteum | Zilvermos |
| Brachythecium rutabulum | Gewoon dikkopmos |
**: 1 exemplaar
- De stad Groningen wordt terecht tot het urbane district gerekend
- De muurflora van Groningen is van regionaal belang
- De muurflora van Groningen is van nationaal belang
- De matige toestand van de De muurflora van Groningen komt door de strenge winters in Groningen
- De plaatsen van Tongvarens zijn cumulatief, er zijn geen stabiele tongvarens gevonden. Tongvarens komen en gaan.
- Dat de vegetatie in West Nederland zo goed ontwikkeld is komt mogelijk door dat deze gebieden in het Eu-atlantisch district liggen (S.Segers) en
en doordat de lengte van de kaden in Groningen slechts een tiende zijn van de lengte in bijv Utrecht en Amsterdam. Bovendien betreffen het in alle gevallen binnensteden grachten die soortenarm zijn vergleken met havenkaden.
Tabel 4 Muurplanten en varens in Stad en Ommeland
| Stad Groningen | Provincie Groningen | |
| Eikvaren | Diverse plaatsen | |
| Mannetjesvaren | Diverse plaatsen | |
| Muurvaren | Algemeen | Op oude kerken en kerkhoven algemeen |
| Smalle stekelvaren | Diverse plaatsen | |
| Steenbreekvaren | Diverse plaatsen | Sluiscomplexen verspre |
| Tongvaren | Drie plaatsen | Zeldzaam |
| Wijfjesvaren | Diverse plaatsen | |
| Zwartsteel | Afwezig | Kiel Windeweer |
| Groensteel | Afwezig | Musselkanaal |
| Tripmadam | Een grote populatie | |
| Wit vetkruid | Diverse plaatsen | |
| Gele helmbloem | Trottoirs | Afwezig |
| Grote leeuwebek | Afwezig | |
| Muurleeuwebek | Langs water verspreid | Kerkhof Feerwerd/Poort Middelstum |
| Vlinderstruik | Regelmatig | Afwezig |
| Vijg | Op een kademuur | Afwezig |
| Links |

Tabel 5 Typische Groninger stad muurplanten en karakeristiek begeleiders
| Echte muurplanten | Karakteristiek begeleiders |
| Muurvaren | Gewone eikvaren (varens) |
| Steenbreekvaren* | Mannetjesvaren |
| Tongvaren* | Smalle stekelvaren |
| Zwartsteel* | Wijfjesvaren |
| Gele helmbloem* | Tripmadam (bloemplanten) |
| Muurleeuwebek~ | |
| Plat beemdgras | Wit vetkruid |
| Vijg | Blauw glidkruid |
| Vlinderstruik | Vijg |
| Liggend vetmuur | |
| Moederkruid | |
| Muurpeper | |
| Muursla | |
| Ruwe Berk | |
| Stinkende Gouwe | |
| Wolfspoot | |
| ~ wel in de stad, niet in diepenring | Zwarte els |
| * = beschermd | Hartbladige els |

Tabel 6 Muurplanten op waterkerende muren in Amsterdam, Amersfoort, Dordrecht, Haarlem, Rotterdam, Utrecht en Groningen
| Adam | Afoort | Drecht | Hrlem | Rdam | Urecht | Gr. | |
| Muur | 22 | 10 | 8 | 14 | 14 | 14 | 9 |
| Besche | 8 | 3 | 5 | 3 | 4 | 3 | 3 |
Dit stedenoverzicht laat zien dat Groningen wat muurvegetaties betreft een achterhoede gevecht voert. Dit komt door de beperkte lengte van de kade muren, het beperkte aantal jaren dat de muurvegetatie in Groningen bestudeerd wordt (enkele jaren) en de stand van de flora, die voornamelijk bekend is in de kwetsbare diepenring. In bijvoorbeeld Amsterdam werden veel soorten in de havens aangetroffen (vlg Noorderhaven Groningen) terwijl in Groningen dit biotoop vrijwel afwezig is. In Amsterdam wordt een gebied van 815 km2 (100 km lengte van de kademuren) bestreken terwijl hier slechts 4 km betrokken wordt. Deze 4 km is dan ook nog de slecht ontwikkelde binnenstad terwijl vaak de rijke muurvegetaties in de havens voorkomen. De havens zijn in Groningen bijna allemaal gedempt.
Tabel 7 In de stad gevonden soorten met frequentieklasse/Aantal exemplaren met status
| Frequentie klasse | Provincie Groningen | ||
| Eikvaren | 7 | Betekenis UFK | |
| Mannetjesvaren | 8 | 0= uitgestorven | |
| Muurvaren | 7 | 1 = uiterst zeldzaam | |
| Smalle stekelvaren | 7 | 2 = zeer zeldzaam | |
| Steenbreekvaren | 4 | c | 3 = zeldzaam |
| Tongvaren | 5 | b | 4 = vrij zeldzaam |
| Wijfjesvaren | 8 | 5 = minder algemeen | |
| Zwartsteel | 2 | a | 6 = vrij algemeen |
| Tripmadam | 2 | 7 = algemeen | |
| Wit vetkruid | 2 | 8 = zeer algemeen | |
| Gele helmbloem | 4 | b | 9 = uiterst algemeen |
| Grote leeuwebek | 0 | ||
| Muurleeuwebek | 6 | a = wet besc Rode lijst 1 | |
| Vlinderstruik | b = wettelijk beschermd | ||
| Vijg | c = Rode lijst 3 : | ||
| wettelijk beschermd | |||
ref Andeweg
-Doordat verzuring van de bodem optreedst zal de varenrijkdom van de bodem afnemen en zal de betekenis van de muurvegetatie voor de soortenrijkdom van Nederland in belangerijkheid toemen. Een goede bescherming van de muurvegetatie - in Groningen- is daarom belangrijk.
- Tongvaren zijn dynamisch en lijken niet lang stand te houden in Groningen. Verspreidingskaartjes kunnen daardoor snel een cumulatief karakter vertonen waardoor de soort algemener lijkst dan in werkelijkheid is. Ook de vnl jonge planten en zeer kleine populaties lijken hier op te wijzen
- In de provincie Groningen komen recent 11 soorten voor en in de stad zijn er 9 aangetroffen.
- Steenbreekvaren werd alleen op Noord(oostelijke) expositie aangetroffen bij kademuren. Tabel 3 Op welke muurtypen groeien in Groningen muurplanten
| Muurvaren | Steenbreekvaren | |
| Waterkerende muren | ||
| kade- en grachtmuren | 120? | 2+5 |
| Brugmuren | 5 ? | - |
| Sluismuren | ||
| Overig | -- | -- |
| Totaal | 125 | 7 |
| Niet waterkerende | ||
| Kerken | 0 | |
| Vrijstaande muurtjes | 15 vindplaatsen | |
| van kerkhoven | ||
| Totaal | ||
| Links |
ref Muurplanten Noord Holland/Gorteria Zwartsteel(1997)
Beschermingsplan/Hoe muurplanten van de Stad Groningen te beschermen
Hoe planten
De muurvegetatie wordt in Groningen bedreigd door de plannen die gemaakt zijn om van de diepen ring een recreatiegebied van allure te maken. Gezien de prijzen die voor de woningen betaald worden is dit al in een redelijk stadium. Ook het opknappen van de kademuren hoort hierbij.
Muurbegroeingen geven binnensteden vaak een bijzonder aanzien. Doordat de oude muren ook vaak zeldzame soorten herbergt bevatten ze naast cultuurhistorische ook natuurhistorische waarden. Toch blijken de vegetaties met name in steden achteruitgegaan te zijn door reiniging, herstel, verbouwing en eutrofiëring die bepaalde soorten verdringt.
Doordat muren vaak gereinigd wordt zijn nu een aantal muursoorten beschermd : Zwartsteel, Groensteel, Steenbreekvaren, Schubvaren, Blaasvaren, Rechte driehoeksvaren, Tongvaren, Pijlscheefkelk, Muurbloem en Gele helmbloem, Stijf hardgras, Stengelomvattend Havikskruid en Klein glaskruid. Slechts drie soorten zijn in de stad Groningen aangetroffen en vier in de provincie.
BELEID
Lit 10 noemt ideale menging voor een waardevolle muurvegetatie.
Kaartjes zijn gemaakt met Plotter en Stipt.
1. T. Denters, Rina Ruesink en Bart Vreeken, Van Muurbloem tot Straatmadelief, 1994, KNNV Uitgeverij, Utrecht
2. Floristische werkgroep Eindhoven, Atlas van de Flora van Eindhoven, 1990, KNNV afd Eindhoven
3. M.H. Meertens, J.H.J. Schaminee & E.J. Weeda Asplenieetea Trichomanis In : De Vegetatie van Nederland , deel 4, J.Schaminee et all
4. Handleiding voor bescherming van Bedreigde Muurplanten Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij 2e druk 1990
5. Stadjesgids 1998, 1998, Gemeente Groningen
6. Egbert Forsten Groningen, 950 jaar op weg naar 2000, 1990, Wolters Noordhof, Groningen
7. B. Westerink, H. de Keijzer Wilde Planten van West-Groningen Provincie Groningen
8. Onderzoeks rapporten Provincie Noord-Holland, Muurplanten in Noord-Holland : Bijzonder en bedreigd. April 1990, Dienst Ruimte en Groen
7. De Levende Stad, Een aanzet tot ecologisch beleid, Juni 1994, Dienst Ruimtelijke OrdeningGemeente Groningen
8. Emma van Dool, Bert Maes. De muurvegetatie in de stad Utrecht.
9. Flaneren langs de diepenring Binnenstad beter, 2e Jaargang Nr 4 November 1998
10. Bijzondere muurvegetaties in de gemeente Stadskanaal, Inventarisatie, beheer, behoud en herstel Maart, 1986, A.J. Dijkstra & H.Dijkstra
11. Leon Luijten, Gorteria en Floron Nieuwsbrief 1996, Herinventarisatie van sluizen in de omgeving van Musselkanaal.
12. E.Weeda Heukels, Flora van Nederland, 1995, Wolters Noordhof, Groningen
13. R. Andeweg, Muurplanten in Rotterdam, 1994, Stadsecologische reeks deel 1, Natuurmuseum Rotterdam, Rotterdam
14. R. Andeweg, Muurplanten in Rotterdam, 1991/1992, Voorlopig -/ Eindrapport, Gemeentewerken Rotterdam, Rotterdam.
15 Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk, Staatsuitgeverij, Den Haag 1982, Natuur in 16 Stedelijke Omgeving, een verkenning van de mogelijkheden tot samenleven van plant, dier en mens.
17 Hans Dekker,1988,Muurplanten in Drenthe,Rapport Directie Natuur, Milieu en Faunabeheer, consulentschap Drenthe
18 Provincie Zuidholland, Dienst Ruimte en Groen,1989, Muurplanten in Zuid-Holland, Den Haag. 070-4416611
Zuid Hollandplein 1 2596
19 Akke Kooi (In Atlas van Drenthe in prep), Ben Hoentje, Hester Heinemeijer (ed) Deel 6 Droge graslanden.
20 D. Groenendael, Grauwe Gors het Contact Orgaan Avifauna Groningen, October 1995, Jaargang 23, Nummer 3, Hasbruch excursie
Bijlage van specifieke Muurvegetatie Nederland
Tabel 1 Muurplanten en varens in de Stad Groningen
wordt vervangen door algemene tabel van alle vindplaatsen. gemaakt door Roel (?)
| Vroeger | Nu | |
| Adelaarsvaren | ||
| Blaasvaren | ||
| Eikvaren | 3+2 | |
| Mannetjesvaren | 4 | |
| Muurvaren | 250 | |
| Smalle stekelvaren | ||
| Steenbreekvaren | 2 + 3 | |
| Tongvaren | 2+1+1 | |
| Wijfjesvaren | = | |
| Zwartsteel | 1 | |
| Gele helmbloem | 2 | |
| Grote leeuwebek | ||
| Muurleeuwebek | 10 locaties | |
| Vlinderstruik | 5 | |
| Vijg | 1(+1) | |
Bijlage Vegetaties in Musselkanaal toen en nu
Geeft de achteruitgang weer van de enige bekende en beroemde muurvegetatie van Groningen. Deze situatie moet in Groningen voorkomen worden.
Tabel 3 Varens bij Musselkanaal, in de provincie Groningen
| Plaats | Vijfde Verlaat | Buinersluis | |||
| Jaar | 1983 | 1999 | 1983 | 1999 | |
| Steenbreekvaren | 130 ex | 1 ex | |||
| Groensteel | 14 ex | ||||
| Wijfjesvaren | x | ||||
| Smalle stekelvaren | x | x | |||
| Mannetjesvaren | x | x | |||
| Gebogen driehoek | 10 ex | ||||
| Tongvaren | 10 ex | ||||
| Eikvaren | x | x | |||
| Moerasvaren | 9 ex | ||||
| Platbeemdgras | veel | ||||
| Schaduwgras | x | ||||
Tabel 4 Muurplanten op waterkerende muren van Utrecht, Amersfoort, Haarlem, Groningen en Amsterdam
| Utrecht | Amersfoort | Haarlem | Amsterdam | Goningen | |||||||||||||
| 1961 | 1987 | 1981 | 1989 | 1954 | 1989 | 1998 | |||||||||||
| Zwartsteel | x | x | |||||||||||||||
| Genaalde varen | x | ||||||||||||||||
| Muurvaren | x | x | x | x | x | x | x | ||||||||||
| Steenbreekvaren | x | x | x | x | x | x | x | ||||||||||
| Wijfjesvaren | x | x | x | x | x | x | x | ||||||||||
| Schubvaren | x | ||||||||||||||||
| Ijzervaren | x | x | |||||||||||||||
| Blaasvaren | x | x | |||||||||||||||
| Smalle stekelvaren | x | x | x | x | x | x | x | ||||||||||
| Brede stekvaren | x | x | x | x | |||||||||||||
| Kamvaren | x | x | x | ||||||||||||||
| Mannetjesvaren | x | x | x | x | x | x | x | ||||||||||
| Gebogendrievaren | x | x | x | x | |||||||||||||
| Rechte driehoeksvaren | x | x | x | ||||||||||||||
| Koningsvaren | x | x | |||||||||||||||
| Tongvaren | x | x | x | x | x | x | x | ||||||||||
| Brede eikvaren | x | x | x | x | |||||||||||||
| Gewone eikvaren | x | x | x | x | x | x | x | ||||||||||
| Stijve naaldvaren | x | ||||||||||||||||
| Adelaarsvaren | x | x | x | ||||||||||||||
| Moerasvaren | x | x | x | x | x | ||||||||||||
| Muurleeuw | x | x | x | x | x | x | x | ||||||||||
| Gele helmbloem | x | x | 1) | ||||||||||||||
| Vijg | x | x | x | ||||||||||||||
| Klein glaskruid | x | x | |||||||||||||||
| Beschermd | 4 | 3 | 3 | 2 | 4 | 9 | 3 | ||||||||||
| Totaal srtn | 18 | 13 | 10 | 11 | 17 | 22 | 9 | ||||||||||
Bijlage : Op de vijf rijkste vindplaatsen zijn opnamen gemaakt van mossen en korstmossen.
De opnamen zijn gemaakt vanaf de bovenzijde. Het onderzochte gebied bevat daardoor de bovenste 0.50 m van de kademuur en een richel van 0.5 m.
Opname mossen : Edwin, Andre Determinatie Ben van Zanten
Lichenen : Laurens Sparrius Gouda
a=abund, o=gewoon, r=zeldz, d=dominant
Kenmerkende nitrofytische (ammoniakminnende) korstmossen (indicatief voor dit gebied) zijn :
- Phaeopyscia orbicularis, sterke indicator, overal waargenomen
- Physcia caesia, sterke indicator, alle vijf opnamen waargenomen
- En in mindere mate
- Lecanora dispersa, drie maal
- Lecanora muralis, drie van de vijf maal aangetroffen
- Phaeophyscia nigricans, geen eenmaal aangetroffen
- Physcia tenella,in twee van de vijf opnamen aangetroffen
- Xanthoria parietina, in drie van de vijf opnamen aangetroffen
Amersfoortcoordinaten : 233.63-582.35
| Ceratodon purpureus | Purpersteeltje |
| Tortula muralis | Muursterretje |
| Bryum argenteum | Zilvermos |
| Physcia ceasia, r | |
| Phaeophyscia orbicularis, a | |
| Caloplaca citrina, r | |
| Cladonia coniocraea r | |
| Cladonia fimbriata | |
| Verrucaria muralis | |
| Lecidella scabra, r | |
| Lecidella stigmatea, d | |
| Scoliciosporum umbrinum, a | |
| Lecanora albescens | |
| Lecanora muralis | Muurschotelmos |
| Physcia tenella |
Opname 2 Noorderhaven - Midden, Vetkruid met Tripmadam
bakstenen muur met grote basalten hoekstenen. Noordkant van Spilsluizen bij de tongvaren, expositie op het zuiden. Muren grof afgewerkt. Lopende diep
Amersfoortcoordinaten : 233.45-582.25
| Ceratodon purpureus | Purpersteeltje (a) |
| Tortula muralis | Muursterretje (a) |
| Bryum argenteum | Zilvermos (a) |
| Lecanora dispersa, a | |
| Cladonia fimbriata, o | |
| Physcia tenella, r | |
| Psilolechia lucida, r | |
| Candelariella aurella, a | |
| Phaeophyscia orbicularis, d | Rondschaduw mos |
| Physcia caesia, o | |
| Xanthoria parietina, r | |
| Lecanora muralis, r | |
| Phaeophyscia nigricans, r |
Opname 3 Noorderhaven -Zuid. Steenbreekvaren-plaats
Bakstenen muur met grote basalten hoekstenen. Zuidkant van Spilsluizen bij de steenvarenbolwerk, expositie op het noorden. Ebkades afwezig. Spilsluizen (?)
Amersfoortcoordinaten : 233.375/6-582.25
Met name de zuidkant van de Noorderhaven leek veel voedselrijkwater te ontvangen van de straat. Sommige delen zagen er zeer voedselrijk uit.
steenbreekvaren, o; smalle stekelvaren, o; muurvaren, o; mannetjesvaren, r
| Ceratodon purpureus | Purpersteeltje (a) |
| Tortula muralis | Muursterretje (a) |
| Bryum argenteum | Zilvermos (a) |
| Brachythecium rutabulum | Gewoon dikkopmos (r) |
| Physcia caesia, a | |
| Xanthoria parietina, o | |
| Physcia tenella, o | |
| Caloplaca flavovirescens, r | |
| Lecidella stigmatea, o | |
| Lecanora albescens, a | |
| Lecanora muralis, o | |
| Cladonia fimbriata, r | |
| Lecidella scabra, a | |
| Phaeopyscia orbicularis, a | |
| Lecanora dispersa, r |
steenbreekvaren, o
muurvaren, o
Opname 4 Museumbrug-Verbindingskanaal-Centraal Station Groningen
De zuidmuur van het Verbindingskanaal tegenover het Groninger museum is de enige locatie waar de kade van basalten stenen gemaakt is. Deze vegetatie is anders. Mogelijk doordat basalt minder onderhoud nodig heeft of grotere voegen tussen de grotere stenen heeft. Hier is een zeer grote, dominante laag van dikkopmos aanwezig.
Amersfoortcoordinaten : 233.75-581.15
| Ceratodon purpureus | Purpersteeltje |
| Tortula muralis | Muursterretje |
| Bryum argenteum | Zilvermos |
| Dottiaceae Tortella/Barhule | purpersteeltje |
| Brachythecium rutabulum | Bleek dikkopmos |
| Caloplaca saxicola, r | |
| Lecanora albescens, a | |
| Phaeophyscia orbicularis, o | Rond schaduwmos/Stoepvingermos |
| Lecania erysybe, a | |
| Lecanora dispersa, r | |
| Lecidella stigmatea, f | |
| Physcia caesia, f | |
| Candelariella citrienella | |
| Asplenium ruta-muraria | muurvaren |
| Dryopteris felis-mas | mannetjesvaren |
| Asplenium scop | tongvaren |
| Cladonia fimbriata |
Opname 5 Winschoterdiep
Erg lage kade, slechts 60 cm bovende waterspiegel. Bevat enige vindplaats van eikvaren (3 stuks) in Groningen. Alleen de westkant is bekeken over een afstand van 20 m. Verder ook nog muurvaren.
Amersfoortcoordianaat : 234.55-581.58
| Candelariella aurella, r | |
| Physcia caesia, o | |
| Phaeophyscia orbicularis, d | |
| Scoliciosporum umbrinum, a | |
| Cladonia fimbriataum, r | |
| Cladonia macilenta, o | |
| Lepraria incana, o | |
| Lecidella stigmatea, a | |
| Lecidella scabra, o | |
| Xanthoria parietina, r | |
| Lecanora dispersa, r | |
| Lecanora albescens, o |
Tabel 6 Karakteristieke muurmossen in Nederland
| Ceratodon purpureus | Purpersteeltje |
| Tortula muralis | Muursterretje |
| Bryum radiculosum | Muurknikmos |
| Bryum argenteum | Zilvermos |
| Amblystegium serpens | Gewoon pluisdraadmos |
| Barbula convoluta | Gewoon smaragdsteeltje |
| Brachythecium rutabulum | Gewoon dikkopmos |
| Bryum capillare | Gedraaid knikmos |
| Bryum caespiticium | Zode knikmos |
| Homalothecium sericeum | Gewoon zijdemos |
| Rhyngostegium murale | Muursnavelmos |
| Draadmos | |
| Gewoon knikmos |
Tabel 7 Enkele veel voorkomende plantesoorten op muren met standplaatsfactor
| Soorten | Muurtypen | |||||||||||
| V1 | K1 | V2 | H2 | K2 | V3 | H3 | K3 | H4 | K4 | h | s | |
| Klein glaskruid Parietaria judaica | x | x | x | |||||||||
| Rood zenkgras Festuca rubra | x | x | ||||||||||
| Liggend vetmuur Sagina procumbens | x | |||||||||||
| Gewone melkdistel Sonchus oleraceus | x | x | ||||||||||
| Muurbloem Cheirantus cheiri | x | x | x | x | x | |||||||
| Gele helmbloem Cordydalis lutea | x | x | x | x | x | |||||||
| Plat beemdgras poa compressa | x | x | x | x | ||||||||
| Muurpeper Sedum acre | x | |||||||||||
| Wit vetkruid Sedum album | x | x | x | |||||||||
| Muursla Mycelis muralis | x | x | ||||||||||
| Schubvaren Ceterach officinarum | x | x | x | |||||||||
| Steenbreekvaren Asplenium trichomanes | x | x | x | x | ||||||||
| Muurvaren Saplenium ruta-muraria | x | x | x | x | ||||||||
| Muurleeuwebek Linaria cymbalaria | x | x | x | x | x | x | x | x | ||||
| Eikvaren (Polypodium sp.) | x | |||||||||||
| Zwartsteel Asplenium adiantum-nigrum | x | x | ||||||||||
| Wijfjesvaren Athyrium filix-femina | x | |||||||||||
| Smalle stekelvaren Dryopteris carthusiana | x | |||||||||||
| Brede stekelvaren Dryopteris dilatata | x | |||||||||||
| Mannetjesvaren Dryopteris filix-mas | x | |||||||||||
| Tongvaren Phyllitis scolopendium | x | |||||||||||
| Moerasvaren Thelypteris palustris | x | |||||||||||
| Tandzaad Bidens spec | x | x | ||||||||||
| Ijle zegge Carex remota | x | x | ||||||||||
| Blaartrekkende boterbloem Ranuculus sceleratus | x | x | ||||||||||
| Kluwenzuring Rumex conglomeratus | x | x | ||||||||||
| Waterzuring Rumex hydrolapathum | x | x | ||||||||||
| Gewone esdoorn Acer pseudoplatanus | x | x | x | x | ||||||||
| Zwarte els Alnus glutinosa | x | x | ||||||||||
| Iep Ulmus | x | x | x | x | ||||||||
| Taxus Taxus baccata | x | x | x | x | x | x | ||||||
| Vijg Ficus carica | x | |||||||||||
| Klimop Hedera helix | x | x | x | x | ||||||||
| V = Vrijstaande muur, K = Kademuur, H = Muur van huis | ||||||||||||
| 1 = bovenste gedeelte, 2 = midden gedeelte, 3 = onderste gedeelte, grenzend aan begane grond, 4 = onderste gedeelte, grenzend aan open water, h = humus, s = specifiek | ||||||||||||
| V = Vrijstaande muur, K = Kademuur, H = Muur van huis | ||||||||||||
| 1 = bovenste gedeelte, 2 = midden gedeelte, 3 = onderste gedeelte, grenzend aan begane grond, 4 = onderste gedeelte, grenzend aan open water, h = humus, s = specifiek | ||||||||||||
Uit : Natuur in stedelijke omgeving
|
|