wilde kokkels www.peoplestrust.nl
Translate this page! In your own language

 Home

nature-remove@this_hop.to    

Inhoud Site

Inhoud Site

Biology and Nature observations about biology summercamps, fresh water Algen, Orthoptera, Butterflies, Plants, Estonia, Albania, Slovakia, ZOTKS Slovenia and Birds.

Artikelen about Birds/(vogels), Plants of Slovakia, Amfibians (amfibien), Mammals/(zoogdieren), Grasshoppers/
(sprinkhanen)
, Butterflies (vlinders), Dragonflies/(libellen)

 

Voorlopige atlas van de verspreiding van Kranswieren in Drenthe, Groningen en Overijssel

Sinds 1996

versie 0.50

Andre Hospers

John Bruinsma

Na het verschijnen van de kranswierenatlas en beschrijvingen in de Gorteria is de aandacht voor kranswieren toegenomen. Een van de provincies die zwaar onderbelicht bleven in de atlas waren Drenthe, Groningen en een deel van Overijssel. Na 2 jaar lang gegevens van kranswieren verzameld te hebben in Groningen en Noord Drenthe, met leuke resultaten tot gevolg, wil ik nu ook een eenvoudig atlasje uitgeven voor mijn waarnemers omdat bijna alle waarnemingen na 1996 liggen zijn ze niet meer opgenomen in de JBU tabel (1999) of het Handboek voor kranswieren (1998).

Verder ik nog steeds vooral graag recente waarnemingen verzamelen met materiaal. Wanneer geen materiaal verzameld is zou ik graag een datum en een nauwkeurige omschrijving van de vindplaats willen ontvangen, zodat ik later nog een een kijkje zou kunnen nemen.

Het komende verhaal geeft de recente stand weer van kranswieren in de omgeving van Noord Oost Nederland. Vergelijking met oudere gegevens is moeilijk door het vrijwel ontbreken van waarnemingen van vroeger. Toch is een poging gedaan ook oude gegevens te verzamelen. Mochten uit dit overzicht nog gegevens ontbreken dan hoor ik dit graag.

Geschiedenis & soorten

Nederland kent 20 soorten en een aantal variëteiten. In Drenthe zijn afgelopen jaren hiervan maar drie soorten - Ik reken de soorten die in de Hoornse plas en op de grens bij Hoogkerk gevonden zijn niet mee- op 12 plekken aangetroffen. Zie tabel 1. In Groningen lag dit veel hoger, hier werden de afgelopen twee jaar acht of negen verschillende soorten op ongeveer 50 vindplaatsen aangetroffen. Omdat waarschijnlijk veel waarnemingen niet doorgegeven worden wilde ik vragen om deze gegevens door te geven aan mij, ahospers@dds,nl.

Andre Hospers

Klaprooslaan 67a

Chara cf globularis maar lijkt zowel

 

 

Kranswieren in Groningen

Abstract : A survey on the historical and recent distribution of the Charophyta in the provence Groningen is given. The distribution of three species Nitella flexilis, Chara globularis and Chara vulgaris is presented. Additional information about the distribution and environment of these species is given.

Na het verschijnen van de atlas en beschrijvingen in de Gorteria neemt de aandacht en het aantal waarnemingen van kranswieren weer toe. Een van de provincies die zwaar onderbelicht bleven in de atlas was de provincie Groningen. Het komende verhaal geeft de recente stand weer van kranswieren in de omgeving van de provincie Groningen. Vergelijking met oudere gegevens is moeilijk door het vrijwel ontbreken van waarnemingen van vroeger. Toch is een poging gedaan ook oude gegevens te verzamelen. Mochten uit dit overzicht nog gegevens ontbreken dan hoor ik dit graag.

Geschiedenis & soorten

Nederland kent 20 soorten en een aantal variëteiten. In Groningen zijn afgelopen drie jaar echter maar vier soorten in lage dichtheden aangetroffen. Dit is gelijk aan het aantal uit de periode van 1983-1985 toen alleen de algemene soorten C. globularis, C. vulgaris en C. major gevonden werden. Voor 1930 zijn langs de Hondsrug o.a.Chara aspera, Nitella syncarpa, Nitella translucens en Tolypella intricaria gevonden. Iets recenter zijn (uit 1930-1974) Nitella obtusa en Tolypella prolifera. Bijzondere kranswiersoorten waren dus wel mogelijk.

 

Kustkransblad Chara baltica

Kust kransblad is een zeer zeldzaam kranswier dat vooral op de Waddeneilanden (mn Texel) gevonden kan worden. Gevonden in voedselarm helder brakwater op schoon zand. Helder groene plant met veel stekels.

De vindplaats in het Oude Robbengat in de Lauwersmeer is de eerste van het vasteland van Noordoost Nederland. Dit exemplaar werd gevonden tijdens het zwemmen in het Lauwersmeer door JB en ..

 

Chara baltica Kustkransblad

--------------

2118 chara vug

 

 

------

2119 Nitella translucens

In 1995 en 1996 nog gevonden in Denekamp. Verder niet bekend in NoordOost Nederland. Zeer zeldzaam.

---

2141 Ruw kransblad Chara aspera

Algemene soort van duinplassen en watertjes langs de kust. Vroeger ook op de grens van Groningen en Drenthe gevonden. Tegenwoordig alleen op Schiermonnikoog aanwezig. De afwijkende vondst komt uit Bornberger petten (1991) en is ook al weer lang geleden.

Ruw kransblad Chara aspera

----

Gebogen kransblad Chara connivens

Zeldzame soort die in kalkrijk water voor komt. Vroeger op de afsluitdijk en Texel. Het is verrassend dat deze soort, niet nooit eerder in NO Nederland gevonden is, bij Ommelanderdijk voorkomt. Na controle in 1998 bleek de groeiplaats veel en veel groter te zijn dan eerst gedacht werd. Niet alleen werd een 2 m brede sloot over tientallen meters bedekt door connivens, ook de parallel lopende grote geschoonde wijk bleek over tientallen meters Chara connivens te bevatten. Het betrof een zeer uitgebreide groeiplek.

 

 

2143 Chara connivens Gebogen kransblad

2143 Chara connivens Gebogen kransblad

----

2144 Brokkelig kransblad Chara contraria

Status : Nooit eerder in NO NL

Nu op twee vindplaatsen.

Deze soort kan vooral in het duingebied (inclusief Waddeneilanden), het laagveengebied en de randmeren gevonden worden. Vaak is de soort dan massaal in een lage bodembedekkende vegetatie aanwezig. In Noord Nederland betrof het echt steeds zeer kleine plekken van hoogstens een have vierkante meter.

Wel betrof het kenmerkende pioniersvegetaties. IN de Slokkert een pasgegraven greppel met weinig water (vergelijkbaar biotoop met mijn vondsten in Slovenie) of in een goed onderhouden tuinvijver van de Hortus Botanicus.

Twee varieteiten bekend. In Haren (tuinvijver) en de Slokkert (ondiepe greppel in beekdal grasland, Natuurgebied van Natuurmonumenten) is contraria var contraria gevonden.

 

 

 

Brokkelig kransblad Chara contraria

------

2145 Breekbaar kransblad Chara globularis globularis

Status: Algemeen, m.n. in Holland, onbekend in Groningen, vermoedelijk algemeen, ookal leek dit tot 1998 niet het geval te zijn. In 1998 werden wel een flink aantal vindplaatsen gevonden, meerdendeels in Zuid Groningen.

Dit kranswier is het algemeenste kranswier van Europa, al was dit tot 1998 in Groningen niet te merken. C. globularis var globularis wordt op een breed spectrum gevonden, mits het water helder en niet al te voedselrijk is.

 

 

-------------

2146 Stekelharig kransblad Chara major

Status

Wijdverbreid in kalkrijk water, met name in de duinen op harde zand of veengrond.

Deze grote forse planten werd in 1983 voor het laatst in Noord Oost Nederland (Eelder en Peizermaden, uitgez waddeneilanden) gevonden. Dichtstbijzijnde vindplaats waarschijnlijk in de Weerribben door de auteur in 1998. In Weerribben bleek trouwens uitgesproken kranswierarm te zijn. Na 2 dagen varen maar twee plekken gevonden.

 

#########3

2147 Chara vulg vulg

2147 Gewoon kransblad Chara vulgaris vulgaris

Status Zeer algemeen in Holland

Talrijk in Groningen

Zeer algemeen in laagveen district in poelen, sloten en andere kleine watertjes. Volgens van Raam zou vulgaris var vulgaris de algemener zijn dan var papilata of longibractea. In het Oosten van Nederland lijkt dit te kloppen.

De soort houd van kalkrijk water dat relatief voedselrijk mag zijn. Var papilata kan nog relatief brak voor komen.

Oorspronkelijk werd de soort vooral bij het Reitdiep aangetroffen, waar lichte kalkrijke (?) kwel aanwezig is. Later werd de soort vooral bij laagveengebieden aangetroffen.

C. vulgaris is een soort van minerale en matig organische bodems en groeit vooral op klei-, laagveen- of leembodem.De soort heeft een voorkeur voor harde kalkrijke alkalische wateren met een hoge (bi)carbonaatconcentratie. In Groningen is de soort verspreid over vele soorten wateren aangetroffen : oude rijk begroeide boerensloten, pas gegraven diepe sloten, volgelopen laagten in de omgeving en vijvers. De soort lijkt kale bodems te mijden, werd nooit aangetroffen in diepere grotere plassen en een voorkeur te hebben voor boerensloten. Helder water is niet noodzakelijk en de sloot hoeft niet recent

 

#######

2154 Kleinhoofdig kranswier Nitella capillaris

Status : Uiterst zeldzaam in Europa. Op veel locaties tijdelijk teruggevonden na het schoonmaken.

In Groningen dateert de laatste vondst uit 1906 aan de Esserweg. In 1998 werd de soort door Roel Douwes in een spoorwegsloot, samen met Nitella flexilis & N. flexilis/opaca aangetroffen, op een paar honderd meter van de oorspronkelijke plaats.

Verrassend was het dat de soort later ook nog aanwezig bleek te zijn in de Hoornse plas. De omgeving Hoornse plas is trouwens een kerngebied voor veel kranswiersoorten, net als vroeger. Sla de kranswieratlas van het Riza (Emile Nat e.a.) er maar op na.

2154 Nitrella capillaris

 

2155 Buigzaam glanswier Nitella flexilis

Status : Verspreid door het hele land , en met name algemeen in laagveendistricten of op overgangen van zand naar veen

Status in Groningen : Voor 1998 vrijwel niet bekend, maar 1998 leverde vijf meldingen op, zodat de soort tegenwoordig niet zeldzaam meer is. Rond de Drentse Aa verwacht ik nog meer waarnemingen.

Vrijwel alle recente Groningse waarnemingen zijn uit waterlossingen en slechts zelden uit stilstaandwater. Geen waarnemingen uit Noord Groningen.

 

2155 Nitella flexils. De vondsten in de Lappenvoorpolder bij Glimmen. zijn niet zeker.

--

###############

2199 Nitella flexilis /opaca

2196 Nitella opaca

Status: Nitella flexilis/opaca is redelijk talrijk. In de meeste gevallen zal

In Groningen liggen de vindplaatsen van deze combinatie bij Hoornse plas en de spoorwegsloot in Haren.

In Hoornse plas is in 1998 een takje gevonden waarvan gehoopt wordt dat het een etiketje krijgt met de naam Nitella opaca. Tot op heden is nog niet bekend of dit terecht is.

 

#######

2156 Puntdragend glanswier Nitella mucronata

Status : Vaak ingevoerd met aquarium planten, algemeen in botanische tuinen. Een drietal vondsten uit Friesland en Drenthe

In Groningen : Tot heden niet aangetroffen in de botanische tuinen van Munchen en Haren (RuG), waar wel andere kranswieren (C vulgaris en C.contraria). aangetroffen werden.

Slechts bij Elsburger Onland aanwezig in een zeer groot oppervlak (30 m2). Dit materiaal kon gewoon onder het ijs gehaald worden.

Omdat deze soort bij materiaal uit het veld niet altijd goed te herkennen is is het mogelijk dat dit over het hoofd gezien is. Met vers opgekweekt materiaal zijn geen problemen te verwachten.

2156 Nitella mucronata

######

 

 

 

 

Afbeelding 2 Alle waarnemingen van

geschoond of uitgediept te zijn.

Afbeelding 3 Het verspreidingsgebied van kranswieren in Groningen. Vreemd genoeg geen meldingen uit Sellingen (Zuid Oost Groningen). De meeste floristen wonen in Groningen en uit deze omgeving zijn ook de meeste waarnemingen. Waarschijnlijk zijn het Reitdiep (klei), de Hondsrug in de omgeving van Haren(zand), het Westerkwartier(overgang veen en klei) en het eiland van Winschoten ook de kranswierrijkste gebieden.

De Kranswieren concentreren zich in vier gebieden :

A De kranswieren in de rijkbegroeide boerensloten duiken vooral op in het Reitdiep dal (5 waarnemigen) wanneer het hoger gelegen Reitdiep door gebieden met lichte klei (of zavel van voormalige kwelderwallen) of de knikklei stroomt. Hier groeit spaarzaam Holpijp, een kwel indicator. Kwel is misschien matig aanwezig.

B Eiland van Winschoten (3) is een hoger gelegen zand opduiking tussen zware klei. Hier werden ook drie C. vulgaris waarnemingen gedaan.

C Gorecht (4) is de plek waar alle oude, nu zeldzame kranswierwaarnemingen vandaan komen. Uitloper van de Hondsrug met zandgrond. Gebied is ingesloten door twee beekdalen.

D Westerkwartier, Leekstermeer en Eelder maden (4) De ondergrond hier is gedeeltelijk doorlaatbaar waardoor van nature een sterke kwel aanwezig is.

Historische waarnemingen

Nog niet gedetermineerde waarnemingen of waarnemingen uit het verleden waarvan het materiaal verloren is gegaan. Van belang voor de terugvondsten of om een indicatie te krijgen van de verspreiding/abundantie van kranswieren in Groningen.

Conclusie

Soortenrijkdom

Van de vier gevonden sorten zijn drie relatief tolerant voor eutrofiering en in de Nederlandse situatie relatief pH tolerant (pH 6.0-8.0). Opvalllend is dat C. globularis bijna altijd in heldere water, en dan ook nog in (niet stromende) plassen werd aangetroffen. Hoewel C. vulgaris en C. globularis als algemeen beschouwd wordt is dit een sterk relatief begrip. Een veldmedewerker van de provincie Groningen trof na een veldseizoen slechts op 4 plekken kranswieren aan en de KNNV plantenwerkgroep vindt per jaar vaak ook maar in een van de 16 km hokken een kranswier, terwijl deze hokken toch intensief onderzocht worden. De twintig verzamelde waarnemingen mogen dan ook wel uitzonderlijk genoemd worden. De provincie is aanzienlijk kranswierenrijker dan de atlas laat zien maar toch soortenarmer dan de atlas voorspiegeld. De atlas laat wel veel zeer interessante waarnemingen zien die echter vaak al meer dan 70 jaar oud zijn. Wel was de vindplaats meestal vlak onder Groningen in het stroomgebied van de Drentse Aa en onder invloed van kwel van de Hondsrug. Veel van deze vondsten leken echter vergane glorie TOT de terugvondst van Nitella capilaris op nog geen 700m afstand van de

Terugvondsten : Alleen in het Gorecht gebied zijn dezelfde soorten teruggevonden : de Eelder en Peizermaden (1984), Nitella capillaris in Essen (1906) en in de Hoornseplas (1970) zijn dezelfde soorten terug gevonden.

De resterende soorten, die relatief vervuilingsgevoelig zijn, lijken verdwenen te zijn. Het niet aantreffen van Nitella flexilis - de op twee na algemeenste soort - kan te wijten zijn aan het gebrek van beken, waar Groningen inderdaad niet rijk meer is bedeeld. Toch is Nitella flexilis vlakbij de provinciegrens met Drenthe (Musselkanaal, Nietap) aangetroffen in een sterk stromende waterlossing met helder water .

Ecologie

Kranswieren komen vaak voor in pioniersvegetaties van voedselrijke wateren met een voedselarme bodem. Na verloop verdwijnen ze echter door concurrentiekrachtigere soorten als waterpest en draadalgen. Bij lagere voedselconcentraties en op kwelplekken kunnen kranswieren het langer vol houden. Mogelijk dat het kwelwater, dat vaak helderder is doordat materiaal weggespoeld wordt, hierbij een rol speelt. In Groningen werden verschillende soorten gevonden op open plassen en in boerensloten met veel waterplanten die relatief voedselarm zijn. Ook kleine vijvers en grote natuurontwikkelings projecten die net zijn afgegraven (Winschoterzijl), zijn vaak de moeite van een bezoek waard.

Vindplaatsen in Groningen

Beken (Selwerderdiepje en Nietap met N. flexilis) en Zandgaten of plassen leveren maar enkele vondsten van Chara vulgaris en C. globularis. Een veel groter aandeel wordt gevonden in de Poelen of vijvers en Sloten. M.n. als ze minder dan twee jaar geleden gegraven zijn of op kwelplekken liggen zijn ze erg geschikt. Vooral nieuwe sloten en sloten op kwelplekken maken een goede kans. In Groningen betrof het 'extensieve' sloten langs natuurgebieden (achter het Reitdiep) of een spoorsloot tussen een spoorweg en een gewone weg met aan beide kanten een brede buffer zone.

Kwel

Vlak bij de zeekust werden ook twee waarnemingen gemeld. Mogelijk dat de vondsten hier veroorzaakt werden door zilte kwel. Soorten die in dit soort milieus aangetroffen kunnnen worden zijn C.vulgaris en soorten als C. canescens, C. contratia en C. major, die voorkomen bij wateren met mariene invloed. C. globularis is toch minder De enige vondst van C. major is juist ten zuiden van Groningen.

De Hoornse plas(zeer populaire recreatie plas van de stad Groningen) en Eelder Peizer maden (eigendom Natuurmonumenten) zijn lager gelegen plekken met -voormalig-laagveen. Hier valt ook de nodige kwel van diep grondwater te verwachten vanaf de oostelijke pleistocene gebieden als de Hondsrug. In de dertiger jaren kwamen hier veel soorten voor maar recent (1983) zijn hier Chara globularis, major en vulgaris en Tolypella aangetroffen. De laatste twee zijn nog niet gevonden. Momenteel wordt de omgeving van Eelder en Peizermaden gebouwd en worden mogelijk veel sloten gedempt in dit gebied. Een algemene bedreiging van laagveengebieden is de eutrofiering tgv inlaat van landbouwwater en door afbraak van veen zelf, o.a. door inlaat alkalisch bicarbonaat en sulfaatrijk water uit de Rijn.

Successie, dynamiek en beheer zijn naast het milieu belanger rijke indictoren voor het voorkomen van kranswieren.

Sloten die regelmatig leeggehaald worden (spoorsloot winschoten, volgsloten Reitdiep) zal successie niet volledig door kunnen zetten. Hier zal komende jaren meer opgelet gaan worden. Mogelijk dat kranswieren zich juist handhaven in sloten die regelmatig voor de watergang geschoond worden. Voor zover het plassen betrof bevatten ze vaak een zeer zandige bodem -Hoornse plas, Beesterzand plas, mogelijk de plas bij Winschoterzijl en het ven ‘de witte meer’ in Beesterzwaag.-

Het huidige verspreidingsbeeld is ontstaan door actief zoek en navraag werk in een kleine kring van floristen. Vergelijking met oudere gegevens is moeilijk door het vrijwel ontbreken van waarnemingen van vroeger. De atlas laat wel veel zeer interessante waarnemingen zien die echter vaak al meer dan 70 jaar oud zijn. Wel was de vindplaats meestal vlak onder Groningen in het stroomgebied van de Drentse Aa en onder invloed van kwel van de Hondsrug. Ook ligt hier het Zuidlaardermeer. Veel van deze vondsten blijken echter vergane glorie. Met de kranswieren flora in Groningen lijkt het dan ook niet erg goed gesteld. Mogelijk dat de verbeterde waterbeheersing in het Zuidlaardermeer (en Leekstermeer?) nog een vergroting van de soortenrijkdom kan betekenen. Hoewel het met de soortenrijkdom slecht gesteld is is het met de kranswierenverspreiding in Groningen zeker niet zo slecht gesteld als de atlas doet vermoeden. Met name ten zuiden van Groningen met de Hondsrug en Drentse Aa -vroeger zeer soortenrijk-, het Reitdiepgebied -

Waarnemingen

Wij hopen dat door dit artikel extra waarnemingen of aanvullingen (eerdere waarnemingen van dezelfde plaats) van kranswieren bekend worden. Waarnemingen MET of eventueel zonder materiaal kunnen opgestuurd worden naar het Landelijk Kranswiereninformatiecentrum, het rijksherbarium of voorlopig naar Andre Hospers, (050-3140012) Groningen gebracht worden.

Literatuur

J. Bruinsma & E. Nat Natuurhistorisch Maandblad No 7/9 1996 'Kranswieren in Limburg'

E. Nat Verspreiding van Kranswieren in Nederland 1994 Riza werkdocument 94.148X

R. Becker Floristische Rundbriefe No 31(1) 1997 Bochum

A. Hospers De Padloper No 3 1997 ‘Kranswieren in Groningen’