Kranswieren van Groningen en Drenthe
Andre H, Hoogeeen
Sinds het laatste nieuws uit Groningen (De
Padloper No 3, 1997) hebben veel floristen van de KNNV afdeling
Groningen op individuele basis kranswieren voor mij verzameld.
Dankzij hun werden NIEUW voor Groningen gevonden : Kustkransblad
(Chara baltica), (Gebogen kransblad), C.connivens, Brokkelig
kransblad (C.contraria), Kleinhoofdig kranswier (Nitella
capillaris),Donker glanswier (N. opaca),Buigzaam
kranswier (N.flexilis), Vertakt boomglanswier (Tolypella
intricata )en Nitella mucronata. Vergeleken met het
vorige verslag is dit een soortentoename van 500%. De afgelopen
jaren mogen daarom wel zeer succesvol genoemd worden. Zeker als
je bedenkt dat in Drenthe en Groningen deze soorten nooit eerder
aangetroffen zijn en na het schrappen van een flink aantal
soorten (Zie JBU kranswierentabel 1999) het noorden wel erg
soortenarm begon te worden. De soortenlijst bevat drie Rode lijst
2 en vier Rode lijst 3 soorten. Zelfs C. vulgaris (alle
variëteiten) was vroeger verrassend zeldzaam (Zie JBU tabel 1999).
De aantallen voor 1999 zijn nog niet exact
bekend maar het jaar lijkt qua aantal en kwaliteit van de
vondsten minder spectaculair dan 1998. Drie soorten zijn nog
waarschijnlijk voor Groningen : Nitelopsis obtusa (beschreven
in 1952 voor Elsburger Onland, Acta Botanica) en de volgende twee
:Chara aspera is een soort van helder water op voedselarme
zandbodems en Chara major van kalkrijke wateren met zand of harde
veenbodem. Biotopen die nog wel aanwezig zijn Groningen en
Drenthe. Deze twee soorten zijn vrij algemeen op het vlakbij
gelegen Friese Schiermonnikoog dus een toekomstige vondst op het
vasteland is zeker niet uitgesloten.
Hieronder volgt een soortenlijst van gevonden
kranswieren. Achter de naam staat tussen haken het aantal
vindplaatsen in 1997 en 1998. Indien aanwezig geeft het derde
getal het aantal vondsten van 1999.
- C. baltica, (Kust kransblad)
(1,0,0) 24-8-1997 209,25-599,14 Ulrum In 1997 is tijdens
het Floronkamp in de Lauwersmeer (lees de Gorteria nog
maar eens na voor het verslag) dit sterk stekelige
heldergroene Kust kransblad gevonden tijdens een
recreatief zwem tochtje. Deze helder brak water minner is
tegenwoordig zeer sterk achteruitgegaan en verder alleen
recent bekend van Texel en Ameland. Rode lijst 2
- C. globularis, Breekbaar
(var. globularis (4,17)) of Teer
kransblad (var. virgata) (1,6) was vroeger nog
een zeldzaamheid. Tegenwoordig is de meest algemene soort
van Europa ook redelijk vertegenwoordigd in Zuid
Groningen en Drenthe met een twintigtal vindplaatsen,
voornamelijk als variëteit globularis. In
tuinvijvers kwam voornamelijk var. virgata voor en
in een geval Chara globularis var. barbata (nieuw
voor Nederland).
- C. connivens (Gebogen
kransblad), (0,2,1), 257,30-556,00 Lewenborg De soort
werd in 1999 niet meer aangetroffen op de zeer grote
vindplaats bij Ommelanderwijk die in 1998 nog over 60
meter dominant aanwezig was. Zeldzame brakwatersoort. In
1999 werd deze soort door Marcel Bonder en Andre Hospers
in in het Bevrijdingsbos achter Lewenborg gevonden. De
ruime afstand tussen de kransen en de inbogen kranstakken
maken deze soort kenmerkend en gaven de plant zijn
Nederlandse naam. Zeer vaak in chloride houdend water.
Waterkwaliteitsonderzoek toonde echter geen verhoogde
chloride gehalten aan, mogelijk ten gevolge van de unieke
vele regenval in 1998. Rode lijst 3
- C. contraria var. contraria (Brokkelig
kransblad), (1,1,0) 236,00-577,00 Haren Deze soort is
in 1998 gevonden in de Slokkert/Veenhuizen en in 1997 in
een kleine vijver met een betegelde bodem in de Hortus
Botanicus van Haren. Telkens in zeer ondiep (2-10 cm)
water. In 1999 bevatte de Hortus wel veel Charas
maar geen contraria meer. Rode lijst 3
- C. vulgaris var. vulgaris(6,5);var.
longibracteata (1,4);var. papillata (3,5)(Gewoon
kransblad), Alle vormen zijn in Groningen
aangetroffen, ook al waren variëteit vulgaris (en
longibracteata) de meest voorkomende. In West
Nederland is variëteit longibracteata algemener
dan vulgaris. Var. Papillata is overal
zeldzaam maar het minst zeldzaam in de weideveengebieden
van Holland-Utrecht. Het blijkt dat deze soort tegen de
stad Groningen (De Held, op het Zernikepark , van
Starkenborghkanaal en bij de Oosterpoortsluizen) en op de
noordelijke kleigronden vaak aanwezig is.
- N. capillaris (Kleinhoofdig
glanswier), (0,2,1), 236,80-578,30 Essen, Hondstongen
Deze in Europa uiterst zeldzame vroege voorjaarssoort is
90 jaar geleden ook al aan de Esserweg aangetroffen.
Pionier en voorjaarsoort. In 1999 werd N. capillaris niet
aangetroffen in de Hoornse plas en ook helaas niet meer
in de spoorwegsloot die bedreigd wordt door de aanleg van
de Zuidtangent. Nieuw was de vondst door Marcel Bonder in
de Hondstongen, een natuurontwikkelingsgebied van het
Drents Landschap. Rode lijst 3
- N. flexilis (Buigzaam
glanswier), (1,7). In 1998 is deze op twee na
algemeenste soort van Nederland eindelijk door ons in het
noorden van Nederland gevonden. Door speciaal naar deze
soort in veenwijken en diepen te gaan zoeken in Noord- en
veenkoloniaal Zuid Drenthe werden een tiental plaatsen
gevonden. Waarschijnlijk is deze zuur minnende soort de
algemeenste kranswiersoort in Drenthe. In Groningen
voornamelijk in Sellingen.
- N. opaca (Donker
glanswier), (0,1,0) 232,70-557,15 Eelde Deze
zeer zeldzame soort (10 waarnemingen sinds 1980) is
aangetroffen in de Hoornse plas en ondertussen bevestigd
in Leiden. Soort van zandgronden met helder water. Rode
lijst 2
- N. mucrona (Puntdragend
kranswier), (0,1,1) Eelde.
Gevonden in het petgat Elsburger Onland in een massa
vegetatie van een honderd vierkante meter. Was in 1997
ook al aanwezig. Deze soort is letterlijk onder het ijs
vandaan gehaald, wat voor deze soort niet bijzonder is,
hij is winterhard. Onderzoek in andere petgaten bracht
geen nieuwe vondsten aan het licht. Helder voedselrijk
water op allerlei soorten bodem. Rode lijst 3
- Tolypella intricata (Vertakt
boomglanswier), (0,1,0), Winschoten Zeldzame soort
die sterk pioniers gericht is en vnl voorkomt in
tijdelijke wateren. Het is een snel groeiende
voorjaarssoort. Aangezien de soort in het najaar gevonden
is moet dit een tweede generatie zijn geweest. Alleen
nabij in Beilen gevonden in 1986. Bij de grote rivieren
frequent voorkomend. Rode lijst 2
Conclusies : Sinds het vorige verslag zijn
tegen de 150 extra (vorig verslag 7) waarnemingen van Kranswieren
gedaan. Het lijkt er steeds meer op dat de kranswieren door heel
de provincie gevonden kunnen worden, hoewel het Westerkwartier
nog ver achter blijft bij verwachtingen terwijl daar in het
verleden grote hoeveelheden kranswier is aangetroffen. De meeste
waarnemingen zijn afkomstig van sloten terwijl juist de
bijzondere soorten vaak aangetroffen werden in plassen. Kranswier
op kalkrijke kleigrond blijkt erg vaak Chara vulgaris te
zijn. Ten zuiden van de stad komt Chara globularis weer
meer voor. In Drenthe lijkt Nitella de overhand te hebben in de
veenkolonien, beekdalen en diepen. Alleen in de Eelder en
Peizermaden is Chara algemeen.
De grote toename van vindplaatsen rond (Euvelgunne,
Kardinge, Hoogkerk, Haren, Hortus) of in de stad is opmerkelijk,
voor een kranswier is een verre tocht blijkbaar niet noodzakelijk.
Wel zijn de meeste kranswieren gevonden tijdens
de prive plantenstadsinventarisatie van Groningen of voor
natuuronderzoek aan de Zuidtangent.
De Hoornse plas bleek een uitzonderlijk gebied
te zijn met zeer bijzondere soorten als Nitella opaca (Rode
lijst 2), Nitella capillaris (Rode lijst 3) en Nitella
flexilis (Volgens E. Nat (1994) niet eens in Groningen
gevonden en nu aanwezig op vier plaatsen en drie plaatsen vlak
bij Groningen). Deze recreatieplas met helder water en een
zandbodem bevat naast beide kensoorten van CHARETEA FRAGILIS ook
een viertal Potamogetonaceae in lage dichtheden. Dit wijst
op een helder mesotroof meer met toevoer van schoon grondwater
vanaf de nabij gelegen Hondsrug. Vooral aan Nitella's is deze
omgeving uitzonderlijk soorten rijk, op een steenworpafstand in
het Elsburger Onlands werd -na een tip - Nitella mucronata aangetroffen.
Andere goede kranswiergebieden in Groningen
zijn het Reitdiep, sloten langs de Oost Groningse kust, Eelder en
Peizermaden en zijsloten van de Ruiten Aa.
Waterkwaliteit Er zijn
waterkwaliteitsbepalingen uitgevoerd op de Chara vindplaatsen
Zernike, Hoogeweg Dorkwerd, Vinkhuizen en Ommelanderwijk. Het
bleek dat op ruderale terreinen de plassen vaak met regenwater
gevuld zijn,1998 was een regenrijk jaar. Het water bevatte weinig
chloride en sulfaat en ook de lage geleidbaarheid wijst duidelijk
op invloed van regen. De standplaatsen in de stad zijn vaak
onderhevig aan regeninvloeden (infiltratie situatie) waardoor het
water vaak zoet is met de daarbij behorende lage Cl- en EGV
waarden.
Waarnemers : Marcel Bonder, John
Bruinsma, Edwin Dijkhuis, Andre Hospers, Jan-Erik Plantinga,
Dwight de Vries, Jenny Hendriks, Eddy Weeda, Leon Luijten, Claud
Biemans, Dirk Pegtel, Roel Douwes, Hans Inberg, We danken John
Bruinsma en Emile Nat voor het controleren van de determinaties,
invoeren in de database en verzending naar het Rijksherbarium.
John Bruinsma stelde ook zijn electronische database ter
beschikking voor dit artikel. Nieuwe vondsten (ook uit het
buitenland) kunnen altijd -met materiaal- gebracht worden naar de
auteur.
Andre Hospers (ahospers@dds.nl)
050-3140012
Groningen
Literatuur :
1. Andre Hospers & Roel Douwes, Floron
nieuwsbrief Groningen, Januari 1998 2. John Bruinsma, Electronisch bestand
kranswieren 1988-1998, Son en Breughel 3. Emile Nat & Landelijk Informatiecentrum
Kranswieren, Overzicht kranswieren van Noord Nederland.
Persoonlijke communicatie 2-12-1998 4. J.C. van Raam e.a., Handboek kranswieren,
1998, Chara boek, Hilversum 5. Bakker, Bureau Bakker, Vegetatiekartering
van het Westerkwartier, 1992, Assen & Groningen 6 Bruinsma, John e.a. Determinatietabel van
Kranswieren in de Benelux, Jeugdbondsuitgeverij, Utrecht, 1998 7. Bruinsma, J. & Spruit, T. Kranswieren
op Schiermonnikoog, 1998, unpublished
|
|