Welkom in het Hoge Noorden
![]() |
|
|
|
|
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
|
|
|
|
![]() |
|
|
|
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Floron-agenda
AAN DE SLAG IN 2009
District 1 Oost Groningen (A. M. Nieuwenhuijs)
Zaterdag 4 juli 2009, Vriescheloo
Twee selectiehokken in het veengebied ten oosten van Vriescheloo
273X566 Loosterveen
273X567 't Steenen paard
Verzamelen om 9.30 uur parkeerplaats
station Winschoten.
Zaterdag 8 augustus 2009, Sellingen
Twee selectiehokken
271X552 camping, bos, ook een stukje ven.
273X551 stukjes bos, verder bouw- en weiland.
Verzamelen om 9.30 uur parkeerplaats
naast gemeentehuis Sellingen.
District 2 West Groningen (W. J. Stouthamer)
Zaterdag 6 juni 2009, Usquert
Wederom 2 door Floron geselecteerde km-hokken 236X602 Usquert
237X603 Lutjebosch/Boumaheerd, landbouwgebied
Verzamelen om 9.30 uur station Usquert
Zaterdag 1 augustus 2009, Lauwersmeer
In het oostelijk deel van de Lauwersmeer, militair oefenterrein, liggen enkele geselecteerde km-hokken.
Verzamelen om 9.30 uur parkeerstrook langs de Strandweg t/o de Willem Lodewijk van Nassaukazerne (213X597)
Verzamellocaties KNNV PWG in 2008
KNNV PWG start de inventarisatie op donderdagavond 3 april 2008 en alle avonden beginnen om 18.30 uur
In Groningen wordt eerst verzameld op een Algemeen Verzamelpunt: De parkeerplaats (gedeeltelijk onder de ringweg) aan de Peizerweg
t/o meubelboulevard VESTA tegen de spoorwegovergang.
Mochten mensen direct naar de te inventariseren locatie willen rijden, voor een aantal locaties wordt ter plaatse
ook nog verzameld. Dit gebeurt een kwartier later, om 18:45:
- Locatie Winsum: Alternatief verzamelpunt : Winsum, parkeerterrein van het zwembad
- Locatie Roden :Brink parkeerplaats naast Herv. kerk en t/o cafe Onder de Linden
Verzamelpunten KNNV PWG
april 2008
3 Groningen-Stad Floron 1e keer
10 Winsum Floron 1e keer
17 Roden WFD 1ekeer
24 Groningen-Stad Floron 2ekeer
mei 2008
1 Hemelvaartsdag (geen inventarisatie)
8 Winsum Floron 2ekeer
15 Roden WFD 2ekeer
22 Groningen-Stad Floron 3ekeer
29 Winsum Floron 3ekeer
juni 2008
5 Roden WFD 3ekeer
12 Groningen-Stad Floron 4ekeer
19 Winsum Floron 4ekeer
26 Roden WFD 4e keer
juli 2008
3 Groningen-Stad Floron 5e keer
10 Winsum Floron 5ekeer
17 Roden WFD 5ekeer
24 Groningen-Stad Floron 6ekeer
31 Winsum Floron 6ekeer
augustus 2008
7 Roden WFD 6ekeer
14 reserve/nader te bepalen
21 reserve/nader te bepalen
28 reserve/nader te bepalen
Afmelden:
Willem Stouthamer, Meidoornlaan 43, 9756
BN Glimmen
Tel. 050 3143841 of Email: stouthamer.wjATinter.nl.net
Te bezoeken hokken per Locatie in 2008
1. Doel: Groningen-Stad tbv Floron
Verzamelpunt : Groningen, parkeerplaats (gedeeltelijk onder de ringweg) bij spoorwegovergang Peizerweg en t/o Vesta
kaart 7D
230 X 582 De Held
231 X 583 Vinkhuizen / Paddepoel
234 X 582 UMCG
234 X 583 Korrewegwijk (oost)
234 X 584 De Hunze
2. Doel: Garnwerd tbv. FLORON
Alternatief verzamelpunt : Winsum , parkeerterrein
van het zwembad (links na bloemenzaak; v�het voetgangersstoplicht,
richtingsbordjes: waterrecreatie `Marenland` en sportpark `Schilligeham`)
kaart 7A
225 X 594 Schouwerzijl
226 X 594 Schaphalsterzijl
227 X 592 Zijlsterhoeve
227 X 593 Hunzebocht
228 X 591 Garnwerd
3. Doel: Roden tbv. WFD (Florameetnet Drenthe)
Alternatief verzamelpunt : Roden, Brink parkeerplaats naast Herv. kerk en t/o cafe Onder de Linden (vanaf Groningen naar Roden, rotonde bij ALDI linksaf richting Roderesch/Norg)
kaart 12A UUR-hok 220 X 570
220 X 574 Diepwal / Leek
221 X 573 De Kaap
222 X 572 Nieuw Roden
223 X 571 De Hullen / Roden
224 X 570 Roderesch
2007
Excursieprogramma FLORON Groningen
9 juni 2007 -zaterdag- (D1)
Bij Ter Apel liggen verscheidene selectiehokken, die dit jaar bij voorkeur onderzocht moeten worden. Er staan er 3 op het programma; alle drie afwisselende en waarschijnlijk interessante hokken.
266X547 Ter Apelkanaal, kanaal en oude tramdijk, 268X545 Ter Apel, oud en jong bos, woonwijk en ook een stukje tramdijk,
270X544 Ter Apelersluis, kanaal, bos.
Verzamelen om 9.30 uur parkeerplaats bij het Boshuis in Ter Apel (bij het Klooster).
20 juni 2007 -woensdag- (D1)
Ter afwisseling eens een avondexcursie om te zien hoe dat uitpakt. In 2006 bleken er op het industrieterrein Rensel in Winschoten veel bijzondere planten te staan, zoals bijvoorbeeld Gevlekte scheerling, Kaal breukkruid, Papegaaienkruid, Klein liefdegras en nog veel meer. De bedoeling van de excursie is niet zoveel mogelijk soorten op een lijst aan te strepen, maar zoveel mogelijk leuke planten te leren kennen, ontspannen botaniseren dus.
Verzamelen om 18.30 uur parkeerplaats station Winschoten.
21 juli 2007 -zaterdag- (D2)
Wetsingerzijl is het sluitstuk van de Sauwerdermaar voordat deze maar uitstroomt in het Reitdiep. Deze zijl was ooit nodig om eb en vloed op te vangen. Vanaf deze plek is het Reitdiep een groot deel recht getrokken voor de scheepvaart. De oorspronkelijke loop, thans Oude diepje genaamd, is nog duidelijk in het landschap zichtbaar. Brak waterplanten moeten daar aanwezig zijn en op de dijken van het Reitdiep staat Kamgras, Veldgerst en misschien nog Kattendoorn? Verzamelen om 9.30 uur café Hamming te Garnwerd.
18 augustus 2007 -zaterdag- (D2)
Achter de zeedijk in de Bocht van Watum, onderdeel van de Eems, ligt Hoog Watum. In het bijzonder inspecteren we, binnen km-hok 254X601, de zeedijk op Knopig doornzaad en in de gracht rond de zeer oude boerderij Hoog Watum hopen we Fijn Hoornblad vast te stellen. Verzamelen om 9.30 uur station Delfzijl
DRENTSE
FLORISTENDAG 2007
De Floron buren uit Drenthe houden hun
jaarlijkse medewerkerbijeenkomst in het Veldstudiecentrum
te Orvelte, op zaterdag 17 februari 2007.
Voorlopige programma
Vanaf 9.30 uur staat de koffie klaar
10.00 Welkom door Joop Verburg, dagvoorzitter
10.10 Op de bres voor de Jeneverbes: resultaten inventarisatie 2005, nieuwe
inzichten en plannen voor 2007: Meike Bulten en Jan van Ginkel
10.35 Uitreiking Drentse flora-prijs (ter ere van het 25-jarig jubileum van
de WFD)
11.00 Even voorstellen: twee nieuwe gezichten in het WFD-bestuur: Ben Hoentjen
11.10 Het WFD-meetnet: tussenbalans na 5 meetjaren : Edwin Dijkhuis
11.40 Floron/WFD inventarisatie-weekend, 15 - 17 juni 2007: Edwin Dijkhuis
11.50 FLORON-Bedreigde soortenproject (BSP)/ Geelsterren op de Hondsrug: Ben
Hoentjen
12.20 - 13.15 lunchpauze
met diavoorstelling
Voor iedereen
is er soep/koffie/thee/melk: wel zelf boterhammen meenemen!
In de pauze is er gelegenheid om een (of meerdere) meetnethokken te reserveren.
Zie voor meer informatie: florameetnet
13.15 Stengelloze
sleutelbloem in Drenthe: Eddy Weeda mede namens Annie Vos
13.45 Doldersumerveld: effecten van beheer op flora en (avi)fauna door de jaren
heen: Hester Heinemeijer
14.30 Een eerste inventarisatie....
15.00 Sluiting door dagvoorzitter
Op zaterdag 3 februari
2007 wordt voor de 25e keer de Botanische Dag georganiseerd door de Contactcommissie
voor Floristiek en Vegetatiekunde (CCFV). Met het thema "Passie
voor wilde planten" wil de CCFV benadrukken hoe belangstelling voor onze
flora velen jarenlang bezighoudt; een gedrevenheid die tot uiting komt in een
diepgaande studie van een soort of de realisatie van wilde plantentuinen. Er
zullen 6 korte en boeiende lezingen worden gehouden, o.a. over Arnica, orchideeën,
Pitrus en toepassing van wilde planten in openbaar groen. Er zijn diverse informatiestands,
en een uitgebreide natuurboekenkraam van Wil Meijs.
KNNV PWG Groningen start de inventarisatie op donderdagavond 12 april 2007 en alle avonden beginnen om 18.30 uur
In Groningen wordt eerst verzameld op een Algemeen Verzamelpunt: De parkeerplaats (gedeeltelijk onder de ringweg) aan de Peizerweg t/o meubelboulevard VESTA tegen de spoorwegovergang.
Mochten mensen direct naar de te inventariseren locatie willen rijden, voor een aantal locaties wordt ter plaatse ook nog verzameld. Dit gebeurt een kwartier later, om 18:45:
19 EZINGE Floron 1e keer 26 LEEK WFD 1e keer 10 EZINGE Floron 2e keer 17 Hemelvaartsdag (geen inventarisatie) 24 LEEK WFD 2e keer 31 HAREN Floron 3e keer 14 LEEK WFD 3e keer 21 HAREN Floron 4e keer 28 EZINGE Floron 4e keer 12 HAREN Floron 5e keer 19 EZINGE Floron 5e keer 26 LEEK WFD 5e keer 9 EZINGE Floron 6e keer 16 LEEK WFD 6e keer 23 reserve/nader te bepalen 30 reserve/nader te bepalen Verzamelen. 8.00 uur Sontplein Groningen
(meerijders kosten ongeveer 10 euro)
Afmelden: Willem Stouthamer, Meidoornlaan 43, 9756 BN Glimmen
tel. 050 3143841 of Email: stouthamer.wj@inter.nl.net KAART 7D 235 X 575 Oosterland 235 X 576 Hoornse dijk, geselecteerd hok 235 X 577 Guyot 236 X 577 Wolddelen RESERVE 238 X 575 De Alekamp 238 X 576 Felland (238 X 577 De Eendenkooi) 239 X 575 Zuiderhooidijk 239 X 576 Noorderhooidijk (239 X 577 Onnerpolder) 239 X 578 Waterhuizen kaart 7A 225 X 591 Ezinge (zuid) 225 X 592 Ezinge (noord) 226 X 591 Feerwerd 226 X 592 Allersma 226 X 593 Allersmaborg reserve 227 X 591 Frouketil 227 X 592 Zijlsterhoeve 227 X 593 Hunzebocht 228 X 591 Garnwerd KAART 7C UUR-HOK 220 X 575 220 X 579 Traansterwijk 221 X 578 Hondenhok 222 X 577 Midwolde 223 X 576 Het Emmerik 224 X 575 Leutingewolde NB Hoewel er nogal wat reserve hokken zijn vermeld, lijkt het verstandig niet meer hooi op onze vork te nemen dan in totaal 5 km-hokken per gebied. Argumenten hiervoor zijn: beter een goed geinventariseerd km-hok, dan een half onderzocht km-hok (resultaten worden vergeleken met vorige waarnemingen) en in het begin van het seizoen is de opkomst waarnemers veel hoger dan later.
235 X 579 183 43 Coendersborg/Groningen 236 X 578 231 241 Oude hof 236 X 579 286 35 Essen 237 X 578 168 163 Noorderzanddijk 238 X 584 149 205 Bevrijdingsbos/Groningen
238 X 585 141 208 Noordermolen 238 X 586 17 -- Martini 239 X 585 168 209 Garmelwolde/Lageweg 239 X 586 135 63 de Lange Landster 233 X 576 115 234 Scandinavisch dorp 234 X 575 187 227 Friesche veen diagonaal uurhok 235X570 235 X 574 176 -- Eelderschipsloot 236 X 573 203 235 Glimmermade 237 X 572 285 244 Groninger punt extra 237 X 574 209 Harenermolen/de Dobbe 238 X 573 242 Glimmen/Appelbergen 239 X 574 194 Onnen/Koelandssteeg enkele streeplijsten zijn NIET opgeleverd, omdat de km-hokken niet of nauwelijks zijn onderzocht. FLORON: 235X579 Coendersborg, 236X579 Essen en 238X586 Martini WFD: 235X574 Eelderschipsloot, 231X571 Winde en 231X579 Bruilweering Bosgeelster (Gagea lutea), 233X572 in het grasveld kerk Eelde. Doornappel (Datura stramonium), 236X578 Haren Kerklaan. Enkele kleine exemplaren bij elkaar in de wegberm; waarschijnlijk afkomstig van tuinafval. Eekhoorngras (Vulpia bromoides), 233X572 op graven kerkhof Eelde. Galega (Galega officinalis), 235X578 in rozenperk. Orde vlinderbloemige (Fabales). De soort is nieuw opgenomen in de Heukels' Flora editie 23. Er staat: soms verwilderde tuinplant, uit M-, Z-europa en W-azië. Gulden boterbloem (Ranunculus auricomus), 236X578 Essen/Oude hof. Aan het einde van de Hondsrug is deze soort bekend van 7 aaneengesloten km-hokken. Heelblaadjes (Pulicaria dysenterica), 238X584. Geen echt bijzondere soort; echter nieuw voor dit km-hok. Het zwaartepunt van deze soort is voor Groningen de Lauwersmeer en het Hoge land; waarschijnlijk met de aanleg vh Bevrijdings- en Edonbos te voorschijn gekomen. Kleine zonnedauw (Drosera intermedia), 237X578 rand plasje in recent nieuw aangelegd natuurgebied tussen de Waterhuizerweg en het spoor; totaal geteld 58 exx. Roze ooievaarsbek (Geranium endressii), 236X578 Essen/Oude hof. Eveneens in de Heukels' Flora editie 23 nieuw opgenomen met de vermelding: soms verwilderde tuinplant uit de Pyreneeën. Spitsfonteinkruid (Potamogeton acutifolius), 234X575 Friesche Veen. Uitstaande vetmuur (Sagina micropetala), 233X572 Eelde. In de nieuwste Heukels' Flora editie 23 is Tengere vetmuur (S. apetala) gesplitst in 2 soorten Uitstaande vetmuur (S. micropetala) en Donkere vetmuur (S. apetala). In de flora's vd ons omringende landen wordt deze splitsing bevestigd. De Duitse flora (Rothmaler) benoemt ook twee soorten, echter de Belgische Flora (1998, 3e druk) en de Engelse Flora (Stace, 1997 2e druk) gaan uit van ondersoorten: S. apetala subsp. apetala en subsp. erecta Vederesdoorn (Acer negundo), 238X584 Bevrijdingsbos Groningen; bosaanplant. Deze boomsoort is niet eerder genoteerd voor de provincie Groningen. Veenreukgras (Hierochloa odorata), 234X575 Friesche veen. Zilverschildzaad (Lobolaria maritima), 233X572 Eelde. Vaak verwilderde tuinplant uit het Middenlandse zeegebied. Deze lijst is een vrij lange opsomming, echter ze zou nog veel langer zijn ware het niet dat als criterium is ingevoerd: 10 en minder soorten in het district en/of buiten bekend areaal gevonden; uitgangspunt is Florbase 2L (t/m 2003). Absintalsem (Artemisia absinthium) 249X576, braakliggend terrein, Sappermeer, eerste vondst in D1, opg. ED. Alsemambrosia (Ambrosia artemisifolia) 232X579 braakliggend terrein Donderslaan Groningen, opg. Richard Dijkstra. 233X581 Donkersgang binnenstad Groningen, opg. PB. Derde en vierde vondst D2. In de stad Groningen is de soort eenmaal eerder gevonden. Amsinckia (Amsinckia menziesii) 268X559, in een brede berm met veel Kamille bij Harpel., opg. AV (eerste vondst in D1). Akkerandoorn (Stachys arvensis) 259X573, in landje met Zonnebloemen, Meeden, opg. JT. Bezemkruiskruid (Senecio inaequidens) 233X581 Langs spoor stad Groningen (toegenomen), 235X571 voormalig rangeerterrein Europark Groningen, beide waarnemingen Rob Koelman en 244X603 spoorwegovergang Uithuizermeden, opg. PB. Bleekgele droogbloem (Gnaphalium luteo-album) 245X576 tussen bestrating industrieterrein, Martenshoek, opg. ED en 263X551 Musselkanaal, opg. ML (8e en 9 vondst D1). En in district2 in 232X581, 235X581/582 een sterke uitbreiding in de stad Groningen, eveneens opgave ED. Boerencrocus (Crocus tommasinianus) 249X593 Rusthoven en 252X593 Appingedam, opgave WS (2e en 3e vondst in D1). Bonte wikke (Vicia villosa) 245X575 en 245X576 Martenshoek, opgave ED (5e en 6e vondst in D1). Bospaardenstaart (Equisetum sylvaticum) 272X553, Sellingen, opgave BR (3e vondst in D1). Dennenwolfsklauw (Huperzia selaga) 250X574 Adriaan Tripbos, nieuwe vondst van één juveniele plant op een talud met een open vegetatie. Op andere plaatsen in hetzelfde bos waren al eerder planten gevonden. 252X568 Veendam-Borgerswold, 10 plantjes op NO gericht talud op open vegetatie, nieuwe vondst, opgave BO. Draadrus (Juncus filiformis) 272X553 Sellingen, opgave BR (7e vondst in D1). Tijdens het kampje in Sellingen (1995) werd deze soort op een paar plaatsen gevonden, maar daarna nooit meer. Nu dus gelukkig weer wel. Figuur: Draadrus (uit: Heukels' Flora) Drijvende waterweegbree (Luronium natans) 250X574 in het Adriaan Tripbos, in een oude veenwijk in aangelegd bos op voormalige cultuurgrond, opg. BO (5e vondst in D1). Drienerfmuur (Moehringia trinervia) 235X578 kerkhof Esserberg Groningen, opgave PB. In het Oosten en Westen van de provincie Groningen komt Drienerfmuur voor; nu vlak onder de stad Groningen. Dit is niet onwaarschijnlijk want de Hondsrug loopt door tot het noorden van de stad. Tussen Groningen en Haren zijn nog botanische aanwijzingen te vinden van voormalig bos. Duinvogelmuur (Stellaria pallida) 249X575 en 249X576 in boomspiegels Sappermeer, opgave ED (tweede en 3e vondst in Groningen, althans volgens Florbase 2G). Zie het artikel in deze Nieuwsbrief. Dwergkroos (Lemna minuta) 245X575/576 Martenshoek, 249X575/576 Sappermeer, 244X583 Woudbloem, 249X582 Slochteren, 252X568 en 253X569 beide Veendam, opg. ED, JH, SB, WR. We beginnen deze soort blijkbaar te kennen. Ze staat nog maar 6X in Florbase voor D1, maar nu komen er dus nog 8 hokken bij. In D2 is in 12 km-hokken Dwergkroos vastgesteld, de meesten in de stad Groningen, opgave ED. John Bruinsma heeft op deze soort vorig jaar extra de aandacht op gevestigd tijdens zijn bezoek aan Groningen (zie nieuwsbrief nr. 12). Echt bitterkruid (Picrus hieracioides) 234X581 braakliggend terrein Eemskanaal zuidzijde Groningen, opgave RiD. drienFraai duizendguldenkruid (Centaurium pulchellum) 267X591, tussen de stenen van een weilandingang, Fiemel, opgave AN (5e vondst in D1). Geel vogelpootje (Ornithopus compressus) 252X568 Borgerswold, opg. WR (8e vondst in D1). Gele anemoon (Anemone ranunculoides) 249X582 in de berm van een laantje in het zogenaamde Overbos of Lutjebos, Slochteren, opgave SB, JH. 249X593 Ekenstein, opgave WS (tweede en 3e vondst in D1). Gevleugeld sterrenkroos (Callitriche stagnalis) 232X580 drassige plek onder bomen Stadspark Groningen (in het voorjaar massaal Montia), opgave ED (6e vondst in Groningen). Gewone zoutmelde (Atriplex portulacoides) 264X591 aan de buitenkant van de zeedijk, die daar bekleed is met zwerfstenen, Termuntenzijl, opgave AN (3e vondst in D1). Goudknopje (Cotula coronopifolia) Het Goudknopje kwam tot voor kort alleen bij Nieuwe Statenzijl en in de Lauwersmeer voor, maar groeit nu ook in de Breebaartpolder 267X590 en 267X591. Vanuit de vogelkijkhut is het goed te zien. In 272X584 groeiden een paar plantjes op een afgeplagde grasstrook aan de buitenkant van de zeedijk. Opgave BB, WS, AN. Groot nagelkruid (Geum macrophyllum) 231/232X580 langs paden, onder bomen en struiken Stadspark Groningen (mogelijk verwilderd uit 'Stiel'tuin), opgave ED (wordt voor het eerst vermeld in nieuwste Heukels'). Grote tijm (Thymus pulegioides) 253X605 langs een weg Eemshavengebied, opg. WS en 233X581 in het talud Emmaviaduct Groningen, opg. RID. Bij beide vondsten is zeer waarschijnlijk sprake van tuinafval. Grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides) 230X580 watergang Zwedenlaan Hoogkerk, opg. ED. Harig vingergras (Digitaria sanguinalis) 234X582 tegen een gevel hoek Walstraat/Turfsingel Groningen, opgave PB. Hartbladige els (Alnus cordata) 245X575 een zaailing langs de stoeprand Martenshoek, opg. ED. De soort was in D1 nog niet bekend. Hoge fijnstraal (Conyza sumatrensis) 231X580 voormalige groenteveiling Peizerweg Groningen, opgave ED. Het betreft een vondst uit 2003; determinatie in Leiden heeft op zich laten wachten. Eerste vondst ! En op hetzelfde terrein Moerasandijvie (Tephroseris palustris) opgave RiD. Holwortel (Corydalis cava) 249X593 Rusthoven, opgave WS (3e vondst in D1). Kattendoorn (Ononis repens (spinosa)) 228X592 waarneming KNNV Gron. PWG, melding door ED. Een ernstig bedreigde soort in Groningen; het betreft hier een bekende plek bijna aan de voet vd dijk langs het Reitdiep. Op de dijk staat uiteraard Veldgerst en Kamgras. Betreft een door FLORON geselecteerd km-hok; van 119 naar 174 soorten! Klein bronkruid (Montia fontana (chondrosperma)) 231X581 bedrijventerrein Hoendiep Groningen, opg. ED. Klein glaskruid (Parietaria judaica) 234X581 trottoir/erfafscheiding Davidstraat Groningen (waarschijnlijk ontsnapping uit tuin), opgave RiD (eerste vondst). Kleine kaardebol (Dipsacus pilosus) 258/259X577 aan de rand van bosje bij gaslocatie, Scheemda. Volgens Heukels' alleen in Limburg en het Oosten van Gelderland en Overijssel, elders soms adventief. Dat zal het hier wel zijn. Opgave JT. Kleine varkenskers (Coronopus didymus) 260X589 op opgespoten zand bij windmolens, opg. KS (8e vondst in D1). Kleine wolfsmelk (Euphorbia exigua) 259X577 in berm bij gaslocatie, Scheemda, opgave JT (7e vondst). Vroeger een akkeronkruid, nu meestal op kale plekken in bermen of op maaipaden. Knopig doornzaad (Torilis nodosa) 271/272X584 op Zuidhelling zeedijk Carel Coenraadpolder, opgave AN. Dit zijn nieuwe vondsten. In totaal is het nu in 15 km-hokken in D1 gevonden. Loos blaasjeskruid (Utricularia australis) 268X559 Doezekampen (Harpel), opgave AV (tweede vondst in D1). Mariadistel (Silybum marianum) 276X584 zeedijk Dollard, Nieuwe Statenzijl, opgave WS en BB (tweede vondst in D1). Moeraslathyrus (Lathyrus palustris) 235X575 flinke populatie oeverzone Wolddelen Haren, opgave PB. Moerasmelkdistel (Sonchus palustris) 223X593 in de oeverbegroeiing Reitdiep, opgave WS, 224X593/594, 225X592/593, opgave ED. Reeds van 18 km-hokken bekend in Groningen; voornamelijk in het Westerkwartier. Langs het Rietdiep was Moerasmelkdistel slechts bekend van één hok. Nu dus een forse uitbreiding; misschien te maken met de verandering van een strakke oeverbeschoeiing in een dijkje van losse stenen met erachter een strook water met een geleidelijke overgang in land. Moeraswolfsklauw (Lycopodiella inundata) 218X576 opg. JH en SB (eerste vondst D2). Betreft een door FLORON geselecteerd km-hok: van 169 naar 248 soorten! In de 'oksels' van de op-/afritten A7 nr. 33 is natuur aangelegd o.a. plasjes met leem en planten zijn ingebracht dmv. strooisel van elders (enten). Er zijn aangetroffen Bevertjes, Fraai- en Echt duizendguldenkruid, Parnassia, Valkruid en een 'bollenveldje' orchideeën (Riet/Brede/Gevlekte) een lust voor het oog. Noordse ganzerik (Potentilla norvegica) 264X591 op een rommelig hoekje op pier bij de haven Termuntenzijl, opgave AN (5e vondst in D1). Oosterse raket (Sisymbrium orientale) 232X582 terrein voormalige Coöp. Veevoeder Centrale Friesestraatweg Groningen (tezamen met Sofiekruid), opgave PB. Figuur: Snavelruppia (uit: Rothmaler) Pilvaren (Pilularia globulifera) 241X583 in sloot Harksteder Broeklanden, opgave WS, IR (9e vondst in D1). Rossig fonteinkruid (Potamogeton alpinus) 269X559 bij Harpel, opg. AV (8e waarneming in D1). Ruw parelzaad (Lithospermum arvense) 244X583 berm fietspad bij Woudbloem, opg. JH, SB. Schijnraket (Erucastrum gallicum) 235X582 Groningen Damsterdiep parkeerterrein Praxis, opgave PB. Slijkgroen (Limosella aquatica) 252X567in wielspoor en op natte plekken, zeilmeer Langebosch, Veendam, opg. BO (nieuw voor D1). Snavelruppia (Ruppia maritima) 230X604 in bestaande sloot (brak water) in recent vernieuwd en uitgebreid natuurontwikkelingsproject de Klutenplas vh Groninger Landschap gelegen direct aan de binnenzijde vd zeedijk,. opgave Kor Raangs (tweede vondst in Groningen) Spits fonteinkruid (Potamogeton acutifolius) 244X583 Woudbloem, opgave SB, JH (10e waarneming in D1). Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes) 233X581 kademuur Pottenbakkersrijge Groningen (samen met Asplenium ruta-muraria, Polypodium vulgare, Sedum acre, Mycelis muralis en Hieracium vulgatum), waarneming Klaas van Nierop, opg. ED. Stomphoekig sterrenkroos (Callitriche obtusangula) 230X580 sloot nieuwbouwwijk Hoogkerk, opgave ED. Stijf vergeetmijnietje (Myosotis stricta) 245X576 in schrale berm van het Winschoterdiep, Martenshoek, opgave ED (nieuw voor D1). Het is meer een soort van het rivierendistrict. Veenreukgras (Hierochloe odorata) 244X583 op open plek met veel riet bij Woudbloem, opgave JH en SB (8e vondst in D1). Komt in D1 voornamelijk bij het Zuidlaardermeer voor. Vlottende bies (Eleogiton fluitans) 231X580 sloot Hunsingolaan Groningen, opgave ED. Wegedoorn (Rhamnus cathartica) 213X601 enkele exx. in bosaanplant in de Lauwersmeer, opgave WS. Wilde sorgo (Sorghum halepense) 249X576 op braakliggend terrein Sappermeer, opg. ED (nieuw voor D1). Zandhaver (Leymus arenarius) 264X591 aan de buitenkant van de zeedijk, waar die bekleed is met zwerfstenen, Termuntenzijl, opgave AN (3e waarneming in D1, was alleen bekend van Oterdum). Zeealsem (Seriphidium maritimum) 264X591 aan de buitenkant van de zeedijk Termuntenzijl, opgave AN (4e vondst in D1, was alleen bekend van het Reiderbuitenland). Zeepostelein (Honckenya peploides) 264X591 aan de buitenkant van de zeedijk Termuntenzijl, opgave AN (3e vondst in D1, was alleen bekend van de pier bij Oterdum). Zilte schijnspurrie (Spergularia salina) 233X582 Groningen parkeerplaats Bloemsingel, opgave RiD en 231X592 berm weg Groningen/Winsum, waarneming KNNV-Gron.-PWG. Toename in het binnenland. Verdere verslagen staan in
Padloper 2007
en in de
Floron Nieuwsbrief Groningen (districten 1 en 2) februari 2007 We gaan verder met de
activiteiten in Groningen (Floron), Drenthe voor WFD en Natuurmonumenten. Tijdens het inventariseren
valt er veel te leren van elkaar en is er toch ook tijd om samen van de natuur
te genieten en na afloop elke inventarisatie bijna altijd een evaluatie in een
gepast onderkomen zoals een cafe. Vanaf begin april tot september komen we elke donderdagavond
(behalve Hemelvaart) samen om half zeven en gaan dan het veld in tot de
duisternis ons dwingt er mee op te houden. Voor de precieze verzamelplek graag
even contact opnemen.
Voor FLORON heeft KNNV PWG Groningen in 2005 zeven km hokken geinventariseerd in het gebied even ten zuiden
en oosten van Winsum. Deze hokken in het Reitdiepdal op de Groninger klei leverden gemiddeld 155
verschillende soorten op.
Voor de WFD (Werkgroep Florameetnet Drenthe) zijn we in 2005 actief geweest in de
kop van Drenthe, daar heeft de werkgroep 13 km hokken intensief onderzocht. Behalve soorten
hebben we ook onze looproute iedere keer vrij nauwgezet opgetekend, zodat een aantal jaren later,
bij een herhaling kan worden vastgesteld waar de soorten gevonden kunnen worden.
Het gemiddeld aantal soorten is op het zand in de kop van Drenthe een stuk hoger
dan op de klei, nl 241.
En tenslotte hebben we voor Natuurmonumenten voor een selectie van soorten een gedeelte
van de Eelder en Peizermaden gekarteerd.
Op 3 oktober 2005 zijn de resultaten overhandigd aan Jacob de Bruin van NM. Tijdens onze ijverige
inspanningen werden enkelen door een zeer boze boer gesommeerd zich onmiddelijk
uit het perceel te verwijderen.
Mocht dit project ook in 2006 doorgaan, dan hopen we hier niet opnieuw mee geconfronteerd
te worden.
Ons jaarlijkse uitstapje samen met de afdeling Veendam, dit keer naar de Pannerdense kop (een paar
weken vroeger dan aangekondigd)leverder toch weer een aantal nieuwe soorten op:
Manshoge Peperkers, een afgevreten Weidekervel en Brede wolfsmelk.
De FLORON districten in Groningen werken nauw
samen. Verder werd en wordt ook in het noorden van Drenthe nog regelmatig
een handje meegeholpen. Misschien is het wel goed om te vermelden
dat de groensteel in Musselkanaal weer terug werd gevonden. Voor
de 12 door het landelijk bureau geselecteerde hokken was veel animo.
De algemene bevinding was dat lang niet alle soorten teruggevonden
werden maar ook dat veel nieuwe soorten toegevoegd konden worden. 7-9 juli FLORON Weekend Vlieland zaterdag 5 augustus dsitrict 1 zaterdag 19 augustus district2 Het aantal deelnemers blijft toenemen. Geweldig! Natuurlijk gaan we volgend jaar gewoon verder met het inventariseren
van km-hokken. Er zijn er nog genoeg die helemaal nog nooit zijn
bekeken en voor enkele andere interessante km-hokken is onderzoek
zo lang geleden dat het de moeite waard is om opnieuw een bezoek
te brengen ten einde vast te kunnen stellen wat we verloren en gewonnen
hebben. Behalve de activiteit voor Floron doen wij ook inventarisaties
en/of vegetatieopnamen tbv. natuurinstellingen (waarvoor niet direct
een professioneel bureau noodzakelijk is). Het jaar 2005 belooft
weer een spannend jaar te worden. Een interessant project dient
zich aan! Al doende valt er veel te leren van elkaar en is er toch
ook tijd om samen van de natuur te genieten.
KNNV PWG start de inventarisatie op donderdagavond 7 april 2005 en alle avonden beginnen om 18.30 uur
In Groningen wordt verzameld op de parkeerplaats aan de Bedumerweg bij cafetaria 'de Wachtkamer' (het voormalig busstation).
Mochten mensen direct naar de te inventariseren locatie willen rijden, voor een aantal locaties wordt ter plaatse ook nog verzameld.
Dit gebeurt een kwartier later, om 18:45:
zondag 22 2000 soortendag kaart 7B Aantal soorten van het kmhok bekend reserve (kaart 7A) 230 X 574    Noorddijk/Broekstukken   2 Op
vrijdag 23 juni hebben wij als leden van de plantenwerkgroep van de
Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV) uit
Groningen een bezoek gebracht aan de vloeivelden van de Suiker Unie.
Doel van dit bezoek was vast te stellen welke wilde planten er
voorkomen. Deze inventarisatie past in een lange traditie. Sinds jaar
en dag worden door de plantenwerkgroep gebieden rondom Groningen
geïnventariseerd. Dit doen we op eigen initiatief en op verzoek
van terreinbeherende organisaties als Natuurmonumenten en Provinciale
landschappen. Door deze inventarisaties zijn we veel te weten gekomen
over de plantengroei (flora) in onze woonomgeving.
De
Nederlandse flora is echter continu in beweging, er verdwijnen
soorten, maar er zijn ook nieuwkomers. Wij zijn dus nooit klaar met
inventariseren. De laatste 10 jaar is er sprake van een ware
botanische warmtegolf. Veel nieuwkomers stammen uit warme tot zeer
warme streken, met name uit het gebied rond de Middellandse zee, en
vestigen zich in de stad. Deze nieuwkomers profiteren van het warmer
worden van het klimaat in onze omgeving. Dit maakt dat het
inventariseren van gebieden in de stad een leuke en spannende
bezigheid is, je weet immers van te voren niet wat je gaat
aantreffen!
I Gezien
het gebruik als vloeiveld konden vooral soorten die aangepast zijn
aan de dynamische natte en zeer voedselrijke omstandigheden worden
verwacht. Van de meest bijzondere vondsten wordt hieronder verslag
gedaan.
Foto
1 De vangst van Kor Raangs Op
de slikkige delen stond een pioniersvegetatie met soorten als Rode
ganzenvoet en Spiesmelde. Daartussen stonden enkele exemplaren van
Zeegroene ganzenvoet en Strandmelde. Strandmelde is, zoals de naam al
doet vermoeden, meer een soort die we aan de waddenkust tegenkomen.
In de provincie Groningen is het een vrij zeldzame plant die niet
eerder zo ver van de kust is aangetroffen.
Ook
de taluds van de vloeivelden en waterbassins hebben een ruige
begroeiing die wijst op zeer voedselrijke omstandigheden. Plaatselijk
waren massavegetaties met manshoge Kruldistels aanwezig die het
inventariseren tot een stekelige bedoening maakten (foto 1).
Kruldistel is rond Groningen een zeer algemene plant. Voor ons als
floristen dus niets bijzonders. Bij vlinders valt het duidelijk meer
in de smaak. Het is een goede nectarplant waar je op een zonnige
zomerdag veel vlinders kunt aantreffen. De olierijke zaden zijn
bovendien een geliefde voedselbron voor allerlei vinkachtigen,
bijvoorbeeld de Putter of Distelvink zoals hij ook wel wordt genoemd.
Opvallend
waren ook de grote groepen met Moeraszuring op de taluds, een soort
die in de provincie Groningen minder algemeen is en vooral is
aangetroffen langs kanalen, wijken in de veenkoloniën en langs
het Reitdiep. Moeraszuring heeft een voorliefde voor open, natte en
stikstofrijke grond aan waterkanten. Omstandigheden die op de
vloeivelden ruimschoots voorhanden zijn. W Wat
dichter bij de fabriek vonden we op verschillende plaatsen Groot
kaasjeskruid (foto 2 rechts) die het er gezien de grootte van de
planten goed naar hun zin hebben. De meest opvallende soorten waren
echter Muursla en Bitter barbarakruid. Muursla is een vrij zeldzame
plant. Het is een echte 'Stadjer' met een voorliefde voor
beschaduwde, vochtige en stenige plaatsen. Muursla bewoont vooral
oude stadstuinen, nauwe straten, tuingangen en (kade)muren, het is
dan ook niet verwonderlijk dat hij vooral in de oude stadswijken te
vinden is. Buiten de stad is het alleen bekend van het centrum van
Winschoten. Ook Bitter barbarakruid is landelijk gezien een vrij
zeldzame soort. Het heeft in de provincie van oudsher een bolwerk in
Oost Groningen. Vooral binnen de driehoek
Zuidbroek-Winschoten-Nieuwolda is het algemeen. Daarbuiten komt het
verspreid voor. In de stad is het echter niet eerder gevonden. Het is
een soort met een voorliefde voor open plekken in grazige vegetaties
op vochtige plaatsen.
En
tot slot een stukje statistiek. In totaal hebben we 206 verschillende
planten op de vloeivelden genoteerd. In Nederland komen sinds de
laatste inzichten 1.536 verschillende wilde planten voor. Wij hebben
daarvan in de stad Groningen tot nu toe 678 soorten aangetroffen, dit
is 44 % van de Nederlandse wilde flora. De vloeivelden herbergen 30%
van de lokale en 13% van de landelijke flora. Geen wereldschokkende
aantallen dus maar wel goed om het verspreidingsbeeld van de wilde
planten rondom Groningen completer te krijgen.
Met
dank aan Gerard van den Braak, milieucoördinator bij de Suiker
Unie, voor de verleende toestemming om het 'gras aan de andere kant
van het hek' te mogen betreden. Wij hebben niet alleen genoten van
de alom vertegenwoordigde ruigte, maar ook van de aanwezige vlinders,
Oeverzwaluwen en overige foeragerende vogels. Edwin
Dijkhuis (verslag en foto's) Richard
Dijkstra Kor
Raangs
Willem
Stouthamer De
plantenwerkgroep inventariseert elke donderdagavond van april tot
september. De meeste plantensoorten zijn inmiddels bekend. Het
plezier zit vooral in het (weer) herkennen, het ontdekken van
schaarse en/of Rode lijst soorten en van het urbaan biotoop van de
stad Groningen willen we graag weten of de stedelijke
soortensamensteling gelijk blijft of verandert. Dergelijke gegevens
vonden hun weg in bijv. het fraaie boek Stadsplanten (2004) met 18
floristische kijktips, waaronder die in de stad Groningen. (Het
stedelijk gebied breidt zich uit als een olievlek. Het laat zich
voorzien dat in de nabije toekomst de randstad een aaneengesloten
metropool is geworden.) Om
de sleur te doorbreken en om onze horizon te verbreden is er elk jaar
een excursie naar een totaal ander gebied. Meestal doen we dat aan
het einde van het groeiseizoen begin september samen met de afdeling
Veendam. Een bijzonder geschikt doel is dan de zandige oevers van de
grote rivieren. Er spoelen allerlei zaden aan die pas in het voorjaar
na hoge waterstanden ontkiemen. En, u snapt het al, er kan voor
Nederland een totaal nieuwe soort tussen zitten! Voor ons uit het
verre noorden zijn vele plantensoorten in het rivierengebied niet
alledaags. Het is bijvoorbeeld een genoegen de vele soorten van het
geslacht Amaranthus te onderkennen en op naam te brengen. Amaranten
zijn in Groningen een zeldzaamheid en alleen het Papegaaienkruid (A.
retroflexus) is een bekende. Vooral in pas gezaaide grasvelden
kan de soort opkomen.
Wij
gaan meestal naar de Millingerwaard of naar de tegenover gelegen
Pannerdensche Kop aan de Waal. Dit jaar kozen we voor een nieuw
excursiegebied: de Gendtsche polder. Binnen de bedijking zijn de
graslanden vergraven om een natuurlijke ontwikkeling mogelijk te
maken. Het water heeft er vrij spel, zodat een dynamisch landschap
ontstaat; zand wordt weggespoeld en op andere plaatsen weer afgezet.
Zondag
17 september reden we eerst naar het Waalstrand bij Slijk-Ewijk, want
we zijn getipt dat daar een groepje bloeiende planten staat van een
bijzondere en schaarse soort. Tot onze verrassing bleek het niet de
voorspelde Goudbes (Physalis peruviana) te zijn, maar naar
onze mening een andere soort. Ondanks ijverig determineren lukt het
ons niet om de plant nu al op naam te brengen. We worden door een
lichte ontdekkingskoorts bevangen. Vele foto's worden gemaakt, de
soort werd gedetailleerd beschreven en de vindplaats met het Global
Position System (GPS) vastgelegd. In de komende tijd zullen we
diverse Flora's en zielsverwanten raadplegen.
Overigens
komen de klokvormig omhulde, eetbare, sappige, oranjegele bessen van
de Goudbes u wellicht bekend voor als garnering bij nagerechten
(ijs). De bessen van de verwante Lampionplant (Physalis alkekengi)
zijn niet eetbaar. H Als
derde en laatste excursiedoel hadden we gekozen voor het gebied ten
westen van de steenfafriek in de Gendtsche polder. We kwamen ogen
tekort op de oevers van het binnenmeer en de rivierstranden van de
Waal en dat in het majestueuze rivierlandschap om ons heen.
Alsemambrosia
(Ambrosia artemisiifolia) uit:
Illustrations of Alien Plants of the British Isles, uitgave Botanical
Society 2005 Behalve
de reeds genoemde amaranten, konden we ons hart ophalen aan de
ganzenvoeten (Chenopodium), tandzaden (Bidens),
liefdegrassen (Eragrostis) en warkruiden (Cuscuta) .
Rest mij nog als bijzondere voornamelijk eenjarige pioniersoorten van
zandige oevers te noemen: Riviertandzaad (Bidens radiata),
Amerikaans perzikkruid (Persicaria pensylvanica), Veldwarkruid
(Cuscuta campestris), Rechte alsem (Artemisia biennis),
Alsemambrosia (Ambrosia artemisiifolia), Riempjes (Corrigiola
litoralis) en Welriekende ganzenvoet (Chenopodium
ambrosioides). De laatste soort heeft een citroengeur en is
bekend als Mexicaanse thee.
We hebben zeer genoten van een uitbundige dag.
Bent u nieuwsgierig geworden? Loop volgend jaar eens een avond met ons mee en/of laat u uitnodigen voor een excursie van onze plantenwerkgroep.
Willem Stouthamer Bronnen Wanneer
de naam Jacobskruiskruid (Jacobaea vulgaris) genoemd wordt,
dan weet bijna iedereen dat het voornamelijk een plantensoort is van
open, droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, doorgaans zandige
grond. Vooral in de zandige binnenduinen langs de kust is deze soort
algemeen.
De
laatste tientallen jaren is deze gele composiet ook in het binnenland
veel algemener geworden. Vooral in het rivierengebied.
Natuurbeheerders vermoeden dat het biologisch beheer van wegbermen en
graslanden de oorzaak is. Ook vond er op uitgebreide schaal uitzaai
plaats via bermmengsels. In dit verband mag de naam van de onlangs
overleden prof. dr. Piet Zonderwijk niet onvermeld blijven. Hij was
de grote voorvechter van grasland(berm)beheer op ecologische
grondslag. Wellicht speelt ook de algehele opwarming een rol. Immers,
Jacobskruiskruid kwam vroeger voornamelijk langs de kust met het ook
's winters zonnige en milde klimaat, voor. Ook overbegrazing zou
een rol kunnen spelen omdat daardoor open plaatsen in de grasmat
ontstaan.
De
soort is primair tweejarig: in het voorjaar vindt kieming van de
nootjes (achenen) plaats waarna de uitgegroeide rozetten de volgende
winter nodig hebben om in het tweede jaar te kunnen bloeien. Na
vernalisatie (koude-behandeling tussen 0-10o C) van de
rozetten vindt van juni tot oktober de bloei plaats. De sterk
vertakte, taaie stengel kan een lengte van 90 cm bereiken en draagt
de bloemhoofdjes in schermvormige pluimen. Ieder schuin omhooggericht
bloemhoofdje bevat tot 70 lint- en buisbloemen. Één
individu kan wel 10.000 nootjes voortbrengen. Na de bloei sterven de
individuen af. Wordt de bloei door vroeg maaien voorkomen, dan worden
de individuen kort-overblijvend.
Van
tijd tot tijd wordt aan deze kruiskruidsoort in de media aandacht
besteed want koeien en paarden kunnen lijden aan een ernstige
leverkwaal na het regelmatig eten van deze plantensoort. Soms
overlijden deze zoogdieren aan acute vergiftiging wanneer het dieet
dagenlang voornamelijk uit dit kruiskruid bestaat. Vers of gedroogd
maakt geen verschil. Vooral paarden zijn het slachtoffer. De
leverziekte werd voor het eerst waargenomen in 1906 in het Canadese
plaatsje Pictou (Novo Scotia) nadat dit kruiskruid in 1852 vanuit
Schotland was geïntroduceerd. Op
1 augustus 2006 werd medegedeeld dat het waterschap Rivierenland
begint met onderzoek naar de effectieve bestrijding van dit
kruiskruid. Het voorgenomen onderzoek zal slechts twee jaar duren
omdat het een tweejarig soort is. Wat een onzinnig argument. Alsof in
twee jaar tijd voldoende ecologisch inzicht verworven kan worden. Ook
sommige provinciale overheden willen de bestrijding aanpakken door
resten van afgemaaide individuen handmatig uit het veevoer te
verwijderen. Wat een monnikenwerk met weinig ecologisch (langdurig)
effect.
Jacobskruiskruid
bevat giftige stoffen -alkaloïden- voor dier en mens. Het totale
gehalte aan alkaloïden kan wel 0,5% van het drooggewicht
bedragen. In sommige delen van de wereld treedt de ziekte onder
mensen op en staat bekend als seneciosis. In koeienmelk en in honing
kunnen alkaloïden worden aangetoond wanneer koeien dit
kruiskruid hebben gegeten en bijen kruiskruidnectar hebben verzameld.
De alkaloïden zijn als zodanig niet schadelijk maar door
chemische reacties in de lever ontstaan verbindingen die wèl
toxisch zijn. Overigens zijn niet alle zoogdieren er gevoelig voor.
Konijnen, schapen en geiten verdragen het kruiskruid. De herkauwende
schapen en geiten door ontgifting van de alkaloïden in de pens.
Ook de 'waarschuwende' geel-zwart gebandeerde monofage
zebrarupsen, de larven van de markante rood met zwarte Sint
Jacobsvlinder (Tyria jacobaeae) hebben geen last van
alkaloïden. Sterker, de opgenomen alkaloïden worden niet
afgebroken maar in het insectenlichaam opgeslagen om zich daarmee te
verdedigen tegen mogelijke predatoren. Zelfs de eieren van insecten
bevatten alkaloïden wat er op wijst dat de alkaloïden als
zodanig niet-toxisch zijn. D Uittrekken
en verwijderen van de planten wordt wel toegepast maar het is
onpractisch voor grote gebieden waar de soort veel voorkomt.
Bespuiting met herbiciden zoals 2,4-D en MCPA wordt wel aanbevolen.
Maar dat is niet-selectief. Eenmalige behandeling lijkt onvoldoende
omdat er regeneratie vanuit het resterende wortelstelsel kan
plaatsvinden. Met 2,4-D behandelde planten blijken ook nog hogere
gehalten aan water-oplosbare koolhydraten te bevatten waardoor ze als
voedsel voor dieren aantrekkelijk zijn. Daar tegenover staat dat de
gehalten aan alkaloïden ook verhoogd zijn na een bespuiting. Dus
niet spuiten. Maar wat dan wel? Gedacht moet worden aan biologische
regulatie met behulp van natuurlijke vijanden zoals bijv. met de
rupsen van de Sint Jacobsvlinder. Dat is uitgeprobeerd in
Noord-Californië door de Sint Jacobsvlinder in 1959 uit
Frankrijk te importeren. De rupsen richtten enige schade aan. Veel
effectiever bleek de in drie westelijke kuststaten van de Verenigde
Staten in 1969 uit Italië ingevoerde aardvlo Longitaris
jacobaeae (2 tot 4 mm). De volwassen dieren voeden zich met
bladeren en de larven met wortels. In combinatie zorgt de omvangrijke
vraat ervoor dat de planten aanmerkelijk verzwakt worden en door een
tekort aan opgeslagen reservekoolhydraten het in de winter en
voorjaar moeilijk krijgen. Vervolgens zorgt concurrentie met andere
plantensoorten waaronder grassen ervoor dat de populatiedichtheid van
het Jacobskruiskruid sterk wordt verkleind. Aldus werd in Oregon de
schade aan het vee met 99% teruggedrongen. De mate van deze
biologische controle blijkt af te hangen van het klimaat. Onder
relatief koude omstandigheden is het resultaat beduidend gunstiger
omdat de herstelperiode na vraat dan tekort is.
Vormt
Jacobskruiskruid eigenlijk wel een groot geel gevaar? Wordt deze
soort niet vaak verward met een geel zusje: het van origine uit
Zuid-Afrika afkomstige Bezemkruiskruid (Senecio inaequidens)
die sinds de Tweede Wereld oorlog Nederland vanuit België
(Eijsden) heeft veroverd door met de trein op stap te gaan? Van deze
soort zijn geen vergiftigingen opgetekend. Dat laatste geldt evenzeer
voor het sterk gelijkende Viltig kruiskruid (Jacobaea erucifolia)
dat evenwel vooral op (zware) klei voorkomt. We moeten oppassen niet
in dezelfde valkuil te lopen zoals destijds met provinciale
distelverordeningen. Alle distels en op distels gelijkende
plantensoorten moesten om economische redenen met alle mogelijke
middelen worden bestreden. Door toegenomen ecologisch inzicht is de
onzinnigheid van dergelijke verordeningen vastgesteld. Bronnen Hajek,
A. (2004). Natural enemies. An introduction
to biological control. Cambr. Univ. Press, Cambridge. 378 pp.
McEvoy,
P.B. , Rudd, N.T., Sox, C.S & Huso,M. (1993). Disturbance,
competition and herbivory effects on Ragwort (Senecio jacobaea)
populations. Ecological Monographs 63 (1): 55-75. McEvoy,
P.B. & Coombs, E.M. ( 1999). Biological control of plant
invaders: regional patterns, field experiments and structured
population models. Ecological Applications 9(2):
387-401 Meijden,
E. van der (1974). Zebrarupsen en Jacobskruiskruid. In
Croin Michielsen, N., red. Meijendel. Duin-water-leven:
95-108. W. van Hoeve B.V., Den Haag/Baarn. 271 pp. Meijden,
R. van der (2005). Heukel's Flora van Nederland. 23 ed.
Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. 685 pp.
NRC
Handelsblad. 1 augustus 2006 Speight,
M.R., Hunter, M.D. & Watt, A.D. (1999). Ecology of
insects. Concept and applications.
Blackwell Science, Oxford. 350 pp.
Either via email or
the weblog.
Thanks for reading.
Graag opgeven!
Om te weten op hoeveel deelnemers we moeten rekenen, hierbij het verzoek om
je op te geven bij de WFD!
3 februari
Botanische Dag:
"Passie voor wilde planten"
Plaats: Zalencentrum De Twee Marken in Maarn (vlakbij NS-station).
Tijd: zaal open 10.30 - 16.00 uur.
Entree inclusief 2 consumpties: €5,- (KNNV'ers €4,-)
Lunch is ter plekke verkrijgbaar.
De CCFV hoopt op veel belangstellenden van binnen en buiten de KNNV. Noteer
de datum alvast in uw agenda! Op de website www.knnv.nl/ccfv
kunt u binnenkort het hele programma inzien en de routebeschrijving downloaden.
Plantenwerkgroepen in Groningen
KNNV PWG Groningen 2007
Verzamellocaties KNNV PWG Groningen
APRIL 2007
12 HAREN Floron 1e keer
MEI 2007
3 HAREN Floron 2e keer
JUNI 2007
7 EZINGE Floron 3e keer
JULI
5 LEEK WFD 4e keer
AUGUSTUS 2007
2 HAREN Floron 6e keer
SEPTEMBER 2007
Zondag 16 sept. excursie Millingerwaard excursie
FLORON HAREN
Verzamelen in Haren Parkeerplaats achter het benzinestation aan de weg Paterswolde - Haren
vlakbij/oostzijde afslag 38 van de autoweg Groningen - Assen.
FLORON EZINGE
Verzamelen in Ezing op het pleintje rechts vd brug voor het cafe
WFD FLORON LEEK
Verzamelen in Leek, carpool bij op-/afritten A7 (onder het viadukt door, direct linksaf)
RESULTATEN 2006
(vet rood gedrukt is door Floron geselecteerd km-hok)
km-hok, reeds bekend,nieuw voor hok, 'omschrijving km-hok'
FLORON
235 X 578 211 236 Esserbegraafplaats
1403 totaal (9 streeplijsten)
WFD Werkgroep Florameetnet Drenthe
diagonaal uurhok 230X575
233 X 572 225 266 Eelde
235 X 572 253 214 Hooghullen
2065 totaal (9 streeplijsten)
Natuurmonumenten
Kartering deel Peizermaden II, onze gegevens worden/zijn ingevoerd in het systeem van NM
NB
Enkele bijzondere waarnemingen in 2006
Akkerandoorn (Stachys arvensis), 237X574 Haren rand Hondsrug.
Enkele bijzondere waarnemingen in 2005


Totalen KNNV PWG afgelopen Jaren
Ter vergelijking de resultaten van voorgaande jaren zijn:
Jaartal Streeplijst Aantal soorten 2000 17 3083 2001 16 3282 2002 18 2665 2003 23 3457 2004 23 3187 2005 16 4318
en natuurlijk ook het deelproject kartering van de Peizermaden voor Natuurmonumenten
PlantenWerkGroep 2006
Floron District 2
2005
District 1
District 2
Streeplijst
34
21
Rodelijst formulieren
29
4
Detail formulieren
4
2
Losse waarnemingen
4
29
Waarnemingskaartjes
3
25
Excursieprogramma Floron 2006
Achter de Coendersborg ligt het gelijknamige Landgoed, waarvan het
Coendersbosch deel uit maakt. Een groot gedeelte van dit bos ligt
in kmhok 216.572. In het noordelijke gedeelte ligt het landgoed
'Steenhuis'.
Verzamelen om 9:30 op de parkeerplaats voor Coendersborg te Nuis.
Sellingen, verzamelen bij gemeenthuis in het Dorp.
8-10 sept Elegast Ubbergen
Onstwedde. Verzamelen bij de Juffertoren, parkeerplaats Hervormde
kerk bij Onstwedde of Terwupping.
Bij Uithuizen zijn twee km hokken geselecteerd, waarvan een de Menkemaborg
bevat.
Verzamelen om 9:30 op de parkeerplaats voor de Menkemaborg te Uithuizen.
PlantenWerkGroep 2005
Evenredig daaraan is de prestatie van 2004: 23 kilometer-hokken
zijn geïnventariseerd.
Per km-hok worden op een streeplijst de aangetroffen plantensoorten
genoteerd; het vinden van bijzondere plant vergt een aparte administratie.
18 km-hokken op de klei ten Noorden van de stad (Bedum en Winsum)
tbv. FLORON (Floristisch Onderzoek Nederland) en 5 km-hokken op
het zand in Noord-Drenthe (Roden en Altena) tbv. WFD (Werkgroep
Florakartering Drenthe). Bovendien eist de WFD het intekenen van
alle looproutes. In totaal zijn er 3205 soorten aangestreept; op
de klei 125 en op het zand 191 gemiddeld per lijst. Boven de stad
Groningen zijn vijf Rode lijst soorten gevonden: Paarse morgenster,
Kleine ratelaar, Veldgerst, Kamgras en het juweel Goudhaver. De
kop van Drenthe levert slechts één soort van de Rode
lijst op het Eenarig wollegras in het Bunnerveen; wel zijn er substantieel
meer aandachtsoorten vastgesteld.
Ter afsluiting van het veldseizoen zijn we begin september naar
de Millingerwaard geweest. Bijna traditiegetrouw want het is al
weer voor de tiende keer; ook deze keer samen met de plantenwerkgroep
van de afdeling Veendam. Het prachtige rivierenlandschap met zijn
fraaie luchten blijft boeien en elke keer vinden we toch weer wat
nieuws. Dit jaar was de vondst van Mantelanjers de klapper.
Onze werkgroep heeft zich extra ingezet voor Floron; 2004 is het
laatste jaar van het Witte Gebiedenplan. De bedoeling is een atlas
van Nederland uit te brengen met inventarisatiegegevens van planten
tot en met 2004. Eerdere meetpunten in 1950 en 1980 zijn gepresenteerd
in de Atlas van de Nederlandse Flora (3 delen).
Alle leden van de werkgroep worden reuze bedankt voor hun inspanning
om Groningen op de kaart te zetten! Speciaal wil ik Kees Boele bedanken
dat hij de leiding een flink aantal weken heeft overgenomen.
Vanaf begin april tot september komen we elke donderdagavond
samen om half zeven bij de cafetaria de 'Wachtkamer' Bedumerweg
Groningen en gaan dan het veld in tot de duisternis ons dwingt er
mee op te houden.
Verzamellocaties KNNV PWG in 2005
April
7 WFD 1
14 Floron 1
21 Peizermade (lijnen)
28 WFD 2
Mei
5    Hemelvaartsdag (geen inventarisatie)
12 Peizermade (lijnen)
19 Peizermade (lijnen)
236 X 575 Wolddeelen/Sassenhein (330 srt)
8.00 uur parkeerplaats theehuis Sassenhein
OF
uurhok 235 X 575 (Haren)
26 Floron 2 Juni
2 Peizermade (vlakken/vóór maaien 15 juni)
9 Peizermade (vlakken/vóór maaien 15 juni)
16 WFD 3
23 Peizermade (vlakken/vóór maaien 1 juli)
30 Peizermade (vlakken/vóór maaien 1 juli)
Juli
7 Floron 3
14 Peizermade
21 Peizermade
28 WFD 4
Augustus
4 Floron 4
11 Peizermade
18 WFD 5
25 Floron 5
Zondag 25 sept. excursie Millingerwaard (meerijders €
10)
verzamelen. 8.00 uur Groningen Ikea/achter benzinestation
Afmelden:
Willem
K.N.N.V. afdeling Groningen PlantenWerkGroep
Aandachtsgebieden in 2005
Gebied 1: FLORON Zuidwolde
Verzamelen bij het Zuidwolde café Vaatstra
(bij de gestremde brug Boterdiep)
223 X 593    95      Saaxumerpolder/Reitdiep   
39
228 X 592 119    Reitdiep/Oude diepje    26/27
231 X 592 83      Huize Tilburg    27
233 X 592 119     Oude Ae/St. Nicolaasmaar   
27
225 X 594 Schouwerzijl
Gebied 2: WFD FLORA meetnet Eelde-Peize-Roderwolde
kaart 12A
225 X 579    Oostwold    1
226 X 578    Rietboor/Polder Matsloot-Roderwolde   2
227 X 577    Hooiweg    2
228 X 576    De Waalborg/Peizerdiep   2
229 X 575    Peizerwold    2
231 X 573    Middelhorst/Snegelstukken    2
232 X 572    Westerstukken      2
233 X 571    Borgstukken    8
234 X 570    Vliegveld Eelde    8
En de derde Opdrachtgever: Gebied 3: Flora kartering Peizermaden (NM)
Van de PlantenWerkGroep
Vloeivelden van de Suikerunie
n
de afgelopen jaren hebben we ons dan ook toegelegd op de stad en is
een gebied van circa 64 km2 systematisch onderzocht.
Natuurlijk zijn er altijd gebieden die niet openbaar toegankelijk
zijn. Dit geldt ook voor de vloeivelden van de Suiker Unie. Over de
hier aanwezige plantengroei was niets bekend. Deze zogenaamde 'witte
gebieden' hebben een grote aantrekkingskracht op ons floristen:
deze moeten worden verkend!
at
soortenrijker waren de bermen van de wegen rondom de vloeivelden. Dit
geldt vooral voor het gebied langs het Hoendiep. Hier troffen we ook
Kamgras aan. Dit gras gaat in Nederland zo sterk achteruit dat het in
2000 op de Rode lijst van bedreigde planten is terechtgekomen. In
Groningen is het een soort die we gelukkig nog vrij regelmatig
tegenkomen. Vooral op de dijken langs het Reitdiep en in de door het
Groninger landschap beheerde weilanden ten noorden van de stad staat
het plaatselijk nog veel. Dit gras was vroeger zo algemeen dat het in
nagenoeg elk weiland rondom de stad te vinden moet zijn geweest. Deze
voorheen soortenrijke weilanden, met een pracht aan Boterbloemen en
Pinksterbloemen in het voorjaar, zijn tegenwoordig vooral het domein
van Engels raaigras.
De Plantenwerkgroep op pad
et
tweede excursiegebied was de oostenlijker geleden Oosterhoutsche
uiterwaarden. We maakten de tussenstop om de massaal voorkomende
éénjarige Spiesleeuwen-bek (Kickxia elatine) te
bewonderen. Op de kale dijkglooiingen van het binnen-water komen
grote aantallen in dichte bezetting voor. Tussen de spiesvormige
bladen zitten de wondermooie bloemen, welke inclusief de spies een
centimeter groot De bloemkroon is lichtgeel, de onderlip donker
citroengeel en de bovenlip paarsrood! Wel even wennen dat volgens de
nieuwe Heukels (2005) het geen helmkruid meer is, maar een lid van de
weegbreefamilie.
Meijden, R. van der. 2005. Heukels' Flora van Nederland. 23ste editie. Uitgever: Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten
Het Gele Gevaar: Jacobskruiskruid
Dick M. Pegtel
e
dichtheid aan rupsen blijkt nauw samen te hangen met het aantal
rozetten van het kruiskruid. De rupsen vreten de individuen geheel
kaal. Opmerkelijk is dat Jacobskruiskruid zich doorgaans goed weet te
herstellen van zo'n vraatpartij. De opmerkelijke uitdossing van de
zebrarupsen weerhoudt insectivore vogels ervan ze te eten. Toch
worden de zebrarupsen gegeten door oorwormen en mieren, en
geparasiteerd door de uit de geïnjecteerde eieren ontwikkelde
larven van sluipwespen.
Comments always welcomed
Colofon
- Aan deze webpagina werkten mee:
- Willem Stouthamer
- Anneke Nieuwenhuijs
- Andre Hospers
- en veel waarnemers
- Nieuwsbrief 08 2001 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 09 2002 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 10 2003 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 11 2004 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 12 2005 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 13 2006 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 14 2007 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 15 2008 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 16 2009 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 17 2010 (pdf) (html)
FLORON is betrokken bij de wilde flora
FLORON betekend Floristisch Onderzoek Nederland. Het verzamelen van gegevens over wilde planten is leuk en zinvol. Floristen verzamelen dan ook in hun vrije tijd meer dan de helft van alle beschikbare floragegevens. Deze zijn van groot belang voor beherende instanties, overheden en onderzoekers. FLORON stelt zich ten doel het floristisch veldonderzoek op nationaal niveau te organiseren, te stimuleren en te coordineren. Er zijn landelijk honderden vrijwilligers in FLORON-verband actief. In Groningen zijn dit er enige tientallen. Het Landelijk Bureau in Leiden zorgt voor begeleiding en methodische ondersteuning van floristen en voor controle en opslag van gegevens in de landelijke floradatbank FLORBASE. De gegevens uit de databank staan, samen met de bijbehorende expertise, ter beschikking voor wetenschappelijke onderzoek en onderzoek ten dienste van de bescherming van flora, vegetatie en milieu. Bij FLORON kunt u terecht voor inventarisaties, monitoring, het ontwerpen van meetnetten en natuurlijk voor gegevensaanvragen en analyses met behulp van FLORBASE-gegevens.
Lange traditieAlhoewel FLORON nog niet zo lang bestaat wordt al langer systematisch gegevens over de wilde flora verzameld en vastgelegd. Al vanaf het begin van deze eeuw wordt er "gehokt" in Nederland. Per uurhok of kilometerhok hielden floristen op streeplijsten bij welke plantensoorten er voorkwamen. Al deze oude gegevens zijn aanwezig bij het Rijksherbarium in Leiden. Ze vormen een belangrijke referentie voor het huidige natuurbeleid en -beheer.
Wilde planten kijken in kreek of op de dijk
De districten D1 en D2 vormen globaal de provincie Groningen. Jaarlijks inventariseren ongeveer 50 vrijwilligers diverse gebieden in de stad en op het platteland op de wilde flora. De gegevens gaan naar de centrale databank in Leiden.
In Groningen is altijd plaats voor nieuwe vrijwilligers. Ben je geinteresseerd in wilde planten en vind je het leuk om ze op naam te brengen dan kun je meedoen. Kennis van de Nederlandse flora is gewenst, maar enthousiasme is belangrijker. Je kunt ook mee met excursies of samen met ervaren floristen inventariseren. Het gaat niet om wat je niet weet maar om dat je opschrijft wat je wel weet. De kennis komt vanzelf.
Naast inventarisaties zijn er lezingen, determinatiecursussen, een nieuwsbrief met wetenswaardigheden (zie ook deze website), groepen die samen op pad gaan en bijzondere excursies naar mooie gebieden. Ook landelijk is er van alles te beleven.
Wil je meer weten, blader dan door deze website of neem contact op met de coördinator van
Groningen-Oost (D1): Anneke Nieuwenhuijs, Kastanjelaan 91, 9674 BC Winschoten tel. 0597 414973,
Groningen-Oost (D2): Willem Stouthamer, Meidoornlaan 43, 9756 BN Glimmen,
Floron bestaat sinds 1989. Sindsdien zijn in Groningen vele honderdduizenden waarnemingen gedaan en door het hele land miljoenen - In 2006 is de tien miljoenste waarneming doorgegeven- , die door Floron zijn verwerkt. De verzamelde gegevens vormen niet alleen een moment-opname van de Nederlandse flora. Zij maken het mogelijk de veranderingen daarin te ontdekken. Vele soorten worden steeds zeldzamer en andere lijken zich uit te breiden. De gegevens zijn van belang voor het beheer en de bescherming van planten. Klik op www.floron.nl voor meer informatie.
- NIEUWSBRIEVEN GRONINGEN
- Nieuwsbrief 08 2001 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 09 2002 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 10 2003 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 11 2004 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 12 2005 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 13 2006 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 14 2007 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 15 2008 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 16 2009 (pdf) (html)
- Nieuwsbrief 17 2010 (pdf) (html)
CCFV Contactblad 'De Spurrie'
| Maand | Nummer | Size |
Augustus 2007 |
Nr. 009 | 362 kB |
Januari 2007 |
Nr. 008 | 362 kB |
September 2006 |
Nr. 007 | 343 kB |
Januari 2006 |
Nr. 006 | 934 kB |
Augustus 2005 |
Nr. 005 | 356 kB |
Januari 2005 |
Nr. 004 | 497 kB |
Augustus 2004 |
Nr. 003 | 912 kB |
Januari 2004 |
Nr. 002 | 1.116 kB |
Juli 2003 |
Nr. 001 | 149 kB |
Plantengeografisch District
Een Floradistrict, ook wel Plantengeografisch District is een door botanici in Nederland onderscheiden district met een duidelijk herkenbare samenstelling van plantensoorten, die aan dat district gebonden is. Nederland is volgens de huidige indeling verdeeld in 15 floradistricten. Op grond van de onderlinge overeenkomsten tussen de verspreidingspatronen van de verschillende plantensoorten werden al omstreeks 1930 door de Nederlandse bioloog J.L.van Soest floradistricten onderscheiden. In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw werd de indeling verder geperfectioneerd. In 1996 zijn nogmaals twee floradistricten toegevoegd, namelijk het Urbaan district en het floradistrict IJsselmeerpolders.
De FLORON-districten Groningen D1 en D2 liggen in slechts twee floradistricten: Het Haf (H), en het Drents (Dr) district (Van der Meijden 1996). Verder is slechts beperkt het Urbane gebied van Groningen aanwezig die locaal bij de Floristen wel de nodige aandacht heeft gekregen. Het Haf district geeft het gedeelte van Nederland weer wat globaal ongeveer onder de zeespiegel is. Het ligt in het Noorden van zowel D1 (Groningen-Oost)als D2 (Groningen-West). Het Hafdistrict omvat naast zeeklei(N) gebieden ook de laagveenstreken (L) en in Zuid Nederland Estuaria (E). Alleen in Zuid Holland/Zeeland zijn overeenkomsten tussen deze gronden, in Groningen is duidelijk verschil en is slechts sprake van een Zeekleigebied. Het verschil is vooral in negatieve zin, omdat in dit Plantengeografisch District vaak maar weinig plantensoorten groeien. Voorbeelden zijn het Doornzaad, Veldgerst en een kleine klaver. In het Zuiden begint het Drents district. Dit district kent een grotere diversiteit aan planten.
De Regio's van Groningen
Kortgezegd bestaan de regio's Oldambt, Fivelingo, Hogeland en Middag-Humsterland uit zware zeeklei en lichte zavel. De regio's Westerwolde, Veenkoloniꬠen Gorecht bestaan uit zand. De regio´s Lageland en Zuidelijk Westerkwartier (ZWK), tot slot, bestaan uit de overgang van het hoger gelegen zand in het zuiden naar het lager gelegen klei in het noorden. Hier heeft veel laagveenvorming plaats gevonden. In met name het ZWK bestaat op korte afstand veel variatie in hoog-laag en zand-veen-klei.
In combinatie met de bodemsamenstelling verklaren milieufactoren als stroming, zout, zuurgraad en voedselrijkdom het voorkomen en de verspreiding van libellensoorten.
In Gorecht en Westerwolde stromen vanuit Drenthe de beken Drentse Aa, en Ruiten Aa Groningen binnen. Langs beide beken komen grote populaties voor van de Weidebeekjuffer en Blauwe Breedscheenjuffer. De bouw van rioolzuiveringsinstallaties, de aankoop van gronden in de beekdalen en een gewijzigd beheer hebben op beide soorten een positieve invloed. Er is een duidelijk verschil merkbaar met twintig jaar geleden toen ze beperkt waren tot de 'mooie' delen van het beekdal. Tot boven de stad Groningen plant de Weidebeekjuffer zich nu voort, terwijl hier in het Reitdiep toch al een zoutwater invloed merkbaar is. Tot de afsluiting van de Lauwersmeer in 1969 was via het Reitdiep vrije scheepvaart mogelijk vanuit de stad naar de Waddenzee. Veertig jaar later is de invloed van brak water nog altijd aanwezig.
In het laagveengebied van het Lageland stroomt de Slochter Ae. Nabij Woudbloem is deze omgeleid en gekanaliseerd. In het afgesloten deel kwam nog Krabbenscheer voor. Door afwezigheid van stroming en scheepvaart heeft de plant zich kunnen vermenigvuldigen. In deze laagveengebieden komen naast Groot Blaasjeskruid, Kransaarvederkruid en Krabbescheer ook Vroege glazenmaker, Glassnijder en Gevlekte witsnuitlibel voor. Afhankelijk van de mate en samenstelling van het kwelwater kan een zeer gevarieerde libellenfauna aanwezig zijn. Een goed voorbeeld hiervan is de Baggerputten bij Slochteren.
In de dekzandafzettingen van het Zuidelijk Westerkwartier en in Appelbergen, Smeerling en Sellingen zijn direct na de ijstijd vele laagtes uitgestoven. Hierin heeft zich eerst laagveen en later hoogveen gevormd. Vanaf 1700 is dit hoogveen stelselmatig ontgonnen. Afgezien van enkele plaatselijke restanten is van het hoogveen niets meer over. Wat resteert zijn dobben met een voedselarme waterkwaliteit. In de geisoleerde watertjes met veenmos komt onder zure omstandigheden de Venglazenmaker, Koraaljuffer en Venwitsnuitlibel voor.
In het noordelijk kleigebied komen de gebruikelijke soorten voor als Fijn Hoornblad, Muizenstaartje en Paarse Morgenster. Toch kunnen hier ook onverwachts populaties voorkomen van de Grote Ratelaar. Door opspuiten van zand in het Eemshavengebied is hier een apart milieu ontstaan dat afwijkt van het omgevende kleigebied. Op dezelfde manier wijkt ook het Lauwersmeer af met soorten als Honingorchis, Lepelblad, Draadklaver en Goudknopje. Alleen is dit op een natuurlijke wijze ontstaan door opslibbing en afzetting van zand.
Bas vd W Eerder verschenen in de landelijke libellennieuwsbrief 2007
Status.
- inheems: de soort is door natuurlijke areaaluitbreiding in Nederland terechtgekomen en handhaaft zich tenminste twee generaties in Nederland. Hieronder vallen ook regelmatig terugkerende wintergasten en doortrekkers die zich niet in Nederland voortplanten.
- dwaalgast: op indivduele basis komen exemplaren zonder menselijke hulp in Nederland terecht en incidenteel kan voortplanting plaatsvinden. Zonder "nieuw binnenkomende" exemplaren handhaaft de soort zich niet in Nederland.
- exoot: door menselijk toedoen in Nederland terechtgekomen soort. Deze term is niet specifiek genoeg om te gebruiken bij individuele soorten. (De "alien species" uit de biodiversiteitsconventie) .
- ingeburgerde exoot: door menselijk toedoen in Nedeland terecht gekomen voor 1492 en handhaaft zich zonder hulp van mensen (de "archeofiet" van de botanisten)
- invasieve exoot: door menselijk toedoen in Nederland terecht gekomen na 1492 en handhaaft zich tenminste 2 generaties zonder hulp van mensen. (Vrijwel de "Invasive Alien Species" uit de biodiversiteitsconventie). Volgens wikipedia: Een exoot die zich massaal verbreidt in zijn nieuwe omgeving en een bedreiging vormt voor de biodiversiteit.
- escape/release: door menselijk toedoen in Nederland terechtgekomen maar handhaaft zich niet zonder menselijke hulp. Incidenteel plant de soort zich wel voort in Nederland maar zonder nieuwe uitzettingen/aanplant/ontsnappingen zou de soort uit Nederland verdwijnen.
- gehouden dieren: dieren die achter een omheining worden gehouden en die individueel geregistreerd/gemerkt worden (o.a. de meeste graasrunderen, paarden en schapen). Ook de dieren die duidelijk een eigenaar hebben (ganzen en kippen bij een boerderij, bijvoorbeeld). (de "gehouden dieren" uit de gezondheids en welzijnswet voor dieren).
- aangeplante planten: planten die als individu op een bepaalde plaats zijn geplant dan wel zijn ingezaaid. Ook opgeslagen graanplanten langs de wegrand vallen hieronder.
- herintroductie: oorspronkelijk inheemse soort die was verdwenen uit Nederland en door mensen is teruggebracht.
- archeofyt: Voor 1500 in Nederland ingeburgerd, oude cultuurplant, vaak akkerplanten
- neofyt: Na 1500, soorten die na het contact van de Oude met de Nieuwe wereld op doken in Nederland.
- stinsenplanten: Nxzijn planten die vrijwel uitsluitend voorkomen bij buitenplaatsen, kerkhoven, stadswallen, sloten en pastorietuinen. Vaak zijn dit planten die ingevoerd zijn vanuit Midden- en Zuid Europa.



















