Libellen en Waterjuffers ( Odonata) tijdens JNM Slovenie zoka Cerknica 1997
De libellenrijkdom van Slovenië had grote verwachtingen
geschapen. Niet alleen omdat een land met een ander klimaat en
geologie dan Nederland garant staat voor leuke soorten, maar ook
dat dit land de gastheer was van het internationale libellencongres
kon geen toeval zijn.
Het Bloke
plateau [A]
Op het Bloke plateau is niet veel permanent oppervlaktewater
aanwezig. Er was een kunstmatig meer genaamd Blosko jezero (ook wel
het zwemmeer), enkele bronmeertjes en de beek de Bloscica.
Daarnaast zijn er nog een aantal niet-permanente poeltjes, die bij
voldoende regenval ontstaan.
Toch had het Bloke plateau meer dan genoeg te bieden. Langs de
Bloscica zag het blauw en groen van de Bos- en Weidebeekjuffers
(C. virgo & C. splendens) Ook de
breedscheenjuffer (P. pennipes) vloog er massaal rond. Bij
de Anisoptera was de Kleine tanglibel (O. forcipatus)
verreweg de meest voorkomende verschijning. Daarnaast werden hier
ook het Lantaarntje (I. elegans), de Azuurjuffer (C.
puella), de Beekrombout (G. vulgatissimus), de Grote
keizerlibel (A. imparator) en 2 exemplaren van de
Kanaaljuffer (C. lindenii) waargenomen. Zoals de naam
kanaaljuffer al doet vermoeden is dit een soort van stilstaand
water. Dit geldt echter niet voor de individuen in Slovenië en
verder naar het zuidoosten. Deze geven de voorkeur aan langzaam
stromend water.
Doordat soms tabellen gebruikt werden die niet alle Sloveense
soorten beschrijven, zijn de
Somatochlora’s die bij de poeltjes rond de Bloscica
vlogen mogelijk onterecht voor de Metaalglanslibel (S.
metallica) uitgemaakt. Gezien het verspreidingsgebied ging het
waarschijnlijk om de Zuidelijke glanslibel (S.
meridionalis). Verder waren hier nog de Gevlekte glanslibel
(S. flavomaculata) de Platbuik (L. depressa), de
Bruinrode heidelibel (S. striolatum), de Beekoeverlibel
(O. coerulescens), Lantaarntjes (I. elegans) en een
aantal Vuurjuffers (P. nymphula) te vinden. Voor deze
laatste soort is het Bloke plateau overigens één van de
hoogste plaatsen waar hij voorkomt. De lage aantallen komen dus
misschien niet doordat het voor deze insecten laat in het seizoen
is (zoals dat in Nederland wel het geval is), maar omdat de
omstandigheden nog maar net acceptabel zijn.
Bij het Blosko Jezero met zijn permanent stilstaand water werd
al vrij snel de Zuidelijke heidelibel (S. meridionale)
geclaimed, hetgeen niet uitgesloten was, omdat die hier al eerder
waargenomen was. (zie Bedjni & Kotarac 1996) Het bleek echter
om vrouwtjes of niet-uitgekleurde mannetjes van de Zuidelijke
oeverlibel (O. brunneum) te gaan. Dit misverstand was
ontstaan doordat deze soort zich meer gedroeg als een sympetrum dan
als een Oeverlibel (rusthouding). Door in de tabel ineens bij de
Sympetrums te beginnen kom je vanzelf uit bij S.
meridionale, een behoorlijke blunder dus (waaraan ik zelf ook
mijn steentje bijdroeg).
Naast deze misleidende soort zaten er nog Gewone oeverlibellen
(O. cancellatum), Lantaarntjes (I. elegans),
Breedscheenjuffer (P. pennipes), Grote keizerlibel (A.
imparator), Platbuik (L. depressa) en Viervlek (L.
quadrimaculata)
Bij Kramplje zijn nog larven gevonden van de Smaragdlibel (C.
aenea), de Gewone pantserjuffer (L. sponsa) en de Blauwe
glazenmaker (A. cyanea). De Pantserjuffer is overigens een
niet algemene verschijning op het Bloke plateau. De enige plaats
waar hij ooit gezien is (1ex) is op dezelfde plaats als deze
waarneming.
Aan de Oostkant van het Blokeplateau bij Luzarji zijn in een
bronmeertje de larven van de Blauwe- en de Venglazenmaker (A.
cyanea & A. juncea) gevonden.
Ook buiten het oppervlaktewater waren op het Bloke plateau
libellen te vinden. De meest spectaculaire was uiteraard de
Balkanbronlibel (Cordulegaster heros, oftewel
Heldenlibel) op een paar honderd meter van de kampplaats.
Deze soort was welliswaar al eerder op een andere plaats gezien,
maar in het artikel over de libellen van het Bloke plateau van
Bedjni & Kotarac wordt hij niet vermeld. Een nieuwe soort voor
het Bloke plateau dus.
De naam heros is overigens volledig terecht, want het is
de grootste libelle van Europa, bovendien is zijn schoonheid ongekend, een indrukwekkende
verschijning dus.
Op de onverharde wegen zaten Zuidelijke oeverlibellen en Kleine
tanglibellen. De eerste was nooit meer dan een paar honderd meter
van water vandaan, maar de Tanglibel kwam je tot hoog op de
Slivnica (waar geen water is) nog tegen.
In totaal zijn er dus 23 soorten op het Bloke plateau gezien.
Dat is geen slechte score, want er worden in de literatuur 32
soorten vermeld, waarvan sommige soorten nieteens vlogen in de
periode dat wij daar waren. Daarom zijn vooral ook de waarnemingen
van larven erg belangrijk voor het totaalbeeld als je relatief kort
in een gebied
bent. Enalgma cyatgerum / Watersmuffel
Cerknica meer
[C]
In de Cerknica polje bevindt zich een groot niet-permanent meer.
Toen het droog stond was er aan libellen niet veel te zien, maar
toen het zich aan het eind van het kamp had gevuld met het
overvloedige regenwater werd het meer binnen de kortste keren
gekoloniseerd. Dit is welliswaar nuttig voor de voedselvoorziening,
maar als ze eitjes af gaan zetten verwacht ik niet dat er van de
larven veel terecht komt.
Naast gewone soorten als de Bosbeekjuffer en de
breedscheenjuffer zijn hier ook de Zuidelijke glazenmaker (A.
affinis) en de Vuurlibel (Crocothemis erythraea) gezien.
Helaas hebben deze twee beesten niet de binnenkant van een net gezien.
Vooral omdat er voor A. affinis geen blokje in dit gebied
staat in de Sloveense libellenatlas is het jammer dat er geen
hardere bewijzen zijn.
In mei en juni (dus voor het kamp)heeft Rob de volgende soorten
gezien in de buurt van Dolinje Jezero: Bosbeekjuffer, Watersnuffel
(E. cyathygerum), Lantaarntje, Bruine winterjuffer (S.
fusca), Grote roodoogjuffer (E. najas), Azuurjuffer
(C.puella), Viervlek (L. quadrumaculata) en de
Zwervende heidelibel (S. fonscolombii). Omdat deze
waarnemingen buiten het kamp vielen zijn ze niet meegenomen in de
soortenlijst.
De Rakov
Skocjan [D]
Hier is alleen de weidebeekjuffer (C. splendens)
gemeld
Nanos
[G]
Op de top van de Nanos zat een Zuidelijke bronlibel (C.
bidentata) en bij een poeltje aan de voet van deze berg is een
Zuidelijke oeverlibel (O. brunneum) gezien.
De kliffen
van Hrastovlje [H]
Hier hebben Bert en de Hopsessen zowel nymfen als imago’s
van de Blauwe glazenmaker gescoord.
De Iska
vallei [i5]
De Zuidelijke bronlibel is ook in de Iska valei gevangen. Later
zijn hier nog bronlibellen van verschillende grootte tegelijk
gezien, dus mogelijk komt de Balkanbronlibel hier ook voor. Er
zaten ook platbuiken en bosbeekjuffers.
Cerknicica
vallei [i6]
Ten Noordwesten van Velike Bloke ligt de Cerknicica dolina. In
dit dal stroomt de Cerknicica.
Door de ondergrond van Dolomiet wordt het water hier dus
bovengronds afgevoerd.
De meeste stukken waren vrij eentonig, n.l. uitsluitend
Bosbeekjuffers (C. virgo) in grote aantallen. De
Weidebeekjuffer liet zich hier niet zien. Aan
Anisoptera’s zat over grote afstanden niets.
De enige andere soorten die er zaten waren een aantal Zuidelijke
oeverlibellen (O. brunneum) die op een bult grind langs de
weg zaten en een Vuurjuffer (P.nymphula).
In een zijdal, de Mala Cercnicica dolina leek het erop dat het
alleen nog maar erger zou worden, nog meer Bosbeekjuffers !!. Nou
ja, in ieder geval beter dan Watersnuffels.
Op een gegeven moment kwam er echter een Held aangevlogen....

Ook de Smaragdlibel vloog in dit idillische dal rond.
Krk [j2]
Op het eiland Krk vloog een Platbuik. Het enige water in de
weide omtrek was zout, dus dit was waarschijnlijk trek.
De zoutpannen [j5]
De vuurlibel (Crocothemis erythraea ) is twee keer
waargenomen bij de zoutpannen op de grens tussen Slovenië en
Kroatië.
De
Bastaardlibel
Bastaardlibellen (Ascalaphidae) behoren tot de orde
netvleugeligen (Neuroptera) en zijn dus absoluut niet verwant aan
libellen. Toch is de naam niet zo ongelukkig gekozen omdat ze er
uiterlijk wel iets van weg hebben. (Op de voorpagina staat een foto
van een individu met dichtgeslagen vleugels. Met gespreide vleugels
is de overeenkomst met libellen (Anisoptera) duidelijker te
zien.)
De soort die op verschillende plaatsen in de buurt van het
kampgebied gezien zijn heet Ascalaphus macaronicus. Ze
vliegen voornamelijk bij mooi weer en vangen dan kleine insecten.
In de vlucht is er niet veel aan ze te herkennen vanwege hun snelle
vleugelslag. Het enige wat je ziet zijn gele objecten die zich door
de lucht bewegen. Eenmaal in je net verandert dat, want dan zie je
hoe mooi ze zijn. Omdat er in Nederland geen vertegenwoordigers van
deze familie voorkomen was het voor veel mensen voor het eerst dat
ze deze soort zagen.
In de literatuur wordt een grote variatie in de intensiteit van
het geel en zwart op de vleugels gemeld. De exemplaren die wij
gezien hebben waren wat dat betreft extreem (knal)geel en zwart
(erg fraai dus).
Tabel 1 Soortenlijst met waargenomen libellen
en waterjuffers.
| |
Nederlandse naam |
Latijnse naam |
Locatie code |
| 1 |
Weidebeekjuffer |
Calopteryx splendens |
A, D |
| 2 |
Bosbeekjuffer |
Calopteryx virgo |
A, C,i5,i6 |
| 3 |
Breedscheenjuffer |
Platycnemis pennipes |
A, C |
| 4 |
Vuurjuffer |
Pyrrhosoma nymphula |
A, i6 |
| 5 |
Lantaarntje |
Ischnura elegans |
A, C |
| 6 |
Tengere grasjuffer |
Ischnura pumilio |
aanwezig |
| 7 |
Grote Roodoogjuffer |
Erythroma najas |
C |
| 8 |
Kanaaljuffer |
Cercion lindenii |
A |
| 9 |
Gewone pantserjuffer |
Lestes sponza |
A alleen larve |
| 10 |
Azuurjuffer |
Coenagrion puella |
A, C |
| 11 |
Beekrombout |
Gomhus vulgatissimus |
A |
| 12 |
Kleine Tanglibel |
Onychogomphus forcipatus |
A |
| 13 |
Blauwe glazenmaker |
Aeshna cyanea |
A,H |
| 14 |
Zuidelijke glazenmaker |
Aeshna affinis |
C |
| 15 |
Venglazenmaker |
Aeshna juncea |
alleen larve A |
| 16 |
Grote keizerlibel |
Anax imperator |
A |
| 17 |
Zuidelijke bronlibel |
Cordulegaster bidentata |
G, i5 |
| 18 |
Balkanbronlibel |
Cordulegaster heros |
A, i6 |
| 19 |
Smaragdlibel |
Cordulia aena |
A, C,i6 |
| 20 |
Zuidelijke glanslibel |
Somatochlora meridionalis |
A |
| 21 |
Gevlekte glanslibel |
Somathochlora flavomaculata |
A |
| 22 |
Platbuik |
Libellula depressa |
A, C, J2 |
| 23 |
Viervlek |
Libellula quadrimaculata |
C |
| 24 |
Gewone oeverlibel |
Ortherum cancellatum |
A |
| 25 |
Zuidelijke oeverlibel |
Ortherum brunneum |
A, G, i6 |
| 26 |
Beekoeverlibel |
Ortherum coerulescens |
A` |
| 27 |
Vuurlibel |
Crocothemis erythraea |
C, j5 |
| 28 |
Bruinrode Heidelibel |
Sympetrum striolatum |
A |
|