www.peoplestrust.nl
Translate this page! In your own language

 Home

nature-remove@this_hop.to    

Inhoud Site

Inhoud Site

Biology and Nature observations about biology summercamps, fresh water Algen, Orthoptera, Butterflies, Plants, Estonia, Albania, Slovakia, ZOTKS Slovenia and Birds.

Artikelen about Birds/(vogels), Plants of Slovakia, Amfibians (amfibien), Mammals/(zoogdieren), Grasshoppers/
(sprinkhanen)
, Butterflies (vlinders), Dragonflies/(libellen)

 

Opnieuw Beekrombout :
Gomphus vulgatissimus langs de Overijsselse Vecht.

Marcel Hospers & Andre Hospers, Nieuwlande

De Gomphus pulchellus (Plasrombout) heeft zwart gele poten en een gele streep over het achterlijf. Beide schouderstrepen zijn even smal waardoor het borststuk geel lijkt. De eerste zijnaadstreep is doorlopend.

Summary

On 23 may 1997 and 9 may 1999 near the river Vecht was searched for Gomphus vulgatissimus. The river Vecht is flowing from Germany from Nordhorn to Zwolle and will end in the innersea IJsselmeer. During this investigation a remarkeble amount of grown up females were observed, only one male imago was found. The amount of excuviae present was much higher in 1999 (53) than in 1997 (only 17). This difference is partly due to the investigation effort, in 1999 we searched with two people, in 1997 with one. Imago's were only found near the river Vecht if bushes were present. North of Gramsbergen the species seemed to be very rare.

Die Gemeine Keiljunger neu im Tal der Vechte in Laar (Deutschland) und Gramsbergen (die Niederlande) gefunden in May 1997 und May 1999.

Introduction

In 1999, twee jaar na de vondst van de Beekrombout langs de Overijsselse Vecht (verder in deze bijdrage 'de Vecht' genoemd) werden weer veel vroeg uitsluipende exemplaren langs de Buurserbeek gevonden. Het lag daarom voor de hand om weer eens deze omgeving te bezoeken. Daarom zijn André Hospers en ondergetekende op 9 mei -14 dagen eerder dan in 1997- nog eens langs de Vecht wezen kijken. Hierbij werd vrijwel dezelfde route en monsterplaatsen genomen als destijds. Alleen de verzamelde huidjes, de aantekeningen op de kaart en de schaarse notities in mijn excursieboekje worden gebruikt voor dit verslag. De PC met mijn verslag van destijds wilde namelijk niet meer opstarten. Per locatie wordt aangegeven welke waarnemingen in 1999 zijn gedaan en wat er in 1997 werd gezien.

Brug bij Gramsbergen

Aan de noordkant van Gramsbergen stroomt de Vecht. Hier is maar één brug over de rivier, waar ook het afwateringskanaal van Coevorden uitmondt in de Vecht. De begroeiing is hier hoog en ruig met o.a. Grote brandnetel (Urtica dioica). In de beek groeit o.a. Doorgroeit fonteinkruid (Potamogeton perfoliatus.) Dit is de plek waar ik in 1997 de eerste vondst van de Beekrombout (Gomphus vulgatissimus) deed. Het was slechts een huidje. Maar wel de meest westelijke van de Vecht. Net als twee jaar geleden is hier in 1999 ook maar één huidje van een mannetje gevonden. Opnieuw aan de Zuidoostkant van de brug, waar de Vecht en het kanaal van Coevorden in elkaar samen gaan. Het lijkt net dat het water uit het kanaal te vuil of zuurstofarm is om de soort meer westelijk voor te laten komen. In 1999 is de soort niet aan de noordwestkant en noordoostkant (kanaalkant) aangetroffen. Aan de zuidwestkant, waar het water schoner zou kunnen zijn, is niet gezocht. Hier is ook de langste strook vegetatie uitgekamd om naar deze soort te zoeken, met een schamel resultaat. Zowel in 1997 als in 1999 is niet westelijker gekeken naar deze soort. Het gevonden huidje wijkt af, misschien omdat het nat is geweest. Het zou dus nog gecontroleerd moeten worden. Behalve het huidje vloog er ook nog Ophigomphus cecilia (Gomphus serpentin, Gaffellibel) gefotografeerd bij het commandoveentje (Estland, Tartu, Kanepi), ook bij een heldere bosbeek met veel bomen en een zandige bodem. (Photo Marcel Hospers)een man van de Weidebeekjuffer Calopteryx splendens rond.

In 1997 werden er geen andere libellen gezien, wat misschien ook een indicatie is voor de kwaliteit van het water hier.

Spoorbrug Gramsbergen-Oost

Ten oosten van Gramsbergen heeft de Vecht een steile zuidoever die is begroeid met wilgenstruiken. 200m zuidelijker loopt een smalle strook bos evenwijdig aan de spoorlijn. In de bosjes langs de spoorlijn zijn een tiental rondvliegende juveniele Rombouten gezien. De drie gevangen exemplaren waren alle vrouwtjes. Langs de Vecht zijn ook nog vier Rombouten aangetroffen. Hiervan zijn 2 vrouwtjes gevangen. Dit is nu de meest westelijke plaats waar volwassen Rombouten zijn aangetroffen. Het was ook meteen de plaats waar tot nu toe veruit de meeste volwassen exemplaren zijn gevonden. Als een trein over de spoorlijn langs dendert vliegen de libellen massaal op uit de vegetatie omhoog een boom of struik in. De forse groene kardinaalsmuts was favoriet. De begroeiing maakt de oever slecht begaanbaar.

Het is de enige van de bezochte plekken waar begroeiing direct langs de Vecht is. Het lijkt er op dat net uitgekomen Rombouten struiken of bomen op zoeken. Ze blijven alleen bij de omgeving van de Vecht als er struiken zijn. Ook verder zijn er in een smalle strook bos de andere exemplaren aangetroffen.

Daarom is hier slechts kort gezocht naar exuvia. Deze zijn niet gevonden. Deze plaats is in 1997 niet gemonsterd.

De Haandrik

Bij de Haandrik mond het Coevorden-Vechtkanaal in de Vecht uit. Ten oosten van de Haandrik is in een weiland gezocht naar exuvia. Door het lage gras langs de Vecht is het hier eenvoudig om huidjes te vinden. In 1997 is hier het eerste volwassen exemplaar (een vrouwtje) gevonden in de hoge vegetatie. In 1999 is deze vegetatie nauwelijks bekeken. Alle huidjes zijn afkomstig uit het weiland. Hier is klei uit gehaald om de dijk te verhogen. Het lage weiland valt nu onder een beheersovereenkomst - niet voor 1 juni maaien - terwijl er eigenlijk nauwelijks vogels in nestelen. Verder is vloog hier nog een mannetje Calopteryx splendens. Om 12.17 uur is een net uitgeslopen vrouwtje aangetroffen. Totaal zijn hier 16 man en 15 vrouwenhuidjes verzameld, veel meer dan in 1997. Toen zijn maar 3 huidjes gevonden.

In 1997 is hier een volwassen vrouwtje en 3 huidjes gevonden.

Leistenhoeve

Het meest oostelijke monsterpunt in Nederland is de plaats waar de weg nog vlak langs de zuidkant van de Vecht komt. Daarna buigt deze van de weg af. In 1997 was de waterstand hoger, zodat er geen huidjes in het liesgras gezocht hoefden te worden. Ook de hoge waterstand van afgelopen winter heeft voor veel afzetting van zand gezorgd. Nu waren de huidjes over groter gebied verspreid, wat het lastiger maakte om deze te vinden. Nu zijn er 7 vrouwtjes en 11 mannelijke exuvia gevonden, veel meer dan in 1997. Om 14.00 uur zijn een uitsluipend vrouwtje en mannetje (het enige manlijke exemplaar van 9 mei 1999) gevonden. Ook hier vlogen 2 mannelijke Calopteryx spendens.

Verder vlogen er in het gras nog twee libellen op, vermoedelijk twee Rombouten. In 1997 zijn hier 6 huidjes en een uitsluipend mannetje gevonden.

Brug bij Laar Duitsland

Aangezien het boekje 'Die Flussjunfern Europas' op het verspreidingskaartje dat voor 1996 gemaakt is geen vondsten voor de Vecht vermeld, nemen we aan dat de 6 huidjes en een juveniel vrouwtje in 1997 de eerste vondst in Duitsland is van Gomphus vulgatissimus aan de Vecht. Vandaar dat we ook hier het voorkomen nog verifiëren. Dit jaar zijn slechts 4 vrouwelijke en 7 mannelijke huidjes gevonden. Dit is exclusief een larve, die niet teruggevonden kon worden. Zodoende kon hier niet het geslacht van worden bepaald. De Gomphus pulchellus (Plasrombout) heeft zwart gele poten en een gele streep over het achterlijf. Beide schouderstrepen zijn even smal waardoor het borststuk geel lijkt. De eerste zijnaadstreep is doorlopend.

Van een visser langs de beek kregen we nog de tip eens langs het ongekanaliseerde Drostendiep en het Schoonerbeker diep te kijken.

Samenvattend

Opvallend is dat er vooral volwassen vrouwtjes aan zijn getroffen en maar één uitsluipend mannetje. Het lijkt er op dat -omdat er iets meer mannetjeshuidjes zijn aangetroffen- dat mannetjes of eerder op de dag of een aantal dagen eerder uitsluipen. Verder zijn in totaal veel meer larvenhuidjes gevonden (53) dan in 1997 (17), hoewel het wel vroeger in het jaar was. Belangrijk is ook dat we dit jaar met z'n tweeen alles afzochten. Het is dus te vroeg om van een toename te spreken. Waarschijnlijker is dat intensiever is gezocht. Verder werden er alleen vliegende exemplaren aangetroffen in de (directe) omgeving van de Vecht wanneer struiken aanwezig waren of in een strook bos langs de Vecht. Opvallend is dat de soort door ons met slechts enkel individu ten noorden van Gramsbergen is gevonden. In de omgeving van Hardenberg zijn de dalen van de Vecht (vlakke oevers) meer overeenkomstig die bij de grens met Duitsland. Het is dan ook aan te bevelen eens de westgrens van de verspreiding van deze Gomphus langs de Overijsselse Vecht te bepalen.

Marcel en André Hospers

Links

 

Summary

On 1997 and 1999 in East Holland was searched for Gomphus vulgatissimus. Remarkeble is the amount of grown up females, only one male imago was found. The amount of excuviae present was much higher in 1999 (53) than in 1997 (only 17). This difference is partly due to the investigation effort, in 1999 we searched with two people, in 1997 with one. Imago's were only found near the river Vecht if bushes were present. North of Gramsbergen the species seemed to be very rare.

 

Literatuur

De Beekrombout
Die Gemeine Keiljungfer - Gomphus vulgatissimus



Tabel 1: Vergelijking van aantallen van de Beekrombout Gomphus vulgatissimus per locatie. Aantallen gevonden larvenhuidjes (exuv), uitsluipende individuen (uitsl) en volwassen dieren (adult) per geslacht.

   

Vrouwtjes

Mannetjes

Onbep

Naam locatie

Amersfoort-coördinaten

exuv

uitsl

adult

Exuv

uitsl

Adult

exuv

Uitsl

adult

Brug bij Gramsbergen

241,1-514,5

      1

1

    1

1

   
Gramsbergen-Oost

(Spoor)

242,8-515,0

0

?

0

?

5

?

0

?

0

?

0

?

2

?

?

?

De Haandrik

243,9;515,5 tot 244,0;515,5

15  

1

16    

3

   
Leistenhoeve ??

244,7-514,9

7 1   11 1

1

 

6

   
Brug bij Laar (Duitsland)

246,5-514,7

4

1

  7    

6

   
Totaal 1999

1997

  26 1

1

5

1

34

1

1

1

  3

16

   
1999 (70 individuen)

32

35

3

1997 (20 individuen)

2

2

16




Naschrift 2004
Nalv een aantal artikelen die verschenen zijn over de Beekrombout (Gomphus vulgatissimus) bij de Vecht is dit naschrift toegevoegd.
In deze artikelen wordt geproken over incidentele vondsten tussen 1998 en 2002. Dit wijst er op dat niet alle gegevens bekend waren bij de betrokkenen.

"Naar aanleiding van incidentele vondsten gedurende de laatste vier jaar van zowel volwassen mannelijke als vrouwelijke exemplaren, besloten enkele leden van de werkgroep in het voorjaar van 2002 een uitgebreide zoekactie te houden naar het voorkomen van de soort in de bovenstroom van de Overijsselse Vecht, vanaf Laar (Duitse grens) tot Ommen. Tussen 9 en 26 mei is er gedurende 7 dagen gezocht naar larvenhuidjes, net uitgeslopen exemplaren en volwassen mannetjes en vrouwtjes. In totaal werd er gedurende zeven dagen 6775 meter oever onderzocht. "

Op grond hiervan nog wat aanvullingen:
1. In 1997 en in 1999 is op elke locatie langs de Vecht waar gezocht is naar de beekrombout deze aangetroffen.
2. In 1997 en in 1999 is op bijna elke locatie langs de Vecht waar is gezocht meer dan 1 exemplaar aangetroffen.

Alleen bij de brug over de vecht bij Gramsbergen is vrij lang in tijd (een half uur?) en lengte (200m?) gezocht en toch maar 1 exemplaar aangetroffen. Bovenstaande twee punten wezen op een behoorlijke populatie tussen Gramsbergen en de Duitse grens. Toen in 1997 deze locatie gevonden werd werd van uit gegaan dat dit een grote populatie voor deze soort in Nederland zou zijn omdat de (Overijsselse) Vecht langer is dan de Buurserbeek. Later bleek dat langs de Buurserbeek de soort niet meer voorkomt na de zandvang bij Diepenheim en dat deze extrapolatie dus wel erg voorbarig was.
Tijdens de eerste ronde 1997 is alleen naar presentie en niet naar aantallen gekeken. Er werd dus niet onbeperkt larvehuidjes verzameld. Dit verklaart het lage aantal gevonden huidjes. Het aantal aanwezige huidjes langs de Vecht in 1997 en 1999 zal het aantal gevonden huidjes dan ook vele malen overtreffen.
De hogere aantallen in 1999 zijn een inventarisatie-effect: toen is met 2 personen gezocht in plaats van met 1 en is waarschijnlijk ook langer gezocht. De grote aantallen in 2002 (citaat) lijken mij ook voor een belangrijk deel toe te schrijven aan het inventarisatie-effect.

Exuviae van Gomphus vulgatissimus op 23 mei 1997 langs de Overijsselse Vecht
Exuviae bij Laar (246,6-514,8)

4 vrouwtjes, waarbij 1 vrouwtje afwijkt door een breder en plat platbuikachtig achterlijf.
2 mannetjes
1 teneraal uitgeslopen vrouwtje

Exuviae bij de Haandrik (244,0-515,5)
2 vrouwtjes
6 mannetjes waarvan 3 huidjes en 1 teneraal vrouwtje

Duitse Grens (244,8-515,0)
5 huidjes plus een uitsluipend mannetje bij de Duitse grens

Exuviae bij de brug bij Gramsbergen(241-514,5)
1 vrouwtje en verder geen volwassen beesten.

EZ publish natuurboeken site met reisverslagen