De Floristische districten D1 en D2

FLORON Groningen



              Welkom in het Hoge Noorden

Brak waterplanten moeten nog aanwezig zijn in het Reitdiep maar we vinden Groot Kroosvaren bij het Reitdiep

Muurvaren in Wetsingerzijl, dit is het sluitstuk van de Sauwerdermaar voordat deze maar uitstroomt in het Reitdiep

Muurvaren bij de oorspronkelijke loop van het Reitdiep, thans Oude diepje genaamd, en dit is nog duidelijk in het landschap zichtbaar.

Moerasmelkdistel Sonchus Floron Reitdiep Wetsinge excursie

Moerasmelkdistel Sonchus Floron Reitdiep Wetsinge excursie

Moerasmelkdistel Sonchus Floron Reitdiep Wetsinge excursie

Moerasmelkdistel Sonchus Floron Reitdiep Wetsinge excursie

Windepijlstaart vrouwtje Foto Bonnie

Parelvederkruid Foto Bonnie

Foto van de diepenring



Foto 3. Vijgenboom op kademuur aan de Noorderhaven (Foto: Roel Douwes)

Foto noordkant diepenring met de spilsluizen en graansilo's

Foto 1. Tongvaren en Muurvaren op kademuur bij de Spilsluizen (Foto: Bep de Haas)

Noordelijkste vijgenboom (Ficus) van Nederland

Opnamen OOG TV mossen en muurplanten van de diepenring

Opnamen OOG TV mossen en muurplanten van de diepenring

Opnamen OOG TV mossen en muurplanten van de diepenring

Plantenexcursie aan de zuid west kant van Groningen

Extra uitleg voor de verschillende planten

Een FLORON hok wordt gekarteerd Foto Edwin Dijkhuis

Een grote groeiplaats van IJzerhard - Verbena

Betonnen oprit naar de kolen

Euroborg kent een zeer dynamische en leuke Flora Ijzerhard Verbena

In de winter zaten duizenden chinese wolhandkrabben bij de zeeftrommels van het koelwater van dit koelwaterkanaal

Opslag aarde was een paar weken later al verdwenen

Dit kanaal voerde het koelwater af van de centrale

Euroborg Hartbladige els wordt steeds vaker in de stad waargenomen - Foto Edwin Dijkhuis

Een paar maanden later was deze aarde opslagplaats al weg

Dwergkroos Foto Edwin Dijkhuis

Wegedoorn komt weinig in de stad voor - Foto Edwin Dijkhuis

Floron-agenda


AAN DE SLAG IN 2009

District 1 Oost Groningen (A. M. Nieuwenhuijs)

Zaterdag 4 juli 2009, Vriescheloo

Twee selectiehokken in het veengebied ten oosten van Vriescheloo

273X566 Loosterveen

273X567 't Steenen paard

Verzamelen om 9.30 uur parkeerplaats station Winschoten.

Zaterdag 8 augustus 2009, Sellingen

Twee selectiehokken

271X552 camping, bos, ook een stukje ven.

273X551 stukjes bos, verder bouw- en weiland.

Verzamelen om 9.30 uur parkeerplaats naast gemeentehuis Sellingen.

District 2 West Groningen (W. J. Stouthamer)

Zaterdag 6 juni 2009, Usquert

Wederom 2 door Floron geselecteerde km-hokken 236X602 Usquert

237X603 Lutjebosch/Boumaheerd, landbouwgebied

Verzamelen om 9.30 uur station Usquert

Zaterdag 1 augustus 2009, Lauwersmeer

In het oostelijk deel van de Lauwersmeer, militair oefenterrein, liggen enkele geselecteerde km-hokken.

Verzamelen om 9.30 uur parkeerstrook langs de Strandweg t/o de Willem Lodewijk van Nassaukazerne (213X597)


Verzamellocaties KNNV PWG in 2008

KNNV PWG start de inventarisatie op donderdagavond 3 april 2008 en alle avonden beginnen om 18.30 uur
In Groningen wordt eerst verzameld op een Algemeen Verzamelpunt: De parkeerplaats (gedeeltelijk onder de ringweg) aan de Peizerweg t/o meubelboulevard VESTA tegen de spoorwegovergang.
Mochten mensen direct naar de te inventariseren locatie willen rijden, voor een aantal locaties wordt ter plaatse ook nog verzameld. Dit gebeurt een kwartier later, om 18:45:

  1. Locatie Winsum: Alternatief verzamelpunt : Winsum, parkeerterrein van het zwembad
  2. Locatie Roden :Brink parkeerplaats naast Herv. kerk en t/o cafe Onder de Linden

 

Verzamelpunten KNNV PWG
april 2008

3 Groningen-Stad Floron         1e keer
10 Winsum     Floron         1e keer
17 Roden         WFD         1ekeer
24 Groningen-Stad Floron         2ekeer

mei 2008
1 Hemelvaartsdag (geen inventarisatie)
8 Winsum     Floron         2ekeer
15 Roden         WFD         2ekeer
22 Groningen-Stad Floron         3ekeer
29 Winsum     Floron         3ekeer

juni 2008
5 Roden         WFD         3ekeer
12 Groningen-Stad Floron         4ekeer
19 Winsum     Floron         4ekeer
26 Roden         WFD         4e keer

juli 2008
3 Groningen-Stad Floron         5e keer
10 Winsum     Floron         5ekeer
17 Roden         WFD         5ekeer
24 Groningen-Stad Floron 6ekeer
31 Winsum     Floron 6ekeer

augustus 2008
7 Roden         WFD 6ekeer
14 reserve/nader te bepalen
21 reserve/nader te bepalen
28 reserve/nader te bepalen

Afmelden:
Willem Stouthamer, Meidoornlaan 43, 9756 BN Glimmen
Tel. 050 3143841 of Email: stouthamer.wjATinter.nl.net

Te bezoeken hokken per Locatie in 2008

1. Doel: Groningen-Stad tbv Floron

Verzamelpunt : Groningen, parkeerplaats (gedeeltelijk onder de ringweg) bij spoorwegovergang Peizerweg en t/o Vesta

kaart 7D

230 X 582 De Held

231 X 583   Vinkhuizen / Paddepoel

234 X 582   UMCG

234 X 583   Korrewegwijk (oost)

234 X 584   De Hunze

2. Doel: Garnwerd tbv. FLORON

Alternatief verzamelpunt : Winsum , parkeerterrein van het zwembad (links na bloemenzaak; v�het voetgangersstoplicht,
richtingsbordjes: waterrecreatie `Marenland` en sportpark `Schilligeham`)

kaart 7A

225 X 594  Schouwerzijl

226 X 594  Schaphalsterzijl

227 X 592   Zijlsterhoeve

227 X 593   Hunzebocht

228 X 591  Garnwerd

3. Doel: Roden tbv. WFD (Florameetnet Drenthe)

Alternatief verzamelpunt : Roden, Brink parkeerplaats naast Herv. kerk en t/o cafe Onder de Linden (vanaf Groningen naar Roden, rotonde bij ALDI linksaf richting Roderesch/Norg)

kaart 12A UUR-hok 220 X 570

220 X 574 Diepwal / Leek

221 X 573 De Kaap

222 X 572 Nieuw Roden

223 X 571 De Hullen / Roden

224 X 570 Roderesch


2007

Excursieprogramma FLORON Groningen

9 juni 2007 -zaterdag- (D1)

Bij Ter Apel liggen verscheidene selectiehokken, die dit jaar bij voorkeur onderzocht moeten worden. Er staan er 3 op het programma; alle drie afwisselende en waarschijnlijk interessante hokken.

266X547 Ter Apelkanaal, kanaal en oude tramdijk, 268X545 Ter Apel, oud en jong bos, woonwijk en ook een stukje tramdijk,

270X544 Ter Apelersluis, kanaal, bos.

Verzamelen om 9.30 uur parkeerplaats bij het Boshuis in Ter Apel (bij het Klooster).

20 juni 2007 -woensdag- (D1)

Ter afwisseling eens een avondexcursie om te zien hoe dat uitpakt. In 2006 bleken er op het industrieterrein Rensel in Winschoten veel bijzondere planten te staan, zoals bijvoorbeeld Gevlekte scheerling, Kaal breukkruid, Papegaaienkruid, Klein liefdegras en nog veel meer. De bedoeling van de excursie is niet zoveel mogelijk soorten op een lijst aan te strepen, maar zoveel mogelijk leuke planten te leren kennen, ontspannen botaniseren dus.

Verzamelen om 18.30 uur parkeerplaats station Winschoten.

21 juli 2007 -zaterdag- (D2)

Wetsingerzijl is het sluitstuk van de Sauwerdermaar voordat deze maar uitstroomt in het Reitdiep. Deze zijl was ooit nodig om eb en vloed op te vangen. Vanaf deze plek is het Reitdiep een groot deel recht getrokken voor de scheepvaart. De oorspronkelijke loop, thans Oude diepje genaamd, is nog duidelijk in het landschap zichtbaar. Brak waterplanten moeten daar aanwezig zijn en op de dijken van het Reitdiep staat Kamgras, Veldgerst en misschien nog Kattendoorn? Verzamelen om 9.30 uur café Hamming te Garnwerd.

18 augustus 2007 -zaterdag- (D2)

Achter de zeedijk in de Bocht van Watum, onderdeel van de Eems, ligt Hoog Watum. In het bijzonder inspecteren we, binnen km-hok 254X601, de zeedijk op Knopig doornzaad en in de gracht rond de zeer oude boerderij Hoog Watum hopen we Fijn Hoornblad vast te stellen. Verzamelen om 9.30 uur station Delfzijl


DRENTSE FLORISTENDAG 2007

De Floron buren uit Drenthe houden hun jaarlijkse medewerkerbijeenkomst in het Veldstudiecentrum te Orvelte, op zaterdag 17 februari 2007.

Voorlopige programma
Vanaf 9.30 uur staat de koffie klaar

10.00 Welkom door Joop Verburg, dagvoorzitter
10.10 Op de bres voor de Jeneverbes: resultaten inventarisatie 2005, nieuwe inzichten en plannen voor 2007: Meike Bulten en Jan van Ginkel
10.35 Uitreiking Drentse flora-prijs (ter ere van het 25-jarig jubileum van de WFD)
11.00 Even voorstellen: twee nieuwe gezichten in het WFD-bestuur: Ben Hoentjen
11.10 Het WFD-meetnet: tussenbalans na 5 meetjaren : Edwin Dijkhuis
11.40 Floron/WFD inventarisatie-weekend, 15 - 17 juni 2007: Edwin Dijkhuis
11.50 FLORON-Bedreigde soortenproject (BSP)/ Geelsterren op de Hondsrug: Ben Hoentjen

12.20 - 13.15 lunchpauze met diavoorstelling
Voor iedereen is er soep/koffie/thee/melk: wel zelf boterhammen meenemen!
In de pauze is er gelegenheid om een (of meerdere) meetnethokken te reserveren. Zie voor meer informatie: florameetnet

13.15 Stengelloze sleutelbloem in Drenthe: Eddy Weeda mede namens Annie Vos
13.45 Doldersumerveld: effecten van beheer op flora en (avi)fauna door de jaren heen: Hester Heinemeijer
14.30 Een eerste inventarisatie....
15.00 Sluiting door dagvoorzitter


Graag opgeven!

Om te weten op hoeveel deelnemers we moeten rekenen, hierbij het verzoek om je op te geven bij de WFD!


3 februari Botanische Dag: "Passie voor wilde planten"

Op zaterdag 3 februari 2007 wordt voor de 25e keer de Botanische Dag georganiseerd door de Contactcommissie voor Floristiek en Vegetatiekunde (CCFV).
Plaats: Zalencentrum De Twee Marken in Maarn (vlakbij NS-station).
Tijd: zaal open 10.30 - 16.00 uur.
Entree inclusief 2 consumpties: €5,- (KNNV'ers €4,-)
Lunch is ter plekke verkrijgbaar.

Met het thema "Passie voor wilde planten" wil de CCFV benadrukken hoe belangstelling voor onze flora velen jarenlang bezighoudt; een gedrevenheid die tot uiting komt in een diepgaande studie van een soort of de realisatie van wilde plantentuinen. Er zullen 6 korte en boeiende lezingen worden gehouden, o.a. over Arnica, orchideeën, Pitrus en toepassing van wilde planten in openbaar groen. Er zijn diverse informatiestands, en een uitgebreide natuurboekenkraam van Wil Meijs.
De CCFV hoopt op veel belangstellenden van binnen en buiten de KNNV. Noteer de datum alvast in uw agenda! Op de website www.knnv.nl/ccfv kunt u binnenkort het hele programma inzien en de routebeschrijving downloaden.


Plantenwerkgroepen in Groningen

KNNV PWG Groningen 2007

KNNV PWG Groningen start de inventarisatie op donderdagavond 12 april 2007 en alle avonden beginnen om 18.30 uur In Groningen wordt eerst verzameld op een Algemeen Verzamelpunt: De parkeerplaats (gedeeltelijk onder de ringweg) aan de Peizerweg t/o meubelboulevard VESTA tegen de spoorwegovergang. Mochten mensen direct naar de te inventariseren locatie willen rijden, voor een aantal locaties wordt ter plaatse ook nog verzameld. Dit gebeurt een kwartier later, om 18:45:

Verzamellocaties KNNV PWG Groningen
APRIL 2007

    12 HAREN  Floron 1e keer

  19 EZINGE Floron 1e keer

  26 LEEK     WFD  1e keer

MEI 2007

     3 HAREN  Floron 2e keer

  10 EZINGE Floron 2e keer

  17 Hemelvaartsdag (geen inventarisatie)

  24 LEEK     WFD  2e keer

  31 HAREN  Floron 3e keer

JUNI 2007

     7 EZINGE Floron 3e keer

  14 LEEK     WFD  3e keer

  21 HAREN  Floron 4e keer

  28 EZINGE Floron 4e keer

JULI

     5 LEEK     WFD  4e keer

  12 HAREN  Floron 5e keer

  19 EZINGE Floron 5e keer

  26 LEEK     WFD  5e keer

AUGUSTUS 2007

     2 HAREN  Floron 6e keer

   9 EZINGE Floron 6e keer

  16 LEEK     WFD  6e keer

  23 reserve/nader te bepalen

  30 reserve/nader te bepalen

SEPTEMBER 2007

Zondag 16 sept. excursie Millingerwaard excursie

Verzamelen. 8.00 uur Sontplein Groningen
(meerijders kosten ongeveer 10 euro)
Afmelden: Willem Stouthamer, Meidoornlaan 43, 9756 BN Glimmen
tel. 050 3143841 of Email: stouthamer.wj@inter.nl.net


FLORON HAREN

Verzamelen in Haren Parkeerplaats achter het benzinestation aan de weg Paterswolde - Haren vlakbij/oostzijde afslag 38 van de autoweg Groningen - Assen.

KAART 7D

235 X 575   Oosterland

235 X 576   Hoornse dijk, geselecteerd hok

235 X 577   Guyot

236 X 577   Wolddelen

RESERVE

238 X 575   De Alekamp

238 X 576   Felland

(238 X 577   De Eendenkooi)

239 X 575   Zuiderhooidijk

239 X 576   Noorderhooidijk

(239 X 577   Onnerpolder)

239 X 578   Waterhuizen

FLORON EZINGE

Verzamelen in Ezing op het pleintje rechts vd brug voor het cafe

kaart 7A

225 X 591   Ezinge (zuid)

 225 X 592   Ezinge (noord)

226 X 591   Feerwerd

226 X 592   Allersma

226 X 593   Allersmaborg

reserve

227 X 591   Frouketil

227 X 592   Zijlsterhoeve

227 X 593   Hunzebocht

228 X 591   Garnwerd

WFD FLORON LEEK

Verzamelen in Leek, carpool bij op-/afritten A7 (onder het viadukt door, direct linksaf)

KAART 7C UUR-HOK 220 X 575

220 X 579   Traansterwijk

221 X 578   Hondenhok

222 X 577   Midwolde

223 X 576   Het Emmerik

224 X 575   Leutingewolde

NB Hoewel er nogal wat reserve hokken zijn vermeld, lijkt het verstandig niet meer hooi op onze vork te nemen dan in totaal 5 km-hokken per gebied. Argumenten hiervoor zijn: beter een goed geinventariseerd km-hok, dan een half onderzocht km-hok (resultaten worden vergeleken met vorige waarnemingen) en in het begin van het seizoen is de opkomst waarnemers veel hoger dan later.


RESULTATEN 2006

(vet rood gedrukt is door Floron geselecteerd km-hok)
km-hok, reeds bekend,nieuw voor hok, 'omschrijving km-hok'

FLORON

235 X 578  211   236  Esserbegraafplaats

235 X 579  183     43  Coendersborg/Groningen

236 X 578  231   241  Oude hof

236 X 579  286    35  Essen

237 X 578  168   163  Noorderzanddijk

238 X 584  149   205  Bevrijdingsbos/Groningen

238 X 585  141   208  Noordermolen

238 X 586   17    --  Martini

239 X 585  168   209  Garmelwolde/Lageweg

239 X 586  135    63  de Lange Landster

1403  totaal (9 streeplijsten)


WFD Werkgroep Florameetnet Drenthe

diagonaal uurhok 230X575

233 X 576  115   234  Scandinavisch dorp

234 X 575  187   227  Friesche veen

diagonaal uurhok 235X570

235 X 574  176    --  Eelderschipsloot

236 X 573  203   235  Glimmermade

237 X 572  285   244  Groninger punt

extra

231 X 571      --  Winde
231 X 579     --  Bruilweering


233 X 572  225   266  Eelde
235 X 572  253   214  Hooghullen

237 X 574     209  Harenermolen/de Dobbe

238 X 573     242  Glimmen/Appelbergen

239 X 574     194  Onnen/Koelandssteeg

    2065  totaal (9 streeplijsten)


Natuurmonumenten

Kartering deel Peizermaden II, onze gegevens worden/zijn ingevoerd in het systeem van NM

NB

enkele streeplijsten zijn NIET opgeleverd, omdat de km-hokken niet of nauwelijks zijn onderzocht. FLORON: 235X579 Coendersborg, 236X579 Essen en 238X586 Martini

WFD: 235X574 Eelderschipsloot, 231X571 Winde en 231X579 Bruilweering


Enkele bijzondere waarnemingen in 2006

Akkerandoorn (Stachys arvensis), 237X574 Haren rand Hondsrug.

Bosgeelster (Gagea lutea), 233X572 in het grasveld kerk Eelde.

Doornappel (Datura stramonium), 236X578 Haren Kerklaan. Enkele kleine exemplaren bij elkaar in de wegberm; waarschijnlijk afkomstig van tuinafval.

Eekhoorngras (Vulpia bromoides), 233X572 op graven kerkhof Eelde.

Galega (Galega officinalis), 235X578 in rozenperk. Orde vlinderbloemige (Fabales).

De soort is nieuw opgenomen in de Heukels' Flora editie 23. Er staat: soms verwilderde tuinplant, uit M-, Z-europa en W-azië.

Gulden boterbloem (Ranunculus auricomus), 236X578 Essen/Oude hof. Aan het einde van de Hondsrug is deze soort bekend van 7 aaneengesloten km-hokken.

Heelblaadjes (Pulicaria dysenterica), 238X584. Geen echt bijzondere soort; echter nieuw voor dit km-hok. Het zwaartepunt van deze soort is voor Groningen de Lauwersmeer en het Hoge land; waarschijnlijk met de aanleg vh Bevrijdings- en Edonbos te voorschijn gekomen.

Kleine zonnedauw (Drosera intermedia), 237X578 rand plasje in recent nieuw aangelegd natuurgebied tussen de Waterhuizerweg en het spoor; totaal geteld 58 exx.

Roze ooievaarsbek (Geranium endressii), 236X578 Essen/Oude hof. Eveneens in de Heukels' Flora editie 23 nieuw opgenomen met de vermelding: soms verwilderde tuinplant uit de Pyreneeën.

Spitsfonteinkruid (Potamogeton acutifolius), 234X575 Friesche Veen.

Uitstaande vetmuur (Sagina micropetala), 233X572 Eelde. In de nieuwste Heukels' Flora editie 23 is Tengere vetmuur (S. apetala) gesplitst in 2 soorten Uitstaande vetmuur (S. micropetala) en Donkere vetmuur (S. apetala). In de flora's vd ons omringende landen wordt deze splitsing bevestigd. De Duitse flora (Rothmaler) benoemt ook twee soorten, echter de Belgische Flora (1998, 3e druk) en de Engelse Flora (Stace, 1997 2e druk) gaan uit van ondersoorten: S. apetala subsp. apetala en subsp. erecta

Vederesdoorn (Acer negundo), 238X584 Bevrijdingsbos Groningen; bosaanplant. Deze boomsoort is niet eerder genoteerd voor de provincie Groningen.

Veenreukgras (Hierochloa odorata), 234X575 Friesche veen.

Zilverschildzaad (Lobolaria maritima), 233X572 Eelde. Vaak verwilderde tuinplant uit het Middenlandse zeegebied.


Enkele bijzondere waarnemingen in 2005

Deze lijst is een vrij lange opsomming, echter ze zou nog veel langer zijn ware het niet dat als criterium is ingevoerd: 10 en minder soorten in het district en/of buiten bekend areaal gevonden; uitgangspunt is Florbase 2L (t/m 2003).

Absintalsem (Artemisia absinthium)

249X576, braakliggend terrein, Sappermeer, eerste vondst in D1, opg. ED.

Alsemambrosia (Ambrosia artemisifolia)

232X579 braakliggend terrein Donderslaan Groningen, opg. Richard Dijkstra. 233X581 Donkersgang binnenstad Groningen, opg. PB. Derde en vierde vondst D2. In de stad Groningen is de soort eenmaal eerder gevonden.

Amsinckia (Amsinckia menziesii)

268X559, in een brede berm met veel Kamille bij Harpel., opg. AV (eerste vondst in D1).

Akkerandoorn (Stachys arvensis)

259X573, in landje met Zonnebloemen, Meeden, opg. JT.

Bezemkruiskruid (Senecio inaequidens)

233X581 Langs spoor stad Groningen (toegenomen), 235X571 voormalig rangeerterrein Europark Groningen, beide waarnemingen Rob Koelman en 244X603 spoorwegovergang Uithuizermeden, opg. PB.

Bleekgele droogbloem (Gnaphalium luteo-album)

245X576 tussen bestrating industrieterrein, Martenshoek, opg. ED en 263X551 Musselkanaal, opg. ML (8e en 9 vondst D1). En in district2 in 232X581, 235X581/582 een sterke uitbreiding in de stad Groningen, eveneens opgave ED.

Boerencrocus (Crocus tommasinianus)

249X593 Rusthoven en 252X593 Appingedam, opgave WS (2e en 3e vondst in D1).

Bonte wikke (Vicia villosa)

245X575 en 245X576 Martenshoek, opgave ED (5e en 6e vondst in D1).

Bospaardenstaart (Equisetum sylvaticum)

272X553, Sellingen, opgave BR (3e vondst in D1).

Dennenwolfsklauw (Huperzia selaga)

250X574 Adriaan Tripbos, nieuwe vondst van één juveniele plant op een talud met een open vegetatie. Op andere plaatsen in hetzelfde bos waren al eerder planten gevonden. 252X568 Veendam-Borgerswold, 10 plantjes op NO gericht talud op open vegetatie, nieuwe vondst, opgave BO.

Draadrus (Juncus filiformis)

272X553 Sellingen, opgave BR (7e vondst in D1). Tijdens het kampje in Sellingen (1995) werd deze soort op een paar plaatsen gevonden, maar daarna nooit meer. Nu dus gelukkig weer wel.

Figuur: Draadrus (uit: Heukels' Flora)

Drijvende waterweegbree (Luronium natans)

250X574 in het Adriaan Tripbos, in een oude veenwijk in aangelegd bos op voormalige cultuurgrond, opg. BO (5e vondst in D1).

Drienerfmuur (Moehringia trinervia)

235X578 kerkhof Esserberg Groningen, opgave PB.

In het Oosten en Westen van de provincie Groningen komt Drienerfmuur voor; nu vlak onder de stad Groningen. Dit is niet onwaarschijnlijk want de Hondsrug loopt door tot het noorden van de stad. Tussen Groningen en Haren zijn nog botanische aanwijzingen te vinden van voormalig bos.

Duinvogelmuur (Stellaria pallida)

249X575 en 249X576 in boomspiegels Sappermeer, opgave ED (tweede en 3e vondst in Groningen, althans volgens Florbase 2G). Zie het artikel in deze Nieuwsbrief.

Dwergkroos (Lemna minuta)

245X575/576 Martenshoek, 249X575/576 Sappermeer, 244X583 Woudbloem, 249X582 Slochteren, 252X568 en 253X569 beide Veendam, opg. ED, JH, SB, WR. We beginnen deze soort blijkbaar te kennen. Ze staat nog maar 6X in Florbase voor D1, maar nu komen er dus nog 8 hokken bij.

In D2 is in 12 km-hokken Dwergkroos vastgesteld, de meesten in de stad Groningen, opgave ED.

John Bruinsma heeft op deze soort vorig jaar extra de aandacht op gevestigd tijdens zijn bezoek aan Groningen (zie nieuwsbrief nr. 12).

Echt bitterkruid (Picrus hieracioides)

234X581 braakliggend terrein Eemskanaal zuidzijde Groningen, opgave RiD.

drienFraai duizendguldenkruid (Centaurium pulchellum)

267X591, tussen de stenen van een weilandingang, Fiemel, opgave AN (5e vondst in D1).

Geel vogelpootje (Ornithopus compressus)

252X568 Borgerswold, opg. WR (8e vondst in D1).

Gele anemoon (Anemone ranunculoides)

249X582 in de berm van een laantje in het zogenaamde Overbos of Lutjebos, Slochteren,

opgave SB, JH. 249X593 Ekenstein, opgave WS (tweede en 3e vondst in D1).

Gevleugeld sterrenkroos (Callitriche stagnalis)

232X580 drassige plek onder bomen Stadspark Groningen (in het voorjaar massaal Montia),

opgave ED (6e vondst in Groningen).

Gewone zoutmelde (Atriplex portulacoides)

264X591 aan de buitenkant van de zeedijk, die daar bekleed is met zwerfstenen, Termuntenzijl, opgave AN (3e vondst in D1).

Goudknopje (Cotula coronopifolia)

Het Goudknopje kwam tot voor kort alleen bij Nieuwe Statenzijl en in de Lauwersmeer voor, maar groeit nu ook in de Breebaartpolder 267X590 en 267X591. Vanuit de vogelkijkhut is het goed te zien. In 272X584 groeiden een paar plantjes op een afgeplagde grasstrook aan de buitenkant van de zeedijk.

Opgave BB, WS, AN.

Groot nagelkruid (Geum macrophyllum)

231/232X580 langs paden, onder bomen en struiken Stadspark Groningen (mogelijk verwilderd uit 'Stiel'tuin), opgave ED (wordt voor het eerst vermeld in nieuwste Heukels').

Grote tijm (Thymus pulegioides)

253X605 langs een weg Eemshavengebied, opg. WS en 233X581 in het talud Emmaviaduct Groningen, opg. RID. Bij beide vondsten is zeer waarschijnlijk sprake van tuinafval.

Grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides)

230X580 watergang Zwedenlaan Hoogkerk, opg. ED.

Harig vingergras (Digitaria sanguinalis)

234X582 tegen een gevel hoek Walstraat/Turfsingel Groningen, opgave PB.

Hartbladige els (Alnus cordata)

245X575 een zaailing langs de stoeprand Martenshoek, opg. ED. De soort was in D1 nog niet bekend.

Hoge fijnstraal  (Conyza sumatrensis)

231X580 voormalige groenteveiling Peizerweg Groningen, opgave ED. Het betreft een vondst uit 2003; determinatie in Leiden heeft op zich laten wachten. Eerste vondst ! En op hetzelfde terrein Moerasandijvie (Tephroseris palustris) opgave RiD.

Holwortel (Corydalis cava)

249X593 Rusthoven, opgave WS (3e vondst in D1).

Kattendoorn (Ononis repens (spinosa))

228X592 waarneming KNNV Gron. PWG, melding door ED. Een ernstig bedreigde soort in Groningen; het betreft hier een bekende plek bijna aan de voet vd dijk langs het Reitdiep. Op de dijk staat uiteraard Veldgerst en Kamgras. Betreft een door FLORON geselecteerd km-hok; van 119 naar 174 soorten!

Klein bronkruid (Montia fontana (chondrosperma))

231X581 bedrijventerrein Hoendiep Groningen, opg. ED.

Klein glaskruid (Parietaria judaica)

234X581 trottoir/erfafscheiding Davidstraat Groningen (waarschijnlijk ontsnapping uit tuin), opgave RiD (eerste vondst).

Kleine kaardebol (Dipsacus pilosus)

258/259X577 aan de rand van bosje bij gaslocatie, Scheemda. Volgens Heukels' alleen in Limburg en het Oosten van Gelderland en Overijssel, elders soms adventief. Dat zal het hier wel zijn. Opgave JT.

Kleine varkenskers (Coronopus didymus)

260X589 op opgespoten zand bij windmolens, opg. KS (8e vondst in D1).

Kleine wolfsmelk (Euphorbia exigua)

259X577 in berm bij gaslocatie, Scheemda, opgave JT (7e vondst). Vroeger een akkeronkruid, nu meestal op kale plekken in bermen of op maaipaden.

Knopig doornzaad (Torilis nodosa)

271/272X584 op Zuidhelling zeedijk Carel Coenraadpolder, opgave AN. Dit zijn nieuwe vondsten. In totaal is het nu in 15 km-hokken in D1 gevonden.

Loos blaasjeskruid (Utricularia australis)

268X559 Doezekampen (Harpel), opgave AV (tweede vondst in D1).

Mariadistel (Silybum marianum)

276X584 zeedijk Dollard, Nieuwe Statenzijl, opgave WS en BB (tweede vondst in D1).

Moeraslathyrus (Lathyrus palustris)

235X575 flinke populatie oeverzone Wolddelen Haren, opgave PB.

Moerasmelkdistel (Sonchus palustris)

223X593 in de oeverbegroeiing Reitdiep, opgave WS, 224X593/594, 225X592/593, opgave ED.

Reeds van 18 km-hokken bekend in Groningen; voornamelijk in het Westerkwartier. Langs het Rietdiep was Moerasmelkdistel slechts bekend van één hok. Nu dus een forse uitbreiding; misschien te maken met de verandering van een strakke oeverbeschoeiing in een dijkje van losse stenen met erachter een strook water met een geleidelijke overgang in land.

Moeraswolfsklauw (Lycopodiella inundata)

218X576 opg. JH en SB (eerste vondst D2). Betreft een door FLORON geselecteerd km-hok: van 169 naar 248 soorten! In de 'oksels' van de op-/afritten A7 nr. 33 is natuur aangelegd o.a. plasjes met leem en planten zijn ingebracht dmv. strooisel van elders (enten). Er zijn aangetroffen Bevertjes, Fraai- en Echt duizendguldenkruid, Parnassia, Valkruid en een 'bollenveldje' orchideeën (Riet/Brede/Gevlekte) een lust voor het oog.

Noordse ganzerik (Potentilla norvegica)

264X591 op een rommelig hoekje op pier bij de haven Termuntenzijl, opgave AN (5e vondst in D1).

Oosterse raket (Sisymbrium orientale)

232X582 terrein voormalige Coöp. Veevoeder Centrale Friesestraatweg Groningen (tezamen met Sofiekruid), opgave PB.

Figuur: Snavelruppia (uit: Rothmaler)

Pilvaren (Pilularia globulifera)

241X583 in sloot Harksteder Broeklanden, opgave WS, IR (9e vondst in D1).

Rossig fonteinkruid (Potamogeton alpinus)

269X559 bij Harpel, opg. AV (8e waarneming in D1).

Ruw parelzaad (Lithospermum arvense)

244X583 berm fietspad bij Woudbloem, opg. JH, SB.

Schijnraket (Erucastrum gallicum)

235X582 Groningen Damsterdiep parkeerterrein Praxis, opgave PB.

Slijkgroen (Limosella aquatica)

252X567in wielspoor en op natte plekken, zeilmeer Langebosch, Veendam, opg. BO (nieuw voor D1).

Snavelruppia (Ruppia maritima)

230X604 in bestaande sloot (brak water) in recent vernieuwd en uitgebreid natuurontwikkelingsproject de Klutenplas vh Groninger Landschap gelegen direct aan de binnenzijde vd zeedijk,. opgave Kor Raangs (tweede vondst in Groningen)

Spits fonteinkruid (Potamogeton acutifolius)

244X583 Woudbloem, opgave SB, JH (10e waarneming in D1).

Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes)

233X581 kademuur Pottenbakkersrijge Groningen (samen met Asplenium ruta-muraria, Polypodium vulgare, Sedum acre, Mycelis muralis en Hieracium vulgatum), waarneming Klaas van Nierop, opg. ED.

Stomphoekig sterrenkroos (Callitriche obtusangula)

230X580 sloot nieuwbouwwijk Hoogkerk, opgave ED.

Stijf vergeetmijnietje (Myosotis stricta)

245X576 in schrale berm van het Winschoterdiep, Martenshoek, opgave ED (nieuw voor D1). Het is meer een soort van het rivierendistrict.

Veenreukgras (Hierochloe odorata)

244X583 op open plek met veel riet bij Woudbloem, opgave JH en SB (8e vondst in D1). Komt in D1 voornamelijk bij het Zuidlaardermeer voor.

Vlottende bies (Eleogiton fluitans)

231X580 sloot Hunsingolaan Groningen, opgave ED.

Wegedoorn (Rhamnus cathartica)

213X601 enkele exx. in bosaanplant in de Lauwersmeer, opgave WS.

Wilde sorgo (Sorghum halepense)

249X576 op braakliggend terrein Sappermeer, opg. ED (nieuw voor D1).

Zandhaver (Leymus arenarius)

264X591 aan de buitenkant van de zeedijk, waar die bekleed is met zwerfstenen, Termuntenzijl, opgave AN (3e waarneming in D1, was alleen bekend van Oterdum).

Zeealsem (Seriphidium maritimum)

264X591 aan de buitenkant van de zeedijk Termuntenzijl, opgave AN (4e vondst in D1, was alleen bekend van het Reiderbuitenland).

Zeepostelein (Honckenya peploides)

264X591 aan de buitenkant van de zeedijk Termuntenzijl, opgave AN (3e vondst in D1, was alleen bekend van de pier bij Oterdum).

Zilte schijnspurrie (Spergularia salina)

233X582 Groningen parkeerplaats Bloemsingel, opgave RiD en 231X592 berm weg Groningen/Winsum, waarneming KNNV-Gron.-PWG. Toename in het binnenland.


Totalen KNNV PWG afgelopen Jaren

Ter vergelijking de resultaten van voorgaande jaren zijn:
JaartalStreeplijstAantal soorten
2000 17 3083
2001 16 3282
2002 18 2665
2003 23 3457
2004 23 3187
2005 16 4318


en natuurlijk ook het deelproject kartering van de Peizermaden voor Natuurmonumenten

Verdere verslagen staan in Padloper 2007 en in de Floron Nieuwsbrief Groningen (districten 1 en 2) februari 2007


PlantenWerkGroep 2006

 

We gaan verder met de activiteiten in Groningen (Floron), Drenthe voor WFD en Natuurmonumenten.

Tijdens het inventariseren valt er veel te leren van elkaar en is er toch ook tijd om samen van de natuur te genieten en na afloop elke inventarisatie bijna altijd een evaluatie in een gepast onderkomen zoals een cafe.

Vanaf begin april tot september komen we elke donderdagavond (behalve Hemelvaart) samen om half zeven en gaan dan het veld in tot de duisternis ons dwingt er mee op te houden. Voor de precieze verzamelplek graag even contact opnemen.

Voor FLORON heeft KNNV PWG Groningen in 2005 zeven km hokken geinventariseerd in het gebied even ten zuiden en oosten van Winsum. Deze hokken in het Reitdiepdal op de Groninger klei leverden gemiddeld 155 verschillende soorten op.

Voor de WFD (Werkgroep Florameetnet Drenthe) zijn we in 2005 actief geweest in de kop van Drenthe, daar heeft de werkgroep 13 km hokken intensief onderzocht. Behalve soorten hebben we ook onze looproute iedere keer vrij nauwgezet opgetekend, zodat een aantal jaren later, bij een herhaling kan worden vastgesteld waar de soorten gevonden kunnen worden. Het gemiddeld aantal soorten is op het zand in de kop van Drenthe een stuk hoger dan op de klei, nl 241.

En tenslotte hebben we voor Natuurmonumenten voor een selectie van soorten een gedeelte van de Eelder en Peizermaden gekarteerd. Op 3 oktober 2005 zijn de resultaten overhandigd aan Jacob de Bruin van NM. Tijdens onze ijverige inspanningen werden enkelen door een zeer boze boer gesommeerd zich onmiddelijk uit het perceel te verwijderen. Mocht dit project ook in 2006 doorgaan, dan hopen we hier niet opnieuw mee geconfronteerd te worden.

Ons jaarlijkse uitstapje samen met de afdeling Veendam, dit keer naar de Pannerdense kop (een paar weken vroeger dan aangekondigd)leverder toch weer een aantal nieuwe soorten op: Manshoge Peperkers, een afgevreten Weidekervel en Brede wolfsmelk.

Contactpersoon: Willem Stouthamer (coordinator) mail: stouthamer.wj_at_inter.net.nl

Floron District 2

De FLORON districten in Groningen werken nauw samen. Verder werd en wordt ook in het noorden van Drenthe nog regelmatig een handje meegeholpen. Misschien is het wel goed om te vermelden dat de groensteel in Musselkanaal weer terug werd gevonden. Voor de 12 door het landelijk bureau geselecteerde hokken was veel animo. De algemene bevinding was dat lang niet alle soorten teruggevonden werden maar ook dat veel nieuwe soorten toegevoegd konden worden.

2005 District 1 District 2
Streeplijst 34 21
Rodelijst formulieren 29 4
Detail formulieren 4 2
Losse waarnemingen 4 29
Waarnemingskaartjes 3 25

Excursieprogramma Floron 2006

zaterdag 3 juni District 2
Achter de Coendersborg ligt het gelijknamige Landgoed, waarvan het Coendersbosch deel uit maakt. Een groot gedeelte van dit bos ligt in kmhok 216.572. In het noordelijke gedeelte ligt het landgoed 'Steenhuis'.
Verzamelen om 9:30 op de parkeerplaats voor Coendersborg te Nuis.

zaterdag 24 juni District 1
Sellingen, verzamelen bij gemeenthuis in het Dorp.

7-9 juli FLORON Weekend Vlieland
8-10 sept Elegast Ubbergen

zaterdag 5 augustus dsitrict 1
Onstwedde. Verzamelen bij de Juffertoren, parkeerplaats Hervormde kerk bij Onstwedde of Terwupping.

zaterdag 19 augustus district2
Bij Uithuizen zijn twee km hokken geselecteerd, waarvan een de Menkemaborg bevat.
Verzamelen om 9:30 op de parkeerplaats voor de Menkemaborg te Uithuizen.


PlantenWerkGroep 2005

 

Het aantal deelnemers blijft toenemen. Geweldig!
Evenredig daaraan is de prestatie van 2004: 23 kilometer-hokken zijn geïnventariseerd.
Per km-hok worden op een streeplijst de aangetroffen plantensoorten genoteerd; het vinden van bijzondere plant vergt een aparte administratie.
18 km-hokken op de klei ten Noorden van de stad (Bedum en Winsum) tbv. FLORON (Floristisch Onderzoek Nederland) en 5 km-hokken op het zand in Noord-Drenthe (Roden en Altena) tbv. WFD (Werkgroep Florakartering Drenthe). Bovendien eist de WFD het intekenen van alle looproutes. In totaal zijn er 3205 soorten aangestreept; op de klei 125 en op het zand 191 gemiddeld per lijst. Boven de stad Groningen zijn vijf Rode lijst soorten gevonden: Paarse morgenster, Kleine ratelaar, Veldgerst, Kamgras en het juweel Goudhaver. De kop van Drenthe levert slechts één soort van de Rode lijst op het Eenarig wollegras in het Bunnerveen; wel zijn er substantieel meer aandachtsoorten vastgesteld.
Ter afsluiting van het veldseizoen zijn we begin september naar de Millingerwaard geweest. Bijna traditiegetrouw want het is al weer voor de tiende keer; ook deze keer samen met de plantenwerkgroep van de afdeling Veendam. Het prachtige rivierenlandschap met zijn fraaie luchten blijft boeien en elke keer vinden we toch weer wat nieuws. Dit jaar was de vondst van Mantelanjers de klapper.
Onze werkgroep heeft zich extra ingezet voor Floron; 2004 is het laatste jaar van het Witte Gebiedenplan. De bedoeling is een atlas van Nederland uit te brengen met inventarisatiegegevens van planten tot en met 2004. Eerdere meetpunten in 1950 en 1980 zijn gepresenteerd in de Atlas van de Nederlandse Flora (3 delen).
Alle leden van de werkgroep worden reuze bedankt voor hun inspanning om Groningen op de kaart te zetten! Speciaal wil ik Kees Boele bedanken dat hij de leiding een flink aantal weken heeft overgenomen.

Natuurlijk gaan we volgend jaar gewoon verder met het inventariseren van km-hokken. Er zijn er nog genoeg die helemaal nog nooit zijn bekeken en voor enkele andere interessante km-hokken is onderzoek zo lang geleden dat het de moeite waard is om opnieuw een bezoek te brengen ten einde vast te kunnen stellen wat we verloren en gewonnen hebben. Behalve de activiteit voor Floron doen wij ook inventarisaties en/of vegetatieopnamen tbv. natuurinstellingen (waarvoor niet direct een professioneel bureau noodzakelijk is). Het jaar 2005 belooft weer een spannend jaar te worden. Een interessant project dient zich aan! Al doende valt er veel te leren van elkaar en is er toch ook tijd om samen van de natuur te genieten.

Vanaf begin april tot september komen we elke donderdagavond samen om half zeven bij de cafetaria de 'Wachtkamer' Bedumerweg Groningen en gaan dan het veld in tot de duisternis ons dwingt er mee op te houden.


Verzamellocaties KNNV PWG in 2005

KNNV PWG start de inventarisatie op donderdagavond 7 april 2005 en alle avonden beginnen om 18.30 uur In Groningen wordt verzameld op de parkeerplaats aan de Bedumerweg bij cafetaria 'de Wachtkamer' (het voormalig busstation). Mochten mensen direct naar de te inventariseren locatie willen rijden, voor een aantal locaties wordt ter plaatse ook nog verzameld. Dit gebeurt een kwartier later, om 18:45:

  • Verzamelen bij het Zuidwolde cafe Vaatstra (bij de gestremde brug Boterdiep)

    April

    7       WFD           1
    14      Floron      1
    21      Peizermade (lijnen)
    28      WFD      2

    Mei

    5      Hemelvaartsdag (geen inventarisatie)
    12      Peizermade (lijnen)
    19      Peizermade (lijnen)

    zondag 22 2000 soortendag
    236 X 575 Wolddeelen/Sassenhein (330 srt)
    8.00 uur parkeerplaats theehuis Sassenhein
    OF
    uurhok 235 X 575 (Haren)
    26      Floron      2

    Juni

    2       Peizermade (vlakken/vóór maaien 15 juni)
    9       Peizermade (vlakken/vóór maaien 15 juni)
    16      WFD      3
    23      Peizermade (vlakken/vóór maaien 1 juli)
    30       Peizermade (vlakken/vóór maaien 1 juli)

    Juli

    7      Floron      3
    14      Peizermade
    21      Peizermade
    28      WFD      4

    Augustus

    4       Floron      4
    11      Peizermade
    18      WFD      5
    25      Floron      5


    Zondag 25 sept. excursie Millingerwaard (meerijders € 10)
    verzamelen. 8.00 uur Groningen Ikea/achter benzinestation


    Afmelden:
    Willem
    K.N.N.V. afdeling Groningen PlantenWerkGroep


    Aandachtsgebieden in 2005

    Gebied 1: FLORON Zuidwolde

    Verzamelen bij het Zuidwolde café Vaatstra
    (bij de gestremde brug Boterdiep)

    kaart 7B Aantal soorten van het kmhok bekend
    223 X 593    95      Saaxumerpolder/Reitdiep    39
    228 X 592 119    Reitdiep/Oude diepje    26/27
    231 X 592 83      Huize Tilburg    27
    233 X 592 119     Oude Ae/St. Nicolaasmaar    27

    reserve (kaart 7A)
    225 X 594 Schouwerzijl


    Gebied 2: WFD FLORA meetnet Eelde-Peize-Roderwolde


    kaart 12A
    225 X 579    Oostwold    1
    226 X 578    Rietboor/Polder Matsloot-Roderwolde   2
    227 X 577    Hooiweg    2
    228 X 576    De Waalborg/Peizerdiep   2
    229 X 575    Peizerwold    2

    230 X 574    Noorddijk/Broekstukken   2
    231 X 573    Middelhorst/Snegelstukken    2
    232 X 572    Westerstukken      2
    233 X 571    Borgstukken    8
    234 X 570    Vliegveld Eelde    8


    En de derde Opdrachtgever:

    Gebied 3: Flora kartering Peizermaden (NM)


    Van de PlantenWerkGroep

    Vloeivelden van de Suikerunie

    Op vrijdag 23 juni hebben wij als leden van de plantenwerkgroep van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV) uit Groningen een bezoek gebracht aan de vloeivelden van de Suiker Unie. Doel van dit bezoek was vast te stellen welke wilde planten er voorkomen. Deze inventarisatie past in een lange traditie. Sinds jaar en dag worden door de plantenwerkgroep gebieden rondom Groningen geïnventariseerd. Dit doen we op eigen initiatief en op verzoek van terreinbeherende organisaties als Natuurmonumenten en Provinciale landschappen. Door deze inventarisaties zijn we veel te weten gekomen over de plantengroei (flora) in onze woonomgeving.


    De Nederlandse flora is echter continu in beweging, er verdwijnen soorten, maar er zijn ook nieuwkomers. Wij zijn dus nooit klaar met inventariseren. De laatste 10 jaar is er sprake van een ware botanische warmtegolf. Veel nieuwkomers stammen uit warme tot zeer warme streken, met name uit het gebied rond de Middellandse zee, en vestigen zich in de stad. Deze nieuwkomers profiteren van het warmer worden van het klimaat in onze omgeving. Dit maakt dat het inventariseren van gebieden in de stad een leuke en spannende bezigheid is, je weet immers van te voren niet wat je gaat aantreffen!

    In de afgelopen jaren hebben we ons dan ook toegelegd op de stad en is een gebied van circa 64 km2 systematisch onderzocht. Natuurlijk zijn er altijd gebieden die niet openbaar toegankelijk zijn. Dit geldt ook voor de vloeivelden van de Suiker Unie. Over de hier aanwezige plantengroei was niets bekend. Deze zogenaamde 'witte gebieden' hebben een grote aantrekkingskracht op ons floristen: deze moeten worden verkend!


    Gezien het gebruik als vloeiveld konden vooral soorten die aangepast zijn aan de dynamische natte en zeer voedselrijke omstandigheden worden verwacht. Van de meest bijzondere vondsten wordt hieronder verslag gedaan.


    Foto 1 De vangst van Kor Raangs


    Op de slikkige delen stond een pioniersvegetatie met soorten als Rode ganzenvoet en Spiesmelde. Daartussen stonden enkele exemplaren van Zeegroene ganzenvoet en Strandmelde. Strandmelde is, zoals de naam al doet vermoeden, meer een soort die we aan de waddenkust tegenkomen. In de provincie Groningen is het een vrij zeldzame plant die niet eerder zo ver van de kust is aangetroffen.


    Ook de taluds van de vloeivelden en waterbassins hebben een ruige begroeiing die wijst op zeer voedselrijke omstandigheden. Plaatselijk waren massavegetaties met manshoge Kruldistels aanwezig die het inventariseren tot een stekelige bedoening maakten (foto 1). Kruldistel is rond Groningen een zeer algemene plant. Voor ons als floristen dus niets bijzonders. Bij vlinders valt het duidelijk meer in de smaak. Het is een goede nectarplant waar je op een zonnige zomerdag veel vlinders kunt aantreffen. De olierijke zaden zijn bovendien een geliefde voedselbron voor allerlei vinkachtigen, bijvoorbeeld de Putter of Distelvink zoals hij ook wel wordt genoemd.

    Opvallend waren ook de grote groepen met Moeraszuring op de taluds, een soort die in de provincie Groningen minder algemeen is en vooral is aangetroffen langs kanalen, wijken in de veenkoloniën en langs het Reitdiep. Moeraszuring heeft een voorliefde voor open, natte en stikstofrijke grond aan waterkanten. Omstandigheden die op de vloeivelden ruimschoots voorhanden zijn.


    Wat soortenrijker waren de bermen van de wegen rondom de vloeivelden. Dit geldt vooral voor het gebied langs het Hoendiep. Hier troffen we ook Kamgras aan. Dit gras gaat in Nederland zo sterk achteruit dat het in 2000 op de Rode lijst van bedreigde planten is terechtgekomen. In Groningen is het een soort die we gelukkig nog vrij regelmatig tegenkomen. Vooral op de dijken langs het Reitdiep en in de door het Groninger landschap beheerde weilanden ten noorden van de stad staat het plaatselijk nog veel. Dit gras was vroeger zo algemeen dat het in nagenoeg elk weiland rondom de stad te vinden moet zijn geweest. Deze voorheen soortenrijke weilanden, met een pracht aan Boterbloemen en Pinksterbloemen in het voorjaar, zijn tegenwoordig vooral het domein van Engels raaigras.


    Wat dichter bij de fabriek vonden we op verschillende plaatsen Groot kaasjeskruid (foto 2 rechts) die het er gezien de grootte van de planten goed naar hun zin hebben. De meest opvallende soorten waren echter Muursla en Bitter barbarakruid. Muursla is een vrij zeldzame plant. Het is een echte 'Stadjer' met een voorliefde voor beschaduwde, vochtige en stenige plaatsen. Muursla bewoont vooral oude stadstuinen, nauwe straten, tuingangen en (kade)muren, het is dan ook niet verwonderlijk dat hij vooral in de oude stadswijken te vinden is. Buiten de stad is het alleen bekend van het centrum van Winschoten. Ook Bitter barbarakruid is landelijk gezien een vrij zeldzame soort. Het heeft in de provincie van oudsher een bolwerk in Oost Groningen. Vooral binnen de driehoek Zuidbroek-Winschoten-Nieuwolda is het algemeen. Daarbuiten komt het verspreid voor. In de stad is het echter niet eerder gevonden. Het is een soort met een voorliefde voor open plekken in grazige vegetaties op vochtige plaatsen.


    En tot slot een stukje statistiek. In totaal hebben we 206 verschillende planten op de vloeivelden genoteerd. In Nederland komen sinds de laatste inzichten 1.536 verschillende wilde planten voor. Wij hebben daarvan in de stad Groningen tot nu toe 678 soorten aangetroffen, dit is 44 % van de Nederlandse wilde flora. De vloeivelden herbergen 30% van de lokale en 13% van de landelijke flora. Geen wereldschokkende aantallen dus maar wel goed om het verspreidingsbeeld van de wilde planten rondom Groningen completer te krijgen.

    Met dank aan Gerard van den Braak, milieucoördinator bij de Suiker Unie, voor de verleende toestemming om het 'gras aan de andere kant van het hek' te mogen betreden. Wij hebben niet alleen genoten van de alom vertegenwoordigde ruigte, maar ook van de aanwezige vlinders, Oeverzwaluwen en overige foeragerende vogels.


    Edwin Dijkhuis (verslag en foto's)

    Richard Dijkstra

    Kor Raangs

    Willem Stouthamer


    De Plantenwerkgroep op pad

    De plantenwerkgroep inventariseert elke donderdagavond van april tot september. De meeste plantensoorten zijn inmiddels bekend. Het plezier zit vooral in het (weer) herkennen, het ontdekken van schaarse en/of Rode lijst soorten en van het urbaan biotoop van de stad Groningen willen we graag weten of de stedelijke soortensamensteling gelijk blijft of verandert. Dergelijke gegevens vonden hun weg in bijv. het fraaie boek Stadsplanten (2004) met 18 floristische kijktips, waaronder die in de stad Groningen. (Het stedelijk gebied breidt zich uit als een olievlek. Het laat zich voorzien dat in de nabije toekomst de randstad een aaneengesloten metropool is geworden.)


    Om de sleur te doorbreken en om onze horizon te verbreden is er elk jaar een excursie naar een totaal ander gebied. Meestal doen we dat aan het einde van het groeiseizoen begin september samen met de afdeling Veendam. Een bijzonder geschikt doel is dan de zandige oevers van de grote rivieren. Er spoelen allerlei zaden aan die pas in het voorjaar na hoge waterstanden ontkiemen. En, u snapt het al, er kan voor Nederland een totaal nieuwe soort tussen zitten! Voor ons uit het verre noorden zijn vele plantensoorten in het rivierengebied niet alledaags. Het is bijvoorbeeld een genoegen de vele soorten van het geslacht Amaranthus te onderkennen en op naam te brengen. Amaranten zijn in Groningen een zeldzaamheid en alleen het Papegaaienkruid (A. retroflexus) is een bekende. Vooral in pas gezaaide grasvelden kan de soort opkomen.

    Wij gaan meestal naar de Millingerwaard of naar de tegenover gelegen Pannerdensche Kop aan de Waal. Dit jaar kozen we voor een nieuw excursiegebied: de Gendtsche polder. Binnen de bedijking zijn de graslanden vergraven om een natuurlijke ontwikkeling mogelijk te maken. Het water heeft er vrij spel, zodat een dynamisch landschap ontstaat; zand wordt weggespoeld en op andere plaatsen weer afgezet.


    Zondag 17 september reden we eerst naar het Waalstrand bij Slijk-Ewijk, want we zijn getipt dat daar een groepje bloeiende planten staat van een bijzondere en schaarse soort. Tot onze verrassing bleek het niet de voorspelde Goudbes (Physalis peruviana) te zijn, maar naar onze mening een andere soort. Ondanks ijverig determineren lukt het ons niet om de plant nu al op naam te brengen. We worden door een lichte ontdekkingskoorts bevangen. Vele foto's worden gemaakt, de soort werd gedetailleerd beschreven en de vindplaats met het Global Position System (GPS) vastgelegd. In de komende tijd zullen we diverse Flora's en zielsverwanten raadplegen.

    Overigens komen de klokvormig omhulde, eetbare, sappige, oranjegele bessen van de Goudbes u wellicht bekend voor als garnering bij nagerechten (ijs). De bessen van de verwante Lampionplant (Physalis alkekengi) zijn niet eetbaar.


    Het tweede excursiegebied was de oostenlijker geleden Oosterhoutsche uiterwaarden. We maakten de tussenstop om de massaal voorkomende éénjarige Spiesleeuwen-bek (Kickxia elatine) te bewonderen. Op de kale dijkglooiingen van het binnen-water komen grote aantallen in dichte bezetting voor. Tussen de spiesvormige bladen zitten de wondermooie bloemen, welke inclusief de spies een centimeter groot De bloemkroon is lichtgeel, de onderlip donker citroengeel en de bovenlip paarsrood! Wel even wennen dat volgens de nieuwe Heukels (2005) het geen helmkruid meer is, maar een lid van de weegbreefamilie.


    Als derde en laatste excursiedoel hadden we gekozen voor het gebied ten westen van de steenfafriek in de Gendtsche polder. We kwamen ogen tekort op de oevers van het binnenmeer en de rivierstranden van de Waal en dat in het majestueuze rivierlandschap om ons heen.


    Alsemambrosia (Ambrosia artemisiifolia)

    uit: Illustrations of Alien Plants of the British Isles, uitgave Botanical Society 2005

    Behalve de reeds genoemde amaranten, konden we ons hart ophalen aan de ganzenvoeten (Chenopodium), tandzaden (Bidens), liefdegrassen (Eragrostis) en warkruiden (Cuscuta) . Rest mij nog als bijzondere voornamelijk eenjarige pioniersoorten van zandige oevers te noemen: Riviertandzaad (Bidens radiata), Amerikaans perzikkruid (Persicaria pensylvanica), Veldwarkruid (Cuscuta campestris), Rechte alsem (Artemisia biennis), Alsemambrosia (Ambrosia artemisiifolia), Riempjes (Corrigiola litoralis) en Welriekende ganzenvoet (Chenopodium ambrosioides). De laatste soort heeft een citroengeur en is bekend als Mexicaanse thee. We hebben zeer genoten van een uitbundige dag.

    Bent u nieuwsgierig geworden? Loop volgend jaar eens een avond met ons mee en/of laat u uitnodigen voor een excursie van onze plantenwerkgroep.

    Willem Stouthamer

    Bronnen

    Denters, T. 2004. Stadsplanten. Veldgids voor de stad, Uitgever: Fontaine, 's Gravenhout
    Meijden, R. van der. 2005. Heukels' Flora van Nederland. 23ste editie. Uitgever: Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten

    Het Gele Gevaar: Jacobskruiskruid

    Dick M. Pegtel


    Wanneer de naam Jacobskruiskruid (Jacobaea vulgaris) genoemd wordt, dan weet bijna iedereen dat het voornamelijk een plantensoort is van open, droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, doorgaans zandige grond. Vooral in de zandige binnenduinen langs de kust is deze soort algemeen.

    De laatste tientallen jaren is deze gele composiet ook in het binnenland veel algemener geworden. Vooral in het rivierengebied. Natuurbeheerders vermoeden dat het biologisch beheer van wegbermen en graslanden de oorzaak is. Ook vond er op uitgebreide schaal uitzaai plaats via bermmengsels. In dit verband mag de naam van de onlangs overleden prof. dr. Piet Zonderwijk niet onvermeld blijven. Hij was de grote voorvechter van grasland(berm)beheer op ecologische grondslag. Wellicht speelt ook de algehele opwarming een rol. Immers, Jacobskruiskruid kwam vroeger voornamelijk langs de kust met het ook 's winters zonnige en milde klimaat, voor. Ook overbegrazing zou een rol kunnen spelen omdat daardoor open plaatsen in de grasmat ontstaan.


    De soort is primair tweejarig: in het voorjaar vindt kieming van de nootjes (achenen) plaats waarna de uitgegroeide rozetten de volgende winter nodig hebben om in het tweede jaar te kunnen bloeien. Na vernalisatie (koude-behandeling tussen 0-10o C) van de rozetten vindt van juni tot oktober de bloei plaats. De sterk vertakte, taaie stengel kan een lengte van 90 cm bereiken en draagt de bloemhoofdjes in schermvormige pluimen. Ieder schuin omhooggericht bloemhoofdje bevat tot 70 lint- en buisbloemen. Één individu kan wel 10.000 nootjes voortbrengen. Na de bloei sterven de individuen af. Wordt de bloei door vroeg maaien voorkomen, dan worden de individuen kort-overblijvend.


    Van tijd tot tijd wordt aan deze kruiskruidsoort in de media aandacht besteed want koeien en paarden kunnen lijden aan een ernstige leverkwaal na het regelmatig eten van deze plantensoort. Soms overlijden deze zoogdieren aan acute vergiftiging wanneer het dieet dagenlang voornamelijk uit dit kruiskruid bestaat. Vers of gedroogd maakt geen verschil. Vooral paarden zijn het slachtoffer. De leverziekte werd voor het eerst waargenomen in 1906 in het Canadese plaatsje Pictou (Novo Scotia) nadat dit kruiskruid in 1852 vanuit Schotland was geïntroduceerd.


    Op 1 augustus 2006 werd medegedeeld dat het waterschap Rivierenland begint met onderzoek naar de effectieve bestrijding van dit kruiskruid. Het voorgenomen onderzoek zal slechts twee jaar duren omdat het een tweejarig soort is. Wat een onzinnig argument. Alsof in twee jaar tijd voldoende ecologisch inzicht verworven kan worden. Ook sommige provinciale overheden willen de bestrijding aanpakken door resten van afgemaaide individuen handmatig uit het veevoer te verwijderen. Wat een monnikenwerk met weinig ecologisch (langdurig) effect.


    Jacobskruiskruid bevat giftige stoffen -alkaloïden- voor dier en mens. Het totale gehalte aan alkaloïden kan wel 0,5% van het drooggewicht bedragen. In sommige delen van de wereld treedt de ziekte onder mensen op en staat bekend als seneciosis. In koeienmelk en in honing kunnen alkaloïden worden aangetoond wanneer koeien dit kruiskruid hebben gegeten en bijen kruiskruidnectar hebben verzameld. De alkaloïden zijn als zodanig niet schadelijk maar door chemische reacties in de lever ontstaan verbindingen die wèl toxisch zijn. Overigens zijn niet alle zoogdieren er gevoelig voor. Konijnen, schapen en geiten verdragen het kruiskruid. De herkauwende schapen en geiten door ontgifting van de alkaloïden in de pens. Ook de 'waarschuwende' geel-zwart gebandeerde monofage zebrarupsen, de larven van de markante rood met zwarte Sint Jacobsvlinder (Tyria jacobaeae) hebben geen last van alkaloïden. Sterker, de opgenomen alkaloïden worden niet afgebroken maar in het insectenlichaam opgeslagen om zich daarmee te verdedigen tegen mogelijke predatoren. Zelfs de eieren van insecten bevatten alkaloïden wat er op wijst dat de alkaloïden als zodanig niet-toxisch zijn.

    De dichtheid aan rupsen blijkt nauw samen te hangen met het aantal rozetten van het kruiskruid. De rupsen vreten de individuen geheel kaal. Opmerkelijk is dat Jacobskruiskruid zich doorgaans goed weet te herstellen van zo'n vraatpartij. De opmerkelijke uitdossing van de zebrarupsen weerhoudt insectivore vogels ervan ze te eten. Toch worden de zebrarupsen gegeten door oorwormen en mieren, en geparasiteerd door de uit de geïnjecteerde eieren ontwikkelde larven van sluipwespen.


    Uittrekken en verwijderen van de planten wordt wel toegepast maar het is onpractisch voor grote gebieden waar de soort veel voorkomt. Bespuiting met herbiciden zoals 2,4-D en MCPA wordt wel aanbevolen. Maar dat is niet-selectief. Eenmalige behandeling lijkt onvoldoende omdat er regeneratie vanuit het resterende wortelstelsel kan plaatsvinden. Met 2,4-D behandelde planten blijken ook nog hogere gehalten aan water-oplosbare koolhydraten te bevatten waardoor ze als voedsel voor dieren aantrekkelijk zijn. Daar tegenover staat dat de gehalten aan alkaloïden ook verhoogd zijn na een bespuiting. Dus niet spuiten. Maar wat dan wel? Gedacht moet worden aan biologische regulatie met behulp van natuurlijke vijanden zoals bijv. met de rupsen van de Sint Jacobsvlinder. Dat is uitgeprobeerd in Noord-Californië door de Sint Jacobsvlinder in 1959 uit Frankrijk te importeren. De rupsen richtten enige schade aan. Veel effectiever bleek de in drie westelijke kuststaten van de Verenigde Staten in 1969 uit Italië ingevoerde aardvlo Longitaris jacobaeae (2 tot 4 mm). De volwassen dieren voeden zich met bladeren en de larven met wortels. In combinatie zorgt de omvangrijke vraat ervoor dat de planten aanmerkelijk verzwakt worden en door een tekort aan opgeslagen reservekoolhydraten het in de winter en voorjaar moeilijk krijgen. Vervolgens zorgt concurrentie met andere plantensoorten waaronder grassen ervoor dat de populatiedichtheid van het Jacobskruiskruid sterk wordt verkleind. Aldus werd in Oregon de schade aan het vee met 99% teruggedrongen. De mate van deze biologische controle blijkt af te hangen van het klimaat. Onder relatief koude omstandigheden is het resultaat beduidend gunstiger omdat de herstelperiode na vraat dan tekort is.


    Vormt Jacobskruiskruid eigenlijk wel een groot geel gevaar? Wordt deze soort niet vaak verward met een geel zusje: het van origine uit Zuid-Afrika afkomstige Bezemkruiskruid (Senecio inaequidens) die sinds de Tweede Wereld oorlog Nederland vanuit België (Eijsden) heeft veroverd door met de trein op stap te gaan? Van deze soort zijn geen vergiftigingen opgetekend. Dat laatste geldt evenzeer voor het sterk gelijkende Viltig kruiskruid (Jacobaea erucifolia) dat evenwel vooral op (zware) klei voorkomt. We moeten oppassen niet in dezelfde valkuil te lopen zoals destijds met provinciale distelverordeningen. Alle distels en op distels gelijkende plantensoorten moesten om economische redenen met alle mogelijke middelen worden bestreden. Door toegenomen ecologisch inzicht is de onzinnigheid van dergelijke verordeningen vastgesteld.



    Bronnen

    Hajek, A. (2004). Natural enemies. An introduction to biological control. Cambr. Univ. Press, Cambridge. 378 pp.

    McEvoy, P.B. , Rudd, N.T., Sox, C.S & Huso,M. (1993). Disturbance, competition and herbivory effects on Ragwort (Senecio jacobaea) populations. Ecological Monographs 63 (1): 55-75.

    McEvoy, P.B. & Coombs, E.M. ( 1999). Biological control of plant invaders: regional patterns, field experiments and structured population models. Ecological Applications 9(2): 387-401

    Meijden, E. van der (1974). Zebrarupsen en Jacobskruiskruid. In Croin Michielsen, N., red. Meijendel. Duin-water-leven: 95-108. W. van Hoeve B.V., Den Haag/Baarn. 271 pp.

    Meijden, R. van der (2005). Heukel's Flora van Nederland. 23 ed. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. 685 pp.

    NRC Handelsblad. 1 augustus 2006

    Speight, M.R., Hunter, M.D. & Watt, A.D. (1999). Ecology of insects. Concept and applications. Blackwell Science, Oxford. 350 pp.


  • Comments always welcomed

    Either via email or the weblog. Thanks for reading.


    Colofon

      Aan deze webpagina werkten mee:
    1. Willem Stouthamer
    2. Anneke Nieuwenhuijs
    3. Andre Hospers
    4. en veel waarnemers

    FLORON is betrokken bij de wilde flora

    FLORON betekend Floristisch Onderzoek Nederland. Het verzamelen van gegevens over wilde planten is leuk en zinvol. Floristen verzamelen dan ook in hun vrije tijd meer dan de helft van alle beschikbare floragegevens. Deze zijn van groot belang voor beherende instanties, overheden en onderzoekers. FLORON stelt zich ten doel het floristisch veldonderzoek op nationaal niveau te organiseren, te stimuleren en te coordineren. Er zijn landelijk honderden vrijwilligers in FLORON-verband actief. In Groningen zijn dit er enige tientallen. Het Landelijk Bureau in Leiden zorgt voor begeleiding en methodische ondersteuning van floristen en voor controle en opslag van gegevens in de landelijke floradatbank FLORBASE. De gegevens uit de databank staan, samen met de bijbehorende expertise, ter beschikking voor wetenschappelijke onderzoek en onderzoek ten dienste van de bescherming van flora, vegetatie en milieu. Bij FLORON kunt u terecht voor inventarisaties, monitoring, het ontwerpen van meetnetten en natuurlijk voor gegevensaanvragen en analyses met behulp van FLORBASE-gegevens.

    Lange traditie

    Alhoewel FLORON nog niet zo lang bestaat wordt al langer systematisch gegevens over de wilde flora verzameld en vastgelegd. Al vanaf het begin van deze eeuw wordt er "gehokt" in Nederland. Per uurhok of kilometerhok hielden floristen op streeplijsten bij welke plantensoorten er voorkwamen. Al deze oude gegevens zijn aanwezig bij het Rijksherbarium in Leiden. Ze vormen een belangrijke referentie voor het huidige natuurbeleid en -beheer.

    Wilde planten kijken in kreek of op de dijk


    De districten D1 en D2 vormen globaal de provincie Groningen. Jaarlijks inventariseren ongeveer 50 vrijwilligers diverse gebieden in de stad en op het platteland op de wilde flora. De gegevens gaan naar de centrale databank in Leiden. In Groningen is altijd plaats voor nieuwe vrijwilligers. Ben je geinteresseerd in wilde planten en vind je het leuk om ze op naam te brengen dan kun je meedoen. Kennis van de Nederlandse flora is gewenst, maar enthousiasme is belangrijker. Je kunt ook mee met excursies of samen met ervaren floristen inventariseren. Het gaat niet om wat je niet weet maar om dat je opschrijft wat je wel weet. De kennis komt vanzelf. Naast inventarisaties zijn er lezingen, determinatiecursussen, een nieuwsbrief met wetenswaardigheden (zie ook deze website), groepen die samen op pad gaan en bijzondere excursies naar mooie gebieden. Ook landelijk is er van alles te beleven.
    Wil je meer weten, blader dan door deze website of neem contact op met de coördinator van
    Groningen-Oost (D1): Anneke Nieuwenhuijs, Kastanjelaan 91, 9674 BC Winschoten tel. 0597 414973,
    Groningen-Oost (D2): Willem Stouthamer, Meidoornlaan 43, 9756 BN Glimmen,

    Floron bestaat sinds 1989. Sindsdien zijn in Groningen vele honderdduizenden waarnemingen gedaan en door het hele land miljoenen - In 2006 is de tien miljoenste waarneming doorgegeven- , die door Floron zijn verwerkt. De verzamelde gegevens vormen niet alleen een moment-opname van de Nederlandse flora. Zij maken het mogelijk de veranderingen daarin te ontdekken. Vele soorten worden steeds zeldzamer en andere lijken zich uit te breiden. De gegevens zijn van belang voor het beheer en de bescherming van planten. Klik op www.floron.nl voor meer informatie.

    Landelijk wordt voor werkgroepen ook een blad rondgedeeld :

    CCFV Contactblad 'De Spurrie'

    Maand Nummer Size
    Augustus 2007
    Nr. 009
    362 kB
    Januari 2007
    Nr. 008
    362 kB
    September 2006
    Nr. 007
    343 kB
    Januari 2006
    Nr. 006
    934 kB
    Augustus 2005
    Nr. 005
    356 kB
    Januari 2005
    Nr. 004
    497 kB
    Augustus 2004
    Nr. 003
    912 kB
    Januari 2004
    Nr. 002
    1.116 kB
    Juli 2003
    Nr. 001
    149 kB

    Plantengeografisch District

    Een Floradistrict, ook wel Plantengeografisch District is een door botanici in Nederland onderscheiden district met een duidelijk herkenbare samenstelling van plantensoorten, die aan dat district gebonden is. Nederland is volgens de huidige indeling verdeeld in 15 floradistricten. Op grond van de onderlinge overeenkomsten tussen de verspreidingspatronen van de verschillende plantensoorten werden al omstreeks 1930 door de Nederlandse bioloog J.L.van Soest floradistricten onderscheiden. In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw werd de indeling verder geperfectioneerd. In 1996 zijn nogmaals twee floradistricten toegevoegd, namelijk het Urbaan district en het floradistrict IJsselmeerpolders.

    De FLORON-districten Groningen D1 en D2 liggen in slechts twee floradistricten: Het Haf (H), en het Drents (Dr) district (Van der Meijden 1996). Verder is slechts beperkt het Urbane gebied van Groningen aanwezig die locaal bij de Floristen wel de nodige aandacht heeft gekregen. Het Haf district geeft het gedeelte van Nederland weer wat globaal ongeveer onder de zeespiegel is. Het ligt in het Noorden van zowel D1 (Groningen-Oost)als D2 (Groningen-West). Het Hafdistrict omvat naast zeeklei(N) gebieden ook de laagveenstreken (L) en in Zuid Nederland Estuaria (E). Alleen in Zuid Holland/Zeeland zijn overeenkomsten tussen deze gronden, in Groningen is duidelijk verschil en is slechts sprake van een Zeekleigebied. Het verschil is vooral in negatieve zin, omdat in dit Plantengeografisch District vaak maar weinig plantensoorten groeien. Voorbeelden zijn het Doornzaad, Veldgerst en een kleine klaver. In het Zuiden begint het Drents district. Dit district kent een grotere diversiteit aan planten.

    De Regio's van Groningen

    Kortgezegd bestaan de regio's Oldambt, Fivelingo, Hogeland en Middag-Humsterland uit zware zeeklei en lichte zavel. De regio's Westerwolde, Veenkoloniꬠen Gorecht bestaan uit zand. De regio´s Lageland en Zuidelijk Westerkwartier (ZWK), tot slot, bestaan uit de overgang van het hoger gelegen zand in het zuiden naar het lager gelegen klei in het noorden. Hier heeft veel laagveenvorming plaats gevonden. In met name het ZWK bestaat op korte afstand veel variatie in hoog-laag en zand-veen-klei. In combinatie met de bodemsamenstelling verklaren milieufactoren als stroming, zout, zuurgraad en voedselrijkdom het voorkomen en de verspreiding van libellensoorten. Het werkgebied bestaat uit de hele provincie, hier met de Bodem in Groningen

    In Gorecht en Westerwolde stromen vanuit Drenthe de beken Drentse Aa, en Ruiten Aa Groningen binnen. Langs beide beken komen grote populaties voor van de Weidebeekjuffer en Blauwe Breedscheenjuffer. De bouw van rioolzuiveringsinstallaties, de aankoop van gronden in de beekdalen en een gewijzigd beheer hebben op beide soorten een positieve invloed. Er is een duidelijk verschil merkbaar met twintig jaar geleden toen ze beperkt waren tot de 'mooie' delen van het beekdal. Tot boven de stad Groningen plant de Weidebeekjuffer zich nu voort, terwijl hier in het Reitdiep toch al een zoutwater invloed merkbaar is. Tot de afsluiting van de Lauwersmeer in 1969 was via het Reitdiep vrije scheepvaart mogelijk vanuit de stad naar de Waddenzee. Veertig jaar later is de invloed van brak water nog altijd aanwezig.

    In het laagveengebied van het Lageland stroomt de Slochter Ae. Nabij Woudbloem is deze omgeleid en gekanaliseerd. In het afgesloten deel kwam nog Krabbenscheer voor. Door afwezigheid van stroming en scheepvaart heeft de plant zich kunnen vermenigvuldigen. In deze laagveengebieden komen naast Groot Blaasjeskruid, Kransaarvederkruid en Krabbescheer ook Vroege glazenmaker, Glassnijder en Gevlekte witsnuitlibel voor. Afhankelijk van de mate en samenstelling van het kwelwater kan een zeer gevarieerde libellenfauna aanwezig zijn. Een goed voorbeeld hiervan is de Baggerputten bij Slochteren.

    In de dekzandafzettingen van het Zuidelijk Westerkwartier en in Appelbergen, Smeerling en Sellingen zijn direct na de ijstijd vele laagtes uitgestoven. Hierin heeft zich eerst laagveen en later hoogveen gevormd. Vanaf 1700 is dit hoogveen stelselmatig ontgonnen. Afgezien van enkele plaatselijke restanten is van het hoogveen niets meer over. Wat resteert zijn dobben met een voedselarme waterkwaliteit. In de geisoleerde watertjes met veenmos komt onder zure omstandigheden de Venglazenmaker, Koraaljuffer en Venwitsnuitlibel voor.

    In het noordelijk kleigebied komen de gebruikelijke soorten voor als Fijn Hoornblad, Muizenstaartje en Paarse Morgenster. Toch kunnen hier ook onverwachts populaties voorkomen van de Grote Ratelaar. Door opspuiten van zand in het Eemshavengebied is hier een apart milieu ontstaan dat afwijkt van het omgevende kleigebied. Op dezelfde manier wijkt ook het Lauwersmeer af met soorten als Honingorchis, Lepelblad, Draadklaver en Goudknopje. Alleen is dit op een natuurlijke wijze ontstaan door opslibbing en afzetting van zand.

    Bas vd W
    Eerder verschenen in de landelijke libellennieuwsbrief 2007

    Status.

    - inheems: de soort is door natuurlijke areaaluitbreiding in Nederland terechtgekomen en handhaaft zich tenminste twee generaties in Nederland. Hieronder vallen ook regelmatig terugkerende wintergasten en doortrekkers die zich niet in Nederland voortplanten.

    - dwaalgast: op indivduele basis komen exemplaren zonder menselijke hulp in Nederland terecht en incidenteel kan voortplanting plaatsvinden. Zonder "nieuw binnenkomende" exemplaren handhaaft de soort zich niet in Nederland.

    - exoot: door menselijk toedoen in Nederland terechtgekomen soort. Deze term is niet specifiek genoeg om te gebruiken bij individuele soorten. (De "alien species" uit de biodiversiteitsconventie) .

    - ingeburgerde exoot: door menselijk toedoen in Nedeland terecht gekomen voor 1492 en handhaaft zich zonder hulp van mensen (de "archeofiet" van de botanisten)
    - invasieve exoot: door menselijk toedoen in Nederland terecht gekomen na 1492 en handhaaft zich tenminste 2 generaties zonder hulp van mensen. (Vrijwel de "Invasive Alien Species" uit de biodiversiteitsconventie). Volgens wikipedia: Een exoot die zich massaal verbreidt in zijn nieuwe omgeving en een bedreiging vormt voor de biodiversiteit.

    - escape/release: door menselijk toedoen in Nederland terechtgekomen maar handhaaft zich niet zonder menselijke hulp. Incidenteel plant de soort zich wel voort in Nederland maar zonder nieuwe uitzettingen/aanplant/ontsnappingen zou de soort uit Nederland verdwijnen.

    - gehouden dieren: dieren die achter een omheining worden gehouden en die individueel geregistreerd/gemerkt worden (o.a. de meeste graasrunderen, paarden en schapen). Ook de dieren die duidelijk een eigenaar hebben (ganzen en kippen bij een boerderij, bijvoorbeeld). (de "gehouden dieren" uit de gezondheids en welzijnswet voor dieren).

    - aangeplante planten: planten die als individu op een bepaalde plaats zijn geplant dan wel zijn ingezaaid. Ook opgeslagen graanplanten langs de wegrand vallen hieronder.

    - herintroductie: oorspronkelijk inheemse soort die was verdwenen uit Nederland en door mensen is teruggebracht.

    - archeofyt: Voor 1500 in Nederland ingeburgerd, oude cultuurplant, vaak akkerplanten

    - neofyt: Na 1500, soorten die na het contact van de Oude met de Nieuwe wereld op doken in Nederland.

    - stinsenplanten: Nxzijn planten die vrijwel uitsluitend voorkomen bij buitenplaatsen, kerkhoven, stadswallen, sloten en pastorietuinen. Vaak zijn dit planten die ingevoerd zijn vanuit Midden- en Zuid Europa.