Other reports about summercamp of the Jeugdbond in Slovakia : plants, dragonflies, Muskgrass and butterflies. links
This report shows the number of butterflies that were seen during the 1995 summercamp of the JNM near Turiec, Martin, Necpaly. Unfortunately is has not become a extensive report, although a lot of butterflies were seen during this camp. Most observations were done during long and extensive walks, some during heavy climbing on the near mountains of the Velka Fatra. First an observations list is given, and after that a summery of the most import observations are described. Blatnica lays in the valley of the river Turiec, who divides the Mala Fatra in the west and Velka Fatra in the East. The area is divers. In the valley one can find small agriculture landscapes, creeks, moors and deserted villages. In the mountains a lot of dolina's are present (= mountain valley). During the whole camp the temperature was warm, about 30 degrees. Especially in the valley it was hot, in the mountains it was more pleasant due to the wind. The valley has an attitude of 440 m, and the mountain tops reach 1000 till 1400 meters. Best visited areas are :
1)the close to the campingsite situated 'thick, fat Mama' or in Slovakian the Tlsta, the highest mountain in the area with a open top (1532 m above sea level)
Tlsta means "thick, fat". The highest point of Velka Fatra is Ostredok (altitude 1592 m), situated about 10 km more southern from Tlsta.
2)Gaderska dolina and Blatnica dolina are two small creeks who divide the Tlsta from the neighbouring mountains.
3) Fishponds and creekbanks near Mosovce
l lDagvlinders rond Blatnica, Slowakije Egbert van Rijzingen
Hier volgt een kort verslag van wat er in Slowakije zoal aan dagvlinders te zien was tijdens dit geweldige zomerkamp. Ik heb alleen de hoogtepunten aangestipt en de soortenlijst uitgewerkt omdat ik helaas geen tijd heb om een uitgebreid verslag te schrijven. Gedurende het kamp zijn er vele fanatieke excursies geweest. Enkele van deze excursies waren forse bergbeklimmingen, maar onderweg is fanatiek gekeken naar vlinders en andere fraaie dingen.De meeste excursie waren loopexcursies, waardoor het te verkennen gebied een beetje beperkt blijft. We zijn echter ook een paar keer in een ouwe Fiat Ritmo rond gaan scheuren, en dan kom je al een stuk verder; in elk geval heb je de mogelijkheid om meerdere gebieden in één dag te bezoeken. Ook zijn we een dag met het hele kamp met een touringcar naar de hoge Tatra geweest. Dat is pas écht een hooggebergte. Er viel vaak zóveel te zien dat de excursie ontaardde in een soortenjacht. Soms kwam iemand met een netje met vlinder aanzetten en dan was er niet eens meer een pot vrij om het beest te bewonderen. Op één van die dagen (we waren met de ritmo op stap) scoorden we zo het enorme getal van 33 soorten links Soortenlijst
Familie Dikkopjes (Hesperiidae) 1) Groot spikkeldikkopje (Pyrgus alveus) B
2) Dwergdikkopje (Thymelicus acteon) C
3) Geelsprietdikkopje (Thymelicus sylvestris) D
4) Zwartsprietdikkopje (Thymelicus lineola) D
5) Groot dikkopje (Ochlodes venata) EFamilie Pages (Papilionidae)
6) Koninginnepage (Papilio machaon) C
7) Apollovlinder (Parnassius apollo) BFamilie Witjes (Pieridae)
8) Groot koolwitje Pieris brassicae E
9) Klein koolwitje Pieris rapae D
10) Artogeia mannii A
11) Klein geaderd witje Pieris napi E
12) Resedawitje Pontia daplidice B
13) Oranjetip Anthocharis cardamines B
14) Boswitje (Leptida sinapis) C
15) Oranje luzernevlinder (Colias crocea) B*1)
16) Gele luzernevlinder (Colias hyale) C
17) Zuidelijke luzernevlinder (Colias alfacariensis) A
18) Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni) DFamilie Blauwtjes (Lycaenidae)
19) Iepepage (Satyrium w-album) C
20) Kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas) B
21) Rode vuurvlinder (Lycaena hippothoe) B
22) Morgenrood (Lycaena virgaureae) C
23) Boomblauwtje (Celastrina argiolus) C
24) Staartblauwtje (Everes argiades) B
25) Everes decoloratus B
26) Dwergblauwtje (Cupido minimus) C
27) Klaverblauwtje (Cyaniris semiargus) A
28) Gentiaanblauwtje (Maculinea alcon) C
29) Pimpernelblauwtje (Maculinea telejus) B
30) Vals heideblauwtje (Lycaeides idas) A
31) Kroonkruidblauwtje (Lycaeides argyrognomon) A
32) Bruin blauwtje (Aricia agestis) B
33) Zwart blauwtje (Eumedonia eumedon) E
34) Turkoois blauwtje (Plebicula dorylas) B
35) Icarusblauwtje (Polyommatus icarus) B
36) Adonisblauwtje (Lysandra bellargus) B
37) Bleek blauwtje (Lysandra coridon) B
38) Getand blauwtje (Meleageria daphnis) A
Familie Schoenlappers (Nymphalidae) 39) Grote weerschijnvlinder (Apatura iris) C
40) Kleine weerschijnvlinder (Apatura ilia) C
41) Grote ijsvogelvlinder (Limenitis populi) A
42) Dagpauwoog (Inachis io) E
43) Distelvlinder (Cynthia cardui) D
44) Atalanta (Vanessa atalanta) E
45) Rouwmantel (Nymphalis anthiopa) D
46) Kleine vos (Aglais urticae) B
47) Gehakkelde aurelia (Polygonia c-album) B
48) Landkaartje (Araschnia levana) C
49) Keizersmantel (Argynnis paphia) E
50) Grote parelmoervlinder (Mesoacidalia aglaja) B
51) Duinparelmoervlinder (Fabriciana niobe) B
52) Adippevlinder (Fabriciana adippe) B
53) Kleine parelmoervlinder (Issoria lathonia) D
54) Purperstreepparelmoervlinder (Brenthis ino) B
55) Zilveren maan (Clossinia selene) B
56) Akkerparelmoervlinder (Clossiana dia) A
57) cf. Woudparelmoervlinder (Melitaea diamina) A
58) Bosparelmoervlinder (Mellicta athalia) EFamilie Zandoogjes (Satyridae)
59) Dambordje Melanargia galathea B
60) Geelvlekerebia (Erebia manto) B
61) Boserebia (Erebia ligea) D
62) Zomererebia (Erebia aethiops) C
63) Erebia euryale C
64) Bruin zandoogje (Maniola jurtina) D
65) Oranje zandoogje (Pyronia tithonus) C
66) Hooibeestje (Coenonympha pamphilus) D
67) Roodstreephooibeestje(Coenonympha glycerion) C
68) Tweekleurig hooibeestje (Coenonympha arcania) B
69) Koevinkje (Aphantopus hyperantus) D
70) Bont zandoogje (Pararge aegeria) E
71) Argusvlinder (Lasiommata megera) C
72) Rotsvlinder (Lasiommata maera) C
A: Slechts één waarneming gedurende het hele kamp B: Enkele waarnemingen tijdens het kamp (<10) C: Gemiddeld dagelijks waargenomen D: Vaak waargenomen E: Algemene soort 1) De oranje luzernevlinder werd slechts in één gebied aangetroffen, maar vloog daar wel redelijk in aantal. NB. In volgorde en Latijnse naamgeving is de nomenclatuur van Bink aangehouden; in Nederlandse namen ben ik iets konservatiever geweest.
links
Enkele opvallende waarnemingen
ad 1. Het Groot spikkeldikkopje, is een soort van bergweiden van het middelgebergte. Wij vingen hem in Belá dulice beneden 700 m. Verder is de soort niet meer gevonden op het kamp, terwijl steeds op dikkopjes is gelet; zeker op grotere hoogte. ad 7. Voor de Apollovlinder geldt eigenlijk hetzelfde verhaal. Die 'hoort' pas voor te komen op hoogten van Dwergdennen, dus boven 1200m. Wij vingen hem in de Gaderska dolina, op ongeveer 500 m. Later is de soort nog wel waargenomen op grotere hoogte. Zijn vogelachtige vlucht tegen een berghelling valt meteen op.
ad 10. Artogeia mannii (ook wel Pieris mannii) werd gevangen in het weiland vlak bij het kampterrein. Deze soort lijkt vreselijk veel op het klein geaderd witje. Misschien vloog het beest wel in aantal rond, maar is steeds over het hoofd gezien. Mannii is een typische balkan (karpaten) soort.
ad 13. Het Oranjetipje is misschien wel de meest belachelijke waarneming van het kamp. Deze typische voorjaarssoort die in één generatie vliegt (In Nederland zo rond koninginnedag) werd gevangen op 6 augustus. Op kamp is het oranjetipje nog een paar keer gezien. Wellicht vliegt in het oosten een tweede generatie oranjetipjes of vliegt de soort lang door na een voorjaar wat toch later is dan in Nederland.
ad 15,16,17Alle soorten Luzernevlinder zijn gevonden ten westen van Blatnica. In de dolina's of op de bergen zijn er geen aangetroffen. Alle luzernevlinders zijn gevangen in de vallei en in moerassige gebieden. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het ontbreken van de voedselplanten op de bergen (vooral klaver- en luzerne soorten).
ad 19. Opvallend is dat de Iepepage (Letterpage) veel is aangetroffen, terwijl de andere soorten kleine pages lijken te ontbreken. De verschillende pages hebben dezelfde eisen met betrekking tot hun leefgebied, en meestal is het zo dat de verschillende soorten tegelijk aangetroffen worden. Teleurstellend was vooral het niet aantreffen van de sleedoornpage, terwijl Roel hem me toch beloofd had.
ad 25. Voor deze soort (Everes decoloratus) geldt hetzelfde als voor 10); hij lijkt zoveel op het staartblauwtje dat we hem misschien over het hoofd gezien hebben..
ad 38. Roel had nog wat goed te maken (zie 19) en kwam dus op de laatste dag met een prachtvangst aanzetten: een Getand blauwtje. Ik had het beest nog nooit gezien en herinnerde me slechts dat er een plaatje van in de atlas stond. En jawel; het was hem! Na het beest uitgebreid bewonderd en geshowd te hebben werd het in de berm op een plant gezet. De volgende ochtend kon hij dan weer gaan snoepen van de tijmplantjes in de wei. Van deze soort ligt in Slowakije de noordwestgrens van het verspreidingsgebied.
ad 39 en 40. De beide soorten Weerschijnvlinders werden regelmatig gezien. Deze beesten bestrijken een groot 'territorium' en zijn dus niet dicht gezaaid. Dat we ze elke dag hebben gezien betekent dus waarschijnlijk dat de soort gewoon is
ad 45. De Rouwmantel werd elke dag meerdere malen gezien. Ook deze soort bestrijkt een groot gebied en uit de vele waarnemingen blijkt dat de soort dus absoluut niet zeldzaam is in de Fatra's
ad 46. De Kleine vos werd pas laat op het kamp gezien. Hij werd vooral aangetroffen in koele grotten, hangend aan het plafond. Dit is typisch winterslaapgedrag voor deze vlinder. Misschien was het einde van de vliegtijd voor dit gebied net bereikt.
ad 49. De aantallen waarin de Keizersmantel werd gezien zijn echt ongelooflijk. Hele velden met koninginnekruid zaten vol met keizersmantels. Soms zaten vier of vijf exemplaren op één bloemhoofd, zoals in Nederland in de tuin soms Atalanta's op een vlinderstruik zitten.
58 t/m 61 Er zijn veel erebia's gezien. Vier soorten zijn met zekerheid gedetermineerd; er zijn nog zeker twee andere soorten waargenomen. Echter alleen de onmiskenbare soorten zijn genoteerd. Erebia manto bijvoorbeeld is duidelijk te herkennen aan de gele vlekken op de ondervleugels. Deze soort komt plaatselijk voor in Europa; overal waar bergen boven 1000m te vinden zijn.
Algemeen opmerking over Blauwtjes:Er zijn veel leuke soorten gevangen, maar zelden in grote aantallen. Behalve het zwart blauwtje zijn er geen soorten Blauwtjes die echt veel gevangen zijn. Het Zwart blauwtje heeft Ooievaarsbek als voedselplant en kwam dus veelvuldig voor in de door Ooievaarsbekken paarsgekleurde bermen
Literatuur: Bink, F.A. Ecologische atlas van de dagvlinders van Noordwest-Europa; 2de druk, Haarlem 1992.Higgins, L.G. en Riley, N.D. Elseviers vlindergids; 2de druk, Amsterdam 1980 Wijnhof, I et al. Dagvlinders van de Benelux; 1ste druk Utrecht 1990
Auteur Artikel: Egbert van Rijzingen