Other reports about summercamp of
the Jeugdbond in Slovakia : plants,
dragonflies, Muskgrass
and butterflies.
Odonata of the Turiec Valley and Blatnica
This report is an overview of the Odonata caught
during an Slovakian summercamp of the JNM in 1995 at Blatnica, 20
km south of Martin. During this summercamp 23 species were
caught. Special were Sympetrum pedemontanum,Orthetrum
coerulescens, Orthetrum brunneum, Cordulegaster bidentatus. The
last one was seen on five different places and the C.
boltonni species was never seen at all.
Also special was the observation of Aeschna
juncea at the mountain top in the southern
part of the Mala Fatra. It was above a moor.
Dit verslag geeft een overzicht van de
libellen gevangen tijdens een Slowaaks zomerkamp van de Jeugdbond
voor Natuur en Milieustudie. Het kamp werd in de periode van 26
juli t/m 8 augustus 1995 in het Slowaakse plaatsje Blatnica, 20
kilometer ten zuiden van Martin gehouden. Tijdens het kamp hebben
de 46 deelnemers in de leeftijd van 13 t/m 25 jaar een groot
aantal gegevens over de natuur in de Vel'ka Fatra en het dal van
de Turiec verzameld. Vrijwel iedere dag is een excursie speciaal
bezig geweest met het bemonsteren van op de kaart geselecteerde
riviertjes en plassen. Daarnaast hebben ook de overige excursies
waargenomen libellen genoteerd. De meeste libellen zijn met een
net gevangen en vervolgens met de aanwezige literatuur op naam
gebracht. Hierbij is vooral van de libellentabel van België, de
Europese duitstalige libellentabel en een eveneens Duits fotoboek
met foto's van alle op het kamp waargenomen soorten gebruik
gemaakt. Er zijn geen libellen gedood om in een collectie weg te
laten rotten. Wel zijn van vrijwel alle zeldzame soorten foto's
gemaakt.
Deel 1: Bespreking
van de soorten
1 Weidebeekjuffer(Calopteryx
splendens)
De bergachtige omgeving van Blatnica is
rijk aan beken. Het ligt dan ook voor de hand dat de familie van
de Beekjuffers, de Calopteryxen, rijk aanwezig zouden
zijn. Op het kamp bleek dit slechts gedeeltelijk het geval te
zijn. De Bosbeekjuffer bleek de libel met het grootste aantal
vangplaatsen te zijn. Daar tegenover staat de zeldzaamheid van Calopterix
splendens. De soort werd maar op zeven plaatsen waargenomen.
De Weidebeekjuffer komt alleen in het dal van de Turiec voor,
waar hij een voorkeur heeft voor brede beken met een zandige
bodem. Je kunt hierbij een beetje aan de omvang van de Drentsche
A denken. Vooral op plaatsen waar de Turiec door een boomloos
landschap stroomt kan je groepjes Weidebeekjuffers boven de
rivier zien rondhangen. De soort doet zijn nederlandse naam dus
duidelijk eer aan.
2 Bosbeekjuffer (Calopteryx
virgo)
De Bosbeekjuffer is in Nederland de
laatste tientallen jaren schrikbarend achteruitgegaan. De soort
heeft een voorkeur voor stromend helder koud water, wat als een
reclame voor Spa bronwater klinkt en dan ook steeds zeldzamer
wordt. Je zult deze libel in Nederland vrijwel alleen nog maar in
beken die door bos stromen vinden. Alleen daar is het water
genoeg beschaduwt om niet te warm te worden. Wie in de Fatra wel
eens geprobeerd heeft om in een bergbeek te zwemmen weet dat koud
water daar erg normaal is. Het water is zelfs zo verschrikkelijk
tenentrekkend koud dat je je niet kunt voorstellen dat de beken
veel leven bevatten.
Blijkbaar weten zelfs de larven van C. virgo
het niet onder deze extreme omstandigheden uit te houden. De
soort is maar één keer, en wel in de Blatnica dolina boven een
bergbeek gezien.De Bosbeekjuffer is in dit op het eerste gezicht
zo geschikte biotoop dus duidelijk niet zo algemeen als je zou
verwachten.
Buiten de echte bergbeken weet C. virgo wel
hoge dichtheden te bereiken. Vooral boven de Turiec kom je
regelmatig kleine groepjes tegen. Zo nu en dan trekt de
Bosbeekjuffer met zijn naaste familielid de Weidebeekjuffer op.
Van enige concurrentie lijkt hier geen sprake te zijn.
Ook in het overganggebied van de bergen naar
het Turiecdal kan je de libel tegenkomen. Uit de gebergterand
ontspringen allerlei kleine zandige beekjes. In Nederland zou je
juist in zulk soort biotopen C. splendens verwachten.
Misschien breekt er in zulk soort kleine watertjes wel een strijd
op leven en dood tussen de Beekjuffers los. In Slowakije is de
Bosbeekjuffer in ieder geval de duidelijke winnaar. In alle
beekjes die langs de bergrand zijn bezocht is C. virgo de
enige Calopterix.Al met al is de Bosbeekjuffer in de
omgeving van Blatnica één van de meest algemene libelen. De
soort is in vrijwel alle biotopen gevonden en is met 13
vangplaatsen zelfs de meest waargenomen libel.
3 Zwervende pantserjuffer (Lestes
barbarus)
Het warme weer van de laatste twee jaar
heeft in Nederland tot een explosie van deze soort geleid. Helaas
zijn er geen gegevens over het aantalsverloop van Lestes
barbarus in Slowakije bekend. Het is dan ook niet duidelijk
of de door ons gevonden libellen uit een al lang aanwezige
populatie komen of het gevolg zijn van de recente
uitbreidingsgolf. De Zwervende pantserjuffer is op het kamp in
twee gebieden gevonden. Rondom het dorpje Ivancina liggen een
paar poelen waar je niet alleen Aeshna affenis, maar ook Lestes
barbarus kunt vangen. Ook in het geheel van plassen, poelen
en beekjes bij Nolcovo langs de Vah vliegen Zwervende
pantserjuffers rond.
4 Tangpantserjuffer (Lestes
dryas) 
De Tangpantserjuffer komt net als zijn
familiegenoot Lestes barbarus in de poel van Ivancina en
de zanderij van Nolcovo voor.
5 Gewone pantserjuffer
(Lestes sponsa )
Ook deze Lestes
is alleen in de poel bij Ivancina en de zandafgraving van Nolcovo
gevangen.
6 Kleine pantserjuffer (Lestes
virens)
De poel van Ivancina
biedt naast de Affenis ook woonruimte aan een andere
zeldzame libellensoort. De Kleine pantserjuffer is in Nederland
behoorlijk zeldzaam. Hij komt vooral in Drenthe voor en heeft
daar een voorkeur voor zure water die lichtelijk vermest zijn.
Over het ecologische gedrag van deze soort in Oosteuropa is mij
niets bekend.
7 Houtpantserjuffer (Lestes
viridis)
Blijkbaar zijn de
wateren bij Nolcovo de enige geschikte panserjufferbiotopen van
de wijde omgeving én zijn Lestesen zeer goed in staat om
deze plekken op te speuren, want ook de Houtpantserjuffer is in
dit gebied gezien. De libel is bovendien de Vah overgestoken en
vliegt ook boven de plassen ten noorden van Nolcove.
Links
8 Breedscheenjuffer (Platycnemis
pennipes)

Met 8 waarnemingen valt de
Bredscheenjuffer vrij algemeen te noemen. De soort komt komt
vooral in stilstaand water in het Turiecdal voor.
9 Lantaarntje (Ischnura
elegans)
Het Lantaarntje is de
meest algemene libel van Nederland. We vonden het dan ook
helemaal niet erg dat we hem amper gevangen hebben. De soort is
vooral boven de meer voedselrijke plassen en poelen in het
Turiecdal te vinden. Daarnaast vloog Ischnura elegans
boven een beek in dit dal en bij de twee bezochte gebieden langs
de Vah. Het Lantaarntje is niet in de bergen gevonden.
10 Klein blauwgatje(Ischnura
pumilio)
Dit schattige kleine
libelletje is ecologisch gezien een echte vrijbuiter. Het Klein
blauwgatje (je zou zo maar heten) duikt in Nederland op in
allerlei vreemde biotopen die op het eerste gezicht niets met
elkaar te maken hebben. Als je wat beter kijkt blijkt hij vooral
van onrustige plekken die vaak verstoord worden te houden. De
vangsten in Slowakije passen prima in deze omschrijving. Ischnura
pumilio vloog met een aantal exemplaren boven een kwelplas
bij Mosovce. Het water wordt dagelijks onder de voet gelopen door
de koeienkudde van dit dorp. Op weg naar de weilanden raggen de
koeien door de oevers en zorgen voor een totaal doorwoelde bodem.
Een twintigtal kilometers naar het noorden komt de soort in een
oude zandafgraving voor. Vlak naast de Vah is een rommelig geheel
van plassen, bosjes en beken ontstaan. De blauwgatjes werden hier
boven een kale plas gevangen.
Een laatste waarneming werd in het kwelmoeras
van Raksa gedaan. Dit moeras is zowel groter als botanisch beter
ontwikkeld dan de kwelplas van Mosovce. Bovendien is er van
betreding geen sprake: het gebied is beschermd natuurreservaat.
De lage dynamiek van dit gebied komt in de aantallen pumilio
naar voren. Er werd slechts één blauwgatje gevangen.
11 Watersnuffel (Enallagma
cyathigerum)
De Watersnuffel is in
een groot aantal verschillende biotopen gevonden. De libel komt
zowel boven beken, langs poelen als hoog in de bergen als zwerver
voor. De aantallen blijven overal laag en bereiken nergens de
hoge dichtheden zoals we in Nederland van een heideven gewend
zijn.
Links
12 Azuurwaterjuffer (Coenagrion
puella)
Van alle soorten van het
geslacht Coenagrion is alleen maar de Azuurwaterjuffer
waargenomen. De soort komt vooral bij poelen en vijvers voor.
Bovendien vliegt hij boven kleine beekjes.
13 Grote roodoogjuffer (Erythromma
najas) 
Vrijwel alleen gevonden
boven plassen en poelen. Met 5 waarnemingen is E. najas
net als in Nederland de meest voorkomende roodoogjuffer.
14 Kleine roodoogjuffer (Erythromma
viridulum)
De Kleine roodoogjuffer
is op twee plaatsen gevangen. De eerste waarneming is in een
vochtig hooiland naast de Turiec bij Ivancina verricht. Ook boven
de plassen ten noorden van Nolcoco is een exemplaar uit de lucht
geplukt.
15 Gaffellibel
(Ophiogomphus cecilia)
In de maanden voor het
kamp zijn de meest wilde soorten op de verlanglijstjes van de
libellenfreaks terechtgekomen. Eén van de soorten die de
lijstjes niet heeft gehaald is Ophiogomphus cecilia. Het
was dan ook een totale verrassing toen twee excursies
onafhankelijk van elkaar deze libel op hun strooptocht langs de
Turiec tegenkwamen. De Gaffellibel kwam ooit in Nederland voor,
maar heeft zich al heel lang geleden terug getrokken. Momenteel
kan je de dichtbijzijndste populatie in de Lüneburger Heide bij
Hamburg vinden. De soort is beperkt tot zuivere riviertjes met
een zandige bodem. Blijkbaar voldoet de Turiec hier optimaal aan,
want de libel is op meerdere plaatsen gezien.
Links
Het is overigens de vraag in hoeverre de
voortplanting in de Turiec zelf plaatsvind. De rivier stinkt
behoorlijk en is af en toe bedekt met een laag schuim. Het zou
dan ook heel goed kunnen dat de larven in de kleine zijbeekjes
die regelmatig in de hoofdstroom uitkomen leven. De waarneming
van Ophiogomphus cecilia in een zijbeek nabij Bodorova
sluit hier goed bij aan. Juist hier weet de soort zijn hoogste
dichtheid te bereiken. Het gaat hierbij aan tientallen
exemplaren, terwijl je boven de Turiec niet boven de tien weet
uit te komen. De libel is buiten de Turiec en zijn zijbeken niet
gezien. Het behoud van deze populatie is dan ook van groot
belang. De kwaliteit van de rivier moet om dit te bereiken in
iedere geval niet verder achteruitgaan.
16 Zuidelijke glazenmaker
(Aeshna affinis)
Eén van de odontologische sensaties van
het kamp was de vangst van een Aeshna affinis. Zoals zijn
Nederlandse naam al aangeeft komt deze libel vooral in de
zuidelijke delen van Europa voor. De soort is een paar
achtereenvolgende dagen bij het affinispoeltje naast de Turiec
gevangen. Deze poel is een paar honderd meter ten westen van de
Turiec bij het dorpje Ivancina te vinden. De libel vloog ook
boven een vochtig hooiland aan de overkant van de weg.
Aeshna affinis is typisch een soort die na
een paar goede zomers zijn leefgebied explosief weet uit te
breidden. Het is net als bij Lestes barbarus dan ook niet
duidelijk of de poel aan een vaste populatie plaats biedt of
alleen maar een zwerver onderdak heeft gegeven.
17 Blauwe glazenmaker (Aeshna
cyanea)
De glazenmakers staan
bekend om hun zwerfgedrag. Vooral in de nazomer kan je tot op de
Dam in Amsterdam aan toe Aeshna's door het luchtruim zien
scheren. De Blauwe glazenmaker is één van deze geduchte
zwervers. De soort is in de omgeving van Blatnica in totaal op 10
plaatsen gezien. Vooral de poelen en beken in het Turiecdal zijn
goede A. cyanea-gebieden. Bovendien komt hij regelmatig in
de Dolina's voor. De meest afwijkende waarnemingsplaats is het
pad naar de berg Tlstá (de mamma) ter hoogte van de grotten. De
libel is niet alleen een paar kilometer van zijn
voortplantingswateren terechtgekomen, maar is ook een paar
honderd meter de hoogte in gegaan. >
18 Bruine glazenmaker (Aeshna
grandis)
De Bruine glazenmaker
heeft ongeveer hetzelfde verspreidingspatroon als Aeshna
cyanea. Ook deze libel komt verspreid over het hele
waarnemingsgebied voor, maar dringt minder diep in de bergen door
als de Blauwe glazenmaker.
19 Venglazenmaker (Aeshna
juncea)
Eén waarneming van deze bewoner van
vennen en hoogvenen. Op weg naar de top van een berg in het
zuidelijk gedeelte van de Mala Fatra, werd een Venglazenmaker
boven een knetsnat hoogveenachtig stuk heide gezien. Dit type
biotoop komt hoog boven in de bergen wel meer voor. Het valt dan
ook te verwachten dat de soort rondom de bergtoppen op meerdere
plaatsen te vinden is.
20 Paardebijter (Aeshna
mixta)
Slechts twee
waarnemingen van deze normaal gesproken toch zo normale libel.
Naast een vijver in het Turiecdal is de Paardebijter ook diep in
de Gaderská dolina gezien.
Links
21 Grote keizerlibel (Anax
imperator)
Deze prachtige grote libel is behoorlijk
algemeen te noemen. De soort komt vooral boven allerlei typen
stilstaand water in de rivierdalen voor.
22 Zuidelijke bronlibel (Cordulegaster
bidentatis)
De Zuidelijke bronlibel is in totaal op
vijf plaatsen gezien. De soort is de enige echte berglibel te
noemen. Naast de vindplaatsen in de Blatnica en Gadierska dolina
is de libel ook op een hooggelegen bergpad en in de twee
kwelmoerassen gezien. Het is niet duidelijk of de soort zich in
het laatse biotoop voortplant of dat we hier met een zwerver van
doen hebben. Bij de bespreking van de bergen als libellenbiotoop
is meer informatie over de Zuidelijke bronlibel te vinden. Vreemd
genoeg is de Bronlibel, Cordulegaster boltonni, niet
waargenomen. Deze libel komt in de Eifel en de Ardennen in heel
wat beken en bronnen voor. Hoewel de omgeving van Blatnica rijk
is aan op het eerste gezicht gelijkwaardige biotopen is er geen
spoor van de soort gevonden.
23 Smaragdlibel (Cordulia
aenea)
De plas ten noorden van Nolcovo bij de
Váh is de enige plaats waar de Smaragdlibel is gezien. Meerdere
libellen van deze soort vlogen hun rondjes boven dit met
waterplanten begroeid water. Cordulia aena is een
voorjaarslibel. Mischien is de soort dan ook algemener en waren
de door ons gevangen libellen de laatsten van hun generatie.
24 Metaalglanslibel (Somatochlora
metallica)
Slechts één waarneming
en wel op de plaats waar de Blatnica en de Gaderská dolina bij
elkaar komen. De soort plant zich in vijvers, kanalen en
beschaduwde beken voort. Het is de zeer de vraag of de beken in
de dolina's niet te koud en voedselarm voor de larven van deze
libel zijn. Waarschijnlijk gaat het hier dan ook om een zwervend
exemplaar.
Links
25 Platbuik (Libellula
depressa)
Een vrij algemene libel die vooral in
stilstaand water als plassen en poelen in het Turiecdal is
gevonden. Daarnaast komt hij ook langs beekjes en kwelplekken
voor. De soort is als zwerver in de dalen van de Vel'ka Fatra
gezien.
27 Viervlek (Libellula
quadrimaculata) 
Met slechts drie waarnemingen is de
Viervlek duidelijk minder algemeen dan we van hem gewend zijn. In
alle gevallen ging het om stilstaand water in een rivierdal.
28 Zuidelijke oeverlibel (Orthetrum
brunneum)
Ongetwijfeld de meest
omstreden en ook een van de meest verrassende libellen van het
kamp. Er is vrijwel geen dag voorbijgegaan zonder de strijd of
deze libel nu bloedmooi of juist strontlelijk is. De soort is
halverwege het kamp tijdens de mega-scoorexcursie van Bart,
Martijn en Jan in het kwelmoeras van Mosovce ontdekt. Later
volgde nog een vangst in de zanderij van Nolcovo.
De Zuidelijke oeverlibel is aan zeer
ondiepe zandige beekjes en bronnen gebonden. De larven kunnen
langdurige uitdroging overleven en graven zich in de modder in.
Bart haalde zonder probleem vier vette Orthetrum-larven
uit de modder van de kwelplas van Mosovce. We kunnen zelf wel
raden om welke soort het hier gaat.
De Zuidelijke Oeverlibel is ecologisch overigens
duidelijk gescheiden van de Beekoeverlibel. De beide soorten
komen in hoge dichheden voor in het kwelmoeras van Mosovce, maar
hebben het gebied onderling duidelijk verdeeld. De ondiepe
modderige kwelplas midden in het weiland is het domein van brunneum.
Ook Ischnura pumilio komt in dit biotoop voor. De plas
wordt door de dagelijks passerende koeienmassa doorwoeld en dus
modderig gehouden.
Het kwelmoeras zelf is meer begroeid en bestaat
ook uit wat diepere beken. De koeien laten dit gebied links
liggen waardoor de bodem meer zandig is. Orthetrum
coerulescens weet hier hoge aantallen te bereiken. Alleen aan
de rand van het kwelmoeras zelf kom je zo nu en dan tussen de
Beekoevers een Zuidelijke oeverlibel tegen . Samenvattend is brunneum
een liefhebber van dynamiek, terwijl coerulescens meer in
stabiele kwelmilieu's voorkomt. De Zuidelijke oeverlibel komt dan
ook niet voor in het stabiele kwelmoeras van Raksa.
29 Gewone oeverlibel (Orthetrum
cancellatum)
De Gewone oeverlibel is
de meest voorkomende soort van de gevonden drie Orthetrum's.
De libel is anders dan zijn twee geslachtsgenoten niet specifiek
aan stromend water gebonden. De meeste libellen zijn dan ook
boven stilstaand water in de rivierdalen gezien.
Links
30 Beekoeverlibel (Orthetrum
coerulescens)
Zoals al bij de Zuidelijke oeverlibel is
vermeld komt de Beekoeverlibel in het kwelmoeras van Mosovce
voor. De soort vliegt bovendien in hoge aantallen in het
kwelmoeras van Raksa rond. Orthetrum coerulescens is dus
duidelijk een libel van natuurlijke bronnen en ondiepe beekjes.
In dit milieu wordt hij begeleidt door Libellula depressa.
Grappig is bovendien dat in de beide vindplaatsen rond Blatnica
ook Cordulegaster bidentatus rondvliegt. Het is
onduidelijk in hoeverre deze soort zich hier voortplant en dus
een ecologische collega van de Beekoeverlibel is.
31 Zwarte heidelibel (Sympetrum
danae)
Vier waarnemingen en wel
op de kampplaats, boven plassen in het Turiecdal en het
Raksa-moeras. De soort vertoond niet echt extreem zwerfgedrag.
32 Geelvlekheidelibel (Sympetrum
flaveolum)
De laatste twee jaar is Sympetrum
flaveolum in Nederland duidelijk algemener aan het worden. De
libel valt door het hele land en op de meest vreemde plekken te
vinden. In Slowakije was dit duidelijk niet het geval. Met 4
waarnemingen valt deze toch zo opvallende libel niet echt
algemeen te noemen. De soort is bij de Affenis-poel, de zanderij
van Nolcovo en boven de kampplaats gezien.
33 Bandheidelibel (Sympetrum
pedemontanum)
De zanderij van Nolcovo
levert niet alleen veel, maar ook spectaculaire libellen op. Het
meest sprekende voorbeeld hiervan is wel Sympetrum
pedemontanum. Een prachtig mannetje met de voor deze soort
kenmerkende banden over de vleugels belandde in het net van Alje.
Het bleef ook bij dit exemplaar, zodat het niet met zekerheid
valt te zeggen of we hier met een populatie of een zwerver te
maken hebben. De bandheidelibel is overigens de enige libel
waarvan oude gegevens uit het gebied bekend zijn. In de jaren
vijftig is een exemplaar in de Blatnická dolina gezien. Het
water in dit dal is zo ijzig dat voortplanting ter plekke uit te
sluiten valt. Aanwijzingen voor een vaste populatie zijn er dan
ook niet.
34 Bloedrode heidelibel (Sympetrum
sanguineum)
De Bloedrode heidelibel
is in vrijwel het hele gebied gezien. De libel is zowel in de
bergdalen als bij de Turiec en de Váh een algemene verschijning.
35 Bruinrode heidelibel (Sympetrum
striolatum)
Gezien in de zanderij
van Nolcovo en het kwelmoeras van Raksa.
36 Steenrode heidelibel (Sympetrum
vulgatum)
Een algemene soort in
het Turiecdal. De libel dringt als zwever diep de dolina's in.