Aeshna subarctica subsp. interlineata en juncea in het Fochteloerveen in augustus 2003

Volgens het waarnemingsverslag 2003 (EIS-NL, vlinderstichting en de NVL) is voor een erkenning van Aeshna subarctica een beschrijving en of foto nodig.

Hieronder een korte beschrijving van onze waarneming in Friesland. Wij (Christophe Brochard en Ander Hospers) verwachten dat de bijgeleverde foto's de nodige duidelijkheid verschaft. In totaal hebben we digitale fotos en dia’s gemaakt. Uiteindelijk zijn ingescande dia’s van Christophe gebruikt in dit document.

Tijdens het maken van het verslag hadden we de nodige problemen met de subsp. Later bleek dat deze goed vermeld stonden in Brachtron Jaargang 5, december 2001 en in Libellen van Noord West Europa, Jeugdbondsuitgeverij, 2002

In onderstaande verklaring wordt dus de grootvlekkige (Aeshna subarctica subsp. Interlineata) en kleinvlekkige (Aeshna subarctica subsp. elizabethea) vorm niet goed uitgewerkt. De makkelijk te onderscheiden grootvlekkige vorm is het meest voorkomend in Drenthe.

Waarnemers

Christophe (Bloemsingel te Groningen) en Andre H (Bloemsingel te Groningen)

Tijdstip waarneming

Maandag 11 augustus 2003 omstreeks 20:00.

De meeste waarnemingen van A.subarctica zijn gedaan in de tweede en derde week van augustus (bron Libellen atlas 2002)

Weer

Tijdens een hitte golf die een tiental dagen aanhield. De avond zelf was verrasssend koel en bewolkt. Het was niet windstil, een zwakke wind was aanwezig.

Locatie

Zuid West kant van het Fochteloerveen. Locatie 221850- 557041

Beschrijving locatie

Aanwezige soorten op deze locatie: Aeshna subarctica en A. juncea

Op verzoek kan een foto opgestuurd worden van de locatie. Het betrof een uitgegraven vierkant (petgat) waarin het waterpeil 30 cm gedaald was. De waterspiegel was ongeveer 1 meter onder het maaiveld. Niet vreemd gezien de droogte door de heersende hittegolf. In het overgebleven water was veenmos (Spaghnum spec) nog overvloedig aanwezig.

Overige/Oudere waarnemingen in deze omgeving

In het waarnemingsverslag 2003 staat in de directe omgeving van onze waarneming een mogelijke waarneming en het blok er naast een zekere waarneming.

BESCHRIJVING

De onderstaande beschrijving is gemaakt op basis van gescande dia’s van C Brochard die op dezelfde dag op dezelfde locatie gemaakt zijn van A. subarctica en A. juncea. Fragmenten van betreffende dia’s toegevoegd.

De beschrijving is aan de hand van de volgorde in de Veldgids Libellen van de KNNV en de bijgevoegde fotos

A Hamervormige schouderstreep

Volgens ons is op foto te zien dat de schouderstreep hamervormig is, een knik is duidelijk aanwezig. Op een juncea ook uit het Fochterloerveen was deze streep gewoon recht.

 

A. subarctica

B Geen vergelijking met het heldere blauw uitgevoerd

In het Fochteloerveen werden de gele banden van zowel juncea als A. subarctica aan de bovenzijde fletsblauw. Wij konden het genoemde onderscheid in de Libellen veldgids van de KNNV matig ontdekken. A. juncea is het helderste blauw maar A. subarctica heeft het meeste blauw op de gele banden.

photo christophe brochard gebruik toegestaan met bronvermelding  photo christophe brochard gebruik toegestaan met bronvermelding

A. juncea A. subarctica

C Strepen op S3

Op de foto is te zien bij A. subarctica dat de vlekken ongeveer even breed zijn en het verschil in hoogte tussen de middelste en achterste vlek is veel kleiner dan tussen de A.juncea, die we ook in het gebied waar hebben genomen. Dus de gele vlek is bij A. subarctica groter en de blauwe vlek is kleiner t.o.v. A. juncea.

photo christophe brochard gebruik toegestaan met bronvermelding

A. subarctica

photo christophe brochard gebruik toegestaan met bronvermelding

A. juncea

 

D Vorm van de thorax

In de literatuur werd ons niet duidelijk of de ‘grootvlekkige’ vorm van de Noordse glazenmaker overeenkomt met de de Aeshna subarctica subsp interlineata. Alleen Libellen van NoordWest Europa vermeldt deze koppeling.

Het patroon van de thorax komt ons inziens vooral overeen met Aeshna subarctica subsp interlineata. (De grootvlekkige noordse glazenmaker). Zie kopje subspecies hieronder. Tussen de twee grote gele banden op het thorax is nog een derde kleine gele band aanwezig die typisch is voor de Aeshna subarctica subsp interlineata.

Hierbij kan gelet worden op de vorm van zowel de linker als de rechter gele band op de thorax. Bij A. juncea is die een vrijwel egale ‘ rechthoek’ terwijl bij A. subarctica hoeken aanwezig zijn. A. subarctica heeft op beide gele banden bovenin aan de kant van de kop een bruine hoek die bij A. juncea afwezig is.

 

photo christophe brochard gebruik toegestaan met bronvermelding

A. subarctica

photo christophe brochard gebruik toegestaan met bronvermelding

A. juncea

 

E Verbonden dwarstreep met zijdelingse streep

Volgens Gijskens en van Tol:

Bij mannetjes is op segment 3 en 4 de dorsale middendwarsstreep verbonden met laterale midden dwarsstreep. De pijlen op onderstaande foto geven aan waarbij dit al dan niet het geval is.

photo christophe brochard gebruik toegestaan met bronvermelding photo christophe brochard gebruik toegestaan met bronvermelding

A. subarctica A. juncea

 

 

SUBSPECIES

Over de subspecies is de literatuur niet eenduidig. We hadden hier ook problemen mee. Deel 4 Nederlandse Fauna libellenatlas vermeldt helemaal niets en Askew verteld alleen dat subsp interlineata een zuidelijke en centraal subspecies is terwijl in Scandinavie elisabethae aanwezig is.

De veldgids heeft het alleen over de algemene grootvlekkige (mogelijk interlineata) en de zeldzamere kleinvlekkige (elisabethae) vorm zonder hier latijnse subspecies namen aan te verbinden.

De meeste informatie geeft Sternberg/Buchwald van Baden-Wuttembergs Band2. Alle soorten behoren tot de subspecies elisabethea. Hier wordt de ondersoort interlineata afgedaan als een klimatologisch of temperatuur afhankelijke en niet een geografisch afhankelijke subsoort. A. subarctica subs interlineata zou met name voorkomen in warme hete zomers zoals in augustus 2003 het geval was.

DETERMINATIE LITERATUUR

Askew, R.R. The Dragonflies of Europe

Wendler, A.; Nuss, J-H. Libellules. Guide d'identification des libellules de France, d'Europe septentrionale et centrale (franse versie)

Sternberg, K.; Buchwald, R. Die Libellen Baden-Wuerttembergs Band 2: Grosslibellen (Anisoptera)

D'Aguilar, J.; Dommanget, J.-L. Guide des Libellules d'Europe et d'Afrique du Nord 2nd edition

F.; Wasscher, M. Veldgids Libellen

Fauna van Nederland Deel 4: de Nederlandse Libellen KNNV.

 

 

photo christophe brochard gebruik toegestaan met bronvermelding

A. subarctica

photo christophe brochard gebruik toegestaan met bronvermelding

A. subarctica

 

Verder Uit de NVL Nieuwsbrief December 2003 Jaargang 7

'Fries libellennieuws uit 2003'

Noordse glazenmaker

De Noordse glazenmaker is in Nederland vrijwel beperkt tot Drenthe. Vroeger kende de soort waarschijnlijk een ruimere verspreiding. De soort is dus achteruitgegaan en staat op de Rode Lijst als bedreigd. Haar biotoop bestaat uit fraaie hoogveen vennetjes met drijvend veenmos. Verheugend nieuws was in 2003 de ontdekking van enkele vindplaatsen in Overijssel (Libellennieuws 03:31 email cirkel 2003). In augustus werd een kleine locatie ontdekt op de Delleboerster heide. Vanwegde deze ontdekking en de mogelijke verwisseling met de Venglazenmaker leek het verstandig om een aparte zoektocht op te zetten. Daarom in 2003 naarstig gezocht naar deze glazenmaker. Zoekacties werden o.a. gehouden in het Friese deel van het Fochteloerveen en de Beesterzwaagse bossen. Op de Lippenhuisterheide en het Fochteloerveen werden grote aantallen Venglazenmakers waargenomen maar de Noordse glazenmaker werd niet gezien. Ook op de Delleboersterheide werd geen spoor meer van de Noordse glazenmaker gevonden. Deze nazomersoort vliegt voornamelijk in Augustus. Veel van deze kleine hoogveenrestanten waren rond deze tijd volledig verdroogt. Op 11 augustus 2003 werd echter toch nog een mannetje gevangen door Christoph Brochard en Andre Hospers. Eind augustus zijn in het zelfde gebied nog wel larvehuidjes verzameld die vermoedelijk ook van de noordse glazenmaker zijn maar dit is nog niet met zekerheid vastgesteld.

Peter de Boer (coordinator FFF libellenwerkgroep)

Het artikel zelf is weer afgeleid van het artikel in de Twirre 14 (4), 2003