wilde kokkels www.Waarneming.nl
Translate this page! In your own language

 Home

nature-remove@this_hop.to    

Inhoud Site

Inhoud Site

Biology and Nature observations about biology summercamps, fresh water Algen, Orthoptera, Butterflies, Plants, Estonia, Albania, Slovakia, ZOTKS Slovenia and Birds.

Artikelen about Birds/(vogels), Plants of Slovakia, Amfibians (amfibien), Mammals/(zoogdieren), Grasshoppers/
(sprinkhanen)
, Butterflies (vlinders), Dragonflies/(libellen)

 
John Bruinsma & Thea Spruijt

Kranswieren op Schiermonnikoog

Van 9 t/m 16 september 1995 was er een KNNV-kamp op Schiermonnikoog. Het grootste deel van de aandacht ging uit naar vogels, die inderdaad bij tienduizenden te zien waren. Daarnaast keken we naar planten, met name waterplanten -waaronder kranswieren- in plasjes en in natte duinvalleien. De eerste auteur was in de gelegenheid om Schier half oktober wederom te bezoeken, wat nog enige waarnemingen opleverde.

Achteraf bleken onze waarnemingen een goede aanvulling te zijn op de vegetatiebeschrijvingen en Rode Lijst-soorten van Schiermonnikoog in het pas verschenen KNNV-boek over kalkrijke duinvalleien op de Waddeneilanden.


Chara zeylandica is a chara species often used for research

Hieronder beschrijven we de kranswier-vindplaatsen op Schiermonnikoog en vergelijken we ze met de verzamelde eerdere vondsten. Een week inventarisatie van plasjes in de duinen en andere wateren heeft evenveel kranswiervondsten opgeleverd als alle voorgaande waarnemingen.

 

1. Kranswieren (Characeae)

Kranswieren (Characeae) zijn een familie grote algen met het uiterlijk van paardestaartsoorten, zij het een slag kleiner: de doorsnee van de 'stengel' is ongeveer tussen 1 en 3 mm. In Nederland komen ruim 20 soorten voor, waarvan een drietal (vrij) algemeen is. De meeste echter zijn vrij tot zeer zeldzaam, gaan achteruit door de eutrofiring van het oppervlaktewater, en zouden dus op een Rode Lijst belanden, als deze bestond voor kranswieren.

Kranswieren komen uitsluitend in helder water voor. Ze worden regelmatig aangetroffen in poeltjes in de duinen en in natte duinvalleien; gelukkig heeft Schiermonnikoog veel van dit soort zeer natte duinen. Veel soorten hebben specifieke milieu-eisen, die nog niet allemaal precies bekend zijn. De meeste soorten -vooral van het geslacht Chara- hebben een voorkeur voor kalkrijk water, sommige prefereren brak tot zout water, maar enkele soorten van het geslacht Nitella worden vooral in niet-verzuurde vennen en andere weinig gebufferde wateren aangetroffen. Kranswieren koloniseren elk jaar opnieuw de wateren, ofwel uit sporen, ofwel uit vegetatieve delen zoals de zetmeelknopen (globulen). Dit is soortafhankelijk.

Nitella translucens, Photo Marcel Hospers

Links

2. Voorkomen van kranswieren op Schiermonnikoog

Het overzicht van alle kranswiervondsten op Schiermonnikoog staat in tabel 1, de bijbehorende plaatsaanduidingen staan op kaart1. De voornaamste bron van gegevens uit het verleden is het overzicht van Emile Nat2. Daarnaast hebben we dankbaar gebruik gemaakt van het archief van het Project Plantengemeenschappen van het IBN/DLO en de database van de kranswierdeskundige Joop van Raam (Rijksherbarium).

Tussen 18683 en 1994 waren er 24 bekende vondsten (elke soort op een bepaalde plek in een bepaald jaar telt als 1 vondst). Wij voegen 24 waarnemingen in 1995 toe4. Vijf daarvan zijn herhalingen van vondsten uit het verleden, de rest is nieuw in die zin dat een bekende soort is gevonden op een nog onbekende plaats, ofwel dat een nieuwe soort is gezien.

De vindplaatsen op Schier liggen alle in het duingebied; de poldersloten bevatten nauwelijks water en waterplanten, laat staan kranswieren. Ook op de kwelder zijn geen kranswieren gezien, daarvoor is het er waarschijnlijk te zout. Er tien vindplaatsen, waarvan sommige uit meerdere plassen bestaan. Van zes van deze plekken waren tot op heden geen eerdere kranswier-opgaven bekend.

De meeste van deze plekken zijn nog niet zo lang geleden gegraven, zoals de Kooiduinenplas (een nieuwe plas noordelijk van de Kooiplas, op de kaart plek 10) en de zandwinplasjes bij paviljoen de Grilk niet ver van het Johannes de Jongpad (op de kaart plek 8 en 9. Andere zijn recent afgeschaafd c.q. geplagd bijvoorbeeld het zuidwestelijk deel van het Groene strand bij de vuurtoren (plek 4).

De helft van de in Nederland voorkomende soorten en variëteiten is in verleden en/of heden op Schiermonnikoog aangetroffen. Het zijn zowel vr_ algemene soorten (Chara vulgaris en C. globularis in verscheidene variëteiten) als de meer zeldzame soorten Chara aspera, C. major, C. canescens en Tolypella glomerata. Het geslacht Nitella ontbreekt. Eén soort, Brakwaterkransblad (Chara canescens), hebben we in 1995 niet terug kunnen vinden. Wel vonden we een nieuwe soort voor Schiermonnikoog: Klein boomglanswier (Tolypella glomerata) op het Groene strand (plek 4). Het is bijzonder om deze soort in het najaar te vinden, omdat deze zeldzame soort doorgaans alleen in het voorjaar wordt waargenomen.

Tot nu was het grootste aantal kranswiersoorten gevonden in het Kapenglop (plek 3) de grote vallei noord-west van het dorp, namelijk 4 taxa (soorten, variteiten) en wellicht 5 als je aanneemt dat de aanduiding 'Badweg'(plek 2) ook bij het Kapenglop hoort. Onze vondstmeldingen meegerekend zijn de twee soortenrijkste vindplaatsen de Zandwinplas naast de vuilnisbelt (plek 7): in het voorste en achterste deel tezamen5 zeven taxa (Stekelharig kransblad=Chara major, Ruw kransblad=C. aspera en verscheidene variëteiten van Gewoon kransblad=C. vulgaris), en het Groene strand (plek 4) bij de vuurtoren met zes taxa (o.a. Ruw kransblad=Chara aspera, Klein boomglanswier=Tolypella glomerata).

Datasheet Nitella capillars, Kleinhoofdig kranswier Vindplaats : Hondstongen, Yde, (Noord Drenthe) Vinder : Marcel Bonder, Velp Coordinaten 234,40 - 569,65 Vinddatum 04-04-2000 Nitella capillaris is in Noord Nederland recent op twee plaatsen gevonden. Vlak bij het station in Haren in een spoorwegsloot en in grote hoeveelheden in 'De Hondstong' een natuurreservaat van het Drents Landschap. In het natuurontwikkelings gedeelte groeide de Nitella.In beide vindplaatsen was de groeiplaats het voorafgaande jaar geschoond. Het Chara handboek vermeld ook dat de soort een typische pionierssoort is die zich met name handhaafd in frequent geschoonde sloten. Het is een typische voorjaars soort die begin april al wijdverbreid aanwezig kan zijn. De soort kiemt in het najaar, groeit in het volgende voorjaar snel uit en is dan in mei, juni optimaal ontwikkeld en rijkelijk fructicerend.. Na juni sterft de soort ook af.

3. Vegetaties met kranswieren

Kranswieren komen op Schiermonnikoog voor in twee situaties: in 's zomers droogvallende natte duinvalleien, zoals beschreven het vorig najaar bij de KNNV verschenen boek over de kalkrijke duinvalleien6 en in 'permanent' waterhoudende, grotere of kleinere plassen. Permanent zetten we maar tussen haakjes, omdat niet zeker is dat dergelijke plassen in alle zomers water bevatten; in droge jaren zoals 1995 valt in elk geval een deel van de randzone droog doordat de grondwaterstand daalt tot onder maaiveld.

We troffen bijvoorbeeld op diverse plaatsen op de bodem vastgeplakte, verdroogde kranswieren aan waar in september al weer 30-40 cm water stond. In dit regenwater liepen de kranswieren weer gedeeltelijk uit voor een tweede groeiperiode. We waren we met ons kamp dus niet op de optimale tijd aanwezig: de kranswieren lagen - nog net herkenbaar- als grijze, uitgedroogde draadjes op de grond.

Met de net gemaaide vallei-vegetaties, zoals langs de Reddingweg en de drogere delen van het Groene strand, zijn we slechts kort bezig geweest. Wel hebben we de watervegetaties beschreven van de plassen en valleidelen die (vrijwel) permanent water bevatten.

In tabel 2 staan van elke genoemde plek alle in het water aangetroffen soorten planten met een code voor de hoeveelheid. Op de oever groeiende soorten staan er niet in. Om misverstanden te voorkomen: het zijn geen homogene opnames, maar samenvattende beschrijvingen van het water als geheel.

.1. Brak en zoet

Nitella translucens from Roukspeelven, Limburg

Sommige valleien liggen dicht bij zee, maar kennen niettemin voornamelijk 'zoete' soorten doordat zoet grond- en regenwater de vallei vult.

Slechts op een plaats kwam een echte soort van brak water voor: Gesteelde zannichellia (Zannichellia palustris subsp. pedunculata) groeide in de Kooiduinenplas (plek 10), een tamelijk grote plas, enkele jaren geleden gegraven, die door een lage duinenr_/zanddijk van de kwelder gescheiden is. Het brakke karakter bl_kt ook uit onze waarnemingen aan het elektrisch geleidend vermogen van het water: alleen in deze plas was de e.g.v. groter dan 2000 µS/cm, hetgeen zeer electrolytrijk (brak tot zout) water betekent. De plas is vermoedelijk in de winter van 1993/'94 tijdens een stormvloed volgelopen met zeewater. Kranswieren stonden hier zeer weinig, na lang zoeken vonden we enkele plukjes Ruw kransblad. De plas werd gedomineerd door Aarvederkruid (Myriophyllum spicatum) en verder groeiden er vooral Schedefonteinkruid (Potamogeton pectinatus), Zittende zannichellia (Zannichellia palustris subsp. pedicellata) en draadwieren.

Zwak-brak en dus ook tamelijk electrolytr_k waren de beide ondiepe Zandwinplasjes bij de Grilk (vindplaats 8). In de westelijke van de twee (8b) was Ruw kransblad dominant, met in het diepste deel Stekelharig kransblad.

 

.2. Jonge plassen na afschaven of plaggen, of zandwinning

De vindplaats met de meeste kranswiersoorten is een nieuw waterplasje in het zuidwestelijk deel van het Groene strand (plek 4b) bij de vuurtoren. Het Groene strand is een primaire, vlakke duinvallei die inmiddels geheel begroeid is met een dichte vegetatie van zegge-soorten (vooral Drienervige zegge, Zwarte zegge en Zeegroene zegge: Carex trinervis, C.nigra en C.flacca) en _le Kruipwilg (Salix repens) en Waterpunge (Samolus valerandi) op de natste delen. Langs de randen staan ondermeer Parnassia (Parnassia palustris), in bloei, en Knopbies (Schoenus nigricans). De vallei wordt jaarlijks gemaaid. Waar in september zo'n 10 cm (regen)water stond, lag regelmatig grijsverdroogd Ruw kransblad.

In het zuidwesten was de bodem recent gedeeltelijk afgeschaafd/geplagd. In september was de grond hier vrijwel kaal, er was nog niets gekiemd, en de waterhoogte was 7-10 cm. Deze was in oktober niet of nauwelijks veranderd. Wel stonden er (vindplaats 4 toen vele ongeveer 10 cm hoge kranswierplukjes. Het is zeker dat zij in de tussenliggende vijf weken zijn gegroeid, dus ook het Klein boomglanswier (Tolypella glomerata).

Door zandwinning is de plas bij de vuilnisbelt ontstaan. Het achterste deel daarvan (plek 7b) was rijk aan kranswiersoorten. Dit deel is met 60 water wat ondieper dan het voorste deel (plek 7a) dat tot 1 meter diep is. Beide delen worden in het midden gedomineerd door Aarvederkruid, de randen zijn vrijwel geheel begroeid met Breekbaar kransblad.

Links

.3. Typering van de kranswiervegetaties

De kranswieren in de vegetaties varieerden van een enkel kranswiertakje tot vrijwel gesloten matten op de bodem, en van een tot een zestal taxa (soorten, variëteiten) per vindplaats.

In de begroeiing van de plassen zijn een aantal elementen te onderscheiden7.

De vegetaties met veel kranswieren behoren tot diverse vormen van het Charion fragilis (verbond van Stekelharig kransblad). Het duidelijkst in te delen zijn vegetaties met een groot aandeel Stekelharig kransblad: Charetum hispidae (associatie van Stekelharig kransblad) en die met een groot aandeel Chara aspera: Charetum asperae: associatie van Ruw kransblad. Beide komen voor in voedselarme situaties op zandbodems, het Charetum asperae doorgaans zonder sapropeliumlaag, het Charetum hispidae eventueel met een dunne laag prut. Doorgaans staat het Charetum asperae in ondieper water dan het Charetum hispidae. Ook onze waarnemingen bevestigen dit beeld. Het aardigste voorbeeld is het westelijk plasje bij de Grilk (plek 8b). Stekelharig kransblad komt in de diepste delen lokaal frequent voor; het wordt omzoomd door een dik tapijt Stekelharig kransblad (dominant).

Naast deze kranswier-associaties zijn in de poelen diverse elementen te onderscheiden van de Potametea (Fonteinkruiden-klasse), de Littorelletea (de Oeverkruid-klasse) en helophyten (onder water wortelende planten wier vegetatieve organen ten dele boven water uitsteken) van de Phragmitetea (Riet-klasse). Tot de Fonteinkruiden-klasse horen de diverse Fonteinkruiden en Aarvederkruid. De meeste poelen waarin de laatste soort massaal optrad, liggen in terrein dat wordt beweid. Is het optreden van Aarvederkruid het gevolg van eutrofiëring door het vee, naast de in de duinen gebruikelijke eutrofiëring door watervogels?

Chara globularis virgata barbata Haren Biologisch Centrum

Binnen de Oeverkruid-klasse waren vooral soorten van het Samolo-Littorelletum (associatie van Waterpunge en Oeverkruid) aanwezig, waaronder beide naamgevende soorten. Deze soorten groeien in ondiepere delen en hebben hun optimum op plaatsen die beurtelings onder water staan en droogvallen, dus droger dan de hier beschreven vegetaties. Door de wisselende waterstand houdt de bodem een open karakter, waarin beide soorten, maar ook (onder water) kranswieren kunnen kiemen en zich handhaven.

De tot de Rietklasse behorende helophyten tenslotte kunnen worden verdeeld over twee groepen. De soorten van het Scirpetum tabernaemontani (associatie van Ruwe Bies): Ruwe bies, mogelijk ook Heen en Riet, zijn waarschijnlijk gekiemd in een stadium waarin de poel brak was. De overige helofyten, die niet tot één associatie gerekend kunnen worden (Gewone waterbies, Mattenbies en Duinrus), kunnen zich alleen in zoeter water vestigen.

In het water van de IJsbaan (plek 5) werd met Kikkerbeet-Kroossoorten-Vlotvaren een onverwachte combinatie gevonden, vermoedelijk vijverplanten, aangezien ze alleen bij het steigertje dreven.

De zegge-vegetaties die het Groene strand bij de vuurtoren domineren wijzen erop dat de hier te verwachten licht-basische omstandigheden door het grote aandeel regenwater een neutraal tot lichtzuur karakter gekregen hebben (Grootjans e.a. 1995)
Links

4. Slotopmerkingen

Dit artikel beperkt zich tot die watervegetaties van Schiermonnikoog waarin we kranswieren aantroffen in september en oktober 1995.

In het kampverslag, dat in de KNNV-winkel ter inzage ligt, wordt ook melding gemaakt van vochtige duinvalleien en open water waarin deze familie afwezig was. Daarbij zijn de Kooiplas en brakke wateren aan de oostkant van het eiland. Over het water in de polder zwijgen wij verder: in deze zwaar overbemeste sloten is er weinig kans op natuurwaarden; 'Schiermonnikoog - nationaal park', maar niet in het agrarisch gedeelte.

Tenslotte: al onze waarnemingen zijn in de herfst gedaan. In lente en voorzomer groeien er wellicht andere soorten. Bovendien zijn er op luchtfoto nog tal van kleine watertjes in de duinen te zien, waar wij niet geweest zijn. Een deel ervan valt 's zomers droog: daar zal dus vóór de zomer onderzocht moeten worden. Het Schierse duingebied kan nog onverwachte vondsten opleveren.

Tabel 1. Overzicht van alle tot heden bekende kranswiervondsten op Schiermonnikoog. De nummers van de plekken corresponderen met de kaart. De getallen in de tabel zijn jaartallen na 1900; t = tussen.

    aspera canes contr gl.gl. gl.vi. major vu.hi. vu.lo. vu.vu. To.gl.
1 vallei nw van Westerplas . . . 95 . . . . . .
2 Badweg . . . . . 80 . . 80 .
3 Kapenglop 56,67,69,95 . . 56 56 51,56,67 . . . .
4a Groene strand8, noordoostelijk deel 95 . . 95 . 95 . . . .
4b zuidwestelijk deel 95 . 95 95 . 95 95 . . 95
5 ijsbaan 95 . . 95 . 51,56,95 . . . .
6 Berkenplas 95 . . . . . . . 89,95 .
7a plas naast de vuilnisbelt, voorste deel . . . 95 89 . . . . .
7b idem, achterste deel 95 . . 95 . 95 89 95 89,95 .
8a zandwinplasje bij de Grilk (oost) . . . 95 . . . . . .
8b zandwinplasje bij de Grilk (west) 95 . . . . 95 . . . .
9 plak aan het eind van de Reddingweg . . 95 . . . . . . .
10 Kooiduinenplas 95 . . . . . . . . .
- tussen paal 6 en 79 . . . . 73 . . . . .
- duinvallei . . 1868 . . . . . . .
- onbekend, Atlasblok 02/36 51 69,? t30-74 . 51 69 1868 . . .
Chara globularis
Gebruikte afkortingen in de kopregel:

aspera: Chara aspera (Ruw kransblad)
contr : Chara contraria (Brokkelig kransblad)
gl.gl.: Chara globularis var. globularis (Breekbaar kransblad)
gl.vi.: Chara globularis.var. virgata (Teer kransblad)
major : Chara major (Stekelharig kransblad)
vu.hi.: Chara vulgaris var. hispidula *
vu.lo.: Chara vulgaris var. longibracteata *
vu.vu.: Chara vulgaris var. vulgaris *
* alle variëteiten van C.vulgaris hebben één nederlandse naam: Gewoon kransblad
To.gl.: Tolypella glomerata (Klein boomglanswier).

Tabel 2. In 1995 op Schiermonnikoog in open water met kranswieren aangetroffen plantensoorten en de mate van voorkomen (Tansley-schaal, zie toelichting) en enige fysisch-chemische gegevens. De nummers van de plekken corresponderen met de kaart en met tabel 1.

    aspera canes contr gl.gl. gl.vi. major vu.hi. vu.lo. vu.vu. To.gl.
1 vallei nw van Westerplas . . . 95 . . . . . .
2 Badweg . . . . . 80 . . 80 .
3 Kapenglop 56,67,69,95 . . 56 56 51,56,67 . . . .
4a Groene strand8, noordoostelijk deel 95 . . 95 . 95 . . . .
4b zuidwestelijk deel 95 . 95 95 . 95 95 . . 95
5 ijsbaan 95 . . 95 . 51,56,95 . . . .
6 Berkenplas 95 . . . . . . . 89,95 .
7a plas naast de vuilnisbelt, voorste deel . . . 95 89 . . . . .
7b idem, achterste deel 95 . . 95 . 95 89 95 89,95 .
8a zandwinplasje bij de Grilk (oost) . . . 95 . . . . . .
8b zandwinplasje bij de Grilk (west) 95 . . . . 95 . . . .
9 plak aan het eind van de Reddingweg . . 95 . . . . . . .
10 Kooiduinenplas 95 . . . . . . . . .
- tussen paal 6 en 79 . . . . 73 . . . . .
- duinvallei . . 1868 . . . . . . .
- onbekend, Atlasblok 02/36 51 69,? t30-74 . 51 69 1868 . . .

Kranswieren

Chara aspera . r o cd s . o . d . r Ruw kransblad
Chara globularis v.glob. a r f s . cd cd f . . . Breekbaar kransblad
Chara major . . r r . . cd . lf . . Stekelharig kransblad
Chara contraria . r r . . . . . . r . Brokkelig kransblad
Chara vulg. v.vulgaris . . . . r . r . . . . Gewoon kransblad (v.vulg.)
Chara vulg. v.hispidula . . r . . . . . . . . Gewoon kransblad (v.hisp.)
Chara vulg. v.longibract. . . . . . . f . . . . Gewoon kransblad (v.long.)
Tolypella glomerata . . o . . . . . . . . Klein boomglanswier

Links

Overige soorten

  . cd . cd . . . la a f f Draadwier
Myriophyllum spicatum a cd . s r cd cd . . . d Aarvederkruid
Eleocharis palus. s.palus. lf . . o . r r cd lf . . Gewone waterbies
Scirpus maritimus r . . f . r . cd a . o Heen
Phragmites australis r o . a . . . . lf . o Riet
Potamogeton pectinatus . . . . o . s . lf . f Schedefonteinkruid
Potamogeton pusillus . r . r s . r . . . . Tenger fonteinkruid
Scirpus lacust. s.tabern. o . . . . . . f o f . Ruwe bies
Ranunculus aquati.+pelta. o . . . . s . . . . . Fijne + Grote waterranonkel
Littorella uniflora lf . . . . . o . . . . Oeverkruid
Hydrocotyle vulgaris r . . . . . . . r . . Waternavel
Echinodorus ranunculoides . . . o . . s . . . . Stijve moerasweegbree
Samolus valerandi . . . . . . . o . o . Waterpunge
Rumex maritimus r . . . . . . . . . . Goudzuring
Hippuris vulgaris f . . . . . . . . . . Lidsteng
Typha latifolia r . . . . . . . . . . Grote lisdodde
Veronica catenata r . . . . . . . . . . Rode watererprijs
Potamogeton natans . . . f . . . . . . . Drijvend fonteinkruid
Scirpus lacust. s.lacust. . . . lf . . . . . . . Mattenbies s.s.
Polygonum amphibium . . . . . o . . . . . Veenwortel
Alisma plantago-aquat. . . . . . r . . . . . Grote waterweegbree
Zannichellia pal. s.pal. . . . . . . . . . . f Zittende zannichellia
Zannichellia pal .s.pedic. . . . . . . . . . . s Gesteelde zannichellia
Drepanocladus aduncus . cd . . .   . . . . . Gewoon sikkelmos11
Agrostis stolonifera . . s . . . . . . . . Fioringras
Juncus alpinoart s. atri. . . . . . . . . . f . Duinrus s.s.

In de ijsbaan staan ook heel lokaal planten waarvan we aannemen dat ze uit een tuinvijver of aquarium komen: Lemna trisulca en L.minor (Puntkroos en Klein kroos), Hydrocharis morsus-ranae (Kikkerbeet) en Salvinia spec. (een Vlotvaren).

maand sept = tweede week van september (KNNV-kamp), okt = derde week van oktober

Tansley-schaal

s zeldzaam scarce f frequent frequent
r schaars/zeer verspreid rare la lokaal zeer veel locally abundant
o hier en daar occasional la zeer veel abundant
lf plaatselijk frequent locally frequent cd co-dominant co-dominant
f frequent frequent d dominant dominant