Dagvlinders Notransjka 1997
Waarnemingen tijdens JNM en KNNV Slovenie zomerkamp
Er is op het kamp vrij veel naar vlinders gekeken. Op iedere excursie was wel een vlindernet en een vlindergids mee. In Notranjska bleek het boekje Dagvlinders van de Benelux nog redelijk te voldoen. Anders was het in een gebied als de Nanos, en de bezochte gebieden in het Adriatische zeegebied. Hier was de Elseviers vlindergids, of de Engelse versie van uitgeverij Collins onmisbaar. Behalve de waarnemingen van het kamp zijn er ook waarnemingen in dit verslag opgenomen die verricht zijn in juni 1995 (eerder gepubliceerd door Inberg & Ketelaar, 1995) en in mei en juni 1997, door Rob van de Haterd en door mij. Deze waarnemingen worden in de tabel aangegeven met <juni95> en <mei/juni97> en zijn cursief gedrukt. Als deze waarnemingen worden meegenomen, dan zijn er 88 soorten dagvlinders gezien. Tijdens het kamp zijn er 75 soorten gezien. Dit aantal ligt in werkelijkheid waarschijnlijk hoger (resp. 78 en 91) als twee moeilijke groepen meegerekend worden. In dit verslag zijn alle soorten Mellicta (de groep van Bosvlekvlinder) op één hoop gegooid. Waarschijnlijk is er behalve de Bosvlekvlinder ook de Oostelijke vlekvlinder. Iets soortsgelijk geldt voor de groep van Heideblauwtje, waarin behalve het Heideblauwtje waarschijnlijk ook Vals heideblauwtje en Kroonkruidvlinder zijn gezien. De Nanos is verreweg het soortenrijkste gebied dat we bezocht hebben. Hier werd het enorme aantal van 56 soorten gezien. Ook het Bloke plateau scoorde goed. Hier zijn in totaal 45 soorten gevangen. In het Notranjska gebied als geheel (dus uitgezonderd de Nanos en het Submediterrane gebied) zijn er 69 soorten vlinders gezien.
Jammer is, dat veel mensen waarnemingen niet of slecht
genoteerd hebben. Vaak zijn plaatsaanduidingen vaag, missen
biotoopbeschrijvingen en schattingen van talrijkheid van de
soorten. Als dergelijke gegevens aanwezig waren geweest, dan had je
met een verslag als dit veel meer kunnen doen. Volgende keer beter,
dus. Eerst worden de vlinder waarnemingen per gebied beschreven. De
volgorde die aangenomen wordt komt overeen met de volgorde zoals
die in de inleiding, het plantenverslag en het sprinkhanenverslag
gebruikt is. Achter de naam van het gebied staat tussen haakjes
hoeveel soorten er waargenomen zijn. Het eerste cijfer heeft
betrekking op het kamp alleen, bij het tweede cijfer zijn
waarnemingen uit 1995 en het voorjaar van 1997 opgeteld. In de
tabel aan het einde van dit deelverslag staat een systematisch
overzicht van alle soorten die gevangen zijn. Voor algemene
informatie over de genoemde gebieden verwijzen we naar de inleiding
en het plantenverslag. En voor de ligging ervan naar het kaartje
achterin.

Het Bloke plateau [A]
(41/45 soorten)
11-7-97 Locatie 1. (n=8) Vlakbij kazerne n. vanVelike Bloke (‘Gmajna’ ), 740 m. Voedselrijk hooiland,
11-7-97 Locatie 2. (n=15) Aan de voet van Bloski Hrib, ten noordwesten hiervan, vlak ten zuiden van de weg, 750 m. Voedselarm hooilandje.
11-7-97 Locatie 3. (n=2) Langs Bloscica, nw van Velike Bloke.
(‘Berinjek’) 735 m. Vochtige hooilanden.
15-7-97 Locatie 4. (n=9) Bij Dom Police, Velike Bloke, 740 m. Voedselarm hooilandje. Hooibeestje
6-7-97 Locatie 5. (n=7) Bij afslag Ravnik, iets ten westen van Kramplje, waar de weg de beek kruist. 740 m.11-7-97 Locatie 7. (n=2) Idem locatie 2, maar meer langs bosranden en overvliegend langs pad.750 m.
10-7-97 Locatie 8. (n=3) Vlakbij de Waterzuivering Velike Bloke, net ten zuiden van het dorp. 730 m. Hooilanden.
13-7-97 Locatie 9. (n=2) Ten noorden van Kraji,. ca. 750 m. Beekdalgrasland
11-7-97 Locatie 10. (n=6)Bij bruggetje over zijbeekje van de Bloscica, ten nw ven Velike Bloke (‘Berinjek’), 735 m . Beekdalgrasland,
8-7-97 Locatie 11. (n=1) Bij Dom Police, Velike Bloke (=locatie 4), 740 m. Hooilandje. Waarneming van een Boszandoog
17-7-97 Locatie 12. (n=11) Verschillende plekken langs de weg tussen Velike Bloke en Kramplje
7-97 Locatie 13. (n=1). Grote ijsvogelvlinder tussen Velike Bloke en Kramplje, dood op de weg
11-7-97 Locatie 14 (n=18). Noordoosthelling van de Lisec, ten westen van Velike Bloke, ca. 760 m. Soortenrijk droog hooiland
11-7-97 Locatie 15 (n=21) idem, maar verbost grasland.
10-7-97 Locatie 16 (n=23). Diverse locaties tussen Velike Bloke en Kramplje
Over de ecologie van de vlinders van de drogere graslanden kan ik kort zijn. Die wordt ook in 2 andere artikels in dit rapport besproken. Vooral de voedselarmere, drogere hooilanden zijn van belang voor graslandvlinders. De voedselrijkere Glanshaverhooilanden zijn veel soortenarmer. Het hangt vermoedelijk met factoren als microklimaat en grootte van de percelen samen hoe belangrijk percelen zijn voor bepaalde soorten en voor de vlinderfauna als geheel. Wat de verbossing betreft, deze lijkt niet per definitie slecht te zijn voor de vlinderfauna: Graslandsoorten verdwijnen, bossoorten komen ervoor in de plaats. De aanwezigheid van zowel bos als grasland is één van de redenen dat de vlinderfauna van het gebied betrekkelijk rijk is!
De Grote ijsvogelvlinder is eenmaal dood langs de kant van de
weg gevonden. Een leuke waarneming. De larven van deze vlinder
leven van Populieren. Verder zijn er geen typische moerassoorten
gevonden. Behalve de Spireaparelmoervlinder (vroeger
Purperstreepparelmoer genoemd), die wij (in België) kennen als
moerassoort, omdat ie bij ons altijd Moerasspirea als waardplant
heeft. In Slovenië komt de verwante Knolspirea massaal voor op
drogere graslanden. Deze plant kan de vlinder ook als waardplant
gebruiken (Bink, 1992). De vlinder is zowel op drogere als in
vochtige graslanden gevonden, dus mogelijk het zou inderdaad wel
eens zo kunnen zijn, dat de soort beide waardplanten
gebruikt.
Rouwmantel
Ook de verwante soort Brenthis hecate gebruikt Knolspirea als waardplant. Door ?? werd Gentiaanblauwtje gevangen op het Bloke plateau. Het is goed mogelijk dat deze soort nog steeds aanwezig is, maar nog niet vloog tijdens ons kamp. De waardplant, de Klokjesgentiaan, is in ieder geval wel gevonden. Deze komt voor in vochtige, voedselarme graslanden.
Vochtige graslanden lijken in het algemeen minder rijk in soorten te zijn dan drogere graslanden, zoals ook blijkt uit de lage aantallen genoteerde soorten op locaties 3,5,8 en 10. Dit zijn echter geen volledige soortenlijsten.
In de zelfde omgeving als locatie 3 werden eind juli 1994 nog 4 soorten gevonden: Adippevlinder, Witbandzandoog, Turkooisblauwtje en Dwergdikkopje. Oo vonden zij Gewoon hooibeestje. Voor de meeste van deze soorten waren we in de eerste helft van juli te vroeg op deze hoogte. In totaal komt het aantal soorten op het Bloke plateau nu op 51.
De Slivnica [B]
(12/44 soorten)
10-7-97 Excursie b (Sleutelbloemvlinder,Kleine & Blauwe ijsvogelvlinder)
11-7-97 Excursie c (n=8, overige waarnemingen))
Alle excursies: Op het zuiden geexponeerde kalkgraslanden bij het restaurant de Slivnica Dom op circa 1100 meter hoogte. De bosrandsoorten Kleine ijsvogelvlinder, Blauwe ijsvogelvlinder en Keizersmantel werden gevangen langs het pad dat van dit restaurant richting Velike Bloke gaat.
Tijdens het kamp zijn er maar weinig leuke vlinders gevangen op de Slivnica. In mei en juni vlogen er behoorlijk wat leuke vlinders rond, maar tijdens het kamp waren die uitgevlogen. En voor de nazomersoorten was het nog te vroeg. Een vrij saaie boel dus. Er vloog nog een afgevlogen Koninginnepage rond. De Zwarte apollovlinder, die hier in juni 95 vloog, is niet meer gevangen. Ook het Zwarte blauwtje was nergens te bekennen. Deze vloog in juni 95 in extreem grote aantallen. Wel erg leuk was een waarneming van de Rode vuurvlinder, door Bert. Deze soort is in mei/juni vaker gezien door Rob, en vloog op het kamp alleen op deze grotere hoogte, waar het net iets kouder is.
Ook erg leuk was een exemplaar van de tweede generatie van de Sleutelbloemvlinder. Deze soort vliegt in het voorjaar massaal op de berg rond. De tweede generatie is behoorlijk wat zeldzamer. Het kostte ons behoorlijk wat tijd om dit dier op naam te brengen, want hij ziet er behoorlijk wat anders dan de dieren van de eerste generatie.
Overigens denk ik dat de meeste soorten van het Bloke plateau ook wel op de Slivnica te vangen zijn, want de graslanden verschillen niet erg. Gewonere soorten zijn alleen niet zo consequent genoteerd, helaas.
?? noteerden in begin augustus 1988 en eind juli 1994 Klein koolwitje, Boswitje, Atalanta en Dagpauwoog op de Slivnica. Ook vingen zij enkele warmteminnende soorten, die tijdens ons kamp vermoedelijk nog niet vlogen op 1100 meter hoogte: Morgenrood, Witbandzandoog, Oranje luzernevlinder, Wegedoornpage, Bruin zandoogje Bleek blauwtje en Kleine parelmoer. Ook Koningspage en Koninginnepage vlogen weer (vanaf eind juli). Al met al zijn er dus 54 soorten vlinders bekend van de Slivnica.
Het Cerknica meer
[C] 
(18/30 soorten)
8-7-97 Locatie 1. Podsteberk (n=5), Grote weerschijnvlinder). Een zijdalletje van de Polje.
9-7-97 Locatie 2. (Grote weerschijnvlinder)
Ten zuiden van Zerovnica. Langs bosrand aan de rand van de Polje, over de weg.
9-7-97 Locatie 3. (n=3)
Bij Zerovnica langs de beek en over een veld (Oranje luzernevlinder)
9-7-97 Locatie 4. (n=1)
Tussen Blocice en Zerovnica. 640 m. Langs de hoofdweg. Brede berm, omgeven door bos. Betreft de enige waarneming van Witbandzandoog in Notranjska.
17-7-97 Locatie 5. Vlakbij Goricice. Graslanden aan de rand
van de Polje (n=13)
Citroenvlinder
Locatie 1,2,3 en 5: circa 550 m.
De Cerknica polje en is niet bijzonder rijk aan vlinders. Carnelluti vermeldt dat de Moerasparelmoer rondom Cerknica voorkomt. Dit is nu echt een soort die je in het Cerknica meer zou verwachten. Deze soort heeft een zeer korte vliegtijd in mei/juni. In deze periode hij in 1997 (en 1995) niet door ons gevangen, maar hij kan lokaal zijn of uitgestorven. Verder is opvallend, dat langs de rand van de Polje op twee plekken Grote weerschijnvlinders gevangen zijn. Deze soort staat bekend als enigszins vochtminnend. Locatie 5 is de enige vindplaats van de Koningspage en Eikepage in Notranjska tijdens het kamp. Locatie 4 is de enige vindplaats van de Witbandzandoog, en locatie 3 één van de weinige vindplaatsen van de Oranje luzernevlinder in de streek. Deze drie soorten geven het relatief laag gelegen Cerknica polje en directe omgeving een toch iets warmer tintje.
In het voorjaar zijn in de vochtigere graslanden langs de rand van de polje de Bruine- en Rode vuurvlinder gevonden. In mei vloog de Oranjetip er rond en het Groentje werd er waargenomen.
Eind juli 1994 werd door ?? gevangen in de Zadni Kraj, in het uiterste zuidwesten van het meer. Ook hier werd de Grote weerschijn weer gevangen en zelfs een Witbandzandoog. Soorten die wij niet vingen waren: Rouwmantel, Dagpauwoog, Atalanta, Distelvlinder, Keizermantel, Heivlinder en Iepepage. Ten zuiden van Martinjak werd een populatie van het Pimpernelblauwtje gevonden, en in de buurt van Dolenje Jezero het Gentiaanblauwtje. In augustus 1988 werden nog de Zuidelijke luzernevlinder, de Gele luzernevlinder en het Klein geaderd witje gevonden. Dit maakt het totaal aantal soorten in de Cerknica polje 41.
De Rakov Skocjan
[D] 
(10/14 soorten)
7-7-97 Excursie a (Kleine iJsvogelvlinder)
8-7-97 Excursie b (10 soorten)
Graslanden tussen beide natuurlijke bruggen in de Rakov Skocjan (ca. 550 m.), behalve Wegedoornpage, de Boszandoog en IJsvogelvlinders, zie onder.
De Boszandoog, Wegedoornpage en Kleine ijsvogelvlinder zijn in dit gebied bepaald niet zeldzaam. Deze soorten werden vooral gevangen langs de brede zandpaden tussen de Rakov Skocjan en het dorpje Zels~e. Hier tref je de bosrandsituaties aan, waarin deze soorten leven. Ook de Blauwe ijsvogelvlinder is er één keer gevangen, aan de rand van het gebied, welliswaar, halverwege Dolenje Vas en Zels~e, waar de vlinder over het pad langs de bosrand vloog. Mogelijk is ook de Grote ijsvogelvlinder gezien. Roel meende hem te zien vliegen, maar hij was wel erg ver weg. Deze soort werd in 1995 gevangen op een open plek ten noordwesten van de Kotlici bronnen in de Rakov Skocjan (Inberg & Ketelaar, 1995).
De graslandjes in de Rakov Skocjan zijn niet voldoende bekeken. Opvallend was dat er vrij veel Braamparelmoervlinder rondvloog. Leuk was ook de waarneming van de Gehakkelde aurelia, in een grasland langs de beek.
De Nanos [G]
(56 soorten)
Vlak boven Razdrto (577 m.) liggen een aantal submediterrane graslandjes op het zuiden (600-800 m.) Hoger gelegen liggen bossen en struikgewas met een duidelijk submediterraan karakter. Nabij de top (1240 m.) liggen montane graslanden, rotswanden, een montaan bos en een hoogplateau.
5-7-97 Excursie a. Plateau en helling vanaf Podnanos
(n=23)
-
- 8-7-97 Excursie b. Van Razdrto naar de top. (n=53!)
14-7-97 Excursie c idem (n=20)
Maarliefst 9 soorten zijn tijdens het kamp alleen op deze berg gezien. Zwarte apollovlinder, Grote Vos, Voorjaarserebia, Spiegeldikkopje, Bruine eikepage, Bleek blauwtje, Pimpernelblauwtje, Dwergdikkopje en Kommavlinder.
Een aantal van deze soorten zal wellicht in andere gebieden over het hoofd gezien zijn. Zwarte apollovlinder is in juni 1995 op de Slivnica waargenomen (Inberg & Ketelaar, 1995). Voorjaarserebia is in het voorjaar talrijk in verschillende gebieden. De prachtige Spiegeldikkopjes en de lelijke Pimpernelblauwtjes vliegen aan de uiterste voet van de berg. Hier is een Glanshaververbond achtige vegetatie aanwezig, terwijl er ook enkele bronnen zijn. Het Koevinkje en het Bruine zandoogje zijn hier algemeen. Dit zijn twee in Nederland algemene soorten, die op het kamp niet al te veel gezien zijn. Ook de Witbandzandoog vliegt hier rond. Hogerop zijn graslandjes te vinden met een warmteminnende vegetatie. Opvallend talrijk zijn hier de grotere soorten Parelmoervlinders (Grote parelmoer, Duinparelmoer en Adippevlinder), terwijl langs de bosranden opvallend veel Keizermantels en Wegedoornpages vliegen. Ook de Grote vos en de Grote weerschijnvlinder zijn op deze plekken gevangen. Hoog op de berg was het hilltoppen van de Koninginnepage en de Koningspages mooi te zien. Er werden er behoorlijk wat gezien. Hier werd ook de Zwarte apollovlinder gevangen. Langs de rotswanden zijn Rotsvlinder en Blauwoog behoorlijk talrijk.
Op de Nanos zijn ook een paar soorten gevangen, die niet met zekerheid gedetermineerd zijn. Eén daarvan was een Erebia, die enigszins leek op Erebia oeme. Een andere leek op een Tijmblauwtje, maar het is niet bekend of het dier niet verward is met vrouwtjes van Getand blauwtje, die erg op deze soort kunnen lijken, of zelfs Pimpernelblauwtje, die ook op deze berg voorkomt. Een derde soort is ‘Gestreept zandoogje’ . Deze drie soorten zijn, voorzichtigheidshalve, niet in de tabel opgenomen.
Waarom het Bleek blauwtje alleen op de Nanos gevangen is, is niet bekend. Deze soort is in Midden Europa algemeen op kalkgraslanden.
De kliffen van Hrastovlje [H]
(27 soorten)
-
- 16-7-97 tussen station Hrastovlje en dorp Hrastovlje;helling
ten noorden van Hrastovlje. Submediterraan, <100 meter boven
zeeniveau
18-7-97 idem, + station Zazid
- 16-7-97 tussen station Hrastovlje en dorp Hrastovlje;helling
ten noorden van Hrastovlje. Submediterraan, <100 meter boven
zeeniveau
Dit is een leuk vlinder gebied, vooral ook omdat het zo anders is dan de andere gebieden, als een gevolg van het submediterrane klimaat dat er heerst. Wat meteen opvalt als je in het gebied aankomt, zijn de grote aantallen Koningspages en het voorkomen van Oranje- en Zuidelijke luzernevlinder.
Een zestal soorten is alleen in dit gebied gezien. In de eerste plaats de Grote boswachter, die bepaald niet zeldzaam is en op veel plekken rondvloog langs struiken, langs paden enzovoort. Deze grote zwart-witte zandoog werd eerst voor een Witbandzandoog uitgescholden. Het dier is echter weer net iets anders getekend.
Langs het spoor werd een Oranje zandoog achtige vlinder gevangen. Helaas is deze soort niet goed gedetermineerd, en we weten dus niet of we met de mediterrane Pyronia cecilia te maken hadden, of met de ‘normale’ Pyronia tithonus.
Een derde soort die alleen hier gezien is, is het Getand blauwtje. Ook dit beest is er erg algemeen, het algemeenste blauwtje in de streek.
Het gebied is zowiezo rijk aan blauwtjes, hoewel de door ons zo gezochte mediterrane soorten, het Tijger- en het Panterblauwtje niet gevangen werden. Er vlogen Heideblauwtjeachtige dieren rond, en in deze streek is dit waarschijnlijk het Kroonkruidblauwtje geweest, wat niet geheel ondenkbaar is in een streek waar nogal veel Kroonkruid staat (zie ook opmerking bij de tabel). Ook het Adonisblauwtje werd er gevangen. Door André werd nog een Vetkruidblauwtje gevangen. Een uiterst klein warmteminnend blauwtje, dat, zoals de naam al aangeeft op Sedum soorten zijn eitjes afzet. Leuk waren tenslotte het Resedawitje en het talrijk voorkomen van de Argusvlinder.
Overige gebieden in Notranjska
Rakitna [i1]
-
- 6-7-97 Helling en plateau op 2 km ten zuidwesten van Rakitna (Novaska Gora, 998 m.) (n=9)
Hier zijn Boomblauwtje en Koevinkje gevangen. twee soorten die op het Bloke plateau niet gevangen zijn. Wellicht zijn ze op het Bloke plateau gewoon over het hoofd gezien. Verder lijkt de soortensamenstelling op die van het Bloke plateau.
Unec/Planina [i3]
-
- 4-7-97 Tussen Unec en Planina (‘Cerje’). Kalkgraslandjes in kleinschalig, geaccidenteerd landschap met stukjes bos. 530 m. (n=10)
Deze kalkgraslanden lijken qua soortensamenstelling op de graslanden van het Bloke plateau. Hoewel de ligging beduidend lager is, zijn er geen uitgesproken warmteminnende soorten aangetroffen.
-
- Planina polje [i7]
10-7-97 Aan de zuidrand van de Planina polje. Veldje achter de Hasberg. 450 m.
- Planina polje [i7]
Enkele vlinderwaarnemingen aan de rand van de polje, op een droog grasland dat niet karakterestiek is voor de polje.
Overige gebieden buiten Notranjska
Krk [j2]
-
- 18-7-97 Westkust Krk (Kroatië), bij Porat ten westen van Malinska. Mediterrane struikgewas en ruigten vlak boven zeeniveau. (n=3)
Hier zijn niet veel vlindersoorten genoteerd, omdat er met name gesnorkeld werd. Opvallend was het grote aantal aantal Koningspages. Verder konden Witbandzandoog en Citroenvlinder genoteerd worden.
Divaca [j6]
7-97 Bij Skocjanske jama.Op deze grottenexcursie in het submediterrane gebied zijn terloops nog enkele soorten genoteerd: Ciroenvlinder, Witbandzandoog en Dambordje.
Mei/juni 1997
Rob v/d Haterd en Hans Inberg (gedeeltelijk)2-5-97 Locatie 1. Cerknica meer (n=1)
De eerste citroenvlinder.
Langs een arm van de Strzen bij Ostredek
10-5-97 Locatie 2. Tussen Isola en Piran (Istrië, Slovenië) (n=2) Een klein geaderd witje en een Argusvlinder.
Boven de kliffen, ruderaal bij submediterraan bos.
10-5-97 Locatie 3., t.z.v. Umag (Istrië, Kroatie) (n=5)
Goed ontwikkeld Quercus pubescens bos, langs de open plekken vliegen. Groot koolwitje, Boswitje en Bloemenblauwtje en Bont zandoogje
10-5-97 Locatie 4. Weitje bij Valica (Istrië, Kroatie, ten noordoosten van Umag) (n=3) Submediterrane kruid/stuikvegetatie, semi-ruderaal. Koningspage, Veldvlekvlinder, Dwergblauwtje en Bruin blauwtje.
12-7-97 Locatie 5. Slivnica, top. (n=3)
(Koninginnepage, Sleutelbloemvlinder en Bruin dikkopje)
10-5-97 Locatie 6. Kamna gorica bij Cerknica (n=6)
Koningspage, Aardbeivlinder, Groentje, Kleine vos, Boswitje en Groot koolwitje.Het is jammer dat dit kalkgrasland niet op het kamp bezocht is. Door de ?? werden er in begin augustus 1988 31 soorten gezien, waaronder enige warmteminnenden soorten: Blauwoog, Oranje steppevlinder en Witbandzandoog. De Blauwoog is door ons alleen in warmere streken gevonden, terwijl de Oranje steppevlinder het hele kamp niet gezien is. Overigens vloog deze soort eind juli 1994 nog niet op deze plek, terwijl beide andere soorten al wel vlogen. Op deze plek werd ook Philotes vicama gevangen.
18-5-97 Locatie 7. Cerknica meer, zuid-westzijde, bij Zadnji Kraj, langs bosrand (n=3)
Oranjetipje, Groentje (langs het water) en Koninginnepage.
25-5-97 Locatie 8. Kamna Gorica (n=5)
Groentje, Kleine vos, Adonisblauwtje, Voorjaarserebia, Tweekleurig hooibeestje
27-5-97/ Locatie 9. Cerknica meer, bij Martinjak (n=3)
4-6-97 Gewoon hooibeestje, Bruine vuurvlinder en op 4 juni ook de Rode vuurvlinderen de Rode vlekvlinder
29-5-97 Locatie 10. Slivnica (n=6)
De noordkant. Bont dikkopje, Dwergblauwtje, Aardbeivlinder, Voorjaarserebia, Kleine vos en Groot geaderd witje. Mogelijk bloemenblauwtje
26-6-97 Locatie 11. Bloke plateau bij Hostnik (n=1)
Boszandoog
28-6-97 Locatie 12. Cerknica polje bij Dolenje jezero (n=3) Gewoon hooibeestje, Groot koolwitje, Groot geaderd witje
28-6-97 Locatie 13. (n=12)
Weitje bij splitsing weg naar Slivnica en Bloke, vanaf Grahovo. roodstreephooibeestje en morgenrood, rode vuurvlinder, mogelijk kroonkruidblauwtje, boszandoog.
28-6-97 Locatie 14. (n=13)
Graslanden Bloke plateau
29-6-97 Locatie 15. Slivnica noord (n=22)
13-5-97 Locatie 16. Zelsje (n=1)
Juni 1995
(Robert Ketelaar, Hans Inberg e.a.)
1.Rakov Skocjan. Zie boven
2.Tussen Rakov Skocjan en Postojna, droge kalkhelling.
3.Skocjan Bay, Koper (Mediterrane kust).
4.Kalkgrasland in de buurt van Vrhnika.
5.Bloke plateau: bij Blosko jezero
6.Cerknica meer bij Martinjak, vegetatie met Knolspirea en Gladiool
7. Slivnica Helling onder restaurant Slivnica Dom.
Discussie
Vlinders behoren in Nederland tot de diergroepen die het meeste zijn achteruitgegaan. Van de soorten van schrale graslanden zijn er weinig meer over. In Slovenië, waar schrale graslanden nog genoeg te vinden zijn, zijn deze soorten nog behoorlijk talrijk. Deze graslanden zijn echter in snel tempo bezig te verdwijnen.
Ook de vlinderfauna van bossen in Slovenië bleek zeer de moeite waard. En dan met name de natuurlijkere bossen, waar veel open plekken zijn, of de . Hier hebben we verschillende soorten IJsvogelvlinders, Weerschijnvlinders en grotere Parelmoervlinders zien. Steile rotswanden en submediterrane ecosystemen waren ook bijzonder leuke plekken om vlinders te vangen.
Voor verschillende soorten die Carnelluti vermeldt voor het gebied rond Cerknica, was het wellicht nog te vroeg in het jaar. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Grote boswachter (Hipparchia fagi), de Heivlinder (Hipparchia semele), de Heremiet (Chasara briseis), de Blauwoog (Minois dryas) en Oranje steppevlinder (Arethusiana arethusa). Van deze soorten, die gebonden zijn aan xerotherme graslanden is volgens Carnelluti alleen de eerstgenoemde zeldzaam zijn. Overigens moet opgemerkt worden dat de hellingen ten noord -en zuidzijde van de benedenloop van de Cerknicica tijdens het kamp niet bezocht zijn. Op deze warmere hellingen zijn deze soorten eerder te verwachten dan op de relatief hoge zuidhelling van de Slivnica
Typerend is, dat we Grote boswachter en Blauwoog wel in lagere gebieden hebben gevangen, waar de soorten mogelijk eerder vliegen
Literatuur
- Bink, F.A. (1992).Ecologische atlas van de dagvlinders van
Noordwest-Europa; 2de druk, Haarlem
Carnelutti Jan (1978). Metulji Cerknice in okolice. (Die Schmetterlinge von Cerknica und seiner Umgebung). Acta carsologica VIII.
Higgins, L.G. en Riley, N.D. (1980). Elseviers vlindergids; 2de druk, Amsterdam.
Inberg H. & R. Ketelaar (1995). Some observatons on butterflies, dragonflies and plants in Slovenia. Appendix 2&3, pp. 65-75. In: YEE Report " Training Course Nature Conservation. (1995; Rakov Skocjan). Ed. by Andrej Bibic, Ljubljana.
Ketelaar R., H. Inberg & W. Wakkie (1995). Slovenië: een paradijs voor natuurliefhebbers. Amoeba 69-5: 197-202.
Verovnik R. (1997). Prispevek k poznavanju favne dnevnih metuljev (Lepidoptera: Rhopalocera) jugozahodne Slovenije. (Contribution to the knowledge of the butterfly fauna (Lepidoptera: Rhopalocera) of south-western Slovenia. In: Raziskovalni tabor s~tudentov biologije Podgrad ‘96. Zveza organizacij za tehnic~no kulturo Slovenije gibanje znanost mladini. Ljubljana, 1997.
Wijnhof, I et al. Dagvlinders van de Benelux; 4ste druk. Utrecht 1990
A partly copied article, the title and the authors are unknown to me about a summercamp in Cerknica area. Lists of Odonata, butterflies and plants.
Dagvlinderwaarnemingenop het Slovenië zomerkamp 1997
Met aanvullingen uit mei en juni 1997 en juni 1995.
Letters voor lokaties, cijfers voor excursies: zie tekst.
Bij gebieden uit de kategoriën ‘overig’ (i en j) is in plaats hiervan de gebiedscode weergegeven, die op de kaart achterin het verslag staat.
De aanvullingen uit mei /juni 1997 en juni 1995 zijn in een schuin lettertype tussen <> weergegeven
| Nederlandse namen volgens Bink (1992).Soort | Locaties | Opmerkingen |
| Grote pages (Papilionidae) | ||
| 1. Koninginnepage
(Papilio machaon) |
Slivnica(a);
Nanos(b),
<Mei/juni97: Slivnica(5),Cerknica meer(7)> <Juni95:Koper(3)> |
De eerste generatie dieren vloog volop in mei/juni, maar tijdens het kamp werden alleen enkele afgevlogen exemplaren gezien op grotere hoogte. De tweede generatie vloog nog niet. In begin augustus vonden ?? de soort wel. |
| 2. Koningspage
(Iphiclides podalirius) |
Nanos(a,b); Cerknica
meer(5); Hrastovlje; Krk(J2);
<Mei/juni97: Istrië(4),Cerknica-Kamna Gorica(6)> <Juni95:Slivnica(7)> |
Fraaie exemplaren tijdens het kamp doen vermoeden dat het om een tweede generatie gaat, aangezien de soort in mei al vloog. Op warme kalkgraslanden een vrij algemene soort. In begin augustus vonden ?? de soort wel. |
| 3. Zwarte apollovlinder
(Parnassius mnemosyne) |
Nanos(b)
<Juni95:Slivnica(7)> |
Alleen gezien op de top van de Nanos. Is echter ook van de Slivnica bekend, zie bij de gebiedsbeschrijving |
| Witjes (Pieridae) | ||
| 4. Groot geaderd witje
(Aporia crataegi) |
Bloke(1,2,10,12,14,15);
Rakov Skocjan(b); Nanos(b,c);
Unec/Planina(i3+i7); Rakitna(i1); <Mei/juni97: Slivnica(10,15); Cerknica meer(12); Bloke(13,14)> <Juni95:Rakov Skocjan(1); Postojna(2); Vrhnika(4);Bloke(5)> |
Vrij algemeen, graslandjes met struikgewas. In de tweede helft van het kamp voornamelijk nog afgevlogen exemplaren, die half doorzichtig zijn. |
| 5. Groot koolwitje *
(Pieris brassicae) |
Bloke(10); Cerknica
meer(3,5); Nanos(b)
<Mei/juni97: Istrië(3); Cerknica-Kamna Gorica(6); Cerknica meer(12); Slivnica(15)> <Juni95: Koper(3)> |
Niet erg talrijk, was in mei/juni97 duidelijk algemener. |
| 6. Klein koolwitje *
(Pieris rapae) |
Bloke(12,16); Cerknica
meer(5); Rakov Skocjan(b);
Nanos(a,b,c); Hrastovlje <Juni95: Koper(3)> |
Vrij algemeen? |
| 7. Klein geaderd witje *
(Pieris napi) |
Bloke(14,15,16), Rakov
Skocjan(b); Nanos(b);
<Mei/juni97: Istrië(2)> <Juni95: Koper(3)> |
Vrij algemeen? |
| 8. Resedawitje
(Pontia daplodice) |
Hrastovlje | Enkele beesten langs een wegrand in het submediterrane gebied. |
| <9. Oranjetipje
(Anthocharis ardaminis)> |
<Mei/juni97: Cerknica meer(7)> | Uitgevlogen tijdens het kamp. Vrij zeldzaam. |
| 10. Oranje luzernevlinder
(Colias crocea) |
Bloke(9); Hrastovlje;
Cerknica Meer(3); Nanos(b)
<Juni95: Postojna(2); Koper(3)> |
Enkele malen gevangen, steeds in kleine aantallen. In Notranjska de algemeenste Luzernevlinder, mogelijk de enige |
| 11. Zuidelijke
luzernevlinder (Colias australis) |
Nanos(a,b),Hrastovlje | Alleen gevangen in het submediterrane gebied |
| 12. Citroenvlinder *
(Gonepteryx rhamni) |
Bloke(2,15); Cerknica
meer(1,3,5); Nanos(a,b);
Hrastovlje; Krk(j2); Divaca(j7) <Mei/juni97: Cerknica meer(1); Slivnica(15)> |
Vrij algemene soort van bosranden. Ook vroeg in het voorjaar, dat overigens laat begon. |
| 13. Boswitje
(Leptidea sinapis) |
Bloke(4,12,14); Cerknica
meer(5); Rakov Skocjan(b);
Nanos(a,b,c); Hrastovlje; Unec/Planina(i3+i7); <Mei/juni97:(Istrië(3); Cerknica-Kamna Gorica(6); Bloke(14)> <Juni95: Postojna(2)> |
Vrij algemene soort van bosranden en graslanden. |
| Schoenlappers (Nymphalidae) | ||
| 14. Grote weerschijnvlinder
(Apatura iris) |
Bloke(12); Cerknica meer(1,2); Nanos(b) | Weinig talrijke soort van bosranden. Lijkt langs de randen van het Cerknica meer iets algemener te zijn. |
| 15. Grote ijsvogelvlinder
(Limenites populi) |
Bloke(13)
<Juni95: Rakov Skocjan(1)> |
Op het Bloke plateau werd een verkeersslachtoffer gevonden. |
| 16. Blauwe ijsvogelvlinder
(Limenites reducta) |
Bloke(15); Rakov Skocjan(b); Slivnica(b) | Hoewel deze soort bekend staat als warmteminnend, is ie door ons niet aangetroffen in het submediterrane gebied, maar wel op grotere hoogte op Bloke plateau en Slivnica. In 1995 trof ik de soort massaal aan op het Kroatische eiland Cres. |
| 17. Kleine ijsvogelvlinder
(Limenites camilla) |
Slivnica (b), Cerknica
meer(1); Rakov Skocjan(a,b)
<Juni95: Rakov Skocjan(1)> |
De algemeenste IJsvogelvlinder in Notranjska, maar desondanks vrij zeldzaam. |
| 18. Rouwmantel
(Nymphalis antiopa) |
<Mei/juni97: Vlakbij Rakov Skocjan(16)> | In mei werd één exemplaar gezien, waarschijnlijk een dier overwinterd had. De nieuwe generatie vliegt mogelijk pas later dan het kamp, of het dier is hier uiterst zeldzaam. |
| 19. Grote vos
(Nymphalis polychloros) |
Nanos(b)
<Juni95: Koper> |
Vermoedelijk elders over het hoofd gezien. |
| 20. Dagpauwoog
(Inachis io) |
Bloke(12,15); Nanos(b); Hrastovlje; Unec/Planina(i7) | Volgens Carnelluti (1978) kunnen de aantallen van deze soort van jaar op jaar sterk variëren. In dit jaar vrij algemeen. |
| 21. Atalanta
(Vanessa atalanta) |
Bloke(7,15);
Nanos(b)
<Vrhnika(4)> |
Een enkele keer gezien |
| 22. Kleine vos
(Aglais urticae) |
Bloke(7,12); Slivnica(c);
Riznjak; Nanos(b);
<Mei/juni97: Cerknica-Kamna Gorica(6,8); Slivnica(10,15)> <Juni95: Postojna(2); Vrhnika(4); Slivnica(7)> |
Tijdens het kamp alleen op grotere hoogten, maar in mei en juni ook op circa 550 meter gevangen1. |
| <23. Distelvlinder
(Cynthia cardui)> |
<Juni95: Vrhnika(4); Slivnica(7)> | |
| 24. Gehakkelde aurelia
(Polygonia c album) |
Nanos(b); Rakov
Skocjan(b); Hrastovlje
<Juni95: Rakov Skocjan(1)> |
Niet algemene soort van bosranden. |
| 25. Keizersmantel
(Argynnis paphia) |
Bloke(15); Nanos(b,c); Slivnica(c) | Behoorlijk talrijk aan de voet van de Nanos |
| 26. Grote parelmoervlinder
(Mesoacidalia aglaja) |
Bloke(2,14,15,16),
Cerknica meer(5); Nanos(c)
<Juni95: Vrhnika(4); Slivnica(7)> |
Regelmatig gevangen in verschillende gebieden. Behoorlijk talrijk aan de voet van de Nanos. |
| 27. Adippevlinder
(Fabriciana adippe) |
Nanos(b,c) | Enkele malen gevangen op het Bloke plateau |
| 28. Duinparelmoervlinder
(Fabriciana niobe) |
Nanos(a,b,c),Bloke(2,12,16)
<Juni95: Vrhnika(4); Cerknica meer(6)> |
Vrij talrijk op het Bloke plateau en op de Nanos |
| 29. Kleine parelmoervlinder
(Issoria lathonia) |
Bloke(14), Nanos(b)
<Juni95: Slivnica(7)> |
Deze soort is met geen ander te verwarren en waarschijnlijk dus niet over het hoofd gezien. Niet erg algemeen, dus. |
| 30. Brenthis hecate | Bloke(1,2,14);
Nanos(a,b),
<Mei/juni97: Slivnica(15)> <Juni95: Cerknica meer(6)> |
Vliegt volgens de Elseviers Vlindergids boven de 700 m. en dat klopt met onze gegevens. De soort komt vooral voor in Zuidoost Europa. De voedselplant van de rups is Dorycnium, een plantje dat op het Bloke plateau veel voorkomt, voornamelijk in wegbermen. |
| 31. Braamparelmoervlinder
(Brenthis daphne) |
Bloke(2); Rakov
Skocjan(b); Nanos(b); Hrastovlje
<Juni95: Rakov Skocjan(1); Slivnica(7)> |
Deze mooie vlinder, een groot broertje van de Spireaparelmoer, is niet talrijk, maar relatief vaak genoteerd. Vermoedelijk het meest in de Rakov Skocjan. |
| 32. Spireaparelmoervlinder
(Brenthis ino) |
Bloke(3,5,14,15,16);
Nanos(a,b)
<Mei/juni97: Bloke(13,14); Slivnica(15)> |
Oftewel Purperstreepparelmoer. Op het Bloke plateau talrijker dan de Braamparelmoer. |
| 33. Paarse parelmoervlinder
(Clossinia dia) |
Bloke(8,16); Nanos(b) | Niet veel gevangen. Wordt ook Akkerparelmoer genoemd. |
| 34. Veldvlekvlinder
(Melitaea cinxia) |
Bloke(14,16)
<Mei/juni97: Istrië(3,4)> <Juni95: Vrhnika(4)> |
Waarschijnlijk vrij zeldzaam op het Bloke plateau? Niet goed genoteerd. |
| 35. Grote vlekvlinder
(Melitaea phoebe) * |
Bloke(2) | Vrij zeldzaam op het Bloke plateau. Mogelijk ook elders. |
| 36. Rode vlekvlinder
(Melitaea didyma) * |
Bloke(8,14,16);
Nanos(a,b); Unec/Planina(i3)
<Mei/juni97: (Cerknica meer(9); Bloke plateau(14); Slivnica(15)> <Juni95: Koper(3); Bloke(5); Slivnica(7)> |
Oftewel Tweekleurige parelmoer. Mooi beest, dat behoorlijk vaak gevangen is. Waarschijnlijk vrij algemeen op het Bloke plateau. |
| 37. Donkere vlekvlinder
(Melitaea diamina) * |
Bloke(4,14,16)
<Juni95: Bloke(5); Slivnica(7)> |
Oftewel Woudparelmoer. Waarschijnlijk vrij algemeen op het Bloke plateau. Langs bosranden en in graslanden. Niet goed genoteerd. |
| 38. Bosvlekvlinder
(Mellicta athalia) * + Oostelijke vlekvlinder (Mellicta britomartis) + Steppevlekvlinder (Mellicta aurelia) |
Bloke(2,3,4,5,14,16);
Cerknica meer(5); Nanos(a,b,c);
Unec/Planina(i3); Rakitna(j2) <Mei/juni97: Bloke(13,14)> <Juni95: Postojna(2); Vrhnika(4)> |
Zeer lastig drietal, waarvan de soorten op het kamp slecht uit elkaar gehouden zijn. Iedereen had daar zo zijn eigen systeem voor. Het genus Mellicta is in ieder geval zeer algemeen aanwezig op de graslanden van het Bloke plateau. Volgens Carnelluti (1978) is de Bosvlekvlinder algemeen op ‘normale’ graslanden, is de Steppevlekvlinder te vinden op droge, warmteminnende plekken (zoals de Slivnica) en is de Oostelijke vlekvlinder een zeldzame migrant uit het oosten. De Steppevlinder is door ons in ieder geval niet herkend. Veel mensen beweerden Oostelijke Vlekvlinders te zien, en mogelijk is deze soort bijv. op het Bloke plateau vrij algemeen, terwijl de Bosvlekvlinder vermoedelijk inderdaad de algemeenste van de drie is. |
| Zandoogjes (Satyridae) | ||
| 39. Dambordje
(Melanargia galathea) |
Bloke(1,2,4,5,10,12,14,15,16); Slivnica(c); Cerknica meer(5);
Nanos(a,b,c); Hrastovlje; Unec/Planina(i3); Rakitna(i1);
Divaca(j7)
<Mei/juni97: Bloke(13,14); Slivnica(15)> |
Zeer algemeen. De algemeenste dagvlinder van het Bloke plateau |
| 40. Grote boswachter
(Hipparchia fagi) |
Hrastovlje | Wellicht is deze soort soms voor Witbandzandoog uitgescholden. Vermoedelijk nog warmteminnender dan deze soort. |
| 41. Blauwoog
(Minois dryas) |
Nanos(a,b,c); Hrastovlje | Talrijk op de Nanos en ook gezien bij Hrastovlje. |
| 42. Witbandzandoog
(Brintesia circe) |
Cerknica meer(4);
Nanos(a,b,c),Hrastovlje;
Krk(j2); Divaca(j7) |
Redelijk warmteminnende soort, die in Notranjska zeldzaam is, maar daarbuiten behoorlijk algemeen. |
| 43. Boserebia
(Erebia ligea) |
Bloke(2,4,5,8,10,15);
Cerknica meer(5); Slivnica(c);
Rakitna(i1); <Mei/juni97: Bloke(14); Slivnica(15)> |
Zeer algemeen, met name op de grens tussen bos en grasland. Niet gevangen in het Mediterrane gebied. |
| 44. Voorjaarserebia
(Erebia medusa) |
Nanos(a)
<Mei/juni97: Cerknica-Kamna Gorica(8),Slivnica(10,15)> <Juni95: Rakov Skocjan(1); Bloke(5); Slivnica(7)> |
Werd in juni nog talrijk gezien, aan het begin van het kamp alleen nog één afgevlogen exemplaar op grote hoogte. |
| 45. Bruin zandoogje
(Maniola jurtina) * |
Bloke(1,15,16); Cerknica
meer(1,5); Nanos(b,c);
Unec/Planina(i3) <Juni95: Rakov Skocjan(1); Vrhnika(5)> |
Vrij algemeen in ruigere en verboste graslanden. |
| 46. Koevinkje
(Aphanthopus hyperanthus) |
Nanos(a,b,c); Rakitna(i1); Unec/Planina(i7) | Alleen op lagere hoogte talrijk. Niet aanwezig op het Bloke plateau? |
| 47. Oranje zandoog
(Pyronia spec.) |
Hrastovlje | Maar één keer gevangen, langs een wijngaard bij Hrastovlje. Eén exemplaar. |
| 48. Hooibeestje
(Coenonympha pamphilus) |
Nanos(a,b,c);
Hrastovlje
<Mei/juni97: Slivnica(15); Cerknica meer(9,12)> <Juni95:Postojna(2); Vrhnika(4)> |
Droge, open plekken. Werd tijdens het kamp alleen in het Mediterrane gebied gezien, maar in juni ook in Notranjska |
| 49. Tweekleurig
hooibeestje (Coenonympha arcania) |
Bloke(2,4,5,15);
Slivnica(c); Nanos(a,b);
Unec/Planina(i3+i7); Rakitna(i1) <Mei/juni97: Bloke(13,14); Slivnica(15)> <Juni95: Postojna(2); Vrhnika(4); Bloke(5); Slivnica(7)> |
Overal vrij algemeen in matig voedselrijke hooilanden. Ook in beboste delen (Bloke15). |
| 50. Roodstreephooibeestje
(Coenonympha glycerion) |
Bloke(1,2,4,9,10,14,16);
Slivnica(b); Nanos(a,b,c)
<Mei/juni97: Bloke(13,14); Slivnica(15)> <Juni95: Vrhnika(4); Bloke(5)> |
In matig voedselrijke hooilandjes. Vooral talrijk op het Bloke plateau. |
| <51. Bont zandoogje
(Pararge aegeria tircis)> |
<Mei/juni97:Istrië(3); Bloke(13)> | Werd alleen in het voorjaar gezien. Later in het jaar waarschijnlijk een tweede generatie. |
| 52. Argusvlinder
(Lasiomata megera) |
Hrastovlje
<Mei/juni97: Istrië(2)> |
Alleen gevangen in het submediterrane gebied. |
| 53. Rotsvlinder
(Lasionata maera) |
Bloke(15), Nanos(b);
Hrastovlje
<Juni95: Slivnica(7)> |
Niet zeldzaam op de rotshellingen van de Nanos. In Hrastovlje gewoon langs een spoor. Ook op het Bloke plateau gezien, vreemd genoeg in een bebost grasland (Bloke15) |
| 54. Boszandoog
(Lopinga achine) |
Bloke(5,11,15,16),Rakov
Skocjan(b);
<Mei/juni97: Bloke(11,13,14); Slivnica(15)> <Juni95: Cerknica meer(4)> |
Vrij algemeen in bos en op beboste berghellingen. Talrijker in lager gelegen gebieden? (circa 500 m.) |
| Sleutelbloemvlinders
(Nemeobiidae) |
||
| 55. Sleutelbloemvlinder
(Hamearis lucina) |
Slivnica(b)
<Mei/juni97: Slivnica(5)> <Juni95: Vrhnika(4); Bloke(5); Slivnica(7)> |
Maar één keer gevangen. In het voorjaar is deze soort zeer talrijk op de Slivnica, op plekken met Stengelloze sleutelbloemen. De tweede generatie kennelijk veel zeldzamer, in ieder geval in dit jaar. |
| Blauwtjes en Kleine pages (Lycaenidae) | ||
| 56. Eikepage
(Quercusaria quercus) |
Cerknica meer(5); Hrastovlje | Twee keer gevangen, maar ongetwijfeld algemener in bossen met eiken (rivierbegeleidende Eiken-haagbeukenbossen en thermofiele Donseikbossen). Zit hoog in de bomen. In Hrastovlje waren de bomen niet zo hoog. |
| 57. Bruine eikepage
(Nordmannia ilicis) |
Nanos(b);
<Mei/juni97: Slivnica(15)> |
Tijdens het kamp alleen gevangen op de Nanos, mogelijk algemener en hoog over het hoofd gezien (zie Eikepage) |
| 58. Wegedoornpage
(Strymonidia spini) |
Rakov Skocjan(b),Nanos(b,c) | De meest gevangen kleine page. Bosranden. Enigszins warmteminnend en talrijk in mediterraan Istrië (mond. mededeling R. v.d. Haterd) |
| 59. Groentje
(Callophrys rubi) |
<Mei/juni97: Cerknica meer(7); Cerknica-Kamna Gorica(6,8)> | In het voorjaar gevonden op kalkgraslanden op lagere hoogten en langs het Cerknica meer. Mogelijk ook op het Bloke plateau, maar al uitgevlogen op het kamp. |
| 60. Kleine vuurvlinder
(Lycaena phlaeas) |
Nanos(b); Hrastovlje | Alleen gevangen in het submediterrane gebied, op open, schrale vegetaties. |
| 61. Morgenrood
(Heodes virgaurea) |
Bloke(15); Nanos(b);
Rakitna(i1);
<Mei/juni97: Bloke(13)> |
Deze mooie vlinder is maar weinig gezien. |
| 62. Bruine vuurvlinder
(Lycaena tityrus) |
<Mei/juni97:Cerknica
meer(9)>
<Juni95: Cerknica meer(6);Slivnica(7)> |
Alleen in het voorjaar gezien |
| 63. Rode vuurvlinder
(Palaeochrysophanus hippothoe) |
Slivnica(c)
<Mei/juni97: Cerknica meer(9); Bloke(13)> |
Vroeg vliegende soort, die vrij algemeen voorkomt in Notranjska, maar op het kamp maar één keer gevangen is, op grotere hoogte |
| 64. Dwergblauwtje
(Cupido minimus) |
Bloke(14,16),
Nanos(a,b,c); Hrastovlje; Unec/Planina(i3)
<Mei/juni97: Istrië(4); Slivnica(10)> <Juni95: Postojna(2); Vrhnika(4); Slivnica(7)> |
Relatief weinig gevangen. Wellicht deels ook over het hoofd gezien of tijdens het kamp in het tijdsinterval tussen twee generaties in. |
| 65. Boomblauwtje
(Celastrina argiolus) |
Nanos(b,c); Rakitna(2) | Alleen gevangen in het Submediterrane gebied. Mogelijk op grotere hoogte in het tijdsinterval tussen twee generaties in. |
| 66. Heideblauwtje
(Plebejus argus)* + Vals heideblauwtje (Lycaeides idas) + Kroonkruidblauwtje (Lycaeides argyrognomon) |
Bloke(1,2,12,16);
Slivnica(c); Cerknica meer(5);
Nanos(a,b,c); Hrastovlje <Mei/juni97: Bloke(13,14); Slivnica(15)> |
Dit lastige drietal is op het kamp vermoedelijk niet nauwkeurig genoeg uit elkaar gehouden. Daarom heb ik ze maar op één hoop gegooid. Alle drie de soorten komen in het gebied voor, waarbij Kroonkruidblauwtje waarschijnlijk de soort is die in de submediterrane gebieden gezien is en beide andere soorten in de hoger gelegen gebieden voorkwamen, in onbekende verhoudingen. Overigens komen blauwtjes met blauw gekernde zwarte ogen in vrijwel elk grasland voor. |
| <67. Turkooisblauwtje
(Plebicula dorylas)> |
<Mei/juni97:
Slivnica(15)>
<Juni95:Vrhnika(4)> |
Tijdens het kamp niet meer gevonden, mogelijk uitgevlogen. |
| 68. Bruin blauwtje
(Aricia agestis) |
Bloke(15,16); Nanos(b);
Hrastovlje; Unec/Planina(i3)
<Mei/juni97: Istrië(4); Bloke(14); Slivnica(15)> <Juni95: Slivnica(7)> |
Niet algemeen. Soort van graslanden. Vreemd genoeg ook in een verbost grasland gevonden (Bloke15) |
| 69. Bloemenblauwtje
(Glaucopsyche alexis) |
<Mei/juni97: Istrië(3)> | Kennelijk een vroege soort, die al niet meer vliegt in juni. Mogelijk ook in mei/juni gevangen op de Slivnica(10) en het Bloke plateau (14). |
| <70. Zwart blauwtje
(Eumedonia eumedon)> |
<Mei/juni97:
Slivnica(15)>
<Juni95: Slivnica(7)> |
In juni 1995 zeer massaal op de top van de Slivnica (meer dan 100 exemplaren), waar de soort op Bloedooievaarsbek (Geranium sanguineum) vliegt. Is daar in juni 1997 ook gevangen, maar tijdens het kamp niet, ondanks intensief zoeken. |
| 71. Klaverblauwtje
(Cyaniris semiargus) * |
Bloke(2,15,16);
Nanos(a,b)
<Mei/juni97: Slivnica(15)> <Juni95: Bloke(5); Slivnica(7)> |
Vrij algemeen op het Bloke plateau |
| 72. Getand blauwtje
(Meleageria daphnis) |
Hrastovlje | Vloog talrijk rond in deze streek. Volgens Carnelluti ook, maar zeer zeldzaam, in de omgeving van Cerknica. |
| <73. Staartblauwtje
(Everes argiades)> |
<Juni95: Koper(3)> | Alleen in het submediterrane gebied gevangen, niet tijdens het kamp. |
| 74. Bleek blauwtje
(Lysandra coridon) |
Nanos(b) | Vreemd dat deze vlinder, die in midden europa zeer algemeen is op kalkgraslanden, niet meer gevangen is. |
| 75. Adonisblauwtje
(Lysandra bellargus) |
Hrastovlje
<Mei/juni97: Cerknica-Kamna Gorica(8)> <Cerknica meer(6); Slivnica(7)> |
Is tijdens het kamp mogelijk over het hoofd gezien, of uitgevlogen. |
| 76. Icarusblauwtje
(Polyommatus icarus) |
Bloke(16) Nanos(b);
Hrastovlje
<Juni95: Rakov Skocjan(1); Postojna(2); Koper(3) Vrhnika(4); Cerknica meer(6); Slivnica(7)> |
Deze soort, die in Nederland zo algemeen is, is in 1997 maar weinig gevangen. In juni 95 was de soort daarentegen behoorlijk algemeen. Ook Carnelluti noemt de soort talrijk. |
| 77. Vetkruidblauwtje
(Scolitantides orion) |
Hrastovlje | Bij het spoor. |
| 78. Pimpernelblauwtje
(Maculinea teleius) |
Nanos(a,b) | Graslanden aan de voet van de berg. In een kwelslootje langs de weg evenwijdig aan de snelweg staat Grote pimpernel. |
| <79. Wikkeblauwtje
(Plebicula amanda)> |
<Mei/juni97:
Slivnica(15)>
<Juni95:Postojna(2); Vrhnika(4)> |
Tijdens het kamp over het hoofd gezien of uitgevlogen? |
| Dikkopjes (Hesperiidae) | ||
| 80. Dwergdikkopje
(Thymelicus acteon) |
Nanos(b) | Lastige soort, mogelijk over het hoofd gezien. |
| 81. Zwartsprietdikkopje
(Thymelicus lineola) * |
Bloke(1,2,4,14,15,16);
Cerknica meer(5); Nanos(b);
Rakitna(i1), Unec/Planina (i3) <Juni95:Koper(3), Vrhnika(4), Slivnica(7)> |
Algemeen op ruige graslandjes |
| 82. Geelsprietdikkopje
(Thymelicus sylvestris) * |
Bloke(1,4,14,15,16);
Cerknica meer(1,5); Nanos(b,c);
Unec/Planina(i3) <Juni95: Koper> |
Algemeen op ruige graslandjes |
| 83. Groot dikkopje
(Ochlodes venatus) * |
Bloke(5,14,15,16);
Riznjak; Nanos(a,b,c)
<Mei/juni97: Bloke(13,14); Slivnica(15)> <Juni95:Slivnica(7)> |
Regelmatig op ruige graslandjes |
| 84. Spiegeldikkopje
(Heteropterus morpheus) |
Nanos(a,b) | Prachtig beest, alleen gevonden aan de voet van de Nanos. Komt in Notranjska niet voor. |
| 85. Kommavlinder
(Heperia comma) |
Nanos(b) | Slechts éénmaal gevonden, mogelijk elders met Groot dikkopje verward. |
| <86. Bont dikkopje
(Carterocephalus palaemon)> |
<Mei/juni97: Slivnica(10)> | Een soort van mei en juni, die tijdens het kamp uitgevlogen is. |
| <87. Aardbeivlinder
(Pyrgus malvae)> |
<Mei/juni97:
Cerknica-Kamna Gorica(6,8); Slivnica(10)>
<Juni95: Rakov Skocjan, Vrhnika> |
Talrijke soort in het voorjaar, op droge tot vochtige graslanden met Ganzerik of Aardbei. |
| <88. Bruin dikkopje
(Erynis tagis)> |
<Mei/juni97: Slivnica(5)> | Veel minder talrijk dan vorige soort, kalkgraslanden. |
- De grottenexcursie
-
- Door: Martijn de Jong
De
Grottenolm (Proteus anguinus)
- Door: Martijn de Jong
Het meest bijzondere en tegelijkertijd belachelijkste dier van heel Slovenië is vreemd genoeg heel gemakkelijk te scoren. Je lift naar Postojna, koopt een kaartje voor de plaatselijke grot en volgt de toeristenstroom de diepte in. Na een treinritje door de onderaardse gewelven en een korte wandeling kom je bij een bak terecht waar het buitenbeentje van de biologie, de Grottenolm, in rondzwemt. (noem je dit scoren? redac.) Dit salamander-achtige dier komt alleen voor in ondergrondse wateren in Slovenië, Noord-Italië en Kroatië voor. Veel meer is er eigenlijk ook niet over hem bekend. Voortplanting is nog nooit waargenomen en ook eten is iets wat Olmen liever niet in het bijzijn van mensen doen. Een exemplaar is het gelukt om twaalf jaar zonder voedsel in leven te blijven!
Hoewel de Olm wel de grootste bewoner van de grotten is, is hij zeker niet de enige. Sprinkhanen, Kevers, Wormen, je kunt het zo gek niet verzinnen of er komt een grotten-vorm van voor. Helaas worden de voor toeristen opengestelde gangen al snel te warm en vochtig voor deze bijzondere dieren. Je moet dan ook op reis met een speleoloog om iets van dit bijzondere ecosysteem te ontdekken.
Het hele kamp was dan ook in beroering na de aankondiging van een echte grotten-excursie. En niet zomaar een excursie, nee, een vaartocht met rubberboten en al over een ondergrondse rivier stond er op het programma! Wie wil er nu niet mee met zo'n jong, snel, wild Veronica-tocht? Precies, niemand! Er was dan ook een geavanceerde en voor sommigen traumatisch verlopen loting voor nodig om te bepalen wie er in de bootjes mocht stappen. Om het kwetsbare klimaat van de Krizna-Jama grot te beschermen worden er namelijk niet meer dan duizend mensen per jaar toegelaten, waardoor het aantal deelnemers beperkt was.
De Krizna-Jama (Jama betekent grot) staat wereldwijd bekend als het voorbeeld van een grot met travertijnvorming. Zoals je na het lezen van dit verslag wel duidelijk is geworden, bestaat de ondergrond van het kampgebied uit kalksteen. Kalk lost op in water en de beken stromen dan ook niet bovengronds maar in ondergrondse, door het stromend water gevormde tunnels. Ook onze excursiegrot is zo ontstaan. Na zware regenval treedt de beek "buiten zijn oevers" en is de hele grot tot de nok toe gevuld met water. Een aantal jaren geleden is een excursie overvallen door een plotselinge stijging van het water en raakte ingesloten. Pas na een paar dagen was het water weer genoeg gezakt om naar het daglicht te kunnen varen!
Gelukkig voor ons begon het pas een paar dagen na de excursie te regenen en kon de vaartocht gewoon doorgaan. Gekleed in echte speleologenpakken en met een carbid-lamp op de kop trokken we de grot in. Het ontdekkingsreizigers-gevoel verdween al snel na de ontdekking van een soort rondvaartboot. Dit was niet de bedoeling! Avontuur wilden we en niet een ondergronds aftreksel van de Amsterdamse grachten! Gelukkig bleek het bejaardenvaartuig alleen bedoeld om ons naar twee echte stoere wildwaterrubberboten te transporteren. De meiden moesten van de gids in zijn bootje mee, iets waar onze enige eigen held Kaf het absoluut niet mee eens was. De andere boot kwam onder leiding van ondergetekende te staan, met Bert als lichtmatroos en Hopses als motor. Als echte stoere mannen begonnen we aan de tocht. Helaas blijkt roeien in het donker tegen de stroom in en met allerlei obstakels en bochten op je weg niet echt gemakkelijk te zijn. We botsten dan ook regelmatig tegen de kant of ramden een uiterst kwetsbare stalactiet. Dat krijg je als je Kaf niet tot kapitein benoemd!
De beek zelf bleek opgedeeld te zijn in talloze kleine meertjes, onderling van elkaar gescheiden door kalkdrempels. Bij iedere drempel moesten we uit de boot om heel voorzichtig naar het volgende meertje te lopen. De drempels bestaan uit travertijn, een bros gesteente dat ontstaat na het neerslaan van kalk. Het omgekeerde proces van oplossen dus en iets wat alleen in totaal met kalk verzadigd water optreedt. Wereldwijd zijn er maar een paar grotten waar je deze travertijndrempels kunt vinden. Een extra reden dus om maar een beperkt aantal mensen in de Krizna Jama toe te laten. Een verkeerde voetstap en het werk van duizenden jaren gesteentevorming kan weer opnieuw beginnen.
Grottensprinkhanen hebben we helaas niet gezien, net zo min als kevers. De absolute duisternis en stilte in de grot gecombineerd met de vaak bizarre vormen van de stalagmieten en -tieten maakten dit ontbreken van leven voor mij in ieder geval meer dan goed. De versteende kaak van een Holenbeer op de terugweg vormde dan ook een mooie afsluiting van deze unieke ervaring.
De Krizna-Jama is dan misschien wel de mooiste, maar zeker niet de enige grot rondom de kampplaats. De hele bodem is eigenlijk een grote gatenkaas. Halverwege het kamp heeft een excursie nog de grotten in de Rakov Skocjan en de verdwijngaten van het Cerknica-meer bezocht. Je ziet, ook ondergronds was er op Slovenie genoeg te beleven
