Opnieuw
Beekrombout : Gomphus vulgatissimus langs de Overijsselse
Vecht.
Marcel Hospers & Andre
Hospers, Nieuwlande
Summary
On 23 may 1997 and 9 may 1999 near the river Vecht was searched
for Gomphus vulgatissimus. The river Vecht is flowing from Germany
from Nordhorn to Zwolle and will end in the innersea IJsselmeer.
During this investigation a remarkeble amount of grown up females
were observed, only one male imago was found. The amount of
excuviae present was much higher in 1999 (53) than in 1997 (only
17). This difference is partly due to the investigation effort, in
1999 we searched with two people, in 1997 with one. Imago's were
only found near the river Vecht if bushes were present. North of
Gramsbergen the species seemed to be very rare.
Die Gemeine Keiljunger neu im Tal der Vechte in Laar
(Deutschland) und Gramsbergen (die Niederlande) gefunden in May
1997 und May 1999.
Introduction
In 1999, twee jaar na de vondst van de Beekrombout langs de
Overijsselse Vecht (verder in deze bijdrage 'de Vecht' genoemd)
werden weer veel vroeg uitsluipende exemplaren langs de Buurserbeek
gevonden. Het lag daarom voor de hand om weer eens deze omgeving te
bezoeken. Daarom zijn André Hospers en ondergetekende op 9 mei
-14 dagen eerder dan in 1997- nog eens langs de Vecht wezen kijken.
Hierbij werd vrijwel dezelfde route en monsterplaatsen genomen als
destijds. Alleen de verzamelde huidjes, de aantekeningen op de
kaart en de schaarse notities in mijn excursieboekje worden
gebruikt voor dit verslag. De PC met mijn verslag van destijds
wilde namelijk niet meer opstarten. Per locatie wordt aangegeven
welke waarnemingen in 1999 zijn gedaan en wat er in 1997 werd
gezien.
Brug bij Gramsbergen
Aan de noordkant van Gramsbergen stroomt de Vecht. Hier is maar
één brug over de rivier, waar ook het afwateringskanaal
van Coevorden uitmondt in de Vecht. De begroeiing is hier hoog en
ruig met o.a. Grote brandnetel (Urtica dioica). In de beek
groeit o.a. Doorgroeit fonteinkruid (Potamogeton
perfoliatus.) Dit is de plek waar ik in 1997 de eerste vondst
van de Beekrombout (Gomphus vulgatissimus) deed. Het was
slechts een huidje. Maar wel de meest westelijke van de Vecht. Net
als twee jaar geleden is hier in 1999 ook maar één huidje
van een mannetje gevonden. Opnieuw aan de Zuidoostkant van de brug,
waar de Vecht en het kanaal van Coevorden in elkaar samen gaan. Het
lijkt net dat het water uit het kanaal te vuil of zuurstofarm is om
de soort meer westelijk voor te laten komen. In 1999 is de soort
niet aan de noordwestkant en noordoostkant (kanaalkant)
aangetroffen. Aan de zuidwestkant, waar het water schoner zou
kunnen zijn, is niet gezocht. Hier is ook de langste strook
vegetatie uitgekamd om naar deze soort te zoeken, met een schamel
resultaat. Zowel in 1997 als in 1999 is niet westelijker gekeken
naar deze soort. Het gevonden huidje wijkt af, misschien omdat het
nat is geweest. Het zou dus nog gecontroleerd moeten worden.
Behalve het huidje vloog er ook nog
een
man van de Weidebeekjuffer Calopteryx splendens rond.
In 1997 werden er geen andere libellen gezien, wat misschien ook
een indicatie is voor de kwaliteit van het water hier.
Spoorbrug Gramsbergen-Oost
Ten oosten van Gramsbergen heeft de Vecht een steile zuidoever
die is begroeid met wilgenstruiken. 200m zuidelijker loopt een
smalle strook bos evenwijdig aan de spoorlijn. In de bosjes langs
de spoorlijn zijn een tiental rondvliegende juveniele Rombouten
gezien. De drie gevangen exemplaren waren alle vrouwtjes. Langs de
Vecht zijn ook nog vier Rombouten aangetroffen. Hiervan zijn 2
vrouwtjes gevangen. Dit is nu de meest westelijke plaats waar
volwassen Rombouten zijn aangetroffen. Het was ook meteen de plaats
waar tot nu toe veruit de meeste volwassen exemplaren zijn
gevonden. Als een trein over de spoorlijn langs dendert vliegen de
libellen massaal op uit de vegetatie omhoog een boom of struik in.
De forse groene kardinaalsmuts was favoriet. De begroeiing maakt de
oever slecht begaanbaar.
Het is de enige van de bezochte plekken waar begroeiing direct
langs de Vecht is. Het lijkt er op dat net uitgekomen Rombouten
struiken of bomen op zoeken. Ze blijven alleen bij de omgeving van
de Vecht als er struiken zijn. Ook verder zijn er in een smalle
strook bos de andere exemplaren aangetroffen.
Daarom is hier slechts kort gezocht naar exuvia. Deze zijn niet
gevonden. Deze plaats is in 1997 niet gemonsterd.
De Haandrik
Bij de Haandrik mond het Coevorden-Vechtkanaal in de Vecht uit.
Ten oosten van de Haandrik is in een weiland gezocht naar exuvia.
Door het lage gras langs de Vecht is het hier eenvoudig om huidjes
te vinden. In 1997 is hier het eerste volwassen exemplaar (een
vrouwtje) gevonden in de hoge vegetatie. In 1999 is deze vegetatie
nauwelijks bekeken. Alle huidjes zijn afkomstig uit het weiland.
Hier is klei uit gehaald om de dijk te verhogen. Het lage weiland
valt nu onder een beheersovereenkomst - niet voor 1 juni maaien -
terwijl er eigenlijk nauwelijks vogels in nestelen. Verder is vloog
hier nog een mannetje Calopteryx splendens. Om 12.17 uur is
een net uitgeslopen vrouwtje aangetroffen. Totaal zijn hier 16 man
en 15 vrouwenhuidjes verzameld, veel meer dan in 1997. Toen zijn
maar 3 huidjes gevonden.
In 1997 is hier een volwassen vrouwtje en 3 huidjes
gevonden.
Leistenhoeve
Het meest oostelijke monsterpunt in Nederland is de plaats waar
de weg nog vlak langs de zuidkant van de Vecht komt. Daarna buigt
deze van de weg af. In 1997 was de waterstand hoger, zodat er geen
huidjes in het liesgras gezocht hoefden te worden. Ook de hoge
waterstand van afgelopen winter heeft voor veel afzetting van zand
gezorgd. Nu waren de huidjes over groter gebied verspreid, wat het
lastiger maakte om deze te vinden. Nu zijn er 7 vrouwtjes en 11
mannelijke exuvia gevonden, veel meer dan in 1997. Om 14.00 uur
zijn een uitsluipend vrouwtje en mannetje (het enige manlijke
exemplaar van 9 mei 1999) gevonden. Ook hier vlogen 2 mannelijke
Calopteryx spendens.
Verder vlogen er in het gras nog twee libellen op, vermoedelijk
twee Rombouten. In 1997 zijn hier 6 huidjes en een uitsluipend
mannetje gevonden.
Brug bij LaarDuitsland
Aangezien het boekje 'Die Flussjunfern Europas' op het
verspreidingskaartje dat voor 1996 gemaakt is geen vondsten voor de
Vecht vermeld, nemen we aan dat de 6 huidjes en een juveniel
vrouwtje in 1997 de eerste vondst in Duitsland is van Gomphus
vulgatissimus aan de Vecht. Vandaar dat we ook hier het
voorkomen nog verifiëren. Dit jaar zijn slechts 4 vrouwelijke
en 7 mannelijke huidjes gevonden. Dit is exclusief een larve, die
niet teruggevonden kon worden. Zodoende kon hier niet het geslacht
van worden bepaald.
Van een visser langs de beek kregen we nog de tip eens langs het
ongekanaliseerde Drostendiep en het Schoonerbeker diep te
kijken.
Samenvattend
Opvallend is dat er vooral volwassen vrouwtjes aan zijn
getroffen en maar één uitsluipend mannetje. Het lijkt er
op dat -omdat er iets meer mannetjeshuidjes zijn aangetroffen- dat
mannetjes of eerder op de dag of een aantal dagen eerder
uitsluipen. Verder zijn in totaal veel meer larvenhuidjes gevonden
(53) dan in 1997 (17), hoewel het wel vroeger in het jaar was.
Belangrijk is ook dat we dit jaar met z'n tweeen alles afzochten.
Het is dus te vroeg om van een toename te spreken. Waarschijnlijker
is dat intensiever is gezocht. Verder werden er alleen vliegende
exemplaren aangetroffen in de (directe) omgeving van de Vecht
wanneer struiken aanwezig waren of in een strook bos langs de
Vecht. Opvallend is dat de soort door ons met slechts enkel
individu ten noorden van Gramsbergen is gevonden. In de omgeving
van Hardenberg zijn de dalen van de Vecht (vlakke oevers) meer
overeenkomstig die bij de grens met Duitsland. Het is dan ook aan
te bevelen eens de westgrens van de verspreiding van deze
Gomphus langs de Overijsselse Vecht te bepalen.
On 1997 and 1999 in East Holland was searched for Gomphus
vulgatissimus. Remarkeble is the amount of grown up females,
only one male imago was found. The amount of excuviae present was
much higher in 1999 (53) than in 1997 (only 17). This difference is
partly due to the investigation effort, in 1999 we searched with
two people, in 1997 with one. Imago's were only found near the
river Vecht if bushes were present. North of Gramsbergen the
species seemed to be very rare.
Tabel 1: Vergelijking van aantallen van de Beekrombout
Gomphus vulgatissimus per locatie. Aantallen gevonden
larvenhuidjes (exuv), uitsluipende individuen (uitsl) en volwassen
dieren (adult) per geslacht.
Vrouwtjes
Mannetjes
Onbep
Naam locatie
Amersfoort-coördinaten
exuv
uitsl
adult
Exuv
uitsl
Adult
exuv
Uitsl
adult
Brug bij
Gramsbergen
241,1-514,5
1
1
1
1
Gramsbergen-Oost
(Spoor)
242,8-515,0
0
?
0
?
5
?
0
?
0
?
0
?
2
?
?
?
De Haandrik
243,9;515,5 tot 244,0;515,5
15
1
16
3
Leistenhoeve ??
244,7-514,9
7
1
11
1
1
6
Brug bij Laar
(Duitsland)
246,5-514,7
4
1
7
6
Totaal
1999
1997
26
1
1
5
1
34
1
1
1
3
16
1999 (70
individuen)
32
35
3
1997 (20
individuen)
2
2
16
Naschrift 2004
Nalv een aantal artikelen die verschenen zijn over de Beekrombout
(Gomphus vulgatissimus) bij de Vecht is dit naschrift
toegevoegd.
In deze artikelen wordt geproken over incidentele vondsten tussen
1998 en 2002. Dit wijst er op dat niet alle gegevens bekend waren
bij de betrokkenen.
"Naar aanleiding van incidentele vondsten gedurende de laatste
vier jaar van zowel volwassen mannelijke als vrouwelijke
exemplaren, besloten enkele leden van de werkgroep in het voorjaar
van 2002 een uitgebreide zoekactie te houden naar het voorkomen van
de soort in de bovenstroom van de Overijsselse Vecht, vanaf Laar
(Duitse grens) tot Ommen. Tussen 9 en 26 mei is er gedurende 7
dagen gezocht naar larvenhuidjes, net uitgeslopen exemplaren en
volwassen mannetjes en vrouwtjes. In totaal werd er gedurende zeven
dagen 6775 meter oever onderzocht. "
Op grond hiervan nog wat aanvullingen:
1. In 1997 en in 1999 is op elke locatie langs de Vecht waar
gezocht is naar de beekrombout deze aangetroffen.
2. In 1997 en in 1999 is op bijna elke locatie langs de Vecht waar
is gezocht meer dan 1 exemplaar aangetroffen.
Alleen bij de brug over de vecht bij Gramsbergen is vrij lang in
tijd (een half uur?) en lengte (200m?) gezocht en toch maar 1
exemplaar aangetroffen. Bovenstaande twee punten wezen op een
behoorlijke populatie tussen Gramsbergen en de Duitse grens. Toen
in 1997 deze locatie gevonden werd werd van uit gegaan dat dit een
grote populatie voor deze soort in Nederland zou zijn omdat de
(Overijsselse) Vecht langer is dan de Buurserbeek. Later bleek dat
langs de Buurserbeek de soort niet meer voorkomt na de zandvang bij
Diepenheim en dat deze extrapolatie dus wel erg voorbarig was.
Tijdens de eerste ronde 1997 is alleen naar presentie en niet naar
aantallen gekeken. Er werd dus niet onbeperkt larvehuidjes
verzameld. Dit verklaart het lage aantal gevonden huidjes. Het
aantal aanwezige huidjes langs de Vecht in 1997 en 1999 zal het
aantal gevonden huidjes dan ook vele malen overtreffen.
De hogere aantallen in 1999 zijn een inventarisatie-effect: toen
is met 2 personen gezocht in plaats van met 1 en is waarschijnlijk
ook langer gezocht. De grote aantallen in 2002 (citaat) lijken mij
ook voor een belangrijk deel toe te schrijven aan het
inventarisatie-effect.
Exuviae van Gomphus vulgatissimus op 23 mei 1997 langs
de Overijsselse Vecht
Exuviae bij Laar (246,6-514,8)
4 vrouwtjes, waarbij 1 vrouwtje afwijkt door een breder en plat
platbuikachtig achterlijf.
2 mannetjes
1 teneraal uitgeslopen vrouwtje
Exuviae bij de Haandrik (244,0-515,5)
2 vrouwtjes
6 mannetjes waarvan 3 huidjes en 1 teneraal vrouwtje
Duitse Grens (244,8-515,0)
5 huidjes plus een uitsluipend mannetje bij de Duitse grens
Exuviae bij de brug bij Gramsbergen(241-514,5)
1 vrouwtje en verder geen volwassen beesten.