NIEUWSBRIEF nr. 12
GRONINGEN
februari 2005 oplage 125 exemplaren
Redactie: Willem Stouthamer
District 1 Groningen-oost
Anneke Nieuwenhuijs, Kastanjelaan 91, 9674 BC Winschoten tel. 0597 414973
District 2 Groningen-west
Willem Stouthamer, Meidoornlaan 43, 9756 BN Glimmen tel. 050 3143841, E-mail: stouthamer.wj@inter.nl.net
De kaartjes zijn gemaakt met FLOR (De Roode Electronics, Zoelen), de gegevens zijn afkomstig van het landelijk bureau FLORON
INHOUD
AAN DE SLAG IN 2005
Excursieprogramma FLORON Groningen
4 juni zaterdag (D1)
Bij Garsthuizen en Westeremden in het uiterste noordwesten van D1 liggen nog veel km-hokken waar nog niets van bekend is. Het is een landbouwgebied met kronkelende maren. Verzamelen om 9.30 uur bij station Stedum.
18 juni zaterdag (D2)
Het kwelwater van het Drents plateau komt omhoog in de petgaten bij Bakkerom; goede omstandigheden voor goede planten. Verzamelen om 9.30 uur bij het kerkje in Boerakker 217.9X578.2 (iets ten noorden afslag 33 A7)
23 juli zaterdag (D1)
Ook bij Wedde en Vriescheloo zijn nog verscheidene km-hokken niet gedaan. We zoeken een paar mooie uit. Verzamelen om 9.30 uur bij station Winschoten.
6 augustus zaterdag (D2)
In het Eemshaven-gebied ligt veel nog ongebruikt industriegebied. Genoeg redenen voor de opportunisten onder de planten zich te vestigen en aan ons om ze te ontdekken. Verzamelen om 9.30 uur op het parkeerterrein voor de Eemscentrale.
20 augustus zaterdag (D1)
Ten zuiden van Onstwedde bij Barlage ziet het er landschappelijk aardig uit. Of er ook aardige planten staan gaan we onderzoeken. Verzamelen om 9.30 uur bij station Winschoten.
Streeplijsten
(Wetenschappelijke of Nederlandse versie)
Rode lijst formulieren
Waarnemingskaartjes (zie www.floron.nl)
Losse waarnemingsformulieren
In het voorjaarsnummer van GORTERIA of in de FLORON NIEUWSBRIEF zal meer informatie staan, zie www.floron.nl
Wij geven nu alvast alle datums, opdat u deze weekenden al kunt reserveren:
24-26 juni Schiermonnikoog
26-28 aug. Utrecht
2- 4 sept. Zeeland
16-18 sept. Nijmegen
FLORON heeft voor 2005 de onderstaande km-hokken geselecteerd (zie artikel Nieuws van FLORON)
District 1 244 X 570 268 X 559
244 X 583 269 X 566
252 X 568 269 X 572
263 X 551 271 X 551
265 X 548 272 X 553
267 X 591 272 X 584
District 2 213 X 601 231 X 592
217 X 579 233 X 592
218 X 576 239 X 579
223 X 593 253 X 605
228 X 592
Zin om één of meerdere km-hokken te inventariseren?
Neem contact op met jouw DC en haast je
OP = OP
'KOP D'R VEUR'
JAARVERSLAGEN 2004
In het voorjaar van 2004 zijn de dijken van Dollard en Eems, tussen Nieuwe Statenzijl in het oosten en de grens van het district ten noorden van Nansum, onderzocht op het voorkomen van Knopig doornzaad (Torilis nodosa). De soort werd in 13 km-hokken gevonden.
Er werden 2 excursies gehouden: op 19 juni naar Laudermarke en Ter Wisch, en op 7 augustus naar Veelerveen. Het aantal vrijwilligers bleef ongeveer hetzelfde als vorig jaar. De Vrijdagseniorengroep van D2 leverde 8 streeplijsten in, leden van de plantenwerkgroep KNNV Veendam e.o. 11. Nog 3 personen streepten op eigen houtje en van 2 personen kreeg ik RL-formulieren.
Resultaat:
Streeplijsten 42
Rode lijstformulieren 47
Losse waarnemingenformulieren 22
Meldingskaartjes 2
met in totaal ruim 6300 waarnemingen. Bovendien ontving ik nog 19 RL-formulieren en 2 meldings-kaartjes uit de jaren 1998 t/m 2003.
Het Witte Gebiedenplan is nu af, de geselecteerde hokken zijn onderzocht. Dit wil niet zeggen dat er nu in D1 niets meer is te doen. Er zijn nog ongeveer 650 km-hokken waarvan minder dan 100 soorten bekend zijn, en van naar schatting de helft daarvan is, althans bij FLORON, helemaal niets bekend. Nog genoeg werk aan de winkel dus.
Iedereen wordt weer zeer bedankt voor zijn of haar inspanningen en ik hoop dat iedereen in 2005 weer meedoet.
Anneke Nieuwenhuijs
Resultaat:
Streeplijsten 110
Rode Lijst formulieren 50
Losse waarnemingsformulieren 26
Waarnemingskaartjes 45
Alles bij elkaar opgeteld, rekeninghoudend met Rode Lijst dubbeltellingen, levert dit een totaal van 10783 waarnemingen. Ter vergelijking: 2003 9035, 2002 9570, 2001 7658 en 2000 9499. Juist ja: 2004 een topjaar!
Opgemerkt wordt dat in dit totaal niet de inventarisatie is verwerkt van Arthur van Dulmen, die voor de provincie Groningen heeft gewerkt.
De plantenwerkgroep van de KNNV Groningen neemt hiervan 23 lijsten met 3205 soorten voor zijn rekening en de Vrijdagseniorengroep heeft 2 streeplijsten ingeleverd Lauwerzijl en Houwerzijl. Het grootste deel van hun tijd is besteed aan district 1.
Het Bedreigde SoortenPlan 2004 leverde geen enkele melding op.
Iedere waarnemer/streper/florist wordt bedankt voor zijn/haar inspanning. Op z'n Gronings: 't Kon minder
Willem Stouthamer
EXCURSIEVERSLAGEN 2004
Laudermarke (D1), 19 juni
Kwam het door de slechte weersvoorspelling dat de opkomst zo laag was? Er waren maar 2 deelnemers. We besloten er ieder afzonderlijk op uit te gaan.
Willem Stouthamer bekeek km-hok 270X548. In dit hok ligt het gehucht Ter Wisch, een stukje kanaal, en verder bestaat het voornamelijk uit bouwland. Er werden 11 A-soorten gevonden, waaronder Holpijp, Hazenpootje en één pol Struikheide. Vermeldenswaard waren verder Eenjarige hardbloem, Dicht havikskruid en Doorgroeid fonteinkruid. Er werden 158 soorten aangestreept, later, in augustus werd dat aangevuld tot 193 soorten.
Km-hokken 271X546 en 271X547grenzen aan elkaar. Er loopt één weg door en één sloot en verder is het bouwland. Die hokken konden dus wel in één keer gedaan worden. In 271X546 werden 115 soorten aangestreept, bij een later bezoek aangevuld tot 163 soorten. De belangrijkste vondst was Geel vogelpootje (Ornithopus compressus), dat in grote hoeveelheid in de berm stond.

Uit: Mediterranean Wildflowers, Blamey/Grey-Wilson
In het andere hok werden 130 soorten aangestreept, later aangevuld tot 164 soorten. Er werden 9
A-soorten aangetroffen, waaronder Struikhei (langs een greppel, abundantie 3). Ook in dit hok stond Geel vogelpootje, maar veel minder dan in het vorige hok. Verder stond er één pol Tandjesgras op een afgeplagd stukje berm, en Zachte duizendknoop in het talud van een vuile sloot achter een boerderij. We kregen een fikse regenbui, maar met regenjas, paraplu en een heel klein afdakje was daar wel wat tegen te doen, en de koffie met Schwarzwalder Kirschtorte in het Boshuis in Ter Apel maakte weer veel goed.
Stoepemaheerd (D2), 3 juli
Aan het einde van een lange oprijlaan bevindt zich de boerderij Stoepemaheerd, gelegen naast de dijk van het Reitdiep. Tussen de eeuwenoude voormalige zeedijk, toen eb en vloed nog merkbaar waren in de stad Groningen, en het Reitdiep ligt Torringapolder (bouwland). In het Reitdiep, een stuk van de kant af is recent een dijkje van basaltblokken gelegd tegen verdere afslag van de oever. Hierdoor is een soort smal binnenmeertje gecreëerd. Op de dijk lopen schapen en in de luwte is een boomgaard aangelegd. Het km-hok is 222X593. Het weer was die dag niet erg uitnodigend, zodat we slechts met z'n drieën waren Anneke Nieuwenhuijs, Brenda Bolt en ik.
Op de dijken staat volop Kamgras en Veldgerst. Langs het Reitdiep groeit Kalmoes, Beekpunge en Moerasspirea. In de slingertuin van de heerd staat een fraai exemplaar Stijve naaldvaren (Polystichum aculeatum), een RL-soort, welke we noteerden met code 9. Tot slot bleven we nog zitten met een groot soort gras. Determinatie gaf Kweekdravik (Bromopsis inermis) als uitkomst. René van Moorsel heeft het herbariummateriaal bekeken en de vondst bevestigd. Het totaal kwam op 143 soorten en we hebben slechts één buitje regen gehad!
Uithuizermeden (D2), 10 juli
Het dorp ligt op een oude kwelderwal; nog duidelijk te herkennen aan een snoer van dorpen vanaf Winsum. In 2003 hebben we hier ook 2 km-hokken gedaan. Nu dus de twee resterende km-hokken, welke diagonaal ten opzichte van elkaar liggen.
In het km-hok 244X603 in het zuid-oosten ligt een klein deel, Scherphorn genaamd, van het dorp, een spoorlijn, enige akkers en een zuiveringsinstallatie. Willie Riemsma, Anneke Nieuwenhuijs en ik zorgen voor een score van 156 soorten. Op de klei werden Duist, Gewone duivekervel, Hoederbeet, Pastinaak, Grove varkenskers, Vierzadige wikke en Witte krodde aangestreept. De spoorlijn was goed voor Boerenwormkruid en Sint-janskruid. IJverige determinatie stelde Slanke waterweegbree vast!
In het noord-westen van Uithuizermeeden ligt km-hok 243X604 en ook hier bestaat het gebied weer uit een klein deel van het dorp, akkers en de Rensumaborg met een stinzentuin/bos. Het laatste staat Bosanemoon, Bosandoorn en Daslook. Opmerkelijk waren Wilde chichorei en Doornappel. Zo'n beetje dezelfde soorten als het andere km-hok, maar mede door de borg een wat rijker km-hok goed voor 165 soorten geïnventariseerd door Jennie Hendriks, Johanna Berghuis en Klaas Steenbergen.
Veelerveen (D1), 7 augustus
Vier deelnemers trotseerden de hitte en er werden 3 hokken onderzocht.
In km-hok 271X563 werden 8 A-soorten gevonden, waaronder Brede wespenorchis, en 2 RL-soorten, nl. Dwergviltkruid en Stijve ogentroost. Opmerkelijke soorten waren Grote ratelaar, Tengere vetmuur en Groot blaasjeskruid. In totaal werden er in dit hok 162 soorten aangestreept.
In km-hok 272X563 liggen vloeivelden van een aardappelmeelfabriek, een stukje bebouwde kom en verder bouwland. Er werden 200 soorten aangestreept, waaronder 6A-soorten en één RL-soort, nl. Stijve ogentroost. Vermeldenswaard zijn verder: Doorgroeid fonteinkruid, Noorse ganzerik, Kleine leeuwenbek en Gele maskerbloem.
Het derde hok 274X564 bestond alleen maar uit bouwland met wat wijken en een klein stukje bos. Er werden 150 soorten aangestreept, waaronder 6 A-soorten. De enige opmerkelijke soort was Moeras-beemdgras.
Na afloop lesten we onze dorst bij Stee en Stoetje bij de molen in Vriescheloo.
Deelnemers: Johanna Berghuis, Klaas Steenbergen, Willem Stouthamer en Anneke Nieuwenhuijs.
Gasopslag Grijpskerk (D2), 14 augustus
De ondergrondse gasopslag bevindt zich even ten noorden van Grijpskerk in meerdere km-hokken. Rondom de opslag heeft de landschapsarchitect Hans van der Lans in opdracht van de NAM een natuurlijk landschap gecreëerd met veel waterpartijen. Om de 'natuurlijke' ontwikkeling te helpen, is maaisel uit andere (Lauwersmeer?) gebieden aangevoerd en verspreid. Deze ingreep dateert alweer van enige jaren geleden, zodat het tijd werd de balans op te maken.
Drie km-hokken zijn onderzocht; de helft van de km-hokken waarbinnen de gasopslag ligt . Het terrein binnen de omheining van de opslag is niet bezocht.
In km-hok 216X588 noteerde Willem Stouthamer totaal 126 soorten. Het km-hok 216X589 werd gedaan door Anneke Nieuwenhuijs, Johanna Berghuis en Klaas Steenbergen. Zij streepten 171 soorten. Jennie Hendriks en Willie Riemsma namen km-hok 217X588 voor hun rekening met in totaal 190 soorten. Opmerkelijk zijn Gewone agrimonie (Agrimonia eupatoria), Kattendoorn (Ononis repens subsp. serotinus), Viltig kruiskruid (Senecio erucifolius) en Echt bitterkruid (Picris hieracioides).
Ruim 50 soorten kregen een code 9, waarvan 11 aandachtsoorten en ook 11 RL-soorten. Kortom een mooie natuurtuin.

Viltig kruiskruid (Senecio erucifolius)
Uit: Exkursionsflora Werner Rothmaler
Draadgentiaan op de Tichelberg
Op 3 augustus 2004 vond ik tot mijn aangename verrassing circa 150 exemplaren van de Draadgentiaan (Cicendia filiformis), Rode Lijst categorie Bedreigd op de Tichelberg ten zuidwesten van Onstwedde. Deze soort is minstens 50 jaar afwezig geweest uit provincie Groningen. Vorig jaar, in 2003, is de soort teruggevonden op het Eexterveld in de provincie Drenthe, na eveneens een afwezigheid van tenminste 50 jaar. In de Atlas van de Nederlandse Flora (Mennema et al., 1985) staan namelijk geen vondsten vermeld in beide provincies van de periode na 1950, hoewel het ook niet uitgesloten kan worden dat deze soort over het hoofd is gezien. Vóór die tijd kwam de soort op verschillende plekken voor in Drenthe. In Oost-Groningen zijn 4 uurhokken van vóór 1950 bekend, waaronder die waar de Tichelberg in ligt. Dit doet vermoeden dat de plant hier uit de zaadbank is opgekomen, temeer omdat de dichtstbijzijnde groeiplekken (met uitzondering van de recente vindplaats op het Eexterveld) zich op meer dan 100 km afstand bevinden. Aanvoer van zaad door de lucht of met dieren is daardoor minder waarschijnlijk, maar niet onmogelijk. Omdat botanici vaak behoorlijk grote afstanden afleggen, en gericht groeiplaatsen van soorten als Draadgentiaan bezoeken, kan het echter niet uitgesloten worden dat zij onbewust deze soort uitgezaaid hebben.
De Draadgentiaan was in de laatste decennia vooral bekend van pioniervegetaties van lemige en zandige bodems in Twente en op Terschelling, en duikt in de laatste jaren steeds vaker in geplagde natuurgebieden elders in het land op (bijv. Heidehoeksevloed in de Achterhoek, waar ik vorig jaar de vegetatie gekarteerd heb). De recente uitbreiding van deze soort is één van de succesverhalen van natuurontwikkeling op minerale gronden, na overigens ook een groot aantal mislukkingen. Vooral op leembodems en in kwel-gebieden is de kans van slagen van dit soort projecten redelijk groot.
Uit: Exkursionsflora Werner Rothmaler
In dit artikel zal ik kort iets vertellen over de vindplaats de Tichelberg, een zeer bijzonder stukje Groningen.
Ik vond de Draadgentiaan toen ik bezig was een vegetatiekaart te maken van de Tichelberg in opdracht van Staatsbosbeheer (voor ecologisch adviesbureau Buro Bakker te Assen).
De Tichelberg hoort bij het object Veelerveld van Staatsbosbeheer, waartoe verder een paar andere prachtige terreintjes behoren: onder andere het Oude Diep bij Smeerling, waar sinds vorig jaar Rietorchissen staan, en het Stobke, een droog heideterreintje, waar Wilde tijm dit jaar weer is teruggevonden. Maar daar zal ik nu niets over schrijven.
De Tichelberg is reeds ontstaan in het Saalien (voorlaatste ijstijd), toen het landijs tot in Oost-Groningen reikte. Langs het ijsfront werden stuwwallen gevormd, die vaak bedekt waren met keileem. Eén van deze stuwwallen ligt bij Onstwedde. De Tichelberg, een deel van de zuidhelling van deze stuwwal, steekt duidelijk boven de omgeving uit.
De keileem is hier in het verleden afgegraven (afgeticheld) voor een steenbakkerij. De oude tichelkuilen zijn in het landschap goed zichtbaar. Na het gebruik als leemgroeve is er grond opgeworpen om het terrein te egaliseren ten behoeve van de landbouw. In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw heeft Staatsbosbeheer die grond weer verwijderd, waardoor de oorspronkelijke tichelgaten weer zichtbaar werden. Er ontstond een pioniervegetatie, die zich deels ontwikkeld heeft in de richting van heide, met veel opslag van struiken en jonge bomen.
Het noordelijke deel van de 'Berg', ten noorden van het weggetje dat er overheen loopt, is reeds afgegraven in 1980. De heide is hier weinig vergrast, maar er zijn slechts weinig bijzondere planten aanwezig. In de eerste jaren n het plaggen was ook hier een rijke pioniersvegetatie aanwezig, met onder andere Moeraswolfsklauw en Waterpostelein.
Het deel van de 'Berg' ten zuiden van de berg is pas in 1992 afgegraven en is voor botanici duidelijk interessanter, mogelijk ook doordat de leem hier meer aan de oppervlakte ligt dan in het noordelijke deel. Het hoogste deel van dit terrein bestaat uit een vrij soortenrijke hei (gedomineerd door Struikhei en Dophei), met een opvallend hoge bedekking van Stekelbrem. Langs de voet van de berg staat veel Veldrus, op plekken waar vermoedelijk ondiep grondwater oppervlakkig afstroomt. Tussen de hei en deze plekken met Veldrus bevindt zich een kleine oppervlakte met pioniervegetatie van licht gebufferde bodem, waarin vooral Geelgroene zegge, Blauwe zegge en Stijve ogentroost opvallen, en waarin weinig heideplanten staan. Het voorkomen van deze soorten doet een geoefende veldecoloog de ogen letterlijk openen, omdat deze het milieu aangeven waarin diverse minuscule soorten van het Dwergbiezen-verbond (Nanocyperion) voor kunnen komen. Op deze wijze vond ik de Draadgentiaan, een kleine populatie van enkele vierkante meters groot. Het areaal aan potentiële groeiplaats was niet veel meer dan enkele honderden vierkante meter groot. Andere soorten van het Dwergbiezen-verbond, zoals Dwergvlas, Dwerg-bloem en Dwergrus, zijn niet aangetroffen.
De volgende opname (schaal Braun-Blanquet/Bark-man, Doing & Segal) werd van een deel van de groeiplaats gemaakt:
Bedekking totaal 50 %, Bedekking kruidlaag 25 %, Bedekking moslaag 30 %,
Oppervlakte 2x2 meter
Carex oederi sl 2b Geelgroene zegge + Dwergzegge
Cicendia filiformis 1 Draadgentiaan
Juncus effusus 1 Pitrus
Euphrasia stricta + Stijve ogentroost
Genista anglica + Stekelbrem
Salix cf. aurita kl + cf. Geoorde wilg kl
Trifolium dubium + Kleine klaver
Anthoxantum odoratum + Reukgras
Hypochaeris radicata + Biggenkruid
Leontodon autumnalis + Vertakte leeuwetand
Lotus uliginosus + Moerasrolklaver
Plantago lanceolata + Smalle weegbree
Potentilla erecta + Tormentil
Plantago major + Grote weegbree
Sagina procumbens r Liggende vetmuur
Taraxacum spec. r Paardebloem
Betula pubescens kl r Zachte berk
Equisetum arvense r Heermoes
Andere (vrij) zeldzame soorten, die voornamelijk voorkomen in iets zuurder milieu dan de Draadgentiaan, zijn gevonden in enkele laagten en poelen in het heidegedeelte van de berg: Moeraswolfsklauw, Kruipwilg, Kleine zonnedauw en Ronde zonnedauw.
Zowel in het noordelijke als in het zuidelijke deel van het gebied is veel opslag aanwezig. Op de Tichelberg lopen pony's rond, maar deze slagen er niet in om de opslag binnen de perken te houden. Er moet dus aanvullend beheer plaatsvinden om deze opslag te verwijderen, of de begrazing moet geïntensiveerd worden. Dit is van belang voor het voortbestaan van de waardevolle vegetaties in het gebied. Voor het voortbestaan van de Draadgentiaan in het bijzonder is het voorts van belang dat er ééns in de zoveel jaren geplagd blijft worden. Zo blijft ook het oorspronkelijke grondgebruik door de mens behouden (het tichelen) en kan de Tichelberg zijn naam met ere dragen. Met de vondst van de Draadgentiaan is de berg ook in botanisch oogpunt een stuk interessanter geworden.
Hans Inberg
BIJZONDERE WAARNEMINGEN 2004
Bermooievaarsbek (Geranium pratense)
248X576 bij het Achterdiep ten noorden van Sappemeer. In Nederland vooral in het Fluviatiel District, in D1 tweemaal eerder vermeld.
Opgave JH en SB
Bonte wikke (Vicia villosa)
260X568 bij Zuidwending, langs weg.
Vijfde vondst in D1. Opgave WR
Bosdroogbloem (Gnaphalium sylvaticum) RL2000
In km-hok 246X574 De Dreven Hoogezand, open zandgrond langs zandpad, opgave BO
Brede orchis (Dactylorhiza majalis subsp. majalis) RL3 BESCHERMD
242X603 bovenzijde greppeltje langs (nieuw) fietspad (1 ex), aanmelding via Leo Stockmann (Landschap-beheer Groningen, weidevogelbescherming.)
Opgave Gerda de Jong
Carex X elytroides, bastaard van Zwarte zegge (Carex nigra) en Scherpe zegge (Carex acuta). Te herkennen aan huidmondjes zowel aan de bovenzijde als aan de onderzijde van het blad. Km-hok 275X563 Hebrecht, greppel langs weg. Opgave AN

Bonte wikke (Vicia villosa)
Uit: Eesti NSV Floora (deel 3), E.Varep, Tallinn 1959
Dicht havikskruid (Hieracium vulgatum)
hok 253X577 bij Zuidbroek, en in km-hok 270X548 Ter Wisch, in het talud van de dijk vh Ruiten A kanaal. Wordt in D1 vooral gevonden in Westerwolde en is daarbuiten schaars. Te onderscheiden van Stijf haviks-kruid (Hieracium laevigatum) door de vroege bloeitijd (juni), wortelbladen, die tijdens de bloei nog groen zijn en 2 tot 6 stengelbladen, terwijl Stijf havikskruid er meer dan 6 heeft. Opgave JH, SB en AN
Donzige klit (Arctium tomentosum) RL4
In 7 km-hokken in de Dollardpolders nl. 266X585, 266X589, 268X581, 268X584, 271X584, 271X585 en 272X583, opg. AN
D2 km-hok 233 X 584 Groningen, meerdere ex. ruigte voet spoordijk, opg. PB
Doornappel (Datura stramonium)
hok 273X549 Wessingtange, in aardappelakker. Zevende waarneming in D1. Opgave AN
Dubbelloof (Blechnum spicant) RL2000
245X584 Schaaphok. Eén pol op de zuidwal van een sloot. Vierde waarneming in D1. Opgave JH en SB
Dwergkroos (Lemna minuta)
D1 in km-hokken 245X585 Luddeweer en 273X549 Wessingtange, in schaduwrijke sloten. Tip (van John Bruinsma): “Als je in december nog kroos ziet is het meestal Dwergkroos”. Opgave JH, SB en AN
Begin oktober hebben John Bruinsma en zijn vrouw Willie een bezoek gebracht aan Groningen. Zij hebben zich prima vermaakt met het muurvarenrapport van de Diepenring (KNNV Groningen PWG, 1998). Nauwelijks een voet buiten de trein gezet, de Diepenring en het Groninger Museum liggen recht tegenover het station, of John verzamelde het kroosdek in de zwaaikom vanaf de museumbrug (233.74X581.26) Klein kroos (Lemna minor) vormde een klein deel en Dwergkroos het grootste deel van de vangst.
Dwergviltkruid (Filago minima) RL2000
271X563 Veelerveen, op open zandstukken, en 272X558 Weende, droge open zandgrond. Opgave WS, BO
Echt bitterkruid (Picris hieracioides)
242X602 bij kruising nieuw fietspad met de Menkematocht in het talud (ingezaaid?).
Opgave Gerda de Jong en 217X588 gasopslag Grijpskerk 'nieuwe natuur', opg. JH en WR
Geel vogelpootje (Ornithopus compressus)
270X546, 271X546 en 271X547 in de berm van de Veenweg in Laudermarke. Vijfde t/m zevende vondst in Groningen. Opg. AN
Gele helmbloem (Pseudofumaria lutea)
Groningen 233X581 pleintje tussen Kleine Kromme Elleboog/Uurwerkersgang in plaveisel, 233X582 Hofstraat en pastorie Akkerstraat, 233X583 Padangstraat nr. 16 en 233X584 binnenplaats Noorderstationstraat nr. 70, allen in muren, opgave Peter Bulk (aanbevolen literatuur: KNNV veldgids Stadsplanten van Ton Denters blz. 113)
Gevleugeld helmkruid (Scrophularia umbrosa)
248X576 bij Sappemeer. Zesde vondst D1. Opgave JH en SB
Gewone veldsla (Valerianella locusta)
233X580 Groningen berm Hoornsediep / Emma-viaduct. Opgave Bonny van der Werf
Goudhaver (Trisetum flavescens) RL2000
231 X 579 extensief beheerd grasland langs A7 (1 pol bloeiend), opgave ED
Graslathyrus (Lathyrus nissolia) RL4
Natuurproject de Hunze/Euvelgunne, vitale populatie (35 ex.) sinds de ontdekking vorig jaar van een enkel ex, zeer waarschijnlijk ingezaaid, opgave WS
Groot glaskruid (Parietaria officinalis) RL4
234X580 stad Groningen Fongerspad tussen kerkhof en behuizing; ontsnapt uit tuin of relict oude Fonger-stede? meerdere ex.
Op aanwijzing van Klaas van Nierop, opgave PB
Grote wolfsklauw (Lycopodium clavatum) RL2
253X570 Veendam golfterrein, op voedselarme zandgrond van op het noorden gericht talud. Opg. BO
Grote zandkool (Diplotaxis tenuifolia)
235X584 Groningen Kardinge, rand pad op dijkje (1 ex). Opgave Edwin Dijkhuis
Kale vrouwenmantel (Alchemilla glabra) RL3
243X605 slootwal langs Hefwalsterweg, meerdere ex. Opgave WS
Kamgras (Cynosurus cristatus) RL2000
266X589 en 266X590 op de Dallingeweersterdijk, opgave AN
En in district 2 is Kamgras in 19 km-hokken gevonden; netto leveren deze vondsten 12 nieuwe km-hokken, meestal gaat het om extensief beheerd grasland (dikwijls dijken) beweiding door schapen.
Opgave ED, BW, WS
Kandelaartje (Saxifraga tridactylites)
235X581 Groningen Bornholmstraat spoorlijn in onbruik (meer dan 50 ex), opgave Peter Bulk.
Opmerking redactie: begin januari 2005 zijn rails en bielzen verwijderd!
Kleine ratelaar (Rhinanthus minor) RL3
5 X in verscheidene bermen op het Hoge Land.
Opgave WS
Kleverige ogentroost (Parentucellia viscosa)
242X603 tussen Uithuizen en Uithuizer-meeden is 'nieuw' bos aangelegd hier langs loopt een nieuw fietspad, in en bij greppeltje < 50 ex. Aanmelding via Leo Stockmann, opgave Gerda de Jong
Knopig doornzaad (Torilis nodosa) RL3
Zie artikel
Koningsvaren (Osmunda regalis) BESCHERMD
216X572 Coendersborg, jong exemplaar langs greppel/wandelpad (vroeger stond er een ouder ex. niet zover daar vandaan; deze is langer dan 10 jaar verdwenen). Opgave Akke Kooij
Liggend hertshooi (Hypericum humifusum)
235X582 Groningen Oostersluis (aan de uiterste rand van haar areaal), opg. PB
Loos blaasjeskruid (Utricularis australis) RL3
253X568 in sloot in de woonwijk Sorghvliet in Veendam, opgave AV
Moeraswolfsklauw (Lycopodiella inundata) RL3
In km-hokken 252X570 golfterrein Veendam, 253X566 Wildervank, 262X557 Vledderbos Stadskanaal, en 272X558 Ruiten A, Weende. Op alle plekken op vochtige, voedselarme, open zandgrond, opgave BO

Moeraswolfsklauw (Lycopodiella inundata)
Uit: Flora iberica Vol.1, Real Jardin Botánico 1998
Oosterse raket (Sisymbrium orientale)
233X580 Groningen kinderspeelplaats Fongerspad, voor egalisatie zand aangevoerd, vele ex. bloeiend en vruchtdragend te samen met ruderale soorten
Opgave PB
Paarse morgenster (Tragopogon porrifolius) RL3
218X594 Houwerzijl wegberm (10 ex)
Opgave Siny Becker
Parelvederkruid (Myriophyllum aquaticum)
231X579 Groningen iets ten westen van het Stadspark, samen met Slangenwortel; mogelijk uit tuinvijver, dus genoteerd met code 9, opgave PB
Plat beemdgras (Poa compressa)
232X579 Groningen Stadspark op muur langs vijver voor het paviljoen (> 25 ex. en ook Muurleeuwenbek), op aanwijzing van Richard Dijkstra, opgave PB

Plat fonteinkruid (Potamogeton compressus)
Uit: KNNV WM177 Smalbladige fonteinkruidsoorten
Plat fonteinkruid (Potamogeton compressus) RL2000
245X585 Luddeweer. Was bekend uit 12 hokken in D1, nl. bij Zuidlaardermeer, Woudbloem, Schildmeer en De Baggerputten, maar nog niet van Luddeweer. Opgave JH en SB
Rietorchis (Dactylorhiza majalis subsp. praetermissa) RL3 BESCHERMD
222X597 Leens berm tussen fietspad en sloot (15 ex). Opgave WS
Rode ogentroost (Odontites vernus subsp. serotinus) RL3
240X602 Uithuizen, meerdere ex. aan weerszijde vd nieuwe brug over het Boterdiep vlak langs het water; sluit goed aan op reeds bekende vindplaats.
Opgave WS en JH
Ronde zonnedauw (Drosera rotundifolia) RL2000 BESCHERMD
251X568 Veendam Borgerspark, op recent afgeplagd terreintje in een vochtig park en in 262X557 Stadskanaal Vledderbos, op open vochtige zandgrond langs gegraven pad, opgave AV en BO
Rosse vossenstaart (Alopecurus aequalis)
250X577 Jagerswijk bij Sappemeer, op een rommelig erf van een verlaten boerenschuur
Opgave JH en SB
Ruige klaproos (Papaver argemonum)
233X584 Groningen, spoordijkbegeleider. Opgave PB
Schijnaardbei (Potentilla indica)
266X580 sportvelden Oostwold, en 262X574 Westerlee. De soort staat niet op de streeplijst, wel met kleine lettertjes in Heukels'. Van Aardbei te onder-scheiden door de gele bloemen en de na de bloei sterk vergrote kelk. Verwilderd Uit Z.O. Azië. Was eerder gevonden in Wagenborgen en Winschoten
Opgave JB, KS, JT
Steenanjer (Dianthus deltoides) RL4 BESCHERMD
252X570 Veendam golfterrein, op voedselarme zandgrond. Opgave BO
Stomp fonteinkruid (Potamogeton obtusifolius)
Uit: KNNV WM177 Smalbladige fonteinkruidsoorten
Stomp fonteinkruid (Potamogeton obtusifolius) RL2000
259X559 bij Stadskanaal. Opg. ML
Stijve ogentroost (Euphrasia stricta) RL2000
In km-hokken 252X570 Veendam golfterrein, op vochtige zandgrond langs waterpartijen, 271X563 Veelerveen, zone tussen oever en graspad, en 275X568 Rhederbrug, taluds van sloten
Opgave BO, WS, AN
211X573 Marum voormalige trambaan, opgave Akke Kooij en 236X581 industrieterrein Groningen, paardenweitje, opgave Peter Bulk
Veldgerst (Hordeum secalinum) RL2000
266X588, 266X589 en 267X590 op het talud van de Dallingeweerster-dijk en ook 271X585, 272X584, 273X584, 274X584 en 275X584 aan de buitenkant van de Dollarddijk, op het dijktalud of op de grasstrook tussen het asfaltweggetje en de dijksloot. Opgave AN
231X594 extensief beheerd weiland (schapen) langs Winsumerdiep. Opgave ED
Viltig kruiskruid (Senecio erucifolius)
217X588 gasopslag Grijpskerk “nieuwe natuur” (zie excursieverslag) Opgave JH en WR
Vlottende bies (Eleogiton fluitans) RL3
247X573 en 247X574 Kielsterachterweg Hoogezand, in ondiepe heldere sloot, over een lengte van respectievelijk 200 en 50 mtr. dominant voorkomend. Opgave BO
Zachte duizendknoop (Persicaria mitis)
271X547 Laudermarke, in het talud ve vuil slootje achter een boerderij. Drieëntwintigste vondst in D1. Opgave AN
Zeeweegbree (Plantago maritima) RL2000
251X607 Wilhelminahaven, 10 ex. op de vloedlijn tussen basaltkeien zeedijk. Opgave WS
Sisyrinchium montanum
253X570 golfterrein Veendam, op vochtig, matig voedselrijk gedeelte langs vijver. Eerste vondst in D1. De soort staat niet in Heukels', maar wel in de Flora van België van Lambinon, De Langhe, e.a. Opgave BO
Afbeelding uit:
De Geïllustreerde FLORA
Blamey/ Grey-Wilson
uitgave: Thieme, Baarn
ISBN 90-5210-059-4
Citaat:
“Lissenfamilie (Iridaceae)
S. bermudiana; stengel smal gevleugeld, met 2 bloemkluwens aan de top
S. montanum; als vorige, maar plant stijver, meer rechtopstaand, de stengels met slechts 1 kluwen van bloemen
Hoofdverspreiding:
in oostl. N. Amerika”
Lijst van PERSONEN 2004
(die waarnemingen hebben verricht)
Voor de naam staat het Floron-waarnemingsnummer (indien bekend bij de redactie) en achter de naam staat een afkorting zoals deze wordt gebruikt in de Nieuwsbrief.
Chris van Houdt, Vlagtwedde (CH)
1251 Anneke Nieuwenhuijs, Winschoten (AN)
2438 Bert Oving, Wildervank (BO)
2038 Leon Luyten, Vlagtwedde (LL)
3483 Mark Leeuwerke (ML)
2613 Johanna Berghuis (JB)
2981 Willie Riemsma (WR)
2961 Klaas Steenbergen (KS)
2897 Jaap Tonkes (JT)
2612 Annie Vos, Veendam (AV)
Gerda de Jong, Uithuizen
Leo Stockmann, Paterswolde
1066 John Bruinsma, Breugel
1720 Akke Kooij, Nuis (AK)
1639 Kees Boele, Haren (KB)
2568 Hans Inberg (HI)
2614 Brenda Bolt
3137 Peter Bulk (PB)
Kees Calkhoven, Kolham
Dia Evenhuis
Bé Ozinga, Haren
Jannie Smit
Elles Molendijk
Harriet Overmars/Wim Zijlema
2791 Edwin Dijkhuis, Zuidlaren (ED)
1619 Roel Douwes (RD)
2044 Henk Koopman, Haren (HK)
1690 Jennie Hendriks (JH)
1352 Willem Stouthamer (WS)
Marjan van Oosten (MO)
Ton van Laar (TL)
2041 André Hospers
Jan Gerard
Roel Modderman
Geert Reinink, Haren
Kor Raangs
Wiebe Postma, Roden
Jan Erik Plantinga
PlantenWerkGroepen 2004
'Houdt moed' * - Verslag KNNN Veendam e.o.
De floristen van de Plantenwerkgroep hebben dit jaar 10 kilometerhokken geïnventariseerd. Dat doen we voor Floron (Floristisch Onderzoek Nederland). De bedoeling is om in precies een vierkante kilometer (dit is kilometerhok) alle wilde planten te determineren en te noteren op de bekende streeplijsten. De flora van Nederland wordt op deze manier in kaart en op naam gebracht.
Annie Vos en Willie Riemsma hebben twee kilometer-hokken ten noorden van Alteveer (265X565 en 263X565) op wilde planten uitgevlooid. Willie Riemsma heeft ook het Kibbelgaarnhok (260X569) en twee kilometerhokken bij Zuidwending (260X568 en 258X569) geïnventariseerd. Jaap Tonkes heeft bij en in Westerlee twee kilometerhokken op planten onderzocht (260X574 en 262X574). Ook heeft hij een grenskilometerhok in het Rhederveld (276X564) gedaan. Johanna Berghuis en Klaas Steenbergen hebben ten oosten van Oostwold (266X580) en bij Nieuwolda (260X585) de planten bestudeerd en genoteerd. Chris van Houdt heeft in de buurt van Vlagtwedde een kilometerhok geïnventariseerd (270X557).
Het tijdstip van inventariseren was variabel. Een ieder bepaalde dat steeds zelf. Voordeel was dat men altijd op pad ging met goed weer! Eén keer per maand kwamen we bij elkaar op 'bezoek' in een van boven-genoemde hokken.
Met Floron Groningen hebben we op vijf zaterdagen meegedaan met inventarisaties om de 'witte gebieden' weg te werken. Met de Werkgroep Florakartering Drenthe (Floron Drente) hebben we eveneens vijf zaterdagen geïnventariseerd.
Op mijn initiatief zijn we met enkele planten-werkgroepsleden van Groningen en nog een paar bevriende floristen met Pinksteren naar de Viroin in Zuid-België geweest. We hebben de kalkflora bewonderd, bestudeerd en gefotografeerd. Het was een zeer geslaagd floristisch weekend met ook nog mooi weer. In Nîsmes logeerden we in een gezellig pension.
Eind augustus was er in Zuid-Limburg weer een Floronkamp in Noordbeek. Een 5-tal floristen uit Groningen, waartoe ik ook behoorde, hebben in een lang weekend de stads- en kalkflora met zo'n 40 andere inventariseerders bestudeerd en de planten op streeplijsten genoteerd.
In september zijn we met de Plantenwerkgroep Groningen (voor de 10e keer voor Groningen) naar de Millingerwaard geweest. Jaap Tonkes 'ontdekte' daar in een rivier/zandduintje aan de Waal bij de steenfabriek een twintigtal exemplaren van de Slanke mantelanjer. Een prachtige anjer die we nog niet eerder gezien hadden en die ook niet eerder bekend was voor dit gebied. We hebben de plant aan het Rijksherbarium in Leiden doorgegeven en één exemplaar als 'bewijs' opgestuurd.
* naam boerderij bij Alteveer
Annie Vos, coördinator PWG

Slanke mantelanjer (Petrorhagia prolifera)
Uit:Exkursionsflora Werner Rothmaler
Citaat Ned. Oecologische FLORA: 'Van veel Anjer-soorten verspreiden de bloemen een kenmerkende kruidnagelgeur - het Latijnse Caryophyllus** en het Duitse 'Nelke' betekenen zowel anjer als kruidnagel'
**Tuinanjer (Dianthus caryophyllus)
Het aantal deelnemers blijft toenemen. Geweldig!
Evenredig daaraan is de prestatie van 2004: 23 km-hokken zijn geïnventariseerd.
18 km-hokken op de klei ten Noorden van de stad (Bedum en Winsum) tbv. FLORON en 5 km-hokken op het zand in Noord-Drenthe (Roden en Altena) tbv. WFD (Werkgroep Florakartering Drenthe). Bovendien eist de WFD het intekenen van alle looproutes. In totaal zijn er 3205 soorten aangestreept; dat is gemiddeld per lijst 125 op de klei en 191 op het zand. Boven de stad Groningen zijn vijf Rode lijst soorten gevonden: Paarse morgenster, Kleine ratelaar, Veldgerst, Kamgras en het juweel Goudhaver. De kop van Drenthe levert slechts één soort van de Rode lijst op het Eénarig wollegras in het Bunnerveen; wel zijn er substantieel meer aandachtsoorten vastgesteld.
Ter afsluiting van het veldseizoen zijn we begin september naar de Millingerwaard geweest. Bijna traditiegetrouw want het is al weer voor de tiende keer; ook deze keer samen met de plantenwerkgroep van de afdeling Veendam. Het prachtige rivieren-landschap met zijn fraaie luchten blijft boeien en elke keer vinden we toch weer wat nieuws. Dit jaar was de vondst van Mantelanjers de klapper (zie verslag PWG Veendam).
Onze werkgroep heeft zich extra ingezet voor Floron; 2004 is het laatste jaar van het Witte Gebiedenplan. De bedoeling is een atlas van Nederland uit te brengen met inventarisatiegegevens van planten tot en met 2004. Eerdere meetpunten in 1950 en 1980 zijn gepresenteerd in de Atlas van de Nederlandse Flora (3 delen).
Alle leden van de werkgroep worden reuze bedankt voor hun inspanning om Groningen op de kaart te zetten! Speciaal wil ik Kees Boele bedanken dat hij de leiding een flink aantal weken heeft overgenomen.
Natuurlijk gaan we volgend jaar gewoon verder met het inventariseren van km-hokken. Er zijn er nog genoeg die helemaal nog nooit zijn bekeken en voor enkele andere interessante km-hokken is onderzoek zo lang geleden dat het de moeite waard is om opnieuw een bezoek te brengen ten einde vast te kunnen stellen wat we verloren en gewonnen hebben. Behalve de activiteit voor Floron doen wij ook inventarisaties en/of vegetatieopnamen tbv. natuurinstellingen (waarvoor niet direct een professioneel bureau noodzakelijk is). Het jaar 2005 belooft weer een spannend jaar te worden. Een interessant project dient zich aan! Al doende valt er veel te leren van elkaar en is er toch ook tijd om samen van de natuur te genieten.
Vanaf begin april tot september starten we elke donderdagavond om half zeven bij de cafetaria de 'Wachtkamer' Bedumerweg Groningen en gaan dan het veld in tot de duisternis ons dwingt er mee op te houden.
Willem Stouthamer, coördinator PWG
KNOPIG DOORNZAAD (Torilis nodosa)
Inleiding.
In 2003 zijn er in Groningen ook km-hokken geselecteerd met daarin een (zee)dijk. Tijdens een zeer vroege inspectieronde (februari/maart) valt veelvuldig de lichtgroene kleur op van Knopig doornzaad. Alle geïnventariseerde km-hokken aan de kust leverden de soort op. Gezien dit succes is in 2004 gericht gezocht naar Knopig doornzaad.

Uit:Exkursionsflora Werner Rothmaler
Determinatie.
Hoewel de laatste jaren gesproken wordt van zachte winters, kan het op de zeedijk zo vroeg in het jaar met een straffe, gure wind gemeen koud zijn. Het blad van Knopig doornzaad is dan nog maar nauwelijks 2 centimeter uitgelopen. Hoe stel je dan op de dijk met door de kou en wind betraande ogen vast dat de soort juist is? Je kan toch niet alleen afgaan op de lichtgroene kleur van het blad? Duizendblad (Achillea millefoium), soms massaal aanwezig en even klein, ziet er bijna net zo uit, maar de kleur groen van het blad is iets donkerder.
Deze objectieve waarneming bevredigt niet voor een juiste determinatie. Het tere groen van Knopig doornzaad vertoont thuis onder een binoculair een lichte korte beharing. In Heukels' 1) staat daar niets over, ook andere geraadpleegde buitenlandse flora's vermelden deze beharing niet. Uitsluitsel geeft het specialistische boekje Umbellifers 2). Citaten: “Stems with rather sparse, closely appressed deflexed bristles” en “Leaves with appressed forward-pointing bristles on both surfaces”. In de Oecologische FLORA 3) staat onder de inleiding van Doornzaad (Torilis) “De planten zijn ruw door korte, teruggeslagen haartjes”. Nieuwsgierig geworden wordt ook 'Heimans' 4) er op nageslagen: “kort behaarde plant”. Hoera!
Groeiplaats en voorkomen
Het onderzoek werd zo vroeg in het jaar gedaan, omdat na 1 april de dijken beweid worden door schapen, en het dan moeilijker wordt de planten te herkennen. De schapen vreten een stukje van de plant af, maar laten het onderste stuk staan net als ze met gras doen. De eenjarige planten komen wel tot vruchtzetting, vooral onder afscheidingen buiten het bereik van de vraatzucht van schapen.
Wij vonden de planten alleen op plaatsen waar de vegetatie enigszins open was, bijvoorbeeld waar de grasmat kapot getrapt was door schapen of mensen (bv. naast een dijktrap), of waar veel muizenholletjes of oude molshopen waren, of waar door fabrieksdampen niet veel anders groeide. Dat laatste was het geval bij Delfzijl, waar het industrieterrein vlak achter de dijk ligt en waar een fabriekspijp dwars over de dijk gaat. Over een afstand van 800 meter groeide daar bijna alleen Knopig doornzaad en Hertshoorn-weegbree (Plantago coronopus) en bijna geen gras.
Verder vonden we de planten meestal aan de binnenkant van de dijk, en dan altijd op een zuidhelling. De enige plekken waar het Knopig doornzaad aan de buitenkant van de dijk stond waren de oostkant van het Eemshaventerrein en de westkant van de Dollard. Op beide plaatsen loopt de dijk enigszins zuidwest-noordoost en de buitenkant van de dijk is naar het zuidoost gericht. De planten hebben daar dus ochtendzon en worden door de dijk beschermd tegen de overheersende west- en noordwesterlijke winden. Een typerende plaats was ook het gras aan de Zuidkant van het sluisgebouw in Nieuw Statenzijl. De planten staan daar lekker in de zon en in de luwte van het gebouw.
Enkele malen is Knopig doornzaad ook gevonden op slaperdijken.
In alle geraadpleegde Nederlandse literatuur worden (zee)dijken als groeiplaats genoemd (1, 3, 4, 5 en 6).
Een goede beschrijving van de groeiplaats geeft
Plantengemeenschappen 5) waarin Knopig doornzaad wordt gerekend tot de associatie Medicagini-Toriletum nodosae 12Bc1. “Oecologie: ruderale gemeenschap op zonnige hellingen van dijken, veelal op zware grond (zavel en klei); voor zover bekend alleen in de nabijheid van de zee of zilte estuariën”, en “Verbreiding: goed ontwikkeld alleen in het landsdeel met de zachtste winters, n.l. het Deltagebied, vooral Zeeuws-Vlaanderen”.
In 1996 en 2000 is Knopig doornzaad tijdens inventarisaties ook op IJsselmeerdijken gevonden 6).
Het verbaast dan in buitenlandse flora's ook andere groeiplaatsen vermeld te vinden:
Engeland: droge, tamelijk kale taluds (banks) en akkers, vooral dichtbij zee (2, 7)
België: grazige dijken, braakland, wegbermen, grind, soms ruderale terreinen 8)
Duitsland: afval- onkruidterreinen en spoor- en haventerreinen. De plant komt zowel voor in de kustgebieden langs de Noordzee, tot in Sleeswijk-Holstein, als in het binnenland, bijv. Saksen en Thüringen 9)
Waarom zou de plant dan in Nederland alleen op zeedijken groeien? Hadden wij onze literatuur misschien niet goed gelezen? Inderdaad, nadere inspectie van ANF 10) leverde het volgende op: “Niet opgenomen (nl. op het verspreidingskaartje) zijn de volgende vindplaatsen van (waarschijnlijk) adventieve planten” en dan volgt een opsomming van vindplaatsen als: “haven, vuilstortplaats, industrie-terrein, graanpakhuis” e.d. (1950-1975). Dus ook in Nederland is de soort wel op andere plaatsen dan dijken gevonden. Alle genoemde groeiplaatsen hebben gemeen dat er open grond is. Dat heeft de plant blijkbaar nodig, misschien voor de kieming.
Het totaal aan nieuwe km-hokken is 51 voor het gebied de Dollard 2003 1 X, 2004 12 X en het Wad 2003 13 X, 2004 25 X. Tot en met 2002 waren er van het Groningse kustgebied 9 km-hokken bekend, voornamelijk ten zuiden van het Lauwersmeergebied.
Van het aanliggende Floron-district 3 in het westen is, volgens mededeling DC Harry Waltje, de soort in 4 km-hokken bekend en volgens de Atlas van Duitsland 11) is in Ost-Friesland Knopig doornzaad zeker geen onbekende.

Knopig doornzaad in Groningen
=t/m 2002 en X=2003/2004
Besluit
Door onze inventarisatieronde is de uitspraak bevestigd van onze waarnemer Irene Robertus, die jaren geleden al zei: “Je kan geen Groninger dijk oprennen of je ziet Knopig doornzaad”.
Anneke Nieuwenhuijs en Willem Stouthamer
Literatuur:
1) Heukels' flora van Nederland, 22e druk eerste bijdruk 1996, R. van der Meijden, uitgave: Wolters-Noordhoff bv Groningen, ISBN 90 01 58343 1.
2) Umbellifers of the British Isles, BSBI handbook No 2, T.G. Tutin, 1999, uitgave: Botanical Society, ISBN 0 901158 02 X.
3) Ned. oecologische FLORA (deel 2), E.J. Weeda, uitg. IVN.
4) Geïllustreerde Flora van Nederland, België en Luxemburg, 23e druk 1994, Heimans, Heinsius en Thijsse's, Dr. J. Mennema, uitgave: Versluys BV Baarn, ISBN 90 249 1803 0
5) Plantengemeenschappen in Nederland, Dr. V. Westhoff & Drs. A.J. den Held, 1975 2e oplage, KNNV uitgave no. 16 / Thieme & Cie Zutphen, ISBN 90 03 92860 6.
6) Gorteria 27-2/3 (tijdschrift voor onderzoek aan de wilde flora), 5 april 2001, artikel FLORON-nieuws: Floristisch meetnet oevers zoete rijkswateren, blz. 50.
7) New FLORA of the British Isles (second edition 1997), Stace, uitgave Cambridge university press.
8) Flora van België, het Groothertogdom Luxemburg, Noord-Frankrijk en de aangrenzende gebieden, derde druk 1998,
J. Lambinon, J.E. De Langhe e.a.
9) Pflanzensociologische Excursionsflora, 5. uberarbeitete und ergänzte Auflage 1983, Oberdorfer, Erich.
10) Atlas van de Nederlandse flora (deel 2), J. Mennema, A.J. Quené-Boterenbrood & C.L. Plate, 1985, uitgave Scheltema & Holkema, ISBN 90 313 0665 7.
11) Atlas van Duitsland, website: www.floraweb.de/
FLORON is verzelfstandigd. Het valt niet onder het Nationaal Herbarium Nederland. De financiële problemen zijn inmiddels zover opgelost dat de lopende projecten weer gefinancierd worden. Daardoor zijn er geen ontslagen gevallen. Baudewijn Odé is Kees Groen opgevolgd als directeur van FLORON. Kees Groen blijft werkzaam bij FLORON.
Eind oktober is per Algemene Maatregel van Bestuur en ingaande 1 januari 2005 de nieuwe Flora en Faunawet gepubliceerd. Initiatiefnemers van bouw-projecten en andere ingrepen zijn verplicht na te gaan of er beschermde soorten voorkomen in het plangebied. Aan beheerders en bouwers wordt gevraagd via een bepaalde gedragscode te gaan werken. Voor planten uit de Flora en Faunawet worden drie categorieën voorgesteld: streng beschermde - , overige - en algemene soorten. Voor 'algemene soorten' komt een automatische ontheffing. Voor 'overige soorten' komt alleen ontheffing als via een bepaalde goedgekeurde gedragscode wordt gewerkt. Voor 'streng beschermde soorten' komt alleen een ontheffing als een goedgekeurde gedragscode wordt gevolgd, bij ruimtelijke ingrepen wordt altijd een specifieke toetsing gevraagd (zie www.minlnv.nl (zoek naar Rode Lijst)).
Consequentie is dat LNV alleen wil betalen voor gegevensverzameling van streng beschermde soorten.
'FLORON NIEUWS' heet de nieuwe nieuwsbrief van FLORON. Dit is de opvolger van de LMF-A nieuwsbrief waarvan in de periode 1998-2003 acht nummers zijn verschenen. De nieuwsbrief zal berichten over FLORON activiteiten (excursies, nieuwtjes en weetjes) bevatten, die tot nu toe vaak in GORTERIA stonden. Voorlopig verschijnt deze nieuwsbrief tweemaal per jaar. Hij zal worden toegezonden aan waarnemers die regelmatig meedoen aan activiteiten van FLORON.
'The end is the beginning were we start from'
Met de streeplijsten van 2004 wordt de derde inventarisatieperiode afgesloten. De eerste periode is vòòr 1950 en de tweede periode van 1950 - 1980; zie Atlas van de Nederlandse Flora (3 delen).
Als alles is ingevoerd van de derde ronde kan het vergelijken van deze drie periodes dus beginnen. Sommige resultaten - o.a. als gevolg van de globale opwarming - hebben niet zo lang kunnen wachten. Er wordt al druk over gepubliceerd (en gespeculeerd).
Als 2004 een eindjaar is, volgt logischerwijs de vraag of 2005 een beginjaar moet worden. FLORON beraad zich nog over de manier waarop inventarisaties zullen worden voortgezet. Gedacht wordt aan een periode van bijvoorbeeld 10 jaar waarin een bepaald aantal kilometerhokken per uurhok zullen worden geïnventariseerd. Deze km-hokken kunnen dan op langere termijn worden vergeleken. Inmiddels zijn door FLORON voor 2005 km-hokken geselecteerd; zie de rubriek KM-HOKKEN SELECTIE 2005 voorop deze nieuwsbrief.
Overigens zijn er nog steeds km-hokken waarvan geen enkele soort bekend is. Het onderzoeken van de witte hokken levert af en toe nog bijzondere vondsten op. Bovendien complementeren deze gegevens het algemene beeld van de verspreiding van soorten. Ook daar is dus nog werk te doen!
Na het verschijnen van (het voorstel voor) de Rode lijst zijn niet alle RL-soorten meer met een “r” aangegeven op de streeplijst. Nu ook de nieuwe standaardlijst is verschenen (zie GORTERIA 30 nr.4/5 dd. 15 november 2004) gaan er stemmen op om een nieuwe streeplijst samen te stellen. Voorlopig komt het daar niet van. Na het verschijnen van een nieuwe druk van Heukels' FLORA (2006?) zal er weer een aantal gegevens en namen veranderen, mede het doorvoeren van een (ver)nieuwde spelling. Nog even geduld dus.
In deze nieuwsbrief staan opnieuw de nieuwe, toegevoegde Rode Lijst soorten (RL2000); bewaar deze lijst in je Heukels' FLORA.
Het wordt zeer op prijs gesteld als steeds bij alle aangestreepte RL-soorten het abundantiegetal wordt ingevuld (code 1-5). Direct bij de eerste inventarisatieronde inschatten en noteren; eventueel bij latere ronden bijstellen.
2000-Soortendag
Zondag 22 mei a.s. is het de bedoeling zoveel mogelijk soorten te scoren. Oriënteer je wie, wat en waar heeft georganiseerd en doe mee. Vergeet niet de vondsten per km-hok te noteren en ook in te leveren bij de DC.
Bovenstaand Floron Nieuws is grotendeels over genomen uit de Nieuwsbrief nr. 21 van District 10 Flevoland; waarvoor mijn dank aan Egbert de Boer

Dennenwolfsklauw (Huperzia selago)
Uit: Flora Iberica Vol.1, Real Jardin Botánico 1998
BIJZONDERE SOORTEN PROJECT 2005
De planning toont een (verlang)lijst van 35 planten. Voor Groningen bijna allemaal exoten, behalve Dennenwolfsklauw (Huperzia selago). In een vorige Nieuwsbrief heeft Bert Oving al uitgebreid een oproep gedaan extra uit te kijken naar deze wolfsklauw. Speciaal in 'nieuwe natuur' dient men extra alert te zijn! Graag iedere vindplaats van alle wolfsklauwen direct melden.
Bovendien kan ook uitgekeken worden naar twee steekproefsoorten Moeraswespenorchis (Epipactis palustris) en Parnassia (Parnassia palustris).
BEWIJSMATERIAAL BIJZONDERE VONDSTEN
Van sommige plantensoorten is het voorkomen op een bepaalde plaats zo bijzonder dat we je vragen om de vondst te bevestigen door middel van gedroogd materiaal (wanner de populatieomvang het tenminste toelaat) of een goede kleurenfoto/dia (wanneer er bijvoorbeeld maar een of enkele exemplaren van de bijzondere soort staan). Let bij het verzamelen uiteraard op dat allerlei determinatiekenmerken (zowel zaden als bloemen bijvoorbeeld) op het geplukte exemplaar voorkomen. Verzamel in elk geval materiaal van soorten die zeldzaam zijn in het gebied waar je loopt of die nog nooit in het geïnventariseerde gebied werden gevonden. Noteer ook wat er in de directe omgeving van de plant staat en beschrijf het gebiedje.
NIEUWE RODE LIJST-SOORTEN van de RL2000
* was al A-soort
Andromeda polifolia -Lavendelhei*
Anthemis arvensis ` -Valse kamille
Anthoxanthum aristatum -Slofhak
Asplenium viride -Groensteel*
Bidens radiata -Riviertandzaad
Blechnum spicant -Dubbelloof*
Campanula patula -Weideklokje*
Carex brizoides -Trilgraszegge
Carex diandra -Ronde zegge
Carex lasiocarpa -Draadzegge
Carum carvi -Echte karwij
Centaurea cyanus -Korenbloem*
Cerastium brachypetalum -Kalkhoornbloem*
Cerastium fontanum ssp.hol. -Glanzige hoornbloem*
Cerastium pumilum -Steenhoornbloem
Conopodium majus -Franse aardkastanje*
Crepis paludosa -Moerasstreepzaad*
Cruciata laevipes -Kruisbladwalstro*
Cynosurus cristatus -Kamgras
Drosera intermedia -Kleine zonnedauw*
Drosera rotundifolia -Ronde zonnedauw*
Eleocharis ovata -Eivormige waterbies*
Elodea canadensis -Brede waterpest
Epilobium palustre -Moerasbasterdwederik
Euphrasia stricta -Stijve ogentroost*
Filago minima -Dwergviltkruid*
Fragaria vesca -Bosaardbei*
Galeopsis segetum -Zachte hennepnetel*
Genista anglica -Stekelbrem*
Genista pilosa -Kruipbrem*
Gentiana pneumonanthe -Klokjesgentiaan*
Gnaphalium sylvaticum -Bosdroogbloem*
Hierochloe odorata -Veenreukgras
Hordeum secalinum -Veldgerst*
Hypericum maculatum s.s. -Gevlekt hertshooi*
Juncus filiformis -Draadrus
Knautia arvensis -Beemdkroon*
Leontodon hispidus -Ruige leeuwentand
Lepidium graminifolium -Graskers
Listera ovata -Grote keverorchis*
Menyanthes trifoliata -Waterdrieblad*
Myrica gale -Wilde gagel*
Nardus stricta -Borstelgras
Odontites vernus ssp. Vernus -Akkerogentroost*
Oenanthe crocata -Dodemansvingers*
Oenanthe pimpinelloides -Beverneltorkruid
Ononis repens ssp. Spinosa -Kattendoorn*
Oxycoccus palustris -Kleine veenbes*
Plantago maritima -Zeeweegbree
Plantago media -Ruige weegbree
Polygonum oxyspermum -Zandduizendknoop*
Polystichum lonchitis -Lansvaren*
Potamogeton acutifolius -Spits fonteinkruid
Potamogeton compressus -Plat fonteinkruid
Potamogeton obtusifolius -Stomp fonteinkruid
Potentilla palustris -Wateraardbei*
Puccinellia fasciculata -Blauw kweldergras
Ranunculus omiophyllus -Drijvende waterranonkel
Rhyncospora alba -Witte snavelbies*
Rumex scutatus -Spaanse zuring
Salicornia pusilla -Eenbloemige zeekraal
Stratioides aloides -Krabbenscheer*
Succisa pratensis -Blauwe knoop*
Tetragonolobus maritimus -Hauwklaver*
Thalictrum minus -Kleine ruit*
Thymus pulegioides -Grote tijm
Trichophorum cesp.ssp.germ -Gewone veenbies
Trifolium medium -Bochtige klaver
Trisetum flavescens -Goudhaver
Utricularia minor -Klein blaasjeskruid*
Valeriana dioica -Kleine valeriaan*
Veronica opaca -Doffe ereprijs
Vicia tenuifolia -Stijve wikke*
Viola canina -Hondsviooltje*