De Rombouten (Gomphidae) vormen de enige familie onder de
'echte libellen', waarbij de ogen duidelijk uit elkaar staan. Op
het kampterrein is een Beekrombout (Gomphus vulgatissimus)
waargenomen, een prachtige geel met zwart getekende libel.
Algemeen voorkomend bij de beek was de Kleine Tanglibel
(Onychogomphus forcipatus). Alle mannetjeslibellen hebben
achterlijfsaanhangsels, waarmee zij vrouwtjes grijpen. De
mannetjes van deze soort spannen echter de kroon met hun enorme
tang! Talrijk was de Breedscheenjuffer (Platycnemis pennipes)
langs de Bloscica. Opvallend waren de dubbele schouderstreep en
de verbrede poten. Tijdens ÚÚn van de libellenexcursies werd
een paring van deze soort geobserveerd. De Breedscheenjuffers
vormden een paringsrad met de vorm van een hartje (wat diepe
indruk maakte bij sommigen). Bij verstoring vliegt het rad weg en
vervolgt een eindje verder de paringsactiviteiten. Enige keren is
de Kanaaljuffer (Cercion lindenii) waargenomen. Het vrouwtje van
deze soort is typisch driekleurig (groen, blauw en bruingeel).
Enige kilometers van het kampterrein verwijderd werd een geheel
groene libel gezien, die snel over de beek vloog en geregeld even
in de lucht bleef hangen. Twee soorten komen in aanmerking: de
Metaalglanslibel (Somatochlora metallica) en de Zuidelijke
glanslibel (S. meridionalis). De laatste soort heeft een geel
vlekje op het borststuk en een zeer donker pterostigma. Lastig
is, dat in SloveniÙ beide soorten voorkomen, en dat er zelfs
tussenvormen bestaan. Bij een mannetje, dat we in het bos nabij
het kampterrein vingen, konden we geen geel vlekje op het
borststuk ontdekken. Bij de Bloscica troffen we nog een aantal
soorten aan, die ook in andere biotopen gevonden kunnen worden,
zoals het Lantaarntje (Ischnura elegans), de Tengere grasjuffer (
I. pumilio) en de Azuurwaterjuffer (Coenagrion puella).

Bos nabij het kampterrein (exc. 10)
In het bos ten Noordwesten van het kampterrein vonden we twee
prachtige, ondiepe plasjes, die permanent water bevatten. De
oppervlakte van deze plasjes bedroeg slechts enkele vierkante
meters. Een van de plasjes was bijna geheel begroeid met
Kranswier. Behalve libellenlarven bevatte het water ook talloze
larven van Kikkers en Salamanders. Hier vonden we een aantal
Zuidelijke Oeverlibellen (Orthetrum brunneum). De mannetjes van
deze soort zijn, vergeleken met de Gewone Oeverlibel (O.
cancellatum), veel blauwer. Opvallend is het wittig blauwe
"gezicht". De Zuidelijke Oeverlibel zit dikwijls op de
grond. Op een takje bij het tweede plasje zagen we een mannetje
van de Platbuik (Libellula depressa) zitten. Zoals de naam
aangeeft, is het lichaam van deze libel opvallend afgeplat. Om
hem niet te verwisselen met de Oeverlibellen moeten we letten op
de grote, donkerbruine basisvlekken op de vleugels.

Bij beide plasjes vonden we ook de Vuurjuffer (Pyrrhosoma
nymphula), de enige rode waterjuffer met zwarte poten.
Ten Zuiden van Sleme ligt een bosmeer, waar we alleen twee
Breedscheenjuffers (Platycnemis pennipes) zagen. Begroeiing met
water- of moerasplanten was afwezig. Wat hoger lag een klein
poeltje, geheel begroeid met Kranswier, waarin het wemelde van de
vele Kikkervisjes etc. Hier ving ik een volgroeide
Glazenmakerlarve. Omdat ik benieuwd was, welke soort het was nam
ik hem mee. De larve werd geplaatst in een laagje water in een
leeg pak appelsap, met een stokje erin, zodat hij uit het water
kon kruipen. Glazenmakers sluipen gewoonlijk 's nachts uit, om
predatie door vogels te vermijden. Na een dag of zes had de
metamorfose plaats. Toen hebben we de eerste vlucht waargenomen
van een vrouwtje Blauwe Glazenmaker (Aeshna cyanea). Deze soort
onderscheidt zich van de andere Glazenmakers door het
"lantaarntje", de verbonden vlekjes op de laatste
achterlijfsegmenten.
In het bos bevond zich een smal stroompje, waar we de
Bosbeekjuffer (Calopteryx virgo) , de Kleine Tanglibel
(Onychogomphus forcipatus) en de Metaalglanslibel (Somatochlora
metallica ? ) aantroffen. Behalve Haftelarven en een heel klein
Rivierkreeftje vonden we in het water een Beekjufferlarve (
Calopteryx spec.).
Tocht naar Krizna jama (exc. 6)
Een groep sportievelingen heeft lopend
de tocht naar Krizna jama afgelegd, waar we een grottenexcursie
maakten. Ten zuiden van het kampterrein zijn op deze tocht de
volgende libellenwaarnemingen gedaan: Bosbeekjuffer (Calopteryx
virgo), Platbuik (Libellula depressa), Metaalglanslibel
(Somatochlora metallica ?), Zuidelijke Oeverlibel (Orthetrum
brunneum) en de Vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula),
Iskavallei (exc. 8)
Tijdens de tocht door de Iskavallei zijn de Bosbeekjuffer
(Calopteryx virgo) en de Bruine Glazenmaker (Aeshna grandis)
waargenomen. De Bruine Glazenmaker heeft oranjebruin gekleurde
vleugels. Eén van de hoogtepunten van deze excursie was de
waarneming van twee vertegenwoordigers van de Bronlibellen
(Cordulegastridae). Dit zijn de grootste libellen van Europa met
een zwart en geel getekend lichaam. Gezien zijn de Zuidelijke
Bronlibel (Cordulegaster bidentata) en de Balkanbronlibel (C.
heros).
Zwemmeertje (Blosko jezero)
Bij Blosko jezero, een zwemmeertje dat ca. 3 km ten oosten van
Velike Bloke ligt, zijn een aantal interessante waarnemingen
gedaan. Indrukwekkend is de vliegkunst van de Grote Keizerslibel
(Anax imperator). De mannetjes hebben een blauw achterlijf,
waarop een zwarte rugstreep voorkomt met dwarsstreepjes. Op 12
juli werd een huidje (exuvie) van een uitgeslopen mannetje van
deze soort gevonden. Verder werden bij het zwemmeertje
waarnemingen gedaan van een aantal Viervlekken (Libellula
quadrimaculata) en een vrouwtje van de Venglazenmaker (Aeshna
juncea). Van de aangetroffen waterjuffers noemen we: tandems van
Breedscheenjuffer (Platycnemis pennipes) en Lantaarntje (Ischnura
elegans), Azuurwaterjuffer (Coenagrion puella) en Grote
Roodoogjuffer (Erythromma najas). De laatstgenoemde soort wordt
dikwijls aangetroffen op drijvende bladeren van Waterlelie of
Gele Plomp.
Dolenje jezero (exc. 11)
Bij dit meer zijn de Viervlek (Libellula quadrimaculata), de
Platbuik (L. depressa), de Grote Roodoogjuffer (Erythromma najas)
en de Gewone Oeverlibel (Orthetrum cancellatum) waargenomen. Ook
de Witpuntoeverlibel (O. albistylum) werd hier gezien. De
mannetjes van deze soort hebben witte achterlijfsaanhangsels.
Spectaculair was de Vuurlibel (Crocothemis erythraea), een
zeldzame soort in Nederland. De Steenrode heidelibel (Sympetrum
vulgatum) is minder opvallend! Tenslotte werd hier een
blauwgekleurde Glazenmaker gezien; misschien was het een
Zuidelijke Glazenmaker (Aeshna affinis), die een zeer blauwe
indruk maakt in de vlucht. Een andere mogelijkheid is, dat het
een mannetje Blauwe Glazenmaker (A. cyanea) betrof.